Samenva2ng maart 2026
College 1
Reproduceren van arbeidskracht: het proces waarbij de fysieke en mentale capaciteit van
een werknemer (arbeidskracht) om te werken dagelijks en over de lange termijn in stand
wordt gehouden. à eten klaarmaken, schoonmaken, wassen, opvoeden van kinderen.
Produc+ef werk: goederen en diensten die geproduceerd worden en waar een monetaire
waarde aan gehangen wordt.
à Reproduc?ef als produc?ef werk: als reproduc?ef werk aangeboden wordt op de
arbeidsmarkt (bijv. huishoudelijke hulp), dan wordt dit produc?ef werk.
Marx
Rela?e tussen werkgever en werknemer à klassenrela?e.
Uitbui?ng: prijs van arbeid (loon) lager dan de meerwaarde (winst voor werkgever).
Sprake van verschillende belangen:
• Werkgever: winstverhoging
• Werknemer: uitbui?ng limiteren
à Zorgt voor een wederzijdse aEankelijkheid.
De 4 A’s
• Arbeidsorganisa+e à (meso/micro)
o Doel: beschikbare arbeidsvermogen zo efficiënt en effec?ef mogelijk.
o InzeOen om de doelstellingen van de organisa?e te volbrengen.
o Verdelen over func?es of arbeidsplaatsen.
• Arbeidsverhoudingen à (micro, meso, macro)
o Rela?e tussen werkgever en werknemer.
o Collec?ef & individueel.
• Arbeidsplek à (micro)
o Arbeidsinhoud, -omstandigheden, -voorwaarden en -verhoudingen.
o Soort maatstaf voor hoe goed een baan is.
• Arbeidsmarkt à (macro/meso)
o Vraag (vacatures) en aanbod (aantal werknemers, aantal uren, etc.).
College 2 à vaak tentamenvragen over dit college !!
Werk in pre-industriële samenlevingen:
• Jagers & verzamelaars
o Iedereen neemt deel aan produc?ef werk
o Coöpera?e ipv concurren?e
o Geen opbouw van economische surplus
, • Hor+culturele samenleving
o Produc?esysteem: menselijke spierkracht
o Stabielere produc?e van economische surplus
o Ontstaan handel
o Begin van sociale stra?fica?e
§ Arbeidsdeling
• Feodale agrarische samenleving
o Produc?esysteem: technische innova?es
§ Produc?viteitsgroei, meerwaarde
o Arbeidsorganisa?e: pachtsystemen
§ Ontstaan vrije?jdsklasse
o Opkomst stedelijke centra en geld als ruilmiddel
§ Diversiteit beroepen
§ Nog geen scheiding werk en thuis (werk aan huis)
Drie fasen van technologische veranderingen:
• Primaire mechanisa?e: stoommachines.
• Secundaire mechanisa?e: gebruik van elektriciteit om machines aan te drijven.
• Ter?aire mechanisa?e: elektronisch apparaten en informa?e technologieën.
Vrouwen op de arbeidsmarkt creëerde een paar problemen:
• Bedreiging voor toestroom gezonde, mannelijke arbeidskrachten.
• Bedreiging voor toekoms?ge arbeidskrachten.
• Probleem wie er voor de kinderen ging zorgen.
à Dus met name problemen voor reproduc?ef werk.
à Oplossing: vrouwen verbannen van betaald werk buitenshuis, met name getrouwde
vrouwen.
Ontwikkeling kapitalisme als economisch systeem:
1) Handelskapitalisme
à Van een agriculturele samenleving naar (ook) ambachtelijke produc?e
(thuisarbeid).
• Huisindustrie: handelaar bracht onderdeel bij persoon, persoon maakt product,
handelaar haalt product op en verkoopt op de markt (1e vorm van industrie).
• Proto-industrialisa+e: een vorm van nijverheid aangeduid die plaatsvond voordat er
van fabrieksma?ge produc?e sprake was.
• 2e vorm van industrie: coöpera+es.
o Samenwerkingsverband tussen gelijkwaardige mensen (zonder handelaren),
voor het maken of verbouwen van producten.
o Molen te duur voor 1 boer, dus samenwerkingsverband.
,2) Industrieel kapitalisme
à kapitalisme: crea?e meerwaarde, winstmaximalisa?e.
à industrieel: grootschalige produc?ewijze, efficiën?e.
• Fase 1 – manufacturen
o Concentra?e van ambachtslieden (onder één dak).
o Sociaal organisatorische innova?e.
§ ‘technische arbeidsverdeling’ à taaksplitsing.
§ Minder geschoolde arbeidskrachten noodzakelijk.
§ Ondernemer houdt toezicht (want onder 1 dak).
• Fase 2 – industrieel kapitalisme / fabrieken
o Introduc?es van machines.
o Wetenschappelijk management / Taylorisme à ontstond hierdoor ook meer
hiërarchie (laag geschoolde arbeiders vs. werkgevers).
§ Verregaande taaksplitsing; berekening hoe het efficiënter kan.
o Loskoppeling economische en niet-economische ins?tu?es.
§ Eerst: agrarische huishoudens (thuis werken).
§ Nu: vrije ?jd vs. werk?jd, gespecialiseerde economische ins?tu?es
(scholen, kantoren, fabrieken).
à Structurele differen+a+e (ontstaan van separate ins?tu?es in de samenleving).
o Loonarbeidsverhouding
§ Zelf geen produc?emiddelen à monetair loon zoeken in een
onderneming.
§ Ontstaan focus loonarbeid (werken om te kunnen leven) & ontstaan
werkloosheid.
o Kenmerken van de arbeidsorganisa?e:
§ Kenmerk 1: bureaucra?e
• Scheiding tussen privépersoon van de bureaucraat en zijn rol in
de bureaucra?sche organisa?e.
• Afzonderlijke taakpakkeOen (func?es).
• Regels en procedures voor de func?e.
• Hiërarchie.
§ Kenmerk 2: arbeidsdeling & arbeidsverdeling
• Arbeidsdeling: specialisa?e in een beroep(sklasse).
• Arbeidsverdeling: verdelen van een proces in kleine deeltaken.
o Bijv. Adam Smith – ‘the wealth of na?ons’ – produc?e
van naalden.
o Winstmaximalisa?e als doel.
§ Kenmerk 3: mechanisering
• Machines om produc?e te maximaliseren.
• Weinig mensen hadden daar geld voor (kapitaal intensief).
§ Kenmerk 4: ?jd
, • Gestructureerde en gesuperviseerde arbeids?jd.
o Tijd als middel voor controle en disciplinering.
• Ontstaan standaard?jd (Greenwich Mean Time – 1847).
§ Kenmerk 5: waarden van werk
• Pre-industrieel: werk als noodzakelijk kwaad (om te overleven).
• Industrieel: doel is winst, protestantse arbeidsethiek.
• 20e eeuw: arbeidsethiek van discipline (intrinsieke mo?va?e en
zelfexpressie door arbeid).
3) Fordis+sch produc+emodel
à Massaproduc?e en -consump?e door de modellen van Adam Smith (produc?e van
naalden), Frederick Taylor (Taylorisme) en Henry Ford (lopende band) gecombineerd.
• Opkomst fordisme: massaconsump?e & -produc?e, 3 principes:
o Wetenschappelijk management (Taylorisme) à fragmentering en
simplificering van werk.
o Lopende band (en daarmee controle van managers over het werktempo).
o Standaardisering van onderdelen, producten en produc?emachines (want:
lopende band).
• Gevolgen arbeidsvoorwaarden: demo?va?e & verloop.
o Oplossing Ford: vast contract (met ontslagbescherming), loonverhoging,
vakan?edagen, kortere en standaard werk?jden.
o Dit werd het compromis genoemd: georganiseerde werknemers en
werkgevers.
o ‘Werkvloer’ soevereiniteit werkgevers (arbeidsorganisa?e) in ruil voor
toenemende materiële welvaart werknemer à betrouwbare arbeiders.
à zichzelf in stand houdend proces, waardoor volgende genera?es het al?jd
beter zullen hebben dan de huidige genera?e.