Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Literatuursamenvatting leerproblemen

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
44
Geüpload op
22-03-2026
Geschreven in
2025/2026

De artikelen samengevat die nodig zijn voor het tentamen leerproblemen

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

1


Literatuursamenvatting leerproblemen
Kennisclip 1 – Dyslexie centraal

De Infographic is een visuele weergave van de ondersteuning die je bij lezen en spellen op school
kunt verwachten. Er wordt na de start van het leerproces voortdurend geëvalueerd hoe het gaat met
leerlingen (bijv. door een toets moment). Zodra er tekenen zijn van een achterlopende/stagnerende
ontwikkeling, dan moet er in het onderwijs een stapje bijgezet worden om te kijken of de
ontwikkeling van die leerling weer gelijk getrokken kan worden met die van de klas.

 ON1 – Goed onderwijs voor alle leerlingen in de klas.
 ON2 – Extra begeleiding in de klas (vaak in groepjes) met als doel dat de leerlingen weer in
dezelfde ontwikkelingslijn lopen als de andere kinderen. ON1 en ON2 lopen naast elkaar. Het
is een stapeling
 ON3 – Intensieve en individuele begeleiding die past bij de ondersteuningsbehoeften en
ontwikkeling van een specifieke leerling. Binnen school.
 ON4 – Bij leerlingen die een didactische resistentie vertonen: in het onderwijs is alles op alles
gezet om de kinderen zo goed mogelijk te helpen, maar helaas gaat het kind niet ver genoeg
vooruit. Er wordt hier specialistische hulp ingezet. Binnen de zorg. Om in aanmerking te
komen, bekijkt de poortwachter het dossier van het kind. zorg wordt vergoed.

Literatuur college 1 – Inleiding
Ruijssenaars et al. (2014)

De DSM-5 wordt nationaal en internationaal algemeen gebruikt voor de onderkennende diagnostiek
van leerstoornissen. Als een kind niet goed kan lezen en/of rekenen, zorgt dit voor beperkingen in het
dagelijks leven. Ook kan het leiden tot een nadelige positie op de arbeidsmarkt, waardoor de
beperking een handicap wordt.

Lees- en rekenproblemen kunnen zich pas voordoen op het moment dat vaardigheden op school
leren. Bij vroege signalering wordt er ingezet op extra uitleg en herhaling. Helpt dit niet, is er dus
meer aanpassing en differentiatie nodig. Hoe gestructureerder de begeleiding en hoe geringer het
effect is , hoe hardnekkiger en ernstiger het probleem blijkt. Onderscheid tussen een leerprobleem
en een leerstoornis is gradueel en is gebaseerd op de ernst, langdurigheid en hardnekkigheid van de
problematiek. Ondanks dat intensieve training tot betere prestaties kan leiden, zijn leerstoornissen
blijvend. Beide stoornissen komen bij 2-5% van de bevolking voor en in 75% van de gevallen samen.
Bij een IQ van <70 kan niet meer van een leerstoornis gesproken worden.

We spreken van dyslexie als de automatisering van woordidentificatie (lezen) en/of
schriftbeeldvorming (spellen) zich niet, dan wel zeer onvolledig of zeer moeizaam ontwikkelt. Enkele
elementen zijn van belang:
 De definitie beperkt zich expliciet tot het technisch lezen en foutloos spellen op woordniveau,
onafhankelijk van het taalbegrip
 De nadruk ligt op automatisering, blijkend uit snelheid en accuratesse
 Bij het niet tot ontwikkeling komen van automatisering is er altijd mede/voornamelijk sprake
van een individu gebonden factor. Dyslexie kan een complexe ontstaanswijze hebben. Het
niet opnemen van verklarende condities in de definitie is dan ook een logische stap
 Zelfs als een redelijk leesniveau wordt bereikt, kan de problematische automatisering weer
herkenbaar zijn bij nieuwe en complexe taken
 Dyslexie kan meer of minder ernstig zijn. Ernstige dyslexie betekent dat de lees- en/of
spellingsprestaties in principe binnen de 10% zwakst scorende leerlingen op landelijk
genormeerde toetsen liggen.

, 2


We spreken van dyscalculie wanneer er sprake is van een stoornis die wordt gekenmerkt door
hardnekkige problemen met het leren en vlot/accuraat oproepen/toepassen van
reken-/wiskundekennis (feiten/afspraken). Het niet vlot kunnen beschikken over rekenfeiten belast
het uitvoeren van rekenprocedures.

Dyslexie en dyscalculie blijken vaker met elkaar of met andere stoornissen samen te gaan dan op
basis van toeval. Een voorbeeld hiervan is de samenhang van dyslexie en ADHD.

Kinderen leren doorgaans lezen en rekenen rond hun 6 e levensjaar. Een neurobiologisch component
maakt het mogelijk om op jongere leeftijd als signalen van een risicovolle ontwikkeling waar te
nemen. Bij dyscalculie is dat het niet kunnen onderscheiden van kleine hoeveelheden, en voor
dyscalculie het niet kunnen discrimineren tussen minimale klankverschillen als een mogelijk eerste
signaal dat al kort na geboorte is vast te stellen. Een betrouwbare onderkenning van risicofactoren
van dyslexie is mogelijk vanaf 4 jaar.

Dyslexie komt in beperkte mate meer voor bij jongens dan bij meisjes. Bij beide stoornissen lijkt er
sprake te zijn van een ontwikkelingsvertraging in linkerhemisfeerfuncties (van belang bij het snel en
correct kunnen oproepen van feiten uit het langetermijngeheugen). Gemiddeld genomen komen
gedragsproblemen meer voor bij leerstoornissen en omgekeerd. Beschermende factoren: ervaren van
succes, krijgen van positieve feedback en een leerklimaat o.b.v. positieve verwachtingen).

De 3 basisbehoeften zijn: behoefte aan autonomie, behoefte aan sociale ondersteuning en de
behoefte aan competentiebeleving. Deze behoeften hebben gevolgen voor de motivatie,
ontwikkeling en prestaties van een individu.

Hoe explicieter een lees- of rekenmethode gericht is op het aanleren en systematisch oefenen van
deelvaardigheden, hoe geringer de kans op uitval bij leerlingen met een risico op een leerstoornis is

Pennington onderscheidt vier niveaus in een
integratief, transactioneel ontwikkelingsmodel van
psychopathologie (etiologie, hersenmechanismen,
neuropsychologie en gedrag). Etiologie ne
hersenmechanismen leiden uiteindelijk tot
specifieke, waarneembare gedragingen en
symptomen (4e niveau; gedrag). Tussen het
functioneren van de hersenen en het waarneembare gedrag spelen zich hypothetische
(neuro)psychologische processen af (3e niveau; neuropsychologie).

Cognitieve processen
Informatieverwerkingsprocessen beschrijven de processen die verondersteld worden een rol te
spelen bij het verwerken van informatie, bij leren en de eventuele problemen daarbij. Deze zijn niet
rechtstreeks waarneembaar, maar wel te karakteriseren. Kinderen met een leerstoornis kunnen hun
verzwakte werkgeheugen compenseren door gebruik te maken van meta-cognitieve strategieën. De
automatische retrieval ontwikkelt zich moeizaam.

- Dyslexie – Naast problemen in de fonologische codering lijken ook andere fonologische
deelprocessen verstoord (zoals klankdiscriminatie; zou al vanaf de geboorte moeten
functioneren, het vlot kunnen wisselen tussen modaliteiten en het nauwkeurig omgaan met
temporele informatie).
- Dyscalculie – Vanaf het begin moeite met het waarnemen van verschillen tussen 1/2/3
visueel gepresenteerde objecten. Ook doet het een groot beroep op ambiguïteit.

, 3


Affectieve processen
Emotionele blokkades en frustraties kunnen ontstaan
wanneer leertaken als moeilijk worden ervaren (leidt tot
onderprestatie en negatief beeld van bekwaamheid).
Kinderen met een leerstoornis hebben een minder goed
besef van de mogelijkheden om effectief en efficiënt
problemen op te lossen en leren. Persoonlijke
overtuigingen hebben invloed op het interpretatieproces
(veel negatieve ervaringen  meer vermijdingsgedrag (en
vaak minder vrienden)).

Voordelen transactioneel ontwikkelingsmodel
- Model brengt een duidelijk onderscheid aan tussen observeerbare leerprestaties, de
veronderstelde psychologische processen en de rol van hersenen en etiologie;
- Biedt een genuanceerd beeld van wat verstaan wordt onder oorzaak en verklaring;
- Er bestaat geen één-op-één relatie tussen oorzaak en gevolg in het geval van
ontwikkelingspathologie, maar bestaan op verschillende niveaus/combinaties en kunnen
leiden tot uiteenlopende gevolgen;
- Model maakt duidelijk dat omgevingsinvloeden van elkaar verschillen en tot een
onderscheiden expressie leiden;
- Een effectieve behandeling die tot gedragsverandering leidt, zal ook waarneembaar van
invloed zijn op het functioneren van de hersenen
- Wetenschappelijk onderzoek naar de aard en achtergronden van leerstoornissen vanuit het
geschetste model zijn multidisciplinair van aard.

Protocollen bevatten richtlijnen waarover consensus bestaat, maar de professional blijft
verantwoordelijk voor het nemen van inhoudelijke beslissingen.

Diagnostiek
 Onderkennende diagnose – De classificatie op basis van een aantal objectief waarneembare
beschrijvende kenmerken van het probleem.
 Verklarende diagnose – Geeft een samenhangend beeld van de condities die de stoornis
oproepen, in stand houden of versterken. Hiermee kan de reden van blijvend falen, ondanks
gerichte (ortho)-didactische hulp, duidelijk worden.
 Indicerende diagnose: omvat globale richtlijnen voor de best passende aanpak.

Behandelingscyclus: belemmerende en faciliterende factoren in kaart brengen. De laatste stap in de
cyclus is de evaluatie van het bereikte resultaat.

Peer tutoring blijkt minder effectief dan instructie van een volwassene of oudere, ervaren leerling.
Leren en de leerling de geleerde informatie laten verbaliseren een effectieve aanpak. Interventies
gericht op het verbeteren van de sociaal-affectieve condities van het kind zijn het meest effectief bij
leerlingen met een laag zelfvertrouwen.



Kennisclip 2 – Wat is dyscalculie?

Dyscalculie = een stoornis die wordt gekenmerkt door hardnekkige problemen met het vlot/accuraat
oproepen van rekenfeiten en/of het vlot/accuraat toepassen van rekenprocedures. Automatisering
van basiskennis (op- en aftellen tot 20) komt moeizaam tot stand. Het resultaat van een procedure is

, 4


dikwijls fout of onzeker. De reden is niet een tekort aan begrip of inzicht, maar geautomatiseerde
basiskennis. Het is belangrijk om te zorgen voor een individuele aanpak, waarbij gekeken wordt naar
de beste manier om rekenen in de uitvoering en de kwaliteit van rekenkennis te verbeteren.

Kennisclip 3 – Verschillende typen kennis bij rekenen en rekenproblemen

Er zijn 3 typen kennis waar op wordt gelet bij een analyse:
 Kennis van feiten: symbolen herkennen, telrij kennen, getallen kunnen splitsen, etc. Signalen
van kwaliteit zijn bijvoorbeeld: Is de kennis vlot beschikbaar, foutloos, hardop, te laten zien?
 Kennis van procedures: welke stappen moeten gezet worden? Signalen van kwaliteit zijn
bijvoorbeeld: Gaat de procedure vlot, foutloos, hardop, te laten zien, in beperkt aantal
stappen en valt er geen informatie weg?
 Metacognitieve kennis: weten wat je moet doen en waarom het nodig is. Maar ook: vind ik
het leuk, waarom wel/niet?

Kennisclip 4 – Ontwikkeling rekenvoorwaarden

Piagetiaanse voorwaarden – voorwaarden om zo goed mogelijk om te leren gaan met getallen. Deze
voorwaarden moeten het logisch denken ontwikkelen. Er kan variatie zijn in de leeftijd waarop
kinderen deze voorwaarden ontwikkelen.
1. Conservatie: het overwinnen van directe waarneming. Kinderen moeten omkeerbaar kunnen
denken (>5 jaar)
2. Correspondentie: ordenen volgens paarsgewijze overeenkomst (>5 jaar)
3. Classificatie: groepen ordenen in (deel)verzamelingen (>6j jaar)
4. Seriatie: kinderen kunnen rangordenen (>5 jaar)

Na Piaget is er meer aandacht gekomen voor het belang van cijfers.
Number sense (getalbegrip) = het vermogen om numerieke hoeveelheden te
verwerken, begrijpen en te schatten.
Approximate number system = het aangeboren vermogen om hoeveelheden
te schatten/vergelijken. Ligt aan de basis van het verwerken van getallen. Hoe
groter de getallen worden, hoe minder nauwkeurig de schatting is.

 Deze vroege vaardigheden liggen aan de basis van het latere rekenen. Het getalbegrip op 6
maanden kan al voorspellen hoe het getalbegrip gaat zijn op 3,5 jaar. Kinderen kijken langer
naar de kant waar het patroon en het aantal stippen veranderd in vergelijking met de kant
waar alleen het patroon van de stippen veranderd.

Triple code model (Dehaene)
De 3 codes zouden met elkaar gekoppeld moeten worden. De analoge code (besef van
hoeveelheden) is het non-symbolisch getalbegrip. De visuele (numerieke systeem) en verbale code
(het kennen van het woord dat bij elk aantal hoort) vormen samen het
symbolisch getalbegrip. Het koppelen van non-symbolische aan
symbolische vaardigheden wordt mapping genoemd. De non-
symbolische vaardigheden vormen de basis van het model, maar de
symbolische vaardigheden nemen al snel over  non-symbolische
vaardigheden in groep 1 voorspellen mapping en symbolische vaardigheden in groep 2. De mapping
in groep 2 voorspelt het rekenen in groep 3. Kinderen moeten de codes zowel apart al samen leren.

Telprincipes (Gelman en Gallistel)

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
22 maart 2026
Aantal pagina's
44
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.37
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
daniellegroeneveld

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
daniellegroeneveld
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
5
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
9
Laatst verkocht
1 maand geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen