,Kennis
Een opvatting die waar is en gerechtvaardigd wordt door goede redenen.
Zonder rechtvaardiging blijven toevallige waarheden buiten kennis.
Opvatting
Een mentale representatie van de werkelijkheid. Zonder waarheid en
rechtvaardiging kan deze niet als kennis functioneren.
Waarheid
De overeenstemming tussen opvatting en werkelijkheid. Afwijking leidt tot
systematische fouten in kennis.
Rechtvaardiging
De onderbouwing van een opvatting via bewijs of argumentatie. Ontbreekt
dit, dan is er geen epistemische geldigheid.
Toevalskennis (schijnkennis)
Een opvatting die waar is zonder rechtvaardiging. Dit ondermijnt
betrouwbaarheid omdat herhaalbaarheid ontbreekt.
Mening
Een opvatting zonder sterke rechtvaardiging. Hierdoor is de voorspellende
en verklarende waarde laag.
Epistemologie
De studie naar hoe kennis ontstaat en gerechtvaardigd wordt. Zonder dit
kader is kennisbeoordeling willekeurig.
Twijfel (Peirce)
Een aversieve cognitieve toestand die aanzet tot zoeken naar zekerheid.
Zonder oplossing blijft gedrag inconsistent.
Overtuiging (belief)
Een gestabiliseerde opvatting die gedrag stuurt. Onjuiste overtuigingen
leiden tot ineffectieve interactie met de werkelijkheid.
Fixation of belief
Het proces waarbij overtuigingen worden gestabiliseerd om twijfel te
reduceren. Slechte methoden leiden tot hardnekkige fouten.
Methode van volharding en vermijden
Het actief negeren van disconfirmatie. Dit verhindert correctie en houdt
foutieve overtuigingen in stand.
Methode van autoriteit
Het overnemen van overtuigingen van gezaghebbenden. Dit versnelt kennis
maar introduceert systematische afhankelijkheid.
2
,A-priori methode
Het vormen van overtuigingen op basis van interne logica of voorkeur. Dit
kan consistent zijn maar losstaan van realiteit.
Wetenschappelijke methode (Peirce)
Het toetsen van overtuigingen via systematische observatie en analyse. Dit
minimaliseert bias en maximaliseert betrouwbaarheid.
Fundamenteel onderzoek (weten dat)
Onderzoek gericht op verklaren van onderliggende mechanismen. Zonder dit
ontbreekt causale kennis.
Toegepast onderzoek (weten hoe)
Onderzoek gericht op praktische interventies. Zonder dit blijft kennis niet
bruikbaar.
Interactie fundamenteel en toegepast onderzoek
Fundamentele kennis voedt toepassingen en toepassingen genereren
nieuwe theorie. Zonder interactie stagneert innovatie.
Wetenschappelijke literatuur
Gecumuleerde kennisbasis van onderzoek. Onkritisch gebruik leidt tot
verspreiding van bias en fouten.
CRAAP-criteria
Evaluatiekader voor bronnen op actualiteit, relevantie, autoriteit,
nauwkeurigheid en doel. Zonder toepassing neemt epistemische ruis toe.
Wetenschap
Een systematische methode voor kennisverwerving gebaseerd op empirie en
theorie. Zonder methodiek ontbreekt betrouwbaarheid.
Empirie
Kennis gebaseerd op zintuiglijke waarneming. Zonder empirie ontbreekt
toetsbaarheid.
Theorie
Een gestructureerd verklaringsmodel dat voorspellingen mogelijk maakt.
Zonder theorie ontbreekt samenhang.
Model
Een vereenvoudigde representatie van de werkelijkheid binnen een theorie.
Slechte modellen leiden tot verkeerde voorspellingen.
Interactie theorie en empirie
Theorie stuurt observatie en empirie toetst theorie. Disbalans leidt tot
dogma of dataverzameling zonder betekenis.
3
, Descriptieve uitspraak
Een uitspraak over hoe de werkelijkheid is. Verwarring met normatieve
uitspraken leidt tot interpretatiefouten.
Normatieve uitspraak
Een uitspraak over hoe de werkelijkheid zou moeten zijn. Vermenging met
feiten ondermijnt objectiviteit.
Objectiviteit
Het minimaliseren van subjectieve invloed in kennisvorming. Gebrek hieraan
veroorzaakt systematische vertekening.
Empirisch karakter van wetenschap
Het principe dat kennis gebaseerd moet zijn op waarneembare gegevens.
Zonder dit principe ontstaat speculatieve kennis.
Dynamisch karakter van wetenschap
Het voortdurende aanpassen van theorieën op basis van nieuwe data.
Zonder aanpassing veroudert kennis en verliest validiteit.
Wetenschappelijke revolutie
Een fundamentele verschuiving van religieus naar empirisch-rationeel
denken. Zonder deze omslag blijft kennis gebaseerd op autoriteit en dogma.
Aristotelisch-christelijk wereldbeeld
Een wereldbeeld waarin de aarde centraal staat en kennis ondergeschikt is
aan religie. Dit beperkt empirisch onderzoek en remt kennisgroei.
Heliocentrisme
Het model waarin de zon centraal staat in het zonnestelsel. Dit doorbreekt
antropocentrisme en stimuleert empirische toetsing.
Geocentrisme
Het model waarin de aarde centraal staat. Dit leidt tot foutieve
voorspellingen en belemmert wetenschappelijke vooruitgang.
Demystificatie
Het proces waarbij verklaringen loskomen van religie en gebaseerd worden
op natuurwetten. Zonder dit blijft kennis speculatief.
Mechanistisch wereldbeeld
Het idee dat de wereld functioneert volgens vaste, voorspelbare
natuurwetten. Dit maakt systematische verklaring en voorspelling mogelijk.
Verlichting
Een periode waarin kritisch denken en rede centraal staan. Zonder dit blijft
kennis afhankelijk van autoriteit.
4