een ware opvatting geen kennis is?
, A. Omdat waarheid alleen afhankelijk is van perceptie
B. Omdat zonder rechtvaardiging causaliteit niet kan worden
vastgesteld
C. Omdat betrouwbaarheid en reproduceerbaarheid ontbreken
D. Omdat empirische observatie altijd subjectief is
2. Wat is het gevolg van het gebruik van de methode van
autoriteit als primaire kennisbron?
A. Hogere validiteit door expertkennis
B. Snellere kennisvorming maar verhoogde kans op systematische
fouten
C. Volledige eliminatie van bias
D. Betere falsifieerbaarheid van theorieën
3. Waarom levert inductie geen absolute zekerheid?
A. Omdat deductie altijd sterker is
B. Omdat waarneming niet nodig is voor kennis
C. Omdat algemene conclusies verder gaan dan beschikbare
observaties
D. Omdat theorieën altijd vooraf vaststaan
4. Wat gebeurt er als theorie en empirie niet op elkaar worden
afgestemd?
A. Theorieën worden automatisch falsifieerbaar
B. Empirie verliest betekenis of theorie wordt dogmatisch
C. Observaties worden objectiever
D. Validiteit neemt toe
5. Waarom vormt het correspondentieprobleem een
fundamenteel probleem voor kennis?
A. Omdat waarneming altijd rationeel is
B. Omdat de werkelijkheid niet bestaat
C. Omdat we niet zeker weten of onze representaties
overeenkomen met de werkelijkheid
D. Omdat theorieën altijd correct zijn
6. Wat is een direct gevolg van radicale twijfel volgens
Descartes?
A. Empirische kennis wordt versterkt
B. Alleen het bestaan van het denkende subject blijft zeker
C. De werkelijkheid wordt volledig bevestigd
D. Causaliteit wordt bewezen
7. Waarom ondermijnt het copy principle van Hume abstracte
concepten?
A. Omdat alle ideeën logisch afgeleid moeten zijn
B. Omdat ideeën zonder zintuiglijke basis betekenisloos zijn
C. Omdat causaliteit objectief observeerbaar is
2
, D. Omdat deductie onmogelijk wordt
8. Wat is het gevolg van Hume’s visie op causaliteit voor
wetenschap?
A. Causaliteit kan direct worden waargenomen
B. Theorieën worden zeker
C. Causaliteit wordt een gewoonte in plaats van een objectief
gegeven
D. Empirie wordt overbodig
9. Waarom introduceert Kant synthetische a priori kennis?
A. Om empirisme volledig te vervangen
B. Om zekerheid te verkrijgen zonder ervaring
C. Om te verklaren hoe nieuwe kennis mogelijk is zonder puur
empirisch te zijn
D. Om causaliteit te ontkennen
10. Wat is het gevolg van Kants onderscheid tussen
noumenale en fenomenale wereld?
A. De werkelijkheid wordt volledig kenbaar
B. Alle kennis is gebaseerd op directe waarneming
C. We kunnen de werkelijkheid op zichzelf niet kennen
D. Empirie wordt overbodig
11. Waarom is volgens Peirce de wetenschappelijke
methode superieur aan andere methoden?
A. Omdat zij gebaseerd is op autoriteit
B. Omdat zij twijfel volledig elimineert
C. Omdat zij overtuigingen toetst aan de werkelijkheid
D. Omdat zij alleen deductie gebruikt
12. Wat gebeurt er als een theorie niet falsifieerbaar is
volgens Popper?
A. De theorie wordt automatisch waar
B. De theorie is wetenschappelijk bevestigd
C. De theorie behoort niet tot de wetenschap
D. De theorie wordt empirisch sterker
13. Waarom is verificatie volgens Popper onvoldoende voor
wetenschap?
A. Omdat observaties altijd correct zijn
B. Omdat bevestiging geen zekerheid geeft over universele
uitspraken
C. Omdat theorieën altijd waar zijn
D. Omdat inductie betrouwbaar is
14. Wat is het gevolg van het gebruik van ad hoc
hypothesen?
A. Verhoogde falsifieerbaarheid
3