Een welvarende samenleving (1948-
1978) | 3.1
Voor de oorlog had de bevolking zich verdeeld in vier
levensbeschouwelijke groepen die ‘zuilen’ werden genoemd: katholieken,
protestanten, socialisten en liberalen. Mensen leefden in hun eigen wereld
(school, sportclubs...etc.) Na de oorlog keerde de verzuiling weer terug
onder andere namen of werden heropgericht. In het interbellum was
Nederland geregeerd door confessionele kabinetten, maar van 1946 tot
1958 waren dit rooms-rode kabinetten (Nederlandse regeringscoalities uit
de periode na de Tweede Wereldoorlog, waarin de katholieke KVP ('rooms')
en de sociaaldemocratische PvdA ('rood') samenwerkten. Deze brede basis
was gericht op de wederopbouw, industrialisatie en de totstandkoming van
de verzorgingsstaat onder leiding van de socialistische minister-president
Willem Drees.) Nederland was niet meer neutraal, maar sloot zich in de
Koude Oorlog aan bij de VS, daarna de NAVO en EGKS.
Er vond in 1948 een economische groei plaats die duurde tot 1973.
Nederland kwam verarmd uit de oorlog, alles was gesloopt. In 1948 was er
toen een wederopbouw, maar die kwam niet goed op gang, omdat ze niet
genoeg konden produceren (gebrek aan machines/grondstoffen.) Daarom
kwam het Marshallplan waar NL zich bij aansloot van de VS. De economie
groeide weer en een belangrijke motor van die groei was de
industrialisatie (wat ook uitbreidde of werd gebouwd.) Ook profiteerde NL
van het Wirtschaftswunder van DU, omdat ze gingen handelen met elkaar.
PVDA-leider, Willem Drees, voerde toen de geleide loonpolitiek in:
economisch beleid waarbij de overheid de loonontwikkeling sterk stuurt en
beperkt, vaak in samenwerking met vakbonden en werkgevers (Sociale
partners), om de concurrentiepositie te verbeteren, inflatie te bestrijden
en werkgelegenheid te creëren. In dit geval om producten in NL goedkoper
te maken dan in het buitenland om zo meer ‘winst’ te creëren. In 1960
kwam een eind aan de geleide loonpolitiek en vond NL, aardgas waarvan
ze profiteerden en werd het een van de rijkste landen van Europa.
De toenemende welvaart werd gebruikt voor de uitbreiding van de
verzorgingsstaat:
Uitkering bij werkloosheid (WW).
Alle 65-plussers een vast basispensioen (AOW).
Mensen die geen enkel ander inkomen hadden (de bijstand).
Mensen die door ziekte of invaliditeit niet meer konden werken
(WAO).
1978) | 3.1
Voor de oorlog had de bevolking zich verdeeld in vier
levensbeschouwelijke groepen die ‘zuilen’ werden genoemd: katholieken,
protestanten, socialisten en liberalen. Mensen leefden in hun eigen wereld
(school, sportclubs...etc.) Na de oorlog keerde de verzuiling weer terug
onder andere namen of werden heropgericht. In het interbellum was
Nederland geregeerd door confessionele kabinetten, maar van 1946 tot
1958 waren dit rooms-rode kabinetten (Nederlandse regeringscoalities uit
de periode na de Tweede Wereldoorlog, waarin de katholieke KVP ('rooms')
en de sociaaldemocratische PvdA ('rood') samenwerkten. Deze brede basis
was gericht op de wederopbouw, industrialisatie en de totstandkoming van
de verzorgingsstaat onder leiding van de socialistische minister-president
Willem Drees.) Nederland was niet meer neutraal, maar sloot zich in de
Koude Oorlog aan bij de VS, daarna de NAVO en EGKS.
Er vond in 1948 een economische groei plaats die duurde tot 1973.
Nederland kwam verarmd uit de oorlog, alles was gesloopt. In 1948 was er
toen een wederopbouw, maar die kwam niet goed op gang, omdat ze niet
genoeg konden produceren (gebrek aan machines/grondstoffen.) Daarom
kwam het Marshallplan waar NL zich bij aansloot van de VS. De economie
groeide weer en een belangrijke motor van die groei was de
industrialisatie (wat ook uitbreidde of werd gebouwd.) Ook profiteerde NL
van het Wirtschaftswunder van DU, omdat ze gingen handelen met elkaar.
PVDA-leider, Willem Drees, voerde toen de geleide loonpolitiek in:
economisch beleid waarbij de overheid de loonontwikkeling sterk stuurt en
beperkt, vaak in samenwerking met vakbonden en werkgevers (Sociale
partners), om de concurrentiepositie te verbeteren, inflatie te bestrijden
en werkgelegenheid te creëren. In dit geval om producten in NL goedkoper
te maken dan in het buitenland om zo meer ‘winst’ te creëren. In 1960
kwam een eind aan de geleide loonpolitiek en vond NL, aardgas waarvan
ze profiteerden en werd het een van de rijkste landen van Europa.
De toenemende welvaart werd gebruikt voor de uitbreiding van de
verzorgingsstaat:
Uitkering bij werkloosheid (WW).
Alle 65-plussers een vast basispensioen (AOW).
Mensen die geen enkel ander inkomen hadden (de bijstand).
Mensen die door ziekte of invaliditeit niet meer konden werken
(WAO).