Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Onderzoek ter terechtzitting en bewijs, alle artikelen en arresten per week

Beoordeling
-
Verkocht
5
Pagina's
86
Geüpload op
22-03-2026
Geschreven in
2025/2026

Alle artikelen en arresten per week uitgebreid uitgewerkt en samengevat.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Onderzoek ter terechtzitting en bewijs: artikelen, theorie en arresten week 1 t/m 7
Week 1:
Thema’s
• Waarheidsvinding
• De bewijsstandaard
• Grondslagleer
• De wettige bewijsmiddelen
• De rol van cassatierechtspraak voor het bewijsrecht (wordt in week 2 vervolgd)

Literatuur
• J. Dubelaar, Tekst & Commentaar, Derde afdeling: Bewijs
• C. Gijselaar, J.W. de Keijser & M. Lochs, ‘Redelijke twijfel over (de motivering
van) het nieuwe bewijscriterium’
• C. Ganzeboom, ‘Redengevendheid: een nadere conceptualisering’.

Jurisprudentie
• HR 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:522, NJ 2016/249, m.nt. P.A.M. Mevis
(Informatie via Google, fvab?)
• HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1125, NJ 2018/344, m.nt. J.M. Reijntjes
(Google maps fvab)
• HR 24 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1414, NJ 2019/465, m.nt. J.M.
Reijntjes (Eigen waarneming)
• HR 17 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1169, NJ 2025/22 m.nt. J.M. Reijntjes
(AVR als zelfstandig bewijsmiddel)

Theorie week 1 boek p. 795 - 868

Het strafrechtelijk bewijsrecht regelt hoe in het strafproces wordt vastgesteld of de verdachte
het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. De rechter mag alleen tot een veroordeling komen
wanneer hij tot het oordeel komt dat het feit wettig en overtuigend bewezen is. Dit betekent
dat het bewijs afkomstig moet zijn uit wettelijk toegestane bewijsmiddelen én dat de rechter
persoonlijk overtuigd moet zijn van de schuld van de verdachte. Beide elementen moeten
aanwezig zijn om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Bij de bewijsvoering gelden verschillende uitgangspunten:

• Bewijs moet voortkomen uit het onderzoek ter terechtzitting.
• Alleen wettige bewijsmiddelen mogen worden gebruikt.
• De rechter moet op basis daarvan persoonlijk overtuigd zijn van de schuld van de
verdachte.

Niet alle feiten hoeven bewezen te worden. De rechter mag namelijk gebruik maken van
feiten of omstandigheden van algemene bekendheid. Dit zijn feiten die algemeen bekend
zijn of eenvoudig controleerbaar zijn. Omdat deze feiten voor iedereen kenbaar zijn, is
aanvullend bewijs niet nodig.

,Daarnaast kan de rechter gebruik maken van eigen waarnemingen tijdens de terechtzitting.
Wanneer bijvoorbeeld beelden worden getoond of bepaalde gedragingen van de verdachte
zichtbaar zijn tijdens de zitting, kan de rechter deze waarnemingen betrekken bij zijn oordeel.

Belangrijke bewijsmiddelen in het strafproces zijn:

• Verklaring van de verdachte
o De verdachte mag verklaren, maar heeft ook het recht om te zwijgen.
o Dit hangt samen met het beginsel dat niemand gedwongen mag worden mee te
werken aan zijn eigen veroordeling.
o Een bekentenis kan bewijs opleveren, maar is nooit voldoende als enig bewijs.
• Verklaring van getuigen
o Getuigen verklaren over feiten die zij zelf hebben waargenomen.
o De verdediging moet in beginsel de mogelijkheid hebben getuigen te
ondervragen, in verband met het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM).
• Testimonium de auditu (van horen zeggen)
o Een getuige verklaart wat hij van iemand anders heeft gehoord.
o Dit is in principe toegestaan, maar de rechter moet kritisch kijken naar de
betrouwbaarheid.
• Bijzondere getuigen
o In sommige gevallen kan de identiteit van een getuige beschermd worden,
bijvoorbeeld bij anonieme of bedreigde getuigen.
o Hiervoor gelden strikte regels, omdat de verdediging voldoende mogelijkheden
moet behouden om het bewijs te betwisten.

Een belangrijke regel binnen het bewijsrecht is de bewijsminimumregel:
• Eén getuigenverklaring is niet voldoende voor een bewezenverklaring.
• Dit wordt samengevat als “één getuige is geen getuige”.
• Er moet dus altijd steunbewijs zijn uit andere bewijsmiddelen.

Ook deskundigenverklaringen kunnen een rol spelen bij het bewijs:
• Deskundigen beschikken over specialistische kennis (bijvoorbeeld forensisch
onderzoek of medische expertise).
• Zij kunnen hun bevindingen mondeling toelichten of in een rapport vastleggen.
• De rechter is echter niet verplicht het oordeel van de deskundige te volgen.

Daarnaast kunnen schriftelijke stukken als bewijsmiddel worden gebruikt, zoals:
• Processen-verbaal van politie
• Rapporten of andere documenten

Processen-verbaal van opsporingsambtenaren hebben een bijzondere betekenis, omdat deze
onder ambtseed worden opgesteld.

Tot slot kan er sprake zijn van onrechtmatig verkregen bewijs, bijvoorbeeld wanneer bewijs
is verkregen in strijd met regels van het strafprocesrecht. In zulke situaties moet de rechter
beoordelen welke gevolgen aan deze schending moeten worden verbonden. In het
Nederlandse recht geldt geen automatisch bewijsverbod. De rechter maakt een afweging
waarbij onder andere wordt gekeken naar:

• De ernst van de schending

, • Het belang van de overtreden regel
• Het nadeel voor de verdachte

Dit wordt beoordeeld aan de hand van artikel 359a Sv.

Het strafrechtelijk bewijsrecht probeert daarmee een balans te vinden tussen twee belangen:
enerzijds het belang van waarheidsvinding en effectieve strafvervolging, en anderzijds de
bescherming van de rechten van de verdachte.

C. Gijselaar, J.W. de Keijser & M. Lochs, ‘Redelijke twijfel over (de motivering van) het
nieuwe bewijscriterium’

Het artikel bespreekt de invoering van een nieuw bewijscriterium in het Wetboek van
Strafvordering, waarin de huidige maatstaf van rechterlijke overtuiging wordt gecombineerd
met het criterium dat schuld “buiten redelijke twijfel” moet vaststaan. Waar het huidige
recht (art. 338 Sv) vereist dat de rechter op basis van wettige bewijsmiddelen overtuigd is van
de schuld van de verdachte, wil de wetgever met het nieuwe criterium meer nadruk leggen op
een ogenschijnlijk objectieve beoordeling van het bewijs. Tegelijkertijd blijft de rechterlijke
overtuiging bestaan, met name als grond voor vrijspraak

De auteurs zijn kritisch op deze dubbele benadering. Zij stellen dat het onderscheid tussen een
“objectief” criterium (buiten redelijke twijfel) en een “subjectief” criterium (overtuiging) in
werkelijkheid kunstmatig is. Ook de beoordeling of iets buiten redelijke twijfel is, bevat
namelijk onvermijdelijk subjectieve elementen. De bewijsbeslissing blijft uiteindelijk een
waarschijnlijkheidsoordeel, waarbij volledige zekerheid niet mogelijk is. Daarmee wordt
volgens de auteurs ten onrechte gesuggereerd dat het nieuwe criterium daadwerkelijk
objectiever zou zijn

Daarnaast leidt de combinatie van beide criteria tot praktische en juridische problemen. Zo
ontstaat de mogelijkheid dat een rechter oordeelt dat de schuld buiten redelijke twijfel
vaststaat, maar toch niet persoonlijk overtuigd is en daarom vrijspreekt. Hierdoor kunnen in
de praktijk twee soorten vrijspraken ontstaan: een vrijspraak wegens onvoldoende bewijs en
een vrijspraak wegens gebrek aan overtuiging. Dit wordt als onwenselijk gezien, onder andere
omdat het spanning oplevert met de onschuldpresumptie en verwarrend kan zijn voor
procesdeelnemers en de samenleving

Ook de motivering van rechterlijke beslissingen wordt ingewikkelder. Rechters moeten in
toenemende mate uitleggen waarom zij tot een vrijspraak komen, zeker wanneer er sterke
aanwijzingen tegen de verdachte bestaan of wanneer de officier van justitie een goed
onderbouwd standpunt heeft ingenomen. Tegelijkertijd is het lastig om subjectieve elementen,
zoals twijfel of intuïtie, overtuigend en transparant te verwoorden. Dit kan problemen
opleveren voor de begrijpelijkheid en controleerbaarheid van uitspraken, terwijl juist die
motivering essentieel is voor het vertrouwen in de rechtsstaat en het recht op een eerlijk
proces

De auteurs concluderen dat het nieuwe bewijscriterium weliswaar bedoeld is om de
bewijsbeslissing te verduidelijken en te objectiveren, maar in de praktijk juist kan leiden tot
onduidelijkheid, inconsistentie en interpretatieverschillen. Het dubbele criterium voegt
volgens hen weinig toe en kan zelfs nadelige gevolgen hebben voor de rechtspraktijk. Daarom

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
22 maart 2026
Aantal pagina's
86
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$17.36
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
fien1017v

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
fien1017v Universiteit van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
10
Lid sinds
7 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
1 maand geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen