Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Hoorcollege aantekeningen Successiewet voor Notariëlen (RGMFI01006)

Rating
-
Sold
-
Pages
72
Uploaded on
22-03-2026
Written in
2025/2026

Uitgebreide hoorcollege aantekeningen met uitgewerkte voorbeelden en oefenopdrachten!

Institution
Course

Content preview

HOORCOLLEGES SUCCESSIEWET
2026


Week 1a: inleiding, belastbaar feit en formele bepalingen
Inleiding
De Successiewet is de oudste fiscale wet in Nederland en regelt de erfbelasting en schenkbelasting. De
Successiewet is een verkrijgingsbelasting en een persoonlijke belasting. Dit betekent dat de belasting
wordt geheven bij degene die een erfenis of schenking ontvangt en dat wordt gekeken naar de waarde
van wat die persoon verkrijgt.

Binnen de Successiewet wordt onderscheid gemaakt tussen een verkrijgingsbelasting en een
boedelbelasting. Bij een verkrijgingsbelasting wordt iedere verkrijging afzonderlijk belast bij de
verkrijger. Bij een boedelbelasting zou juist de gehele nalatenschap als geheel worden belast voordat
deze onder de erfgenamen wordt verdeeld. De Successiewet werkt met een verkrijgingsbelasting.

De tariefstructuur kent twee vormen van progressie. Ten eerste stijgt het tarief naarmate de waarde van
de verkrijging hoger is. Ten tweede hangt het tarief af van de relatie tussen de verkrijger en de erflater
of schenker; hoe verder de verwantschap, hoe hoger het tarief.

De belangrijkste rechtsgronden voor de heffing zijn het draagkrachtbeginsel en het
buitenkansbeginsel. Het draagkrachtbeginsel houdt in dat iemand door een erfenis of schenking meer
financiële draagkracht krijgt. Het buitenkansbeginsel gaat ervan uit dat een erfenis of schenking een
onverwachte vermogensvermeerdering is waarover belasting mag worden geheven. Het
buitenkansbeginsel geeft dus aan dat je er dus niets voor hebt hoeven doen (geen inspanning), dus daar
mag je ook iets voor betalen.

Het belastbare feit
Het belastbare feit in de Successiewet staat in artikel 1 lid 1 SW. In dit artikel is bepaald dat twee
belastingen worden geheven: erfbelasting en schenkbelasting.

Erfbelasting wordt geheven over de waarde van alles wat krachtens erfrecht wordt verkregen door het
overlijden van iemand die op het moment van overlijden in Nederland woonde. Schenkbelasting wordt
geheven over de waarde van alles wat krachtens schenking wordt verkregen van iemand die op het
moment van de schenking in Nederland woonde.

Een boedelbelasting is dat er een nalatenschap is en vervolgens wordt over die gehele nalatenschap
een belasting geheven, dat wordt in mindering gebracht op de boedel en dan pas wordt het verdeeld.
Wordt niet gekeken naar de verkrijger, maar naar wat wordt overgedragen. In Nederland is inmiddels
gekozen voor de verkrijgingsbelasting, waarbij wél wordt gekeken naar de verkrijger; die moet de
belasting betalen.

Er zijn verschillende tarieven en vrijstellingen van toepassing, afhankelijk van de (bloed)verwantschap
en de huwelijkse staat. Wordt dus gekeken naar de band met de erflater of schenker. Hoe nauwer de
band, hoe voordeliger het is. Bij een kind is sprake van minder belasting. De tariefschijf is dan lager
dan wanneer je verder afstaat van degene waarvan je iets krijgt. Tegelijkertijd, hoe meer je krijgt, hoe
meer belasting. Er zijn twee schijven.

HR 6 september 2024: een biologische vader had een kind, maar heeft dat kind nooit erkend. Moeder
van het kind is getrouwd met een andere man die het kind wel heeft erkend. Dit kind heeft volgens de
wet twee ouders (moeder en man die kind heeft erkend), de biologische vader is juridisch gezien niets.
Er was wel een band tussen die twee, er was wel een ‘family life’. Band dusdanig dat de biologische
vader in testament had bepaald dat hij van hem zou erven. De belastingdienst zei dat civielrechtelijk
het niet zijn kind is, want voor de vader is noodzakelijk dat hij het kind erkend (bij niet huwelijk). Dit

,kind erfde van de biologische vader, maar werd belast als een vreemde. Werd in de hoge tarieven
belast en geen vrijstelling. Hoge Raad oordeelde dat dit discriminerend is. Bestaat dus een discrepantie
tussen het civiele recht en het fiscale recht. Gevolg is dat de wetgeving uiteindelijk is aangepast en
toegevoegd dat kinderen die niet in de familierechtelijke betrekking staat, maar wel biologisch kind
zijn, worden gelijkgesteld met kinderen die dat wel staan (art. 19 lid 1f SW). Dit is sinds 2026. Moet
blijken uit een DNA-test én het kind moet in testament staan, want wettelijk zal dit niet automatisch zo
zijn (geen officieel kind). Family life hoeft niet bewezen te worden.

Kennisgroep 206 2024 1: twee zussen die samenwoonde, en één van die zussen had een kind. De tante
overlijdt en zij heeft bepaald dat haar nichtje van haar ging erven. Civielrechtelijk is dit tante-nichtje,
dus fiscaal belast als een derde (hoger tarief) en niet als een kind. Standpunt van de KG heeft gezegd
dat dit klopt, maar als je kijkt naar het fiscaal partnerbegrip (art. 1a SW), dan staat er dat op moment
waarbij sprake is van fiscaal partnerschap waarbij één van de partners kinderen hebben, wordt dit voor
de ander gelijkgesteld als een eigen kind (art. 19 SW). Fiscaal is er weer een regeling opgenomen,
waardoor het kind toch wordt gezien als een kind van haar tante, waardoor dat nichtje aanspraak kan
maken op de vrijstelling van een kind en lager belast wordt.

Erfbelasting
Voor de erfbelasting is het belastbare feit het verkrijgen van vermogen krachtens erfrecht door het
overlijden van iemand. Dit kan op verschillende manieren plaatsvinden. Zo kan iemand een erfdeel
verkrijgen als erfgenaam, maar ook een legaat ontvangen op grond van een testament. Daarnaast kan
sprake zijn van een lastbevoordeling, waarbij iemand voordeel krijgt doordat aan een ander een
verplichting (een last) is opgelegd. Ook bepaalde vergunningen en aanspraken kunnen onder de
verkrijging krachtens erfrecht vallen. Verder kan een renteovereenkomst onder omstandigheden als
verkrijging worden aangemerkt op grond van artikel 1 lid 3 van de Successiewet.

Ten slotte kent de wet verschillende fictiebepalingen, opgenomen in de artikelen 6 tot en met 17a en
artikel 33 onder 12 SW, waardoor bepaalde situaties voor de erfbelasting worden behandeld alsof er
een verkrijging krachtens erfrecht heeft plaatsgevonden.

Die gelijkstellingen zoals hierboven genoemd zijn geen fictiebepalingen, maar eerder een uitbreiding
van bepaalde begrippen. De fictiebepalingen zijn civielrechtelijk geen schenking/erfrechtelijke
verkrijging, dus fiscaal ook niet, tenzij… Zijn eigenlijk artikelen om toch een mogelijkheid te vinden
om situatie te belasten.

Schenkbelasting
Belasting wordt geheven over de waarde van wat iemand verkrijgt krachtens een gift (art. 7:186 lid 2
BW). Ook van iemand die ten tijde van de gift in Nederland woonde. Ook voldoening van een
natuurlijke verbintenis ex art. 6:3 BW wordt als schenking aangemerkt (art. 1 lid 7 SW). Wanneer de
verkrijger voldoet aan de voorwaarden van art. 33 lid 12 SW, is deze verkrijging echter vrijgesteld.
Voor een schenking is nodig dat de een wordt verrijkt en de ander wordt verarmd. Op basis daarvan
redeneren of sprake is van een schenking. Civielrechtelijk geen sprake van schenking betekent fiscaal
niet belast.

Verwerping van een erfdeel valt niet onder een belastbaar feit. Een ander erfgenaam kan daardoor
meer ontvangen, maar het betreft een eenzijdige rechtshandeling. Het valt terug in de boedel. De
erfgenaam betaald over wat wordt ontvangen vervolgens gewoon erfbelasting. Het aangaan van een
huwelijk valt ook niet onder een belastbaar feit. Geen sprake van een volledige
vermogensverschuiving.

HR 16 februari 2024, ‘het breukdelen-arrest’: man en vrouw waren getrouwd en hadden het 50/50
verdeeld, en hebben in het zicht van het overlijden van de man huwelijkse voorwaarden opgesteld
waarin werd besloten dat alle schulden en bezittingen werden verdeeld. De man kreeg recht op 10% en
de vrouw op 90%. Vervolgens is de man komen te overlijden en kon de vrouw zeggen dat zij dus maar
10% als erfdeel krijgt en dat aangeeft als erfbelasting, omdat de rest al van haar is. Belastingdienst

, vond dit een fraudeleuze handeling en zei op basis van art. 11 lid 4 SW dat weliswaar 10% word
verkregen, maar dat 40% (verschil voorheen) door middel van die fictie ook wordt geheven, waardoor
alsnog 50% belast wordt. Belastingdienst gaf aan dat het aangaan van de huwelijkse voorwaarden al
een schenking was, maar dat in ieder geval met het oog op toekomstige overlijden wel sprake was van
belastingontduiking. Vrouw was het hier natuurlijk niet mee eens. De HR heeft hier gezegd dat er geen
sprake is van een schenking of een fraudeleuze handeling. Dat hij al ziek was betekent niet dat
vaststond dat de man eerder zou overlijden. Er mag slechts 10% belast worden. Kijk naar r.o. 4.2, 5.5
en 5.7.

Reactie op het breukdelen-arrest was dat heel veel mensen deze constructie gingen toepassen. De
wetgever wilde dit alsnog repareren en wilde daarom art. 11 lid 4 SW wijzigen, waardoor dit soort
breukdelen niet meer onbelast worden. Dus ook al spreek je in je huwelijkse voorwaarden zoiets af,
dan zegt het nieuwe artikel dat dit toch als fictiebepaling wordt meegenomen in de belasting. Je erft
wel wat op basis van die huwelijkse voorwaarden is vastgelegd, maar op basis van de fictie wordt dan
toch dat overige belast. De situaties die voor die besluitvorming en wetswijziging in stand zijn
gekomen moeten wel worden eerbiedigt.

Besluit 1 januari 2026: verandering in onderdeel 3, namelijk zo dat voor 2026 een verdeling niet werd
gezien als een schenking. Bevatte een bepaling over een huwelijk met ongelijke breukdelen, maar dit
is nu verwijderd omdat dit is ondervangen in art. 11 lid 4 SW.

Sprake van een belastbaar feit?
 Anna mag in huis van Bernard wonen zonder huur te betalen.  Nee, Bernard wordt niet
verarmd. Tenzij hij zelf de woning moet verlaten op basis van een huurovereenkomst en dan
geen huur ontvangt.
 Cornelis heeft een weddenschap verloren van Dirk en betaalt hem € 2.500.  Wedden mag
niet in Nederland, dus niet afdwingbaar. Sprake van een natuurlijke verbintenis, wat fiscaal
onder schenking valt.
 Eduard en Ferdinand wijzigen hun huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting in een
algehele gemeenschap van goederen.  Geen schenking, want geen voltooide
vermogensverschuiving.
 Buurman Gerard gunt zijn buurman Hendrik een stuk van zijn tuin voor een lagere prijs dan
de marktwaarde.  Dit is een gift, art. 7:186 lid 2 BW.
 Vader Isaak erkent aan zijn dochter Johanna € 6.000 schuldig, renteloos en opeisbaar bij zijn
overlijden.  Dit is een schenking op papier, art. 7:77 BW.

Ingezetene
De woonplaats van degene van wie wordt verkregen (erflater/schenker) is van belang. In art. 1 lid 1
SW staat dat erf- en schenkbelasting worden geheven wanneer iemand iets verkrijgt door het
overlijden van of een schenking door iemand die in Nederland woont. Onder Nederland moet worden
verstaan het deel van het Koninkrijk dat in Europa is gelegen, dus niet de BES eilanden (art. 2 lid 3c
en d AWR; art. 1 lid 1 SW).

Waar iemand woont, wordt bepaald aan de hand van de (feitelijke) omstandigheden van het geval,
zoals vastgelegd in artikel 4 AWR. Hierbij gaat het vooral om een ‘duurzame band van persoonlijke
aard’ hebben met Nederland. Deze band hoeft niet sterker te zijn dan met andere landen, hoeft dus niet
middelpunt te vormen.

Art. 2 en 3 SW bevatten woonplaatsficties. Art. 2 en art. 3 lid 1 SW bevatten woonplaatsficties met
een nationaliteitseis, terwijl art. 3 lid 2 SW een woonplaatsfictie bevat zonder nationaliteitseis. Dit
laatste geldt alleen voor de schenkbelasting.

De woonplaatsficties kunnen leiden tot dubbele belastingheffing. Om dit te voorkomen heeft
Nederland met een aantal landen verdragen gesloten.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 22, 2026
File latest updated on
March 23, 2026
Number of pages
72
Written in
2025/2026
Type
Class notes
Professor(s)
Dekker, i.s.
Contains
All classes

Subjects

$9.35
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
melissadeleo Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
119
Member since
8 year
Number of followers
63
Documents
18
Last sold
1 week ago

3.7

14 reviews

5
4
4
6
3
2
2
0
1
2

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions