PSYCHOPATHOLOGIE
Semester 2 – blok 4
COLLEGE 1 - HOOFDSTUK 1
ABNORMALE PSYCHOLOGIE: VERLEDEN EN TOEKOMST
Abnormale psychologie: wetenschappelijke studie van abnormaal gedrag met het doel om
te beschrijven, voorspellen, verklaren en veranderen van abnormale patronen van
functioneren
Gemeenschappelijke eigenschappen over definities heen:
De vier D’s (Nolen & Hoeksema):
Deviance (afwijkend)
Distress (verontrustend)
Dysfunction (disfunctionerend)
Danger (gevaarlijk)
Beïnvloed door
Normen
Cultuur
Context
Thomas Szasz: maatschappelijke invloeden invalideren het concept van mentale
stoornissen
elke definitie van abnormaliteit is mogelijks niet consistent toepasbaar
BEHANDELING
Een procedure met het doel tot het veranderen van abnormaal gedrag in meer normaal
gedrag
Essentiële aspecten van alle vormen van therapie:
Een patiënt
Een getrainde, sociaal geaccepteerde genezer of therapeut
Een reeks van therapeutische contacten tussen therapeut en cliënt
Ondanks verschillen tussen clinici vinden de meeste van hen dat een grote groep
mensen nood heeft aan een soort therapie
PREHISTORIE
Abnormaal gedrag = kwade geesten
Schedelboringen en exorcisme
GRIEKEN EN ROMEINEN
Hippocrates: ziektes hebben een natuurlijke oorsprong; de vier lichaamssappen
(humores)
rustig leven, dieet van groenten, gelijkmoedigheid, lichaamsbeweging, seksuele
onthouding, bloeding (bloedzuigers zuigen “kwade sappen” uit lichaam)
MIDDELEEUWEN
Katholieke kerk: mentale stoornissen hadden demonische oorzaken: massa hysterie;
gedeelde wanen en hallucinaties
uitdrijving, martelingen, geleidelijk aan ook hospitalisatie
,RENAISSANCE
Weyer: eerste gespecialiseerde arts in mentale gezondheid met geloof dat geest even
gevoelig was aan ziekte als lichaam
verzorging vaak in bedevaartsoorden en waren de voorlopers van
gezinsverpleging programma’s, verpleegtehuizen vanaf 16e eeuw
19E EEUW
Behandeling van mensen met mentale stoornissen begint te verbeteren
Pinel en Tuke: pleiten voor morele behandeling met humane en respectvolle technieken
morele behandelingen grotendeels gestopt in EU en VS begin 20 e eeuw
Rush en Dix: promoten morele behandelingen in de VS
beweging stortte langzaam in halverwege 19e eeuw; psychiatrische klinieken
liepen vol en gaven nog nauwelijks behandeling
BEGIN 20E EEUW
Somatogeen perspectief: abnormaal functioneren heeft fysieke oorzaken
2 factoren voor belang voor terugkeer van perspectief:
Kraepelin: fysieke factoren zijn de oorzaak van mentaal disfunctioneren
Nieuwe biologische ontdekkingen waarbij mentaal functioneren werd gelinkt aan
dingen zoals syfilis en algemene paralyse
Resultaten waren over het algemeen ontmoedigend tot wanneer effectieve medicatie
werd ontwikkeld
Psychogeen perspectief: abnormaal functioneren heeft psychische oorzaken
Toename in populariteit gebaseerd op werk met hypnose
Mesmer: hypnose voor hysterische stoornissen
Freud: psychoanalyse; poliklinische therapie
Psychoanalytische theorie en behandeling werden algemeen aanvaard
AFGELOPEN DECENNIA
Veranderingen in afgelopen 60 jaar:
Meer theorieën en behandelingsvormen
Meer onderzoek en informatie
Meer meningsverschillen over abnormaal functioneren
Biologisch
Psychologisch
Sociologisch
Humanistisch
Nieuwe psychoactieve medicatie ontdekt (antipsychotische drugs, antidepressiva,
anxiolytische medicatie)
minder opnames in klinieken en meer poliklinische behandelingen
MULTICULTURELE PSYCHOLOGIE
Een nieuw studiegebied dat ontwikkelde onder invloed van de groeiende diversiteit
Proberen te begrijpen hoe factoren zoals cultuur, etniciteit, gender, etc. invloed hebben
op gedragingen en gedachtes en hoe mensen met verschillende achtergronden
psychologisch verschillen
,TECHNOLOGIE EN MENTALE GEZONDHEID
De digitale wereld zorgt voor nieuwe triggers en platformen voor het uiten van
abnormaal gedrag
gebruik van online mentale-gezondheidsdiensten neemt heel snel toe
Mentale gezondheidsapps op de marktplaats nemen sterk toe
enorme hoeveelheid online (mis)informatie
KLINISCHE ONDERZOEKERS
Onderzoek is het systematisch zoeken naar feiten met behulp van observaties en studies
Klinisch onderzoekers: proberen universele wetten en principes te ontdekken
zoeken naar idiografisch begrijpen, doen over het algemeen geen diagnose of
behandeling van patiënten, maken gebruik van de wetenschappelijke methode
Maken gebruik van 3 methodes voor onderzoek:
1) Casus
Geeft een gedetailleerd beeld van een persoons leven en psychische
problemen; individuele informatie
Bron van nieuwe ideeën over gedrag
Kan tentatieve ondersteuning bieden van een theorie of assumpties
uitdagen
Introductie van nieuwe therapeutische technieken
Geeft gelegenheid om weinig voorkomende problemen te bestuderen
Beperkingen
Bias bij onderzoekers
Subjectieve evidentie: weinig interne validiteit
Zwakke basis voor generalisaties: weinig externe validiteit
2) Correlationele methoden
Correlatie: de mate waarin gebeurtenissen of karakteristieken variëren
met elkaar
Onderzoeksprocedure om de mate van samenhang tussen variabelen te
bepalen
Sample: mensen gekozen voor de studie; is idealiter representatief voor
de hele bevolking
Voor-/nadelen
Hoge externe validiteit en repliceerbaar
Beperkte interne validiteit
Geen causaliteit
3) Experimentele methoden
Experiment: de variabele van belang wordt gemanipuleerd en het effect
wordt gemeten op een andere variabele
Gemanipuleerde variabele = onafhankelijke variabele
Gemeten variabele = afhankelijke variabele
Confound: extra variabele die een invloed kan hebben op de afhankelijke
variabele
Beschermen tegen confounds: controle groep, random toewijzing,
gemaskeerd/blind design (bijv. placebo)
Quasi-experimentele designs: designs die suboptimaal zijn
, Gematchte designs: participanten worden niet random toegewezen aan
groepen maar getrokken in bestaande groepen
Natuurlijke experimenten: onafhankelijke variabele wordt
gemanipuleerd door de natuur, onderzoeker observeert slechts niet
makkelijk repliceerbaar
Analoge experimenten: onafhankelijke variabelen worden vrij
gemanipuleerd, terwijl ethische en praktische limitaties worden vermeden
Participanten worden gestuurd om zich te gedragen in manieren die lijken
op bepaalde situaties in het “echte level” (Stanford prison experiment)
Niet zeker dat lab precies overeenkomt met echte wereld, vaak dieren als
participanten
Single-subject experimenten: een enkele participant wordt
geobserveerd na manipulatie van de onafhankelijke variabele
Vaak beroep op baseline data als vergelijking
Hogere interne validiteit dan casus want onafhankelijke variabele wordt
gemanipuleerd
Longitudinale studies: dezelfde participanten worden over een langere
tijd meerdere keren geobserveerd, minder duidelijke conclusies over
causaliteit mogelijk
Epidemiologische studies: geven informatie over de incidentie of
prevalentie van een specifieke stoornis en een populatie
Incidentie: aantal nieuwe gevallen in een specifieke periode
Prevalentie: totaal aantal gevallen in een specifieke periode
BESCHERMING PARTICIPANTEN
= primaire verplichting voor onderzoekers: vermijd fysieke of psychologische schade voor
participanten
IRB/ethische commisies: beoordelen onderzoek of rechten en veiligheid van
participanten worden gewaarborgd.
Participanten doen vrijwillig mee
Informed consent
Participanten kunnen op elk moment stoppen met deelname
Voordelen groter dan kosten/risico’s
Participanten worden beschermd tegen fysieke of psychologische schade
Participanten hebben toegang tot informatie over studie
Privacy participanten wordt beschermd door principes zoals vertrouwelijkheid en
anonimiteit
COLLEGE 2 - HOOFDSTUK 2
MODELLEN VAN ABNORMALITEIT
Modellen/paradigma’s worden gebruikt om fenomenen en basisassumpties te verklaren,
als leidraad voor behandelmethoden en principes.
HET BIOLOGISCHE MODEL
Heeft een biologische basis en een medisch perspectief
Stoornissen zijn gevolg van disfunctioneren van delen van het organisme
problemen in hersen-anatomie en -chemie
Semester 2 – blok 4
COLLEGE 1 - HOOFDSTUK 1
ABNORMALE PSYCHOLOGIE: VERLEDEN EN TOEKOMST
Abnormale psychologie: wetenschappelijke studie van abnormaal gedrag met het doel om
te beschrijven, voorspellen, verklaren en veranderen van abnormale patronen van
functioneren
Gemeenschappelijke eigenschappen over definities heen:
De vier D’s (Nolen & Hoeksema):
Deviance (afwijkend)
Distress (verontrustend)
Dysfunction (disfunctionerend)
Danger (gevaarlijk)
Beïnvloed door
Normen
Cultuur
Context
Thomas Szasz: maatschappelijke invloeden invalideren het concept van mentale
stoornissen
elke definitie van abnormaliteit is mogelijks niet consistent toepasbaar
BEHANDELING
Een procedure met het doel tot het veranderen van abnormaal gedrag in meer normaal
gedrag
Essentiële aspecten van alle vormen van therapie:
Een patiënt
Een getrainde, sociaal geaccepteerde genezer of therapeut
Een reeks van therapeutische contacten tussen therapeut en cliënt
Ondanks verschillen tussen clinici vinden de meeste van hen dat een grote groep
mensen nood heeft aan een soort therapie
PREHISTORIE
Abnormaal gedrag = kwade geesten
Schedelboringen en exorcisme
GRIEKEN EN ROMEINEN
Hippocrates: ziektes hebben een natuurlijke oorsprong; de vier lichaamssappen
(humores)
rustig leven, dieet van groenten, gelijkmoedigheid, lichaamsbeweging, seksuele
onthouding, bloeding (bloedzuigers zuigen “kwade sappen” uit lichaam)
MIDDELEEUWEN
Katholieke kerk: mentale stoornissen hadden demonische oorzaken: massa hysterie;
gedeelde wanen en hallucinaties
uitdrijving, martelingen, geleidelijk aan ook hospitalisatie
,RENAISSANCE
Weyer: eerste gespecialiseerde arts in mentale gezondheid met geloof dat geest even
gevoelig was aan ziekte als lichaam
verzorging vaak in bedevaartsoorden en waren de voorlopers van
gezinsverpleging programma’s, verpleegtehuizen vanaf 16e eeuw
19E EEUW
Behandeling van mensen met mentale stoornissen begint te verbeteren
Pinel en Tuke: pleiten voor morele behandeling met humane en respectvolle technieken
morele behandelingen grotendeels gestopt in EU en VS begin 20 e eeuw
Rush en Dix: promoten morele behandelingen in de VS
beweging stortte langzaam in halverwege 19e eeuw; psychiatrische klinieken
liepen vol en gaven nog nauwelijks behandeling
BEGIN 20E EEUW
Somatogeen perspectief: abnormaal functioneren heeft fysieke oorzaken
2 factoren voor belang voor terugkeer van perspectief:
Kraepelin: fysieke factoren zijn de oorzaak van mentaal disfunctioneren
Nieuwe biologische ontdekkingen waarbij mentaal functioneren werd gelinkt aan
dingen zoals syfilis en algemene paralyse
Resultaten waren over het algemeen ontmoedigend tot wanneer effectieve medicatie
werd ontwikkeld
Psychogeen perspectief: abnormaal functioneren heeft psychische oorzaken
Toename in populariteit gebaseerd op werk met hypnose
Mesmer: hypnose voor hysterische stoornissen
Freud: psychoanalyse; poliklinische therapie
Psychoanalytische theorie en behandeling werden algemeen aanvaard
AFGELOPEN DECENNIA
Veranderingen in afgelopen 60 jaar:
Meer theorieën en behandelingsvormen
Meer onderzoek en informatie
Meer meningsverschillen over abnormaal functioneren
Biologisch
Psychologisch
Sociologisch
Humanistisch
Nieuwe psychoactieve medicatie ontdekt (antipsychotische drugs, antidepressiva,
anxiolytische medicatie)
minder opnames in klinieken en meer poliklinische behandelingen
MULTICULTURELE PSYCHOLOGIE
Een nieuw studiegebied dat ontwikkelde onder invloed van de groeiende diversiteit
Proberen te begrijpen hoe factoren zoals cultuur, etniciteit, gender, etc. invloed hebben
op gedragingen en gedachtes en hoe mensen met verschillende achtergronden
psychologisch verschillen
,TECHNOLOGIE EN MENTALE GEZONDHEID
De digitale wereld zorgt voor nieuwe triggers en platformen voor het uiten van
abnormaal gedrag
gebruik van online mentale-gezondheidsdiensten neemt heel snel toe
Mentale gezondheidsapps op de marktplaats nemen sterk toe
enorme hoeveelheid online (mis)informatie
KLINISCHE ONDERZOEKERS
Onderzoek is het systematisch zoeken naar feiten met behulp van observaties en studies
Klinisch onderzoekers: proberen universele wetten en principes te ontdekken
zoeken naar idiografisch begrijpen, doen over het algemeen geen diagnose of
behandeling van patiënten, maken gebruik van de wetenschappelijke methode
Maken gebruik van 3 methodes voor onderzoek:
1) Casus
Geeft een gedetailleerd beeld van een persoons leven en psychische
problemen; individuele informatie
Bron van nieuwe ideeën over gedrag
Kan tentatieve ondersteuning bieden van een theorie of assumpties
uitdagen
Introductie van nieuwe therapeutische technieken
Geeft gelegenheid om weinig voorkomende problemen te bestuderen
Beperkingen
Bias bij onderzoekers
Subjectieve evidentie: weinig interne validiteit
Zwakke basis voor generalisaties: weinig externe validiteit
2) Correlationele methoden
Correlatie: de mate waarin gebeurtenissen of karakteristieken variëren
met elkaar
Onderzoeksprocedure om de mate van samenhang tussen variabelen te
bepalen
Sample: mensen gekozen voor de studie; is idealiter representatief voor
de hele bevolking
Voor-/nadelen
Hoge externe validiteit en repliceerbaar
Beperkte interne validiteit
Geen causaliteit
3) Experimentele methoden
Experiment: de variabele van belang wordt gemanipuleerd en het effect
wordt gemeten op een andere variabele
Gemanipuleerde variabele = onafhankelijke variabele
Gemeten variabele = afhankelijke variabele
Confound: extra variabele die een invloed kan hebben op de afhankelijke
variabele
Beschermen tegen confounds: controle groep, random toewijzing,
gemaskeerd/blind design (bijv. placebo)
Quasi-experimentele designs: designs die suboptimaal zijn
, Gematchte designs: participanten worden niet random toegewezen aan
groepen maar getrokken in bestaande groepen
Natuurlijke experimenten: onafhankelijke variabele wordt
gemanipuleerd door de natuur, onderzoeker observeert slechts niet
makkelijk repliceerbaar
Analoge experimenten: onafhankelijke variabelen worden vrij
gemanipuleerd, terwijl ethische en praktische limitaties worden vermeden
Participanten worden gestuurd om zich te gedragen in manieren die lijken
op bepaalde situaties in het “echte level” (Stanford prison experiment)
Niet zeker dat lab precies overeenkomt met echte wereld, vaak dieren als
participanten
Single-subject experimenten: een enkele participant wordt
geobserveerd na manipulatie van de onafhankelijke variabele
Vaak beroep op baseline data als vergelijking
Hogere interne validiteit dan casus want onafhankelijke variabele wordt
gemanipuleerd
Longitudinale studies: dezelfde participanten worden over een langere
tijd meerdere keren geobserveerd, minder duidelijke conclusies over
causaliteit mogelijk
Epidemiologische studies: geven informatie over de incidentie of
prevalentie van een specifieke stoornis en een populatie
Incidentie: aantal nieuwe gevallen in een specifieke periode
Prevalentie: totaal aantal gevallen in een specifieke periode
BESCHERMING PARTICIPANTEN
= primaire verplichting voor onderzoekers: vermijd fysieke of psychologische schade voor
participanten
IRB/ethische commisies: beoordelen onderzoek of rechten en veiligheid van
participanten worden gewaarborgd.
Participanten doen vrijwillig mee
Informed consent
Participanten kunnen op elk moment stoppen met deelname
Voordelen groter dan kosten/risico’s
Participanten worden beschermd tegen fysieke of psychologische schade
Participanten hebben toegang tot informatie over studie
Privacy participanten wordt beschermd door principes zoals vertrouwelijkheid en
anonimiteit
COLLEGE 2 - HOOFDSTUK 2
MODELLEN VAN ABNORMALITEIT
Modellen/paradigma’s worden gebruikt om fenomenen en basisassumpties te verklaren,
als leidraad voor behandelmethoden en principes.
HET BIOLOGISCHE MODEL
Heeft een biologische basis en een medisch perspectief
Stoornissen zijn gevolg van disfunctioneren van delen van het organisme
problemen in hersen-anatomie en -chemie