Arresten Inleiding Strafrecht
Onbehoorlijk gedrag:
Delict en verweer verdachte: De verdachte heeft haar voeten op een stoel in de trein gelegd en
daarna de spoorwegpolitie uitgescholden. De verdachte verweert zich door te zeggen dat niet
duidelijk in de wet staat dat voeten op een stoel in de trein niet mag, omdat niet duidelijk is wat
‘onbehoorlijk gedrag’ is.
Oordeel HR: Het is soms nodig om onduidelijke termen in de wet te gebruiken. Op basis van wat
gebruikelijk is (algemene waarden en normen) kan worden afgeleid of iets onder onbehoorlijk gedrag
valt.
Het legaliteitsbeginsel in Straatsburgs perspectief
In het Verenigd Koninkrijk werd een man veroordeeld wegens poging tot verkrachting van zijn
echtgenote. Art. 7 EVRM → er moet effectieve bescherming geboden worden tegen het willekeurig
vervolgen, veroordelen en bestraffen. Het vernederende karakter van verkrachting is dermate
evident dat veroordeling van en man wegens poging tot verkrachting van zijn echtgenote niet in
strijd is met doel en strekking van art. 7. Het loslaten van de immuniteit van de echtgenoot komt
overeen met een geciviliseerd beeld van het huwelijk en de fundamentele doelstellingen van het
verdrag, namelijk het respect voor de menselijke waardigheid en vrijheid.
Tongzoen I
De verdachte werd veroordeeld wegens verkrachting. Het inbrengen van de tong in de mond werd
door het hof en de HR gezien als het seksueel binnendringen van het lichaam.
Tongzoen II
De HR ziet een tongzoen niet meer als verkrachting, omdat een tongzoen niet overeenkomt met het
beeld van de mensen van een verkrachting.
Samenscholingsverbod
Het in art. 8 lid 1 (oud) APV Tilburg 1997 neergelegde samenscholingsverbod is niet onverbindend;
deze bepaling is niet in strijd met het recht op ‘liberty of movement’ cfm. art. 12 IVBPR en art. 2,
Vierde Protocol EVRM en niet in strijd met het bepaaldheidsgebod ex art. 16 Gw en art. 1 lid 1 Sr.
Vier schepen:
Buiten de haven mogen nooit meer dan 3 schepen naast elkaar liggen. Volgens het middel had in de
dagvaarding gesteld moeten zijn dat het schip: minstens het vierde schip vanaf de wal was. De eeste
3 schepen waren niet strafbaar, totdat de 4e erbij kwam. Alleen het vierde schip begaat dus een
strafbaar feit.
Drie fietsers:
Volgens art. 24 WVW is het niet toegestaan om met meer dan 2 personen naast elkaar te rijden als
wielrijder. De hierbedoelde gedraging levert voor alle drie de wielrijders een strafbaar feit op.
Vrijspraak of ontslag:
https://navigator.kluwer.nl/scion/secure/ctx_3269600/index.jsp?cpid=WKNL-LTR-
Navigator#page[11]
Bijlmer doodslag: Iemand had een ander, die zich met hem in een auto bevond, met kracht tegen het
hoofd geslagen, vervolgens uit de auto gesleurd, geschopt, de kleren van het lijf gescheurd en hem,
terwijl hij onder invloed van alcohol was, naakt achtergelaten in een nacht met vriesweer en ijzige
wind. Hoewel het slachtoffer een hartafwijking had, oordeelde het Hof dat uit dit totaal van feiten en
omstandigheden mocht worden afgeleid dat de dader zich bewust moet zijn geweest dat er een
grote kans bestond dat het slachtoffer zichzelf niet tijdig in veiligheid kon stellen (het stond vast dat
Onbehoorlijk gedrag:
Delict en verweer verdachte: De verdachte heeft haar voeten op een stoel in de trein gelegd en
daarna de spoorwegpolitie uitgescholden. De verdachte verweert zich door te zeggen dat niet
duidelijk in de wet staat dat voeten op een stoel in de trein niet mag, omdat niet duidelijk is wat
‘onbehoorlijk gedrag’ is.
Oordeel HR: Het is soms nodig om onduidelijke termen in de wet te gebruiken. Op basis van wat
gebruikelijk is (algemene waarden en normen) kan worden afgeleid of iets onder onbehoorlijk gedrag
valt.
Het legaliteitsbeginsel in Straatsburgs perspectief
In het Verenigd Koninkrijk werd een man veroordeeld wegens poging tot verkrachting van zijn
echtgenote. Art. 7 EVRM → er moet effectieve bescherming geboden worden tegen het willekeurig
vervolgen, veroordelen en bestraffen. Het vernederende karakter van verkrachting is dermate
evident dat veroordeling van en man wegens poging tot verkrachting van zijn echtgenote niet in
strijd is met doel en strekking van art. 7. Het loslaten van de immuniteit van de echtgenoot komt
overeen met een geciviliseerd beeld van het huwelijk en de fundamentele doelstellingen van het
verdrag, namelijk het respect voor de menselijke waardigheid en vrijheid.
Tongzoen I
De verdachte werd veroordeeld wegens verkrachting. Het inbrengen van de tong in de mond werd
door het hof en de HR gezien als het seksueel binnendringen van het lichaam.
Tongzoen II
De HR ziet een tongzoen niet meer als verkrachting, omdat een tongzoen niet overeenkomt met het
beeld van de mensen van een verkrachting.
Samenscholingsverbod
Het in art. 8 lid 1 (oud) APV Tilburg 1997 neergelegde samenscholingsverbod is niet onverbindend;
deze bepaling is niet in strijd met het recht op ‘liberty of movement’ cfm. art. 12 IVBPR en art. 2,
Vierde Protocol EVRM en niet in strijd met het bepaaldheidsgebod ex art. 16 Gw en art. 1 lid 1 Sr.
Vier schepen:
Buiten de haven mogen nooit meer dan 3 schepen naast elkaar liggen. Volgens het middel had in de
dagvaarding gesteld moeten zijn dat het schip: minstens het vierde schip vanaf de wal was. De eeste
3 schepen waren niet strafbaar, totdat de 4e erbij kwam. Alleen het vierde schip begaat dus een
strafbaar feit.
Drie fietsers:
Volgens art. 24 WVW is het niet toegestaan om met meer dan 2 personen naast elkaar te rijden als
wielrijder. De hierbedoelde gedraging levert voor alle drie de wielrijders een strafbaar feit op.
Vrijspraak of ontslag:
https://navigator.kluwer.nl/scion/secure/ctx_3269600/index.jsp?cpid=WKNL-LTR-
Navigator#page[11]
Bijlmer doodslag: Iemand had een ander, die zich met hem in een auto bevond, met kracht tegen het
hoofd geslagen, vervolgens uit de auto gesleurd, geschopt, de kleren van het lijf gescheurd en hem,
terwijl hij onder invloed van alcohol was, naakt achtergelaten in een nacht met vriesweer en ijzige
wind. Hoewel het slachtoffer een hartafwijking had, oordeelde het Hof dat uit dit totaal van feiten en
omstandigheden mocht worden afgeleid dat de dader zich bewust moet zijn geweest dat er een
grote kans bestond dat het slachtoffer zichzelf niet tijdig in veiligheid kon stellen (het stond vast dat