Law & Society in Transition — Nonet en Selznich
Na de WOII speelden er veel sociale problemen. Nonet en Selznick laten zien hoe recht een maatschappij
beter op elkaar afgestemd kan worden. Responsive law was hun oplossing voor de crisis.
- Ze vinden dat jurisprudentie altijd al invloed had op de samenleving, maar dat dit onbewust ging.
Hun doel is dit bewust en systematisch te maken.
Drie verschijningsvormen van recht
Elk rechtssysteem heeft variabelen die verbonden zijn met elkaar en bepalen hoe het rechtssysteem werkt:
Met deze variabelen worden drie soorten verschijningsvormen van het recht onderscheiden.
1. Repressief recht: Recht wordt gebruikt als instrument om orde en gehoorzaamheid te handhaven.
2. Autonoom recht: eerlijke procedures (klassieke rechtsstaat met strikte regels): Filosofen: Kelsen,
Hart, Fuller (positivisten)
3. Responsief recht: recht als maatschappelijke probleemoplosser: Filosofen: Roscoe Pound en
rechtsrealisten
Voorbeeld: Dwang en regels
- Repressief: veel dwang – vage regels voor burgers, geen regels voor machthebbers
- Autonoom: beperkte dwang – strikte regels voor iedereen
- Responsief: weinig dwang – flexible regels die aangepast kunnen worden
Let op: geen land is 100% één type, het gaat juist om dominante kenmerken.
Responsief recht
Het gaat niet alleen over procedures, maar er wordt ook gekeken of het effectief problemen oplost. Het
gaat erom dat recht niet alleen eerlijk lijkt (procedurele rechtvaardigheid), maar ook echt eerlijk is
(substantiële rechtvaardigheid).
Waarom?
Vanuit de sociologie en rechtsrealisme kwam kritiek dat we meer moesten begrijpen hoe wetten in de
praktijk. Dit vraagt om een instrumentele visie op recht: recht als gereedschap om maatschappelijke
doelen te bereiken.
Bezwaren op instrumentele visie:
1. Verlies van respect voor procedure: Als er alleen gekeken wordt naar de resultaten dan kan dat
ervoor zorgen dat mensen regels negeren.
2. Verschil tussen recht en politiek verdwijnt: Als rechter sociaal wenselijk resultaten nastreven,
kan recht te veel op politiek gaan lijken.
Balans tussen openheid en integriteit
1. Openheid: reageren op wat er gebeurd en is dus flexibel, maar soms te bezig met de
omstandigheden
2. Integriteit: trouw blijven aan principes wat het betrouwbaar maakt, maar ook blind voor
veranderingen.
, In de praktijk zoek responsief recht een middenweg:
- Het blijft trouw aan procedures om orde en integriteit te bewaken.
- Tegelijkertijd houdt het oog voor maatschappelijke veranderingen en kritiek
Kritiek wordt niet genegeerd, maar gebruikt als een kans om het recht te verbeteren. Het is daarom
belangrijk dat instanties een duidelijk, algemeen doel hebben. Zonder doel kan een systeem te flexibel
worden (opportunisme) of juist te stijf (geen verandering mogelijk).
Ezelsbruggetje: RESPONSIEF = REAGEREN op maatschappij maar met RICHTING (doel)
Vier redenen voor meer responsiviteit
1. Doel wordt belangrijker: het waarom wordt belangrijker dan het wat
2. Minder focus op regels, meer op rechtvaardigheid: wat is rechtvaardig in de huidige
samenleving
3. Flexibel recht kan politiek worden: flexibel recht kan zich beter aanpassen en verbeteren, maar
het kan ook te veel op politiek gaan lijken en daardoor integriteit verliezen.
4. Rechters moeten slimmer en vaardiger worden: rechters moeten niet alleen kennis hebben van
het recht, maar ook economie, psychologie etc.
Empathisch bestuursrecht – Koenraad
Empatisch bestuursrecht betekent dat bestuursrecht meer oog moet hebben voor persoonlijke
omstandigheden van burgers. Bv. toeslagenaffaire liet zien dat gebrek aan empathie de relatie tussen
burgers en overheid kapot maakte.
1 | De rol van de wetgever
Meer ruimte geven voor maatwerk in wetten, zoals flexibele regels (discretionaire bevoegdheid) en
uitzonderingen, zodat er meer ruimte is voor aanpassen op persoonlijke situatie.
- Wetgevers moeten geloven dat ambtenaren en rechter deze ruimte goed gebruiken om mensen
eerlijk te behandelen.
2 | De rol van het bestuur (ambtenaren)
1. Besluiten op aanvraag: beslissingen waar de burger zelf om vraagt, zoals uitkering. Bestuur
moet:
- Goed luisteren naar burger en verzoek zo breed mogelijk bekijken
- Dienstbaarheidsbeginsel volgen: burgers helpen, niet tegenwerken.
2. Ambtshalve besluiten: beslissingen die het bestuur neemt, zoals boete geven. Bestuur moet:
- Rekening houden met persoonlijke omstandigheden, zoals financiële situatie.
- Evenredigheidsbeginsel volgen: straf/maatregel moet eerlijk en niet te zwaar zijn.
3. Besluiten op bezwaar: als de burger het niet eens is, kan hij bezwaar maken. Bestuur moet:
- Klacht serieus nemen en opstaan voor mogelijkheid dat het besluit fout was.
- Verdedigingsbeginsel volgen: burger moet gehoord worden en uitleg kunnen geven.
Overige beginsel voor het bestuur:
- Motiveringsbeginsel: besluiten goed uitleggen zodat burgers snappen waarom het besluit is
genomen.