WEEK 1
Verschillende rechtsvormen van de
onderneming, handelsregister
Een rechtspersoon 2:3 JO 2:5 BW met rechten en plichten (NV, BV, Stichting, Vereniging, Cooperatie,
OWM) hebben rechtspersoonlijkheid en wordt vertegenwoordigd door:
- Het bestuur volgens
I. Vereniging 2:45
II. NV 2:130
III. BV 2:240
IV. Stichting 2:292
V. Coöperatie 2:53a
Een rechtspersoon staat met de natuurlijke persoon gelijk conform 2:5 BW. Het heeft
rechtssubjectiviteit, het heeft een gesloten systeem, het volgt namelijk uit de wet, dwingend recht.
Rechtspersoon: Organen
(1)NV en BV
- Bestuur (art. 2:129 e.v./2:239 e.v. BW)
- Algemene vergadering (art. 2:107 e.v./2:217 e.v. BW)
- Soms: raad van commissarissen (verplicht bij ‘grote’ NV en BV: art. 2:152 e.v./262 e.v. BW:
structuurregeling)
(2) Vereniging, coöperatie, OWM
- Bestuur (m.n. art. 2:44, 45 BW)
- Algemene vergadering (art. 2:38 e.v. BW)
- Soms: ‘kascommissie’ (2:48 BW)
- Soms: raad van commissarissen (verplicht bij ‘grote’ coöperatie/OWM, art. 2:63a e.v. BW)
(3) Stichting:
- Bestuur (2:291 e.v. BW)
- Soms: raad van commissarissen (raad van toezicht)
Rechtspersoon: Aansprakelijkheid
- Personenvennootschap: maten/vennoten voor gelijke delen/hoofdelijk aansprakelijk voor
verbintenissen vennootschap
- Kapitaalvennootschap: exclusieve aansprakelijkheid rechtspersoon,
bestuurders/aandeelhouders in principe niet aansprakelijk
I. Artikel 2:64 BW (NV) en artikel 2:175 BW (BV);
Rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid
1. Eenmanszaak
, 2. Personenvennootschappen, contractuele vennootschappen, deze hebben bepalingen van
regels recht, hiervan kan in het contract worden afgeweken
- Boek 7A: maatschap, VOF, CV
Rechtspersonen
Het belangrijkste idee is dat de aansprakelijkheid van bestuurders en aandeelhouders, als natuurlijke
personen, beperkt is. Zij zijn dus in beginsel niet aansprakelijk voor schulden van de vennootschap. In
beginsel is de rechtspersoon aansprakelijk voor schulden, niet de natuurlijke persoon.
Het Handelsregister is het basisregister voor ondernemingen en bedrijven
- Art 2 HrgW bevat het doel van het Handelsregister: rechtszekerheid bevorderen van het
economische verkeer
- Art 2:6 BW JO Art 2 sub c HrgW benoemt de inschrijfplicht voor ondernemingen (art 5 lid 1
sub a hrgW) en rechtspersonen (art 6 lid 1 JO art 7 HrgW)
I. Een informele stichting heeft de keuze tot inschrijving volgens art 6 lid 1 HrgW JO
2:30 lid 3 BW
- Art 47 HrgW: wanneer er niet is voldaan aan de inschrijfplicht zien we een economisch
delict. Inschrijving is geen vereiste voor de oprichting maar er zijn wel zware sancties
gekoppeld als het niet gebeurt.
- Art 25 HrgW: benoemt het belang van inschrijving voor derden of van degene die geldig
heeft ingeschreven. 2 arresten zijn hier van belang:
1. HR Cafe ‘t Brouwertje: het handelsregister dient het belang van het geordend
handelsverkeer. Een wederpartij moet niet voorafgaand aan iedere transactie het
register raadplegen. De derdenbescherming van art 25 HrgW heeft een ruime
werking. De inschrijfplichtige kan aan een onkundige derde de onjuistheid of
onvolledigheid van het handelsregister niet tegenwerpen, ongeacht of die derde wel
op vertrouwen op die inschrijving heeft gehandeld of pas later het register heeft
geraadpleegd. De derde heeft GEEN onderzoeksplicht. Het risico van onjuistheid of
onvolledigheid ligt bij de inschrijfplichtige. De inschrijfplichtige wordt enkel
beschermd bij een juiste of volledige inschrijving.
De rechtszekerheid van het Handelsregister valt uiteen in twee elementen
1. 25 HrgW → Bescherming van rechtspositie van derden
2. 2:69/2:180 lid 2 BW → Bescherming van de ingeschrevenen (voor NV/BV)
,WEEK 2
Oprichting, inbreng, vermogen en kapitaal
Oprichting van de NV/BV
1. Oprichtingshandeling: 2:64/2:175 lid 2 BW, door een rechtshandeling
- Bij notariële akte, dit is een formeel vereiste
2. Deelname in kapitaal: 2:67/2:178 lid 2 BW
3. Notariële akte van oprichting 2:65/2:176 BW - 2:67c/2:178c BW + 2:66/2:177 BW
I. Statuten
II. Oprichtingshandeling
III. Aanvullende informatie
IV. Geplaatst en gestort kapitaal
Art 2:93/2:203 BW: Handelen uit naam van de NV/BV voordat deze is opgericht is toegestaan, dit
wordt preconstitutief handelen genoemd.
Oprichting gebreken
Indien de NV/BV een oprichtingsgebrek bevat, bestaat deze wel maar is deze voor ontbinding vatbaar
1. De statuten moeten in overeenstemming zijn met de wet
2. De statuten bevatten de naam, het doel, de zetel van de vennootschap
3. De akte wordt verleden in het Nederlands
4. Het bij oprichting te storten minimumkapitaal voor een NV van 45.000, zo niet dan is de
bestuurder, naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk volgens 2:69 lid 2 sub b BW.
Oprichting van een vereniging
Een vereniging mag geen winst uitkeren aan haar leden 2:26 lid 3 BW, mocht dit wel gebeuren dan
kan er een ontbinding van de vereniging dreigen 2:21 lid 3 BW. Een winstuitkeringsverbod betekent
echter niet dat de vereniging geen winst mag maken. De winst moet worden gebruikt ten behoeve
van het doel dat de vereniging nastreeft.
- Bestuurders en werknemers mogen wel salaris ontvangen
- Geen winstuitkering aan de algemene ledenvergadering
Een vereniging heeft geen in aandelen verdeeld kapitaal maar komt aan geld door contributie door
leden, overheidssubsidies, sponsorgelden en reservering van behaalde winsten.
Er zijn twee soorten verenigingen
1. Informele vereniging
I. Niet opgericht bij notariële akte maar enkel bij een meerzijdige rechtshandeling 2:28
lid 1 BW
II. Vormvrij
III. Vereniging heeft beperkte rechtsbevoegdheid
, IV.Bestuurders zijn hier naast de vereniging wel persoonlijk/hoofdelijk aansprakelijk
(2:30 lid 2 BW). Inschrijving in het handelsregister levert het voordeel op dat de
bestuurders niet hoofdelijk aansprakelijk zijn, maar slechts subsidiair aansprakelijk
(2:30 lid 4 BW)
2. Formele vereniging
I. Meerzijdige rechtshandeling 2:26 lid 2 BW
II. Bij notariële akte die de statuten bevatten 2:27 BW
III. 2:29 lid 2 BW: Het inschrijven van een vereniging in het handelsregister is geen
constitutief vereiste maar indien dit niet gedaan wordt dan volgt de sanctie dat
bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn.
IV. Er is hier volledige rechtsbevoegdheid
Oprichting coöperatie
Dit is een als coöperatie opgerichte vereniging, uit de schakelbepaling van art 2:53a volgt dat veel
artikelen van de vereniging ook van toepassing zijn op de cooperatie, maar een coöperatie is GEEN
vereniging.
- Een coöperatie mag wel winst verdelen onder haar leden
- GEEN winstuitkeringsverbod dat volgt uit art 2:26 lid 3 BW
- Doel: Ten doel stellen in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens
overeenkomsten met die leden 2:53 lid 1 BW. Deze overeenkomsten mogen ook met niet
leden worden gesloten, mits de statuten dit toestaan 2:53 lid 3 BW
Eisen
1. Meerzijdige rechtshandeling bij notariële akte
2. De notariële akte moet de statuten bevatten op grond van 2:53a JO 2:27 BW
3. De statuten moeten het volgende bevatten op grond van 2:27 lid 4 BW
4. Inschrijving in het handelsregister 2:29 lid 1 en lid 2 Jo 2:53a. Het inschrijven van een
coöperatie in het handelsregister is geen constitutief vereiste maar indien dit niet gedaan
wordt dan volgt de sanctie dat bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn.
Oprichting stichting
Dit is een door een rechtshandeling in het leven geroepen rechtspersoon, kent geen leden en het is
een samenwerkingsverband van mensen die een maatschappelijk doel willen realiseren.
- De stichting kent ook een winstuitkeringsverbod, dit betekent echter niet dat de stichting
geen winst mag maken, winst maken mag en ook mogen uitkeringen worden gedaan met
een ideële of sociale strekking 2:285 lid 3 BW.
- Bestuurders en werknemers mogen salaris ontvangen
Eisen
1. Een stichting kan niet alleen bij notariële akte worden opgericht maar ook bij uiterste
wilsbeschikking (testament) gemaakt bij notariële akte
2. De notariële akte moet de statuten bevatten op grond van 2:286 lid 3 BW
3. De statuten moeten het volgende bevatten op grond van 2:286 lid 4 BW
Verschillende rechtsvormen van de
onderneming, handelsregister
Een rechtspersoon 2:3 JO 2:5 BW met rechten en plichten (NV, BV, Stichting, Vereniging, Cooperatie,
OWM) hebben rechtspersoonlijkheid en wordt vertegenwoordigd door:
- Het bestuur volgens
I. Vereniging 2:45
II. NV 2:130
III. BV 2:240
IV. Stichting 2:292
V. Coöperatie 2:53a
Een rechtspersoon staat met de natuurlijke persoon gelijk conform 2:5 BW. Het heeft
rechtssubjectiviteit, het heeft een gesloten systeem, het volgt namelijk uit de wet, dwingend recht.
Rechtspersoon: Organen
(1)NV en BV
- Bestuur (art. 2:129 e.v./2:239 e.v. BW)
- Algemene vergadering (art. 2:107 e.v./2:217 e.v. BW)
- Soms: raad van commissarissen (verplicht bij ‘grote’ NV en BV: art. 2:152 e.v./262 e.v. BW:
structuurregeling)
(2) Vereniging, coöperatie, OWM
- Bestuur (m.n. art. 2:44, 45 BW)
- Algemene vergadering (art. 2:38 e.v. BW)
- Soms: ‘kascommissie’ (2:48 BW)
- Soms: raad van commissarissen (verplicht bij ‘grote’ coöperatie/OWM, art. 2:63a e.v. BW)
(3) Stichting:
- Bestuur (2:291 e.v. BW)
- Soms: raad van commissarissen (raad van toezicht)
Rechtspersoon: Aansprakelijkheid
- Personenvennootschap: maten/vennoten voor gelijke delen/hoofdelijk aansprakelijk voor
verbintenissen vennootschap
- Kapitaalvennootschap: exclusieve aansprakelijkheid rechtspersoon,
bestuurders/aandeelhouders in principe niet aansprakelijk
I. Artikel 2:64 BW (NV) en artikel 2:175 BW (BV);
Rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid
1. Eenmanszaak
, 2. Personenvennootschappen, contractuele vennootschappen, deze hebben bepalingen van
regels recht, hiervan kan in het contract worden afgeweken
- Boek 7A: maatschap, VOF, CV
Rechtspersonen
Het belangrijkste idee is dat de aansprakelijkheid van bestuurders en aandeelhouders, als natuurlijke
personen, beperkt is. Zij zijn dus in beginsel niet aansprakelijk voor schulden van de vennootschap. In
beginsel is de rechtspersoon aansprakelijk voor schulden, niet de natuurlijke persoon.
Het Handelsregister is het basisregister voor ondernemingen en bedrijven
- Art 2 HrgW bevat het doel van het Handelsregister: rechtszekerheid bevorderen van het
economische verkeer
- Art 2:6 BW JO Art 2 sub c HrgW benoemt de inschrijfplicht voor ondernemingen (art 5 lid 1
sub a hrgW) en rechtspersonen (art 6 lid 1 JO art 7 HrgW)
I. Een informele stichting heeft de keuze tot inschrijving volgens art 6 lid 1 HrgW JO
2:30 lid 3 BW
- Art 47 HrgW: wanneer er niet is voldaan aan de inschrijfplicht zien we een economisch
delict. Inschrijving is geen vereiste voor de oprichting maar er zijn wel zware sancties
gekoppeld als het niet gebeurt.
- Art 25 HrgW: benoemt het belang van inschrijving voor derden of van degene die geldig
heeft ingeschreven. 2 arresten zijn hier van belang:
1. HR Cafe ‘t Brouwertje: het handelsregister dient het belang van het geordend
handelsverkeer. Een wederpartij moet niet voorafgaand aan iedere transactie het
register raadplegen. De derdenbescherming van art 25 HrgW heeft een ruime
werking. De inschrijfplichtige kan aan een onkundige derde de onjuistheid of
onvolledigheid van het handelsregister niet tegenwerpen, ongeacht of die derde wel
op vertrouwen op die inschrijving heeft gehandeld of pas later het register heeft
geraadpleegd. De derde heeft GEEN onderzoeksplicht. Het risico van onjuistheid of
onvolledigheid ligt bij de inschrijfplichtige. De inschrijfplichtige wordt enkel
beschermd bij een juiste of volledige inschrijving.
De rechtszekerheid van het Handelsregister valt uiteen in twee elementen
1. 25 HrgW → Bescherming van rechtspositie van derden
2. 2:69/2:180 lid 2 BW → Bescherming van de ingeschrevenen (voor NV/BV)
,WEEK 2
Oprichting, inbreng, vermogen en kapitaal
Oprichting van de NV/BV
1. Oprichtingshandeling: 2:64/2:175 lid 2 BW, door een rechtshandeling
- Bij notariële akte, dit is een formeel vereiste
2. Deelname in kapitaal: 2:67/2:178 lid 2 BW
3. Notariële akte van oprichting 2:65/2:176 BW - 2:67c/2:178c BW + 2:66/2:177 BW
I. Statuten
II. Oprichtingshandeling
III. Aanvullende informatie
IV. Geplaatst en gestort kapitaal
Art 2:93/2:203 BW: Handelen uit naam van de NV/BV voordat deze is opgericht is toegestaan, dit
wordt preconstitutief handelen genoemd.
Oprichting gebreken
Indien de NV/BV een oprichtingsgebrek bevat, bestaat deze wel maar is deze voor ontbinding vatbaar
1. De statuten moeten in overeenstemming zijn met de wet
2. De statuten bevatten de naam, het doel, de zetel van de vennootschap
3. De akte wordt verleden in het Nederlands
4. Het bij oprichting te storten minimumkapitaal voor een NV van 45.000, zo niet dan is de
bestuurder, naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk volgens 2:69 lid 2 sub b BW.
Oprichting van een vereniging
Een vereniging mag geen winst uitkeren aan haar leden 2:26 lid 3 BW, mocht dit wel gebeuren dan
kan er een ontbinding van de vereniging dreigen 2:21 lid 3 BW. Een winstuitkeringsverbod betekent
echter niet dat de vereniging geen winst mag maken. De winst moet worden gebruikt ten behoeve
van het doel dat de vereniging nastreeft.
- Bestuurders en werknemers mogen wel salaris ontvangen
- Geen winstuitkering aan de algemene ledenvergadering
Een vereniging heeft geen in aandelen verdeeld kapitaal maar komt aan geld door contributie door
leden, overheidssubsidies, sponsorgelden en reservering van behaalde winsten.
Er zijn twee soorten verenigingen
1. Informele vereniging
I. Niet opgericht bij notariële akte maar enkel bij een meerzijdige rechtshandeling 2:28
lid 1 BW
II. Vormvrij
III. Vereniging heeft beperkte rechtsbevoegdheid
, IV.Bestuurders zijn hier naast de vereniging wel persoonlijk/hoofdelijk aansprakelijk
(2:30 lid 2 BW). Inschrijving in het handelsregister levert het voordeel op dat de
bestuurders niet hoofdelijk aansprakelijk zijn, maar slechts subsidiair aansprakelijk
(2:30 lid 4 BW)
2. Formele vereniging
I. Meerzijdige rechtshandeling 2:26 lid 2 BW
II. Bij notariële akte die de statuten bevatten 2:27 BW
III. 2:29 lid 2 BW: Het inschrijven van een vereniging in het handelsregister is geen
constitutief vereiste maar indien dit niet gedaan wordt dan volgt de sanctie dat
bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn.
IV. Er is hier volledige rechtsbevoegdheid
Oprichting coöperatie
Dit is een als coöperatie opgerichte vereniging, uit de schakelbepaling van art 2:53a volgt dat veel
artikelen van de vereniging ook van toepassing zijn op de cooperatie, maar een coöperatie is GEEN
vereniging.
- Een coöperatie mag wel winst verdelen onder haar leden
- GEEN winstuitkeringsverbod dat volgt uit art 2:26 lid 3 BW
- Doel: Ten doel stellen in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens
overeenkomsten met die leden 2:53 lid 1 BW. Deze overeenkomsten mogen ook met niet
leden worden gesloten, mits de statuten dit toestaan 2:53 lid 3 BW
Eisen
1. Meerzijdige rechtshandeling bij notariële akte
2. De notariële akte moet de statuten bevatten op grond van 2:53a JO 2:27 BW
3. De statuten moeten het volgende bevatten op grond van 2:27 lid 4 BW
4. Inschrijving in het handelsregister 2:29 lid 1 en lid 2 Jo 2:53a. Het inschrijven van een
coöperatie in het handelsregister is geen constitutief vereiste maar indien dit niet gedaan
wordt dan volgt de sanctie dat bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn.
Oprichting stichting
Dit is een door een rechtshandeling in het leven geroepen rechtspersoon, kent geen leden en het is
een samenwerkingsverband van mensen die een maatschappelijk doel willen realiseren.
- De stichting kent ook een winstuitkeringsverbod, dit betekent echter niet dat de stichting
geen winst mag maken, winst maken mag en ook mogen uitkeringen worden gedaan met
een ideële of sociale strekking 2:285 lid 3 BW.
- Bestuurders en werknemers mogen salaris ontvangen
Eisen
1. Een stichting kan niet alleen bij notariële akte worden opgericht maar ook bij uiterste
wilsbeschikking (testament) gemaakt bij notariële akte
2. De notariële akte moet de statuten bevatten op grond van 2:286 lid 3 BW
3. De statuten moeten het volgende bevatten op grond van 2:286 lid 4 BW