Week 1
donderdag 5 februari 2026
14:11
Introductie
Wetenschapsfilosofie (WeFi) gaat over hoe je tot ware kennis komt. Wat is kennis? Wanneer is dat
bewezen? Wat is kenbaar? En waarin verschilt wetenschappelijke kennis van andere kennis? De
antwoorden op deze vragen hebben grote invloed op wetenschap (ze laten ons kennisclaims
inschatten/beoordelen, bepalen wat consistent, 'goed' onderzoek doen inhoudt en komen terug in
alle fasen van het proces).
Epistemologie: wat is kennis en hoe komen we ertoe, hoe kunnen we kennis over de werkelijkheid
opdoen? (kennisleer)
Ontologie: wat bestaat er, wat is er in de werkelijkheid? (zijnsleer)
Methodologie: welke methoden gebruiken we om tot kennis te komen?
Paradigma = een samenhangend door wetenschappers gedeeld denkkader van (doorgaans
impliciete) visies op 'wat wetenschap is, waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen en
op welke manier wetenschap bedreven dient te worden'.
Onder de beoefenaars van een specifiek vakgebied bestaat vaak verregaande overeenstemming over
de relevante onderzoeksvragen, criteria van goed wetenschappelijk onderzoek, de positie van de
onderzoekers, geschikte onderzoeksmethoden en het doel van onderzoek (een paradigma dus)
De 3 paradigma's om naar de wetenschap te kijken:
Empirisch-analytisch Interpretatief (sociaal- Kritisch-emancipatoir
(positivisme) constructief)
Relatie tot Modelleert sociale Sociale wetenschap is Doorgaans
natuurwetenscha wetenschap naar fundamenteel anders dan constructivistisch
p natuurwetenschap natuurwetenschap (ongelijkheid door
mensen veroorzaakt en
bestendigd)
Rol van de Afstandelijk objectief Empathisch betrokken Politiek betrokken
onderzoeker
Visie op de sociale Staat los van de Wordt geconstrueerd Wordt bepaald door
werkelijkheid waarnemer door symbolische (sociaalhistorische)
interacties machtsstructuren
Ambitie/doel Het formuleren van Het begrijpen van sociale Theorie ontwikkelen om
causale betekenissen (Verstehen) onrecht te bestrijden
wetmatigheden (Emanciperen)
(Erklaren)
Munro - Evidence-Based Policy
De focus van Evidence-Based Policy (EBP) is beleid baseren op uitgevoerd onderzoek. Het vervangt
ideologie-gedreven beleid. De 'best evidence' wordt hiervoor gebruikt.
Komt overeen met empirische-analytische benadering, want: bij beleid staat de
wetenschappelijke uitkomst centraal. Er wordt gebaseerd op de natuurwetenschappen.
RCT: randomized controlled trial: type onderzoeksstudie waar deelnemers willekeurig
worden toegewezen aan een experimentele en controlegroep. Hier zien we het aspect
herhaalbaarheid terug, wat ook belangrijk is bij het paradigma.
Maar 3 punten van kritiek op EBP:
, o Het claimt objectief te zijn -> sociale begrippen (zoals 'familie' of 'misdaad') zijn door
mensen bedacht, waardoor de waarden van machtige groepen onbewust bepalen
wat er onderzocht wordt
o Onderzoek is niet altijd generaliseerbaar -> een beleid werkt nooit alleen, maar heeft
specifieke ondersteunende factoren uit de lokale context (zoals budget of cultuur)
nodig om elders ook te slagen
o Controlegroep is noodzakelijk (en limiteert daarmee wat we kunnen onderzoeken) ->
de focus op meetbare effecten en cijfers negeert belangrijke vragen over ethiek, de
menselijke ervaring en waarom iets eigenlijk gebeurt
Aanvulling chat:
Het doel en de hiërarchie
Rationaliteit: EBP streeft ernaar ideologie te vervangen door rationele besluitvorming
Bewijshiërarchie: er is een strikte rangorde; systematische reviews van RCT's staan bovenaan
als de 'gouden standaard'
Devaluatie van ervaring: de persoonlijke ervaring van professionals (zoals leraren of artsen)
wordt onderaan de ladder geplaatst en vaak als onbetrouwbaar of biased gezien vergeleken
met wetenschappelijk bewijs
RCT's en causaliteit
Confounding factors: RCT's zijn populair omdat ze door randomisatie proberen 'storende
factoren' uit te sluiten, zodat je zeker weet dat het beleid de oorzaak is van het effect
Fidelity to model: om een succesvol experiment te herhalen, moet je het beleid exact
kopiëren, wat in de sociale wereld erg lastig is
Tijmstra & Boeie - Benaderingen van wetenschappelijk onderzoek (paradigma's)
Sociale wetenschappen = wetenschappen die het doen en laten van mensen, aangeduid met
handelen of gedrag bestuderen en onderzoeken; 3 benaderingen:
Empirisch-analytisch is de dominante benadering. Belangrijke uitgangspunten zijn
herhaalbaarheid en controleerbaarheid:
o Positivisme = positieve ontwikkeling in de wetenschap: deze wordt gaandeweg
ontdaan van theologische, speculatieve en normatieve opvattingen en steeds meer
gebaseerd op feiten waarvan de juistheid kan worden nagegaan
o Empirisme = alle wetenschappelijke kennis moet gebaseerd zijn op gedane
observaties. Dit sluit aan bij het positivisme
o Nomothetische kennis = kennis waarin wetten of regelmatigheden worden
geformuleerd
o Van de onderzoekseenheden brengen ze een aantal kenmerken (variabelen) in kaart.
Men richt zich alleen op meetbare variabelen. Dit is reductionistisch = eenheden
worden teruggebracht tot waarden op een aantal variabelen
Critici van empirisch-analytische benadering wijzen er vaak op dat het onderzoek vaak een
verklaring biedt, maar geen begrip. Begrip moeten we vanuit de interpretatieve benadering
dus nastreven. We moeten kijken wat mensen beweegt;
o Hermeneutiek = klassiek begrip voor het duiden of uitleggen van teksten door
schriftgeleerden. Op een vergelijkbare manier moeten in het onderzoek concrete
mensen en gemeenschappen geduid worden door hen van binnenuit te begrijpen. In
bredere zin verwijst hermeneutiek naar de studie van interpretatie, begrip en
betekenis, niet alleen van teksten maar ook van menselijke ervaringen, handelingen
en cultuur
o Fenomenologie = het wezenlijke van verschijnselen onderzoeken. Het tracht de
directe ervaring zelf te begrijpen
o Idiografische kennis = kennis die het eigene/unieke beschrijft
Kritisch-emancipatoir is kritisch op de maatschappij en op de wetenschap;
, o Actieonderzoek = onderzoekers en onderzochten maken gezamenlijk een leerproces
door
o Empowerment = onderzoek streeft nadrukkelijk na dat de onderzochten meer greep
krijgen op hun eigen leven en hun leefomstandigheden
o Wederkerige adequaatheid = voortdurende reflectie van onderzochten en
onderzoekers op de voortgang van het onderzoek door met elkaar in gesprek te
blijven
o Kennis die uit onderzoek komt is gericht op bevrijding, in het bijzonder die van
achtergestelde groepen
College
Paradigma -> een samenhangend door wetenschappers gedeeld denkkader van (doorgaans
impliciete) visies op "wat wetenschap is, waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen en
op welke manier wetenschap bedreven dient te worden."
Wetenschappers zijn net mensen: kuddedieren
Onder beoefenaars van een specifiek vakgebied bestaat vaak verregaande overeenstemming
over:
o De relevante onderzoeksvragen
o Criteria van goed wetenschappelijk onderzoek
o De positie van de onderzoeker
o Geschikte onderzoeksmethoden
o Het doel van het onderzoek
3 paradigma's:
De 5 dilemma's (1 per week):
1. Naturalisme vs. Interpretativisme -> bestaat er een objectieve sociale werkelijkheid?
2. Holisme vs. Methodologisch individualisme -> wat bepaalt menselijk handelen?
3. Inductie vs. Deductie -> wat is de rol van waarneming en theorie in wetenschap?
4. Waardevrijheid vs. Normativiteit -> moet goed onderzoek waardevrij zijn?
5. Consequentialisme vs. Deontologie -> aan welke ethische eisen moet onderzoek voldoen?
Vragen subgroep
Ontologie (de leer van de werkelijkheid):
Kernvraag: wat is de aard van de sociale werkelijkheid die we onderzoeken?
Visie-vraag: bestaan sociale fenomenen (zoals 'de overheid' of 'armoede') "echt" buiten ons
om, of bestaan ze alleen omdat wij ze als mensen zo noemen?
donderdag 5 februari 2026
14:11
Introductie
Wetenschapsfilosofie (WeFi) gaat over hoe je tot ware kennis komt. Wat is kennis? Wanneer is dat
bewezen? Wat is kenbaar? En waarin verschilt wetenschappelijke kennis van andere kennis? De
antwoorden op deze vragen hebben grote invloed op wetenschap (ze laten ons kennisclaims
inschatten/beoordelen, bepalen wat consistent, 'goed' onderzoek doen inhoudt en komen terug in
alle fasen van het proces).
Epistemologie: wat is kennis en hoe komen we ertoe, hoe kunnen we kennis over de werkelijkheid
opdoen? (kennisleer)
Ontologie: wat bestaat er, wat is er in de werkelijkheid? (zijnsleer)
Methodologie: welke methoden gebruiken we om tot kennis te komen?
Paradigma = een samenhangend door wetenschappers gedeeld denkkader van (doorgaans
impliciete) visies op 'wat wetenschap is, waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen en
op welke manier wetenschap bedreven dient te worden'.
Onder de beoefenaars van een specifiek vakgebied bestaat vaak verregaande overeenstemming over
de relevante onderzoeksvragen, criteria van goed wetenschappelijk onderzoek, de positie van de
onderzoekers, geschikte onderzoeksmethoden en het doel van onderzoek (een paradigma dus)
De 3 paradigma's om naar de wetenschap te kijken:
Empirisch-analytisch Interpretatief (sociaal- Kritisch-emancipatoir
(positivisme) constructief)
Relatie tot Modelleert sociale Sociale wetenschap is Doorgaans
natuurwetenscha wetenschap naar fundamenteel anders dan constructivistisch
p natuurwetenschap natuurwetenschap (ongelijkheid door
mensen veroorzaakt en
bestendigd)
Rol van de Afstandelijk objectief Empathisch betrokken Politiek betrokken
onderzoeker
Visie op de sociale Staat los van de Wordt geconstrueerd Wordt bepaald door
werkelijkheid waarnemer door symbolische (sociaalhistorische)
interacties machtsstructuren
Ambitie/doel Het formuleren van Het begrijpen van sociale Theorie ontwikkelen om
causale betekenissen (Verstehen) onrecht te bestrijden
wetmatigheden (Emanciperen)
(Erklaren)
Munro - Evidence-Based Policy
De focus van Evidence-Based Policy (EBP) is beleid baseren op uitgevoerd onderzoek. Het vervangt
ideologie-gedreven beleid. De 'best evidence' wordt hiervoor gebruikt.
Komt overeen met empirische-analytische benadering, want: bij beleid staat de
wetenschappelijke uitkomst centraal. Er wordt gebaseerd op de natuurwetenschappen.
RCT: randomized controlled trial: type onderzoeksstudie waar deelnemers willekeurig
worden toegewezen aan een experimentele en controlegroep. Hier zien we het aspect
herhaalbaarheid terug, wat ook belangrijk is bij het paradigma.
Maar 3 punten van kritiek op EBP:
, o Het claimt objectief te zijn -> sociale begrippen (zoals 'familie' of 'misdaad') zijn door
mensen bedacht, waardoor de waarden van machtige groepen onbewust bepalen
wat er onderzocht wordt
o Onderzoek is niet altijd generaliseerbaar -> een beleid werkt nooit alleen, maar heeft
specifieke ondersteunende factoren uit de lokale context (zoals budget of cultuur)
nodig om elders ook te slagen
o Controlegroep is noodzakelijk (en limiteert daarmee wat we kunnen onderzoeken) ->
de focus op meetbare effecten en cijfers negeert belangrijke vragen over ethiek, de
menselijke ervaring en waarom iets eigenlijk gebeurt
Aanvulling chat:
Het doel en de hiërarchie
Rationaliteit: EBP streeft ernaar ideologie te vervangen door rationele besluitvorming
Bewijshiërarchie: er is een strikte rangorde; systematische reviews van RCT's staan bovenaan
als de 'gouden standaard'
Devaluatie van ervaring: de persoonlijke ervaring van professionals (zoals leraren of artsen)
wordt onderaan de ladder geplaatst en vaak als onbetrouwbaar of biased gezien vergeleken
met wetenschappelijk bewijs
RCT's en causaliteit
Confounding factors: RCT's zijn populair omdat ze door randomisatie proberen 'storende
factoren' uit te sluiten, zodat je zeker weet dat het beleid de oorzaak is van het effect
Fidelity to model: om een succesvol experiment te herhalen, moet je het beleid exact
kopiëren, wat in de sociale wereld erg lastig is
Tijmstra & Boeie - Benaderingen van wetenschappelijk onderzoek (paradigma's)
Sociale wetenschappen = wetenschappen die het doen en laten van mensen, aangeduid met
handelen of gedrag bestuderen en onderzoeken; 3 benaderingen:
Empirisch-analytisch is de dominante benadering. Belangrijke uitgangspunten zijn
herhaalbaarheid en controleerbaarheid:
o Positivisme = positieve ontwikkeling in de wetenschap: deze wordt gaandeweg
ontdaan van theologische, speculatieve en normatieve opvattingen en steeds meer
gebaseerd op feiten waarvan de juistheid kan worden nagegaan
o Empirisme = alle wetenschappelijke kennis moet gebaseerd zijn op gedane
observaties. Dit sluit aan bij het positivisme
o Nomothetische kennis = kennis waarin wetten of regelmatigheden worden
geformuleerd
o Van de onderzoekseenheden brengen ze een aantal kenmerken (variabelen) in kaart.
Men richt zich alleen op meetbare variabelen. Dit is reductionistisch = eenheden
worden teruggebracht tot waarden op een aantal variabelen
Critici van empirisch-analytische benadering wijzen er vaak op dat het onderzoek vaak een
verklaring biedt, maar geen begrip. Begrip moeten we vanuit de interpretatieve benadering
dus nastreven. We moeten kijken wat mensen beweegt;
o Hermeneutiek = klassiek begrip voor het duiden of uitleggen van teksten door
schriftgeleerden. Op een vergelijkbare manier moeten in het onderzoek concrete
mensen en gemeenschappen geduid worden door hen van binnenuit te begrijpen. In
bredere zin verwijst hermeneutiek naar de studie van interpretatie, begrip en
betekenis, niet alleen van teksten maar ook van menselijke ervaringen, handelingen
en cultuur
o Fenomenologie = het wezenlijke van verschijnselen onderzoeken. Het tracht de
directe ervaring zelf te begrijpen
o Idiografische kennis = kennis die het eigene/unieke beschrijft
Kritisch-emancipatoir is kritisch op de maatschappij en op de wetenschap;
, o Actieonderzoek = onderzoekers en onderzochten maken gezamenlijk een leerproces
door
o Empowerment = onderzoek streeft nadrukkelijk na dat de onderzochten meer greep
krijgen op hun eigen leven en hun leefomstandigheden
o Wederkerige adequaatheid = voortdurende reflectie van onderzochten en
onderzoekers op de voortgang van het onderzoek door met elkaar in gesprek te
blijven
o Kennis die uit onderzoek komt is gericht op bevrijding, in het bijzonder die van
achtergestelde groepen
College
Paradigma -> een samenhangend door wetenschappers gedeeld denkkader van (doorgaans
impliciete) visies op "wat wetenschap is, waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen en
op welke manier wetenschap bedreven dient te worden."
Wetenschappers zijn net mensen: kuddedieren
Onder beoefenaars van een specifiek vakgebied bestaat vaak verregaande overeenstemming
over:
o De relevante onderzoeksvragen
o Criteria van goed wetenschappelijk onderzoek
o De positie van de onderzoeker
o Geschikte onderzoeksmethoden
o Het doel van het onderzoek
3 paradigma's:
De 5 dilemma's (1 per week):
1. Naturalisme vs. Interpretativisme -> bestaat er een objectieve sociale werkelijkheid?
2. Holisme vs. Methodologisch individualisme -> wat bepaalt menselijk handelen?
3. Inductie vs. Deductie -> wat is de rol van waarneming en theorie in wetenschap?
4. Waardevrijheid vs. Normativiteit -> moet goed onderzoek waardevrij zijn?
5. Consequentialisme vs. Deontologie -> aan welke ethische eisen moet onderzoek voldoen?
Vragen subgroep
Ontologie (de leer van de werkelijkheid):
Kernvraag: wat is de aard van de sociale werkelijkheid die we onderzoeken?
Visie-vraag: bestaan sociale fenomenen (zoals 'de overheid' of 'armoede') "echt" buiten ons
om, of bestaan ze alleen omdat wij ze als mensen zo noemen?