Bedrijfseconomie Basisboek H1,2,3,4,6,7,8,9,10,11,12,13,17
Toets 1: H1,2,3,4,6,17,7 Toets 2: H8,9,10,11,12,13
Deel 1: Bedrijfseconomie en onderneming
Hoofdstuk 1: Ondernemingen en hun functie in de economie
1.1 Consumenten en producten
Voor ruilhandel was elke consument producent.
Productiehuishouden heeft koopkracht door het vervaardigen ven verkopen van
goederen en diensten.
Economie houdt zich bezig met vraagstukken die samenhangen met de mensen en
streven naar ‘welvaart’.
Algemene economie: bestudeert de relatie tussen consumenten en producenten en
producenten onderling.
Micro- en macro-economie:
Bedrijfseconomie:economisch handelen binnen de productieorganisaties.
Een onderneming is een productieorganisatie
In productieorganisatie productiemiddelen bij elkaar gebracht en in productieproces
omgezet in producten.
Productieorganisatie twee markten:
- Inkoopmarkt
- Verkoopmarkt
Productieorganisatie is een samenwerkingsverband tussen productiefactoren arbeid
en kapitaal.
Een onderneming streeft naar winst
Onderneming streeft naar ‘waardecreatie’ winst. Grootte van de winst afhankelijk
van:
- Efficiency doelmatigheid van het productieproces
- Effectiviteit doelgerichtheid van het productieproces.
Input transformatieproces output doelrealisatie
Efficiency effectiviteit
Kostprijs verkoopopbrengst
Winst vorm doel, activiteiten zijn het middel.
Continuïteit ook belangrijkst uitgangspunt om de winst te behalen.
Mission statement doelen ondernemingstellen.
1.2 Profit- en non-profitorganisaties
Ondernemingen streven naar winst profitsector
Non-profitsector:
- Overhiedssector: Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen collectieve
goederen en diensten budgetmechanisme: gedwongen heffing.
- Paritculiren non-profitinstelling geld inzamelen om bepaald maatschappelijk
nastrevenswaardig doel te bereiken.
Verschillen non-profitsector en profitsector:
- Non: doel bepaalde voorzieningen tot stand te brengen. Acties gekoppeld aan
doel.
- Non: niet economisch zelfstandig afhankelijk van contributies, donaties,
subsiedis ed.
- Bij non-profitsecor effectiviteit moeilijker beoordelen dan bij organisatie.
1
,Bedrijfseconomie Basisboek H1,2,3,4,6,7,8,9,10,11,12,13,17
Toets 1: H1,2,3,4,6,17,7 Toets 2: H8,9,10,11,12,13
1.3 Ondernemingsactiviteiten
Globale indeling naar aard van het omzettingsproces:
- Landbouw en extractie. Gebruik maken van de ‘rijkdommen van de natuur’
extractieve bedrijven (houden zich bezig met het winnen van delfstoffen).
- Industrie. Creëren fysiek, tastbaar product dat voor producie niet estond.
o Stukproductie: ‘maatwerk’
o Massaproucite: een soort product in grote hoeveelheden.
Serie-stukproductie: gedachte van klant maar wel kosten
besparek door grote aantallen te produceren.
Serie-massaproductie: varianten ofmodellen van ;
standaardproduct geproduceerd.
3 inputs: grondstof, duurzame productiemiddelen en mensleijke arbeid.
- Handel. Handelsondernemingen produceren geen nieuwe producten.
Transformatieproces bij de handel houd een transformatie naar grote,
assortiment, tijde en plaatsten in. Handelsondernemingen:
o Detailhandel: laatste schakel rechtstreeks leveren aan
eindverbruiker.
o Groothandel: koopt fabrikanten en verdeel de ingekochte partijen over
de detailhandel
- Dienstverlening. Verrichten prestaties voor hun klanten zonder dat zij een
nieuw concreet goed vervaardigen of een bestaand goed overdragen.
Categorieën:
o Financiële dienstverlening (banken, verzekeraars)
o Horeca
o Transport
o ICT- dienstverlening (softwarebureaus, computeradviesbureaus)
o Facilitaire dienstverlening (bewaking catering, schoonmaak.
1.4 NIET
1.5 Omzetbelasting
Voor niet-rechtspersonen inkomstenbelasting en voor rechtspersonen de
vennootschapsbelasting. Omzettingsbelasting: een belasting waar elke ondermeer
mee te maken heeft. ‘afwentelen’.
Bijzondere situaties in de omzetbelasting
- Laag tarief
6%-tarief leveringen van goederen of diensten
- Vrijstellingen. Prestaties die zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Gevolgen van
de vrijstellingen
o Ondernemer is over betreffende levering of dienst geen omzetbelasting
verschuldigd.
o De ondernemer kan de aan hem door leveranciers door berekende
omzetbelasting niet terug vorderen.
- Export. ‘belasingschoon’ nul tarief.
1.6 Samenwerkingsvormen tussen ondernemingen
2 samenwerkingsvormen:
- fusie en overname.
o Overnemer en overgenomene opereren in dezelfde bedrijfstak
o Overnemer en overgenomene opereren in opvolgende schakels van
dezelfde bedrijfstak: integratie
2
, Bedrijfseconomie Basisboek H1,2,3,4,6,7,8,9,10,11,12,13,17
Toets 1: H1,2,3,4,6,17,7 Toets 2: H8,9,10,11,12,13
o Overnemer en overgenomene opereren in dezelfde schakel van
verschillende bedrijfskolommen parallellisatie verbreding van het
assortiment.
o Overnemer en overgenomene opereren in verschillende schakels van
verschillende bedrijfskolommen conglomeraten.
- Franchising. Zelfstandig ondernemer sluit zich aan bij een keten en maakt
daardoor gebruik van bepaalde faciliteiten franchising.
- Kartelvorming. Zelfstandige producenten maken afspraken die concurrentie
beperken.
Hoofdstuk 2: Bedrijfseconomische vakgebieden en functies
2.1 Bedrijfseconomische vakgebieden
Finance and accounting. Verdelen in:
- Management accounting
- Financial accounting.
Ondernemingsfinanciering
Vraag hoe:
- Productiemiddelen van de onderneming gefinancierd dienen te worden
- Welke productiemiddelen beste geïnvesteerd kan worden.
Investeringen
Een onderneming investeert in productiemiddelen om daarmee een waarde te
creëren.
Financiering
‘cost voor de beat’ periode overbrugd worden tussen moment van investeren en dat
er geldmiddelen vrijkomen als gevolg van de investering.
Soorten financiering:
- Kopen
- Huren
- Leasing
Accounting
Accounting houdt zich bezig met verschaffen van informatie betreffende de
onderneming.
Management accounting:informatieverschaffing aan ondernemingsleiding. Interne
verslaggeving.
Financial accounting: externe verslaggeving, informatieverstrekking door de
ondernemingsleiding aan de andere belanghebbend erbij de onderneming
- Beslissingondersteunende functie
- Verantwoordingsfunctie.
Verschil tussen FAC en MAC:
- Doelgroep
- Regeling
- Besluitvormingsgerichtheid
2.2 Relaties met ander vakgebieden
- Boekhouden
- Ondernemingsrecht
- Belastingrecht: bij eenmanszaken en personenvennootschappen
inkomstenbelasting, bij NV en BV vennootschapsbelasting
- Organisatiekunde
3
Toets 1: H1,2,3,4,6,17,7 Toets 2: H8,9,10,11,12,13
Deel 1: Bedrijfseconomie en onderneming
Hoofdstuk 1: Ondernemingen en hun functie in de economie
1.1 Consumenten en producten
Voor ruilhandel was elke consument producent.
Productiehuishouden heeft koopkracht door het vervaardigen ven verkopen van
goederen en diensten.
Economie houdt zich bezig met vraagstukken die samenhangen met de mensen en
streven naar ‘welvaart’.
Algemene economie: bestudeert de relatie tussen consumenten en producenten en
producenten onderling.
Micro- en macro-economie:
Bedrijfseconomie:economisch handelen binnen de productieorganisaties.
Een onderneming is een productieorganisatie
In productieorganisatie productiemiddelen bij elkaar gebracht en in productieproces
omgezet in producten.
Productieorganisatie twee markten:
- Inkoopmarkt
- Verkoopmarkt
Productieorganisatie is een samenwerkingsverband tussen productiefactoren arbeid
en kapitaal.
Een onderneming streeft naar winst
Onderneming streeft naar ‘waardecreatie’ winst. Grootte van de winst afhankelijk
van:
- Efficiency doelmatigheid van het productieproces
- Effectiviteit doelgerichtheid van het productieproces.
Input transformatieproces output doelrealisatie
Efficiency effectiviteit
Kostprijs verkoopopbrengst
Winst vorm doel, activiteiten zijn het middel.
Continuïteit ook belangrijkst uitgangspunt om de winst te behalen.
Mission statement doelen ondernemingstellen.
1.2 Profit- en non-profitorganisaties
Ondernemingen streven naar winst profitsector
Non-profitsector:
- Overhiedssector: Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen collectieve
goederen en diensten budgetmechanisme: gedwongen heffing.
- Paritculiren non-profitinstelling geld inzamelen om bepaald maatschappelijk
nastrevenswaardig doel te bereiken.
Verschillen non-profitsector en profitsector:
- Non: doel bepaalde voorzieningen tot stand te brengen. Acties gekoppeld aan
doel.
- Non: niet economisch zelfstandig afhankelijk van contributies, donaties,
subsiedis ed.
- Bij non-profitsecor effectiviteit moeilijker beoordelen dan bij organisatie.
1
,Bedrijfseconomie Basisboek H1,2,3,4,6,7,8,9,10,11,12,13,17
Toets 1: H1,2,3,4,6,17,7 Toets 2: H8,9,10,11,12,13
1.3 Ondernemingsactiviteiten
Globale indeling naar aard van het omzettingsproces:
- Landbouw en extractie. Gebruik maken van de ‘rijkdommen van de natuur’
extractieve bedrijven (houden zich bezig met het winnen van delfstoffen).
- Industrie. Creëren fysiek, tastbaar product dat voor producie niet estond.
o Stukproductie: ‘maatwerk’
o Massaproucite: een soort product in grote hoeveelheden.
Serie-stukproductie: gedachte van klant maar wel kosten
besparek door grote aantallen te produceren.
Serie-massaproductie: varianten ofmodellen van ;
standaardproduct geproduceerd.
3 inputs: grondstof, duurzame productiemiddelen en mensleijke arbeid.
- Handel. Handelsondernemingen produceren geen nieuwe producten.
Transformatieproces bij de handel houd een transformatie naar grote,
assortiment, tijde en plaatsten in. Handelsondernemingen:
o Detailhandel: laatste schakel rechtstreeks leveren aan
eindverbruiker.
o Groothandel: koopt fabrikanten en verdeel de ingekochte partijen over
de detailhandel
- Dienstverlening. Verrichten prestaties voor hun klanten zonder dat zij een
nieuw concreet goed vervaardigen of een bestaand goed overdragen.
Categorieën:
o Financiële dienstverlening (banken, verzekeraars)
o Horeca
o Transport
o ICT- dienstverlening (softwarebureaus, computeradviesbureaus)
o Facilitaire dienstverlening (bewaking catering, schoonmaak.
1.4 NIET
1.5 Omzetbelasting
Voor niet-rechtspersonen inkomstenbelasting en voor rechtspersonen de
vennootschapsbelasting. Omzettingsbelasting: een belasting waar elke ondermeer
mee te maken heeft. ‘afwentelen’.
Bijzondere situaties in de omzetbelasting
- Laag tarief
6%-tarief leveringen van goederen of diensten
- Vrijstellingen. Prestaties die zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Gevolgen van
de vrijstellingen
o Ondernemer is over betreffende levering of dienst geen omzetbelasting
verschuldigd.
o De ondernemer kan de aan hem door leveranciers door berekende
omzetbelasting niet terug vorderen.
- Export. ‘belasingschoon’ nul tarief.
1.6 Samenwerkingsvormen tussen ondernemingen
2 samenwerkingsvormen:
- fusie en overname.
o Overnemer en overgenomene opereren in dezelfde bedrijfstak
o Overnemer en overgenomene opereren in opvolgende schakels van
dezelfde bedrijfstak: integratie
2
, Bedrijfseconomie Basisboek H1,2,3,4,6,7,8,9,10,11,12,13,17
Toets 1: H1,2,3,4,6,17,7 Toets 2: H8,9,10,11,12,13
o Overnemer en overgenomene opereren in dezelfde schakel van
verschillende bedrijfskolommen parallellisatie verbreding van het
assortiment.
o Overnemer en overgenomene opereren in verschillende schakels van
verschillende bedrijfskolommen conglomeraten.
- Franchising. Zelfstandig ondernemer sluit zich aan bij een keten en maakt
daardoor gebruik van bepaalde faciliteiten franchising.
- Kartelvorming. Zelfstandige producenten maken afspraken die concurrentie
beperken.
Hoofdstuk 2: Bedrijfseconomische vakgebieden en functies
2.1 Bedrijfseconomische vakgebieden
Finance and accounting. Verdelen in:
- Management accounting
- Financial accounting.
Ondernemingsfinanciering
Vraag hoe:
- Productiemiddelen van de onderneming gefinancierd dienen te worden
- Welke productiemiddelen beste geïnvesteerd kan worden.
Investeringen
Een onderneming investeert in productiemiddelen om daarmee een waarde te
creëren.
Financiering
‘cost voor de beat’ periode overbrugd worden tussen moment van investeren en dat
er geldmiddelen vrijkomen als gevolg van de investering.
Soorten financiering:
- Kopen
- Huren
- Leasing
Accounting
Accounting houdt zich bezig met verschaffen van informatie betreffende de
onderneming.
Management accounting:informatieverschaffing aan ondernemingsleiding. Interne
verslaggeving.
Financial accounting: externe verslaggeving, informatieverstrekking door de
ondernemingsleiding aan de andere belanghebbend erbij de onderneming
- Beslissingondersteunende functie
- Verantwoordingsfunctie.
Verschil tussen FAC en MAC:
- Doelgroep
- Regeling
- Besluitvormingsgerichtheid
2.2 Relaties met ander vakgebieden
- Boekhouden
- Ondernemingsrecht
- Belastingrecht: bij eenmanszaken en personenvennootschappen
inkomstenbelasting, bij NV en BV vennootschapsbelasting
- Organisatiekunde
3