★ KC Staatsvorming: de institutionalisering van politieke macht tot een staat.
- Politieke macht: het vermogen om politieke besluitvorming te beïnvloeden.
- Machtsevenwicht: als actoren ongeveer evenveel macht hebben.
- Machtsongelijkheid: kan leiden tot oorlog/geweld.
- Machtsoverwicht: bevolkingsgroep kan via overheid hun wil opleggen aan anderen. /
Macht van overheid neemt af doordat de bestaande regering het geweldsmonopolie
niet meer goed kan uitoefenen of wanneer burgers die macht niet meer als legitiem
beschouwen.
- Machtsvacuüm: onvoldoende machtsuitoefening zorgt voor geweld tegen de
overheid of tussen burgers onderling.
- Externe soevereiniteit: andere staten herkennen dat het hoogste staatsgezag het
hoogste gezag over de bevolking is op dat grondgebied.
- Staat heeft interne soevereine macht omdat die:
● Als hoogste gezag regeert over een groep mensen.
● Binnen een bepaald grondgebied valt.
● Daarbij het gewelds- en belastingmonopolie bezit.
→ Wanneer er sprake is van zowel interne als externe soevereiniteit spreken we van een
staat.
Het proces van staatsvorming is een combinatie van economische, politieke en culturele
ontwikkelingen:
- Urbanisatie: verstedelijking
- Feodalisme: adel en leenheer, later ontstaan van privileges.
- Centralisatie: minder macht adel, meer macht voor koning.
- Ontwikkelingen leidden tot verdwijnen feodale samenlevingen in West-Europa en de
start van democratisering.
★ KC Rationalisering: proces van ordenen en systematiseren van de werkelijkheid met
de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken en van het doelgericht
inzetten van middelen om zo efficiënt en effectief mogelijke resultaten te bereiken.
★ KC Politieke socialisatie: het proces van overdracht en verwerving van de politieke
cultuur van de groep(en) en samenleving waar mensen toe behoren.
Proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met
anderen.