,
, Hoofdstuk 1 – Informatie organiseren: het basismodel
1.1 Organisaties en hun omgeving
Organisaties opereren nooit in isolatie, maar maken altijd deel uit van een bredere omgeving. Deze
omgeving bestaat uit klanten, leveranciers, concurrenten, wet- en regelgeving en technologische
ontwikkelingen. Het functioneren van een organisatie wordt in sterke mate beïnvloed door deze
externe factoren.
De kern van werken binnen een organisatie is het nemen van beslissingen. Medewerkers nemen
voortdurend kleine en grote beslissingen, en voor al deze keuzes is informatie nodig. Zonder
betrouwbare en tijdige informatie kunnen organisaties niet effectief functioneren.
De omgeving van organisaties verandert bovendien steeds sneller door digitalisering en globalisering.
Hierdoor ontstaan nieuwe kansen, maar ook risico’s. Denk aan:
Toenemende concurrentie door internationale spelers
Snelle technologische ontwikkelingen
Veranderende klantverwachtingen
Strengere wet- en regelgeving
Organisaties moeten zich continu aanpassen om relevant te blijven. Dit vraagt om flexibiliteit,
strategisch inzicht en een goed georganiseerde informatievoorziening.
Binnen deze context kunnen drie niveaus worden onderscheiden:
Strategisch niveau: lange termijn, gericht op visie en koers
Tactisch niveau: middellange termijn, gericht op inrichting en optimalisatie
Operationeel niveau: dagelijkse uitvoering van werkzaamheden