Hoorcollege 1: 25-09-23
Wat is psychologie?
Experimentele en toegepaste psychologie ( theoretisch)
Experimentele Psychologie is waarbij het doel is om kennis te produceren,
Toegepaste psychologie is psychologie waarbij het doel is om kennis toe te passen.
Toegepaste psychologische vraag is: hoe kunnen wij leerlingen motiveren om beter
hun best te doen?
Experimentele psychologische vraag is: hoe kunnen wij mensen laten roken bijv
(klanten trekken).
Gedrag en geestelijke processen uitleggen vanuit:
Behavioristisch: Gedrag voorspellen en verklaren vanuit de fysieke omgeving. De
dingen om je heen.
Cognitief:Gedrag voorspellen en verklaren vanuit het denken
(gedachten,herinneringen, denkpatronen.)
Ontwikkelingsgericht: Gedrag voorspellen en verklaren vanuit de opvoeding en de
levensfase.
Cultureel: Gedrag en cognities voorspellen en verklaren vanuit de cultuur. Als jij in
een cultuur bent opgegroeid waaruit alles goed is, dan leer je niet hoe het leven echt
is, dit is onrealistisch.
Whole person: Gedrag voorspellen en verklaren vanuit persoonlijke motivaties.
Sommige mensen zijn wie ze zijn omdat ze zo willen zijn.
Biologisch: vanuit het menselijk lichaam: genen,hersenen en hormonen.
Hoorcollege 2: 26-09-23
Evolutie:
➢ Het geleidelijke proces van biologische verandering van een soort dat zich
aanpast aan zijn omgeving.
➢ Natuurlijke selectie: de omgeving selecteert de best aangepaste organismen.
➢ Evolut..!
Erfelijkheid
➢ Elke cel heeft 28 chromosoomparen
➢ Een chromosoompaar bestaat uit genen (segmenten) van een chromosoom
➢ delen van de chromosoom met informatie over het vervaardigen van
specifieke eiwitten.
➢ Bepalend voor erfelijke lichamelijke en psychische eigenschappen
, ➢ Genetische verklaringen …!
Genotype & fenotype:
Genotype zijn genen die bestaan uit jouw DNA. Wat jou maakt tot wie jij bent van
binnen uit. Denk aan gedrag. Fenotype is het uiterlijk.
Biopsychologie:
Interne regelsystemen:
1. het zenuwstelsel
2. Het endocriene stelsel
(hormoonstelsel)
Het zenuwstelsel: netwerk van Neuronen:
het zenuwstelsel omvat ca. 100 biljoen neuronen en 5 biljoen connecties
(synapsen)
autonoom: alles wordt automatisch gedaan (ademhaling)
Somatische zenuwstelsel: gedeelte dat je bestuurt ( je stem).
Parasympathisch zenuwstelsel: zorgt voor orde en rust, ontspanning en
herstel. Door rustiger te ademen, activeer je je parasympathische
zenuwstelsel.
Sympathische zenuwstelsel:
Werken bij activiteit en stress, ze activeren de spieren, ademhaling en
hartslag.
Plasticiteit: De mate waarin je je lichaam kunt veranderen.
Wat zijn hormonen en wat is hun functie?
=
Voorbeelden van hormoonklieren met specifieke functies:
➢ Hormonen uit bijnieren: Arousal bij spanning en stofwisseling
➢ Hormonen uit schildklieren: lichamelijke groei
➢ Hormonen uit ovaria/testes
Somatische: fysiek
● De hersenstam (reptielenbrein)
aandacht “alarmcentrale”
“autopilot”
slaap,beweging en angst veiligheid.
● Het zoogdierenbrein:
Limbische systeem
Wat is psychologie?
Experimentele en toegepaste psychologie ( theoretisch)
Experimentele Psychologie is waarbij het doel is om kennis te produceren,
Toegepaste psychologie is psychologie waarbij het doel is om kennis toe te passen.
Toegepaste psychologische vraag is: hoe kunnen wij leerlingen motiveren om beter
hun best te doen?
Experimentele psychologische vraag is: hoe kunnen wij mensen laten roken bijv
(klanten trekken).
Gedrag en geestelijke processen uitleggen vanuit:
Behavioristisch: Gedrag voorspellen en verklaren vanuit de fysieke omgeving. De
dingen om je heen.
Cognitief:Gedrag voorspellen en verklaren vanuit het denken
(gedachten,herinneringen, denkpatronen.)
Ontwikkelingsgericht: Gedrag voorspellen en verklaren vanuit de opvoeding en de
levensfase.
Cultureel: Gedrag en cognities voorspellen en verklaren vanuit de cultuur. Als jij in
een cultuur bent opgegroeid waaruit alles goed is, dan leer je niet hoe het leven echt
is, dit is onrealistisch.
Whole person: Gedrag voorspellen en verklaren vanuit persoonlijke motivaties.
Sommige mensen zijn wie ze zijn omdat ze zo willen zijn.
Biologisch: vanuit het menselijk lichaam: genen,hersenen en hormonen.
Hoorcollege 2: 26-09-23
Evolutie:
➢ Het geleidelijke proces van biologische verandering van een soort dat zich
aanpast aan zijn omgeving.
➢ Natuurlijke selectie: de omgeving selecteert de best aangepaste organismen.
➢ Evolut..!
Erfelijkheid
➢ Elke cel heeft 28 chromosoomparen
➢ Een chromosoompaar bestaat uit genen (segmenten) van een chromosoom
➢ delen van de chromosoom met informatie over het vervaardigen van
specifieke eiwitten.
➢ Bepalend voor erfelijke lichamelijke en psychische eigenschappen
, ➢ Genetische verklaringen …!
Genotype & fenotype:
Genotype zijn genen die bestaan uit jouw DNA. Wat jou maakt tot wie jij bent van
binnen uit. Denk aan gedrag. Fenotype is het uiterlijk.
Biopsychologie:
Interne regelsystemen:
1. het zenuwstelsel
2. Het endocriene stelsel
(hormoonstelsel)
Het zenuwstelsel: netwerk van Neuronen:
het zenuwstelsel omvat ca. 100 biljoen neuronen en 5 biljoen connecties
(synapsen)
autonoom: alles wordt automatisch gedaan (ademhaling)
Somatische zenuwstelsel: gedeelte dat je bestuurt ( je stem).
Parasympathisch zenuwstelsel: zorgt voor orde en rust, ontspanning en
herstel. Door rustiger te ademen, activeer je je parasympathische
zenuwstelsel.
Sympathische zenuwstelsel:
Werken bij activiteit en stress, ze activeren de spieren, ademhaling en
hartslag.
Plasticiteit: De mate waarin je je lichaam kunt veranderen.
Wat zijn hormonen en wat is hun functie?
=
Voorbeelden van hormoonklieren met specifieke functies:
➢ Hormonen uit bijnieren: Arousal bij spanning en stofwisseling
➢ Hormonen uit schildklieren: lichamelijke groei
➢ Hormonen uit ovaria/testes
Somatische: fysiek
● De hersenstam (reptielenbrein)
aandacht “alarmcentrale”
“autopilot”
slaap,beweging en angst veiligheid.
● Het zoogdierenbrein:
Limbische systeem