aantekeningen
,Week 2.1 Hoorcollege
H1 + H3: Cognitieve psychologie & Neuropsychologie
Hersenen
Van links: Gyrus en Sulcus
Van boven: twee ‘hemisferen’. Twee helften.
Breinbasis
De basis van het brein bestaat uit neuronen en noem je ook wel ‘grijze stof’. Die neuronen
communiceren met elkaar door lange uitlopers ‘axonen’. Die zijn ontwikkeld met stofje
‘myeline’ en die zorgt ervoor dat die elektrische puls sneller door de axon loopt. Deze is wit
van kleur. Dus als je de hersenen doorsnijdt zie je wit en grijs.
Pre-synaptische neuron. De synaps is de plaats waar neuronen bij elkaar komen. De
neuronen geven elkaar een signaal dmv een neurotransmitter die wordt losgelaten door een
presynaptisch neuron en die wordt dan opgenomen door een postsynaptisch neuron en
dan wordt hij geactiveerd.
De twee hemisferen communiceren met elkaar door lange axonen van de linker naar de
rechterhersenhelft en andersom. Corpus callosum is de verbinding, bestaat uit axonen,
tussen de linker- en rechterhemisfeer. Snijdt je deze door, dan kunnen deze helften niet
meer met elkaar communiceren, bv bij epilepsie.
Gliacellen: ook wel lijncellen genoemd. Deze ondersteunen de neuronen, beschermen,
voeden van de neuronen, reguleren van de synapse als er bijvoorbeeld een neurotransmitter
niet wordt opgenomen, ruimen zij deze op en isoleren (meyline). Deze hebben dus een
belangrijke ondersteunende rol. Rond de 86 miljard neuronen en 85 gliacellen heb je in je
lichaam.
Neurale netwerken: Je hebt allerlei netwerken voor wat jij kan; horen, zien etc.
Cerebellum: bezit 80% van alle neuronen en is dus een heel belangrijk onderdeel. Hij zorgt
ervoor dat bewegingen worden gecoördineerd en acties geautomatiseerd worden.
- complexe motoriek
- automatisering
- menselijke cognitie: taal, toolmaking, sociale cognitie
Hersenstam zorgt ervoor dat je alert bent, doordat de hersenstam onder andere
noradrenaline in je hersenen inspuit. Is voor de vitale en basale functies:
- ademhaling
- hartslag
- bloeddruk
- slikken
- oogbewegingen (vooral reflexieve oogbewegingen, dus degene waar jij niks aan kan
doen, Als er bv ineens een fel licht aangaat.
Cerebrum, ook wel de cortex genoemd, dat is primair jouw denkvermogen.
,Cerebrale cortex heeft vier gebieden:
- Frontaal; aansturen van bewegingen, spraak en gedrag. Impulsbeheersing,
emotieregulatie, plannen en (werk)geheugen.
- Pariëtaal: verwerken en integreren van zintuiglijke informatie, ruimtelijk denken,
visuele aandacht en organiseren van bewegingen.
- Occipitaal:
- Temporaal:
Hersenstam: is dus nodig voor alertheid en spanning. Om te kunnen denken heb je controle
nodig voor de aandacht. Die aandachtsfuncties worden primair door de cortex geregeld
maar als je je niet alert voelt of hoog in spanning zit kun je bijvoorbeeld niet goed nadenken.
Alertheid is voorwaardelijk voor gebruik van aandacht. Je ziet op die manier dat de
hersenstam veel invloed heeft op wat jij met je cortex kan.
Limbisch systeem: verantwoordelijk voor ervaren van behoeftes en emoties. Als je je
lekker voelt of niet goed voelen, gemotiveerd zijn of niet gemotiveerd etc gebeurd hier. Als je
je goed voelt dan ga je je denkvermogen op een heel andere manier gebruiken, dan als je
bv niet lekker in je vel zit.
Cortex: intentioneel gedrag en denken.
Introductie cognitieve psychologie kijkt naar denken en menselijk gedrag.
Wetenschappelijke studie:
- normaal functioneren van de hersenen
- denkprocessen
- begrijpen van gedrag
Cognitief functioneren is afhankelijk van je:
- lichamelijke gesteldheid: alertheid en spanning.
- psychische gesteldheid: emoties, behoeften en motivaties.
—-> als je voldoende alert bent………. (invoegen!!)
Neuropsychologie kijkt vooral naar het brein, en wat voor gevolgen heeft het als er iets mis
gaat in het brein en wat vertelt ons dat dan.
Wat is cognitie dan? Alles wat te maken heeft met denken.
Brain-imaging technieken. Het Brein (alleen een foto van het brein);
- MRI
- CT
Activiteit van het brein en processen (foto van ook waar precies wat gebeurd) (‘90):
- EEG
- fMRI
- PET
- DTI
Geschiedenis van Cognitieve psychologie:
, 1880 - Wijsgerige psychologie
wilhelm wundt (keek naar functie van de hersenen)
william james (keek naar de functie van de hersenen)
sigmund freud
- introspectie
1920 - Behaviorisme
f. skinner
ivan pavlov (klassieke conditionering)
john b. watson
- Brein is blackbox (wat er in de hersenen gebeurt gaan we niet naar kijken, gedrag is
het enige belangrijke).
1956 - cognitieve psychologie
george a. miller (kijken naar wat er in de hersenen gebeurd. ‘Ik denk en ik ervaar dus ik ben’.
- prikkel, beleving en gedrag
Mensbeeld: lichaam en geest. Filosofische stromingen:
Materialistisch-mechanistisch: geen rol voor bewustzijn (skinner enz)
Lichaam: = geest/bewustzijn.
Dualisme: geest/bewustzijn en lichaam zijn los.
—-> cognitieve psychologie doet hier geen echte uitspraak over.
‘The hard problem of consciousness’ (Chalmers, 1994):
- Is ons innerlijk leven/bewustzijn een product van onze hersenen?
- Zo ja, hoe krijgen de hersenen dat dan voor elkaar?
Er is een input (prikkel) — er is verwerking —- er is gedrag.
Studie van mentale processen:
Onderzoek:
Toegepaste psychologie:
Introductie Neuropsychologie
Werkplekken van neuropsychologen:
- ziekenhuis
- ggz
- revalidatiecentra
- langdurige zorg
- forensische zorg
- specialistische centra
Neuropsychologisch onderzoek (NPO) - diagnostische cyclus:
- verwijzing en vraagstelling