In dit blok werk je de stappen 1.2, 2.1a, 3.1, 3.2. 4.1, 4.2 en 4.3 uit
Stap 1.1: benoem de relevante feiten, dus waar de casus over gaat.
Gewoon kort, maar wel in verhaalvorm. Maak het geen opsommingen
Stap 1.2: benoem de rechtsvraag.
- Als deze over eigen onrechtmatige daad gaat, dan luidt deze als volgt: “Is … aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad en voor welke
schade?
- Gaat het over een dier: Is … aansprakelijk voor de schade die … heeft geleden door zijn hond/koe/paard?
- Bij werknemer: Is de werkgever aansprakelijk voor de schade die de werknemer heeft veroorzaakt?
- Bij kinderen: Zijn de ouders van … aansprakelijk voor de schade die hun minderjarige kind heeft veroorzaakt?
Stap 2.1a: relevante wet- en regelgeving verzamelen
Bij eigen onrechtmatige daad:
- Art. 6:162 lid 1 en lid 2 BW
- Art. 6:163 BW
- Afd. 6.1.10 (art 6:95 BW e.v. ‘omvang van de schade’)
Bij dieren: boek blz 126
- Art. 6:179 BW (kwalitatieve aansprakelijkheid voor bezitter van dier)
Voorwaarden voor aansprakelijkheid bij dieren:
- Er moet een bezitter zijn
- Er moet een dier zijn
- Er moet schade zijn
- De schade moet zijn aangericht door het dier (uit eigen energie van het dier – HR Gedreven Kuddekoe)
- De bezitter is uiteindelijk aansprakelijk
Bij dieren is er nog een tenzij-clausule: je gaat uit van de hypothetische situatie dat je het dier wel in je macht zou hebben gehad. Dan kijk je
wel of de bezitter aansprakelijk was o.g.v. art. 6:162 BW.
Als er sprake is van een dier dat uit eigen beweging (eigen energie van het dier, HR gedreven Kuddekoe) schade toebrengt aan een derde, dan is
art. 6:179 BW van toepassing. Een verwijzing naar 6:162 BW is dan dus niet nodig.
Bezitter is altijd aansprakelijk voor schade door zijn dier op grond van art. 6:179 BW, tenzij hij bijvoorbeeld een beroep had kunnen doen op
een rechtvaardigingsgrond, zoals noodweer (art. 6:162 BW), dan is de bezitter ook niet aansprakelijk op grond van art. 6:179 BW.
Je past artikel 6:162 BW niet standaard toe bij aansprakelijkheid voor dieren. Het is alleen relevant als je wilt kijken of de tenzij-clausule van
artikel 6:179 BW van toepassing is. Dat gebeurt wanneer er mogelijk een rechtvaardiging is om de bezitter niet aansprakelijk te stellen, zoals
noodweer of een andere rechtvaardigingsgrond. In gewone situaties waarin geen beroep kan worden gedaan op zo'n rechtvaardigingsgrond,
gebruik je alleen artikel 6:179 BW.
Bij kinderen
Kind onder 14 jaar Kind 14 of 15 jaar Kind 16 jaar of ouder
Kind Niet aansprakelijk o.g.v. 6:162 BW Wel aansprakelijk o.g.v. 6:162 BW wel aansprakelijk > art. 6:162 BW (want
omdat 6:164 BW de (want geen beroep op 6:164 BW geen beroep op art.l 6:164 BW mogelijk)
toerekenbaarheid blokkeert. mogelijk)
Ouder wel aansprakelijk > art. 6:169 lid 1 Wel aansprakelijk > art. 6:169 lid 2 BW Niet aansprakelijk > TENZIJ voor eigen fout
BW van ouder o.g.v. art. 6:162 BW
Kinderen 14/15: kinderen en de ouders zijn aansprakelijk, tenzij de ouders zich kunnen ‘disculperen’, dan zijn zij niet aansprakelijk.
Disculperen: een persoon is niet wettelijk aansprakelijk, door bijv. te bewijzen dat je als ouder op het moment van het plegen van een
onrechtmatige daad ergens anders was.
Bij opstal – art 6:174 BW
Voorwaarden:
- Bezitter
- Opstal (art. 6:174 lid 4 BW)
- “Die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en
- Daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert.
- Wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt
Tenzij-clausule: tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling (art. 6:162 BW) zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het
tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.
1