Hoorcollege 1: 13-11-23
Prenatale ontwikkeling en fysieke ontwikkeling in de babytijd.
Wat is ontwikkelingspsychologie?
● De wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van
conceptie tot ouderdom.
Prenatale ontwikkeling= alle ontwikkelingen voor de geboorte (baarmoeder
plaatsvindt).
● Nut kennis:
Ontwikkelingspsychologie voor pedagogen?
● Fysiek, cognitief, sociaal-emotioneel en persoonlijkheid.
Stadia van de prenatale periode:
Germinal: bevruchting tot twee weken
● Methodische celdeling
● Begin functiedeling
Embryonal: twee tot acht weken
● Zygote nu embryo
● Drie lagen: Ecto, endo en mesoderm
Foetaal: 8 weken tot geboorte
● Embryo en foetus
● Differentiatie van belangrijkste organen
● Snelle groei
Teratogene effecten:
● Gedrag en omgevingsrisico’s
● Roken, alcohol en drugs
● Slechte voeding
● Blootstelling giftige stoffen
● Blootstelling grote hoogten
● Inadequate prenatale zorg
● Stress
● Leeftijd (20-30 jaar meest vruchtbare tijd)
● Etniciteit ( taal en cultuurbarrière) ( schaamte en taboes)
● Lage sociaal-economische status
● Alleenstaand
● Lage opleiding
, ● Factoren die voor problemen kunnen zorgen bij ongeboren baby’s
Typen onderzoek:
● Experimenteel onderzoek
● Voor en nameting
● Experimentele en controle groep
● Longitudinaal onderzoek o.a.
● Cohortonderzoek
● Adoptieonderzoek
● Tweelingenonderzoek
Wat is een cohort?
Een cohort is een groep mensen uit de samenleving die een gemeenschappelijk kenmerk
bezitten (e.g., rokers, de populatie van Amsterdam of iedereen die is geboren in 1998).
Bij een cohortonderzoek wordt een cohort herhaaldelijk gemeten over een langere periode
Tweelingenonderzoek:
Continue en discontinue verandering:
- Continue verandering waarbij de fases van de ontwikkeling niet
zichtbaar zijn ( gelijkmatige verandering).
- Discontinue verandering waarbij je concrete ontwikkelingsstappen ziet.
Erfelijkheid en omgeving:
Genotype-omgevingseffecten:
Genetische aanleg en omgeving beïnvloeden kinderen op drie manieren:
1. Actief:
Kinderen selecteren of creëren een omgeving die past bij hun genotype.
(voorbeeld: kind komt er zelf mee)
2. Passief:
Ouders dragen zowel genen als omgeving over aan hun kinderen.
(voorbeeld: vader zet zijn dochter op judo terwijl zij heel verlegen is achteraf geen
goede keuze).
3. Evocatief:
Ouders en anderen creëren een omgeving in reactie op het genotype van het
kind. (voorbeeld: kind dat talig is aangelegd meenemen naar de bibliotheek).
Diathesis stress model vs Differential susceptibility Hypothesis:
Diathesis stress model
Prenatale ontwikkeling en fysieke ontwikkeling in de babytijd.
Wat is ontwikkelingspsychologie?
● De wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van
conceptie tot ouderdom.
Prenatale ontwikkeling= alle ontwikkelingen voor de geboorte (baarmoeder
plaatsvindt).
● Nut kennis:
Ontwikkelingspsychologie voor pedagogen?
● Fysiek, cognitief, sociaal-emotioneel en persoonlijkheid.
Stadia van de prenatale periode:
Germinal: bevruchting tot twee weken
● Methodische celdeling
● Begin functiedeling
Embryonal: twee tot acht weken
● Zygote nu embryo
● Drie lagen: Ecto, endo en mesoderm
Foetaal: 8 weken tot geboorte
● Embryo en foetus
● Differentiatie van belangrijkste organen
● Snelle groei
Teratogene effecten:
● Gedrag en omgevingsrisico’s
● Roken, alcohol en drugs
● Slechte voeding
● Blootstelling giftige stoffen
● Blootstelling grote hoogten
● Inadequate prenatale zorg
● Stress
● Leeftijd (20-30 jaar meest vruchtbare tijd)
● Etniciteit ( taal en cultuurbarrière) ( schaamte en taboes)
● Lage sociaal-economische status
● Alleenstaand
● Lage opleiding
, ● Factoren die voor problemen kunnen zorgen bij ongeboren baby’s
Typen onderzoek:
● Experimenteel onderzoek
● Voor en nameting
● Experimentele en controle groep
● Longitudinaal onderzoek o.a.
● Cohortonderzoek
● Adoptieonderzoek
● Tweelingenonderzoek
Wat is een cohort?
Een cohort is een groep mensen uit de samenleving die een gemeenschappelijk kenmerk
bezitten (e.g., rokers, de populatie van Amsterdam of iedereen die is geboren in 1998).
Bij een cohortonderzoek wordt een cohort herhaaldelijk gemeten over een langere periode
Tweelingenonderzoek:
Continue en discontinue verandering:
- Continue verandering waarbij de fases van de ontwikkeling niet
zichtbaar zijn ( gelijkmatige verandering).
- Discontinue verandering waarbij je concrete ontwikkelingsstappen ziet.
Erfelijkheid en omgeving:
Genotype-omgevingseffecten:
Genetische aanleg en omgeving beïnvloeden kinderen op drie manieren:
1. Actief:
Kinderen selecteren of creëren een omgeving die past bij hun genotype.
(voorbeeld: kind komt er zelf mee)
2. Passief:
Ouders dragen zowel genen als omgeving over aan hun kinderen.
(voorbeeld: vader zet zijn dochter op judo terwijl zij heel verlegen is achteraf geen
goede keuze).
3. Evocatief:
Ouders en anderen creëren een omgeving in reactie op het genotype van het
kind. (voorbeeld: kind dat talig is aangelegd meenemen naar de bibliotheek).
Diathesis stress model vs Differential susceptibility Hypothesis:
Diathesis stress model