Opgave 1 (afkomstig uit tentamen 26 maart 2025)
Stelling: Bij de ‘accurate delineation of a transaction’ wordt bij de beoordeling van de
transactie niet naar de contractuele voorwaarden tussen de gelieerde partijen gekeken.
Geef aan of deze stelling juist of onjuist is en beargumenteer uw antwoord.
Uitwerking:
De stelling is onjuist.
‘Accurate delineation of a transaction’ = in kaart brengen en analyseren van een transactie
binnen de economische context waarin deze plaatsvindt.
De volgende factoren spelen een rol bij de analyse:
- De contractuele voorwaarden;
- De functionele analyse (inclusief functies, activa’s en risico’s);
- De karakteristieken van de goederen en diensten;
- De economische en marktomstandigheden;
- De businessstrategieën.
Contractuele voorwaarden zijn wel belangrijk, maar de economische werkelijkheid is
belangrijker. Contractuele voorwaarden schetsen slechts een beeld.
Opgave 2 (afkomstig uit tentamen 26 maart 2025)
Stelling: Binnen de kaders van het arm’s-lengthbeginsel komen synergie- en schaalvoordelen
niet toe aan de tested parties.
Geef aan of deze stelling juist of onjuist is en beargumenteer uw antwoord.
Uitwerking:
De stelling is juist
à Synergievoordelen: Extra opbrengsten of kostenbesparingen die ontstaan door
samenwerking of fusies, waarbij het gezamenlijke resultaat groter is dan de som van de
individuele onderdelen (1+1=3).
à Schaalvoordelen: Kostenefficiëntie die ontstaat door grotere productie of bedrijfsomvang.
à Tested party (TP): De partij binnen een gelieerde transactie waarvan de winst of beloning
wordt getoetst aan het arm’s-lengthbeginsel. Vaak betreft dit de ondersteunende partij, zoals
productie of routinematige diensten.
à Vergelijkbaarheidsfactoren: Elementen gebruikt om te beoordelen in hoeverre een
gelieerde transactie vergelijkbaar is met transacties tussen onafhankelijke partijen.
Bij het bepalen van de winst van de tested party wordt uitgegaan van een vergelijking met
onafhankelijke ondernemingen die geen synergie- of schaalvoordelen kennen.
Synergie- en schaalvoordelen worden door de zelfstandigheidsfictie in een benchmark niet
meegenomen. Dit betekent dat de tested party in een arm’s-lengthanalyse geen recht heeft op
deze voordelen, omdat de vergeleken onafhankelijke partijen ze ook niet hebben.
1
,Indien de tested party feitelijk profiteert van groepsvoordelen (bijv. lagere inkoopkosten),
kunnen deze als relevante vergelijkbaarheidsfactoren worden beoordeeld, maar binnen de
standaard benchmarking worden ze meestal genegeerd.
Het doel is dat de routinematige winst van de tested party wordt vastgesteld, terwijl de
restwinst (inclusief synergie- en schaalvoordelen) toekomt aan de principaal of
concernniveau.
Praktische implicaties: De tested party ontvangt alleen een vergoeding die vergelijkbaar is
met onafhankelijke partijen voor soortgelijke routinematige activiteiten en risico’s.
Conclusie: Bij een transferpricinganalyse worden synergie- en schaalvoordelen niet
toegerekend aan de tested party, omdat deze voordelen in de vergelijking met onafhankelijke
partijen niet bestaan. Hierdoor blijft de stelling binnen het arm’s-lengthbeginsel correct.
Opgave 3 (afkomstig uit tentamen 26 maart 2025)
X BV maakt onderdeel uit van de multinationale onderneming Z met het hoofdkantoor (de
tophoudster) in Japan. X BV verzorgt de verkopen in de regio Noord- en West-Europa. Aan X
BV is binnen de 'transfer pricing policy' van het Z-concern al jarenlang winst gealloceerd op
basis van een TNMM percentage van 4% met als profit level indicator de gerealiseerde
omzet. Die beloningswijze past bij de functionaliteit, activa en risico's van X BV en in
overeenstemming met de vergelijkbaarheidsanalyse (benchmarkstudie).
Theorie:
- Transfer pricing policy: Interne richtlijnen over winst- en prijsbepaling tussen
gelieerde partijen, in lijn met het arm’s-lengthbeginsel.
- TNMM (Transactional Net Margin Method): Vergelijking van de nettomarge van de
tested party met die van ongelieerde partijen.
- Profit Level Indicator (PLI): Ratio waarop beloning wordt gebaseerd (bijv. marge op
omzet, kosten of activa).
- FAR-analyse (Functions, Assets, Risks): Bepaalt welke partij welke functies uitvoert,
welke activa gebruikt en welke risico’s draagt; vormt basis voor arm’s-
lengthbeloning.
- Routinematige activiteiten: Activiteiten met beperkte risico’s, die een stabiele,
voorspelbare beloning rechtvaardigen.
- Restwinst/entrepreneur: Partij die strategische en ondernemingsrisico’s draagt en de
restwinst ontvangt, inclusief verliezen.
Veronderstel dat in enig jaar de winsten van het Z-concern wereldwijd kelderen als gevolg
van een (wereldwijde) pandemie. Het concern besluit X BV naar evenredigheid mee te laten
delen in de verliezen van de groep.
a) Welke argumentatie zal de Nederlandse inspecteur hanteren om deze benadering te
bestrijden en welk standpunt ten aanzien van de aan te geven winst zal hij hanteren?
Uitwerking:
X BV voert routinematige functies uit:
• Verkoopactiviteiten, beperkte risico’s (debiteuren-, voorraadrisico).
• Volgens FAR-analyse hoort X BV een stabiele, voorspelbare beloning te ontvangen
(TNMM 4% op omzet), ook in crisisjaren.
2
,Wereldwijde verliezen raken primair de principaal (tophoudster):
• De strategische en ondernemingsrisico’s liggen bij de hoofdonderneming in Japan.
• De tested party (X BV) mag niet evenredig delen in groepsverliezen omdat dit niet
past bij haar functies en risico’s.
Benchmark en vergelijkbaarheidsanalyse blijven geldig:
• De TNMM van 4% is gebaseerd op onafhankelijke ondernemingen en verandert niet
door tijdelijke groepsverliezen.
• De arm’s-lengthbeloning voor X BV blijft dus ongeacht de pandemie gelijk.
Conclusie:
- Principaal / restwinstgenieter: draagt verliezen en geniet winst.
- Routinematige entiteit (X BV): ontvangt stabiele beloning passend bij haar functies,
activa en risico’s, conform arm’s-lengthbeginsel.
b) Welke argumenten zouden X BV en het Z-concern kunnen aandragen om de
aanpassing van de beloning van X BV te rechtvaardigen?
Uitwerking:
X BV en het Z-concern kunnen aanvoeren dat:
• De wereldwijde pandemie een uitzonderlijke, extreme economische situatie vormt die
ook onafhankelijke distributeurs zou raken.
• X BV feitelijk meer risico’s draagt (bijv. voorraadrisico, debiteurenrisico, marktrisico)
dan voorheen.
• Benchmarkbedrijven in hetzelfde jaar mogelijk eveneens lagere winsten of verliezen
laten zien.
• Een vaste 4%-marge in deze marktomstandigheden niet langer arm’s length is.
Conclusie:
Een tijdelijke aanpassing van de beloning, eventueel tot lagere winst of verlies, kan
gerechtvaardigd zijn als dit wordt ondersteund door feiten en vergelijkbare marktdata.
Uitgangspunt blijft altijd hoe onafhankelijke partijen in een vergelijkbare situatie zouden
hebben gehandeld; X BV kan zakelijk gemotiveerd enige tegemoetkoming accepteren om de
continuïteit van activiteiten te waarborgen.
3
, Opgave 4
Volkswagens met een dieselmotor moesten opnieuw worden geprogrammeerd om aan de
emissie- eisen te voldoen. Alle klanten moeten derhalve met hun auto naar de garage om deze
actie te laten uitvoeren. Voor de klanten is deze actie gratis. De garages brengen de kosten in
rekening aan de lokale gelieerde importeurs. Volgens de contracten tussen de gelieerde
importeurs en Volkswagen Duitsland, zijn deze kosten voor rekening en risico van de
gelieerde importeurs.
U bent de Nederlandse inspecteur van belastingen en verantwoordelijk voor de aangifte van
de Nederlandse Volkswagen importeur. Hierin constateert u dat de kosten voor de
terugroepactie in aftrek worden gebracht van het Nederlandse resultaat.
Met welke motivering weigert u de aftrek van deze kosten ten laste van de Nederlandse
winst?
Uitwerking:
Economische realiteit boven contract:
• Functionele analyse toont dat de importeur routinematig auto’s importeert en
doorverkoopt; hij voert geen softwarecorrecties uit en heeft geen controle over het
emissierisico.
• Economisch zou een onafhankelijke importeur een dergelijk risico niet vrijwillig
dragen.
• Daarom is de contractuele toewijzing van het risico aan de importeur niet
doorslaggevend, de aftrek kan geweigerd worden.
Mogelijke uitzondering – arm’s-lengthvergoeding:
• Indien de verrekenprijsdocumentatie een arm’s-length bandbreedte voor dit soort
risico’s bevat (bijv. correctie- of garantievoorzieningen), kan de importeur de kosten
wel aftrekken.
• Dit kan voor het betreffende jaar zijn of gespreid over meerdere jaren, mits
onderbouwd in de TP-documentatie.
Lesaantekeningen / aanvullingen
• De importeur ontvangt orders van dealers en koopt bij Volkswagen; hij is niet
verantwoordelijk voor de softwarefout.
• Alleen als contractueel en economisch aannemelijk gemaakt kan worden dat de
importeur het risico draagt en hiervoor een vergoeding ontvangt, kan aftrek
plaatsvinden.
Conclusie
• Standaardregel: de kosten van de terugroepactie zijn niet aftrekbaar bij de importeur,
omdat hij het risico economisch niet draagt.
• Uitzondering: als er een arm’s-length compensatie of voorziening is opgenomen in de
verrekenprijs, kan aftrek onderbouwd worden.
4