OBSERVEREN VAN GEDRAG EN
INTERACTIE
College-aantekeningen
1
,Inhoud
College-aantekeningen: Observeren van gedrag en interactie............................................. 3
College 1: Introductie ........................................................................................................... 3
College 2: Sensitiviteit .......................................................................................................... 9
College 3: Maaltijden .......................................................................................................... 13
College 4: Observeren in de klinische praktijk ................................................................. 19
College 5: Disciplineren ..................................................................................................... 23
College 6: Leergedrag in de klas ........................................................................................ 30
College 7: Hoogbegaafdheid en onderpresteren ............................................................. 36
2
,College-aantekeningen: Observeren van gedrag en interactie
College 1: Introductie
Indeling
1. Cursusinformatie
2. Introductie observatiemethodes in onderzoek
3. Ethische overwegingen
Deel 1: Cursusinformatie
• 7 colleges.
• 4 werkgroepen.
• Observatietoets in de laatste werkgroep.
• Toetsing: schriftelijk tentamen + observatietoets (V of O).
• Schriftelijk tentamen: informatie uit de colleges, literatuur vanuit de studiewijzer en
codeerinstrumenten vanuit de colleges en werkgroepen.
• Het schriftelijk tentamen bestaat uit meerkeuze- en open vragen.
Deel 2: Introductie observatiemethodes
Een observatie kan in verschillende settingen (achtergronden) plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld
aan thuis, op school, in het lab, in een praktijkinstelling of op een publieke locatie.
De situaties kunnen ook verschillend zijn. Voorbeelden van situaties zijn vrij spel, maaltijden,
badroutine, bedroutine, voorlezen, gestructureerd: (lastige) taak, diagnostisch onderzoek en
schoolobservatie.
Meten van gedrag: welke methode?
Wat wil je meten/bereiken? Vragenlijst/interview Gestandaardiseerde observatie
Inzicht gedachten/gevoelens etc. + -
Over een langere periode + +/-
Onbewust gedrag vangen - +
Uniforme interpretatie construct - +
Uitfilteren sociale wenselijkheid - +/-
Uitfilteren effect van stemming - -
Uitdagingen bij observaties
Uitdagingen (onder andere) Oplossingen
Techniek bij opnames - Training
- Duidelijke instructies
- Opnieuw opnemen indien mislukt
- Apparatuur vooraf testen
- Back-up apparatuur
- Standaardiseren van opname-
instellingen
Tijdsintensief, daarmee hoge kosten - Duur van de opname beperken
3
, - Inzetten meerdere getrainde
observatoren om tijd te verkorten
Belasting voor deelnemers, invasief - Compensatie en/of vergoeding
Duidelijk definiëren variabelen (en scores) - Helder afbakenen
soms lastig - Voorbeelden geven in
codeerhandleiding
- Training en intercodeur-
betrouwbaarheid verhogen
Moeilijk voor codeurs om betrouwbaar te - Intensieve training
worden (en te blijven!) - Intervisie
Momentopname - Meerdere opnames
- Opnieuw beginnen wanneer het niet is
als normaal gesproken
Hawthorne effect**/ observer reactivity - Ruimte verlaten
- Juiste instructie
- Langer observeren
Ethiek - Toestemming
- Informed consent
- Meldplicht
** Hawthorne effect: mensen passen hun gedrag aan wanneer zij weten dat zij geobserveerd
worden. Als observeerder heb je dus last van reactiviteit en mensen laten dan geen natuurlijk
gedrag zien.
Kwaliteitsmaten van observatiemethode
Om de kwaliteit van een observatiemethode na te gaan, kijk je naar de betrouwbaarheid en
validiteit.
• Betrouwbaarheid: herhaald meten levert dezelfde gegevens op.
• Validiteit: het meetinstrument meet daadwerkelijk hetgeen wat het moet meten.
Validiteit
Bij validiteit stel je jezelf de volgende vragen: meet ik hetgeen dat ik wil meten? Is het gedrag dat
ik observeer een goede afspiegeling van hoe de persoon zich over het algemeen gedraagt?
• Externe validiteit: in hoeverre kun je de resultaten van je onderzoek genereren naar andere
personen, situaties, tijden of contexten? → Generaliseerbaarheid
• Ecologische validiteit: in hoeverre lijkt de onderzoekssetting op de echte wereld? Is het
wel realistisch?
Invloeden op de externe/ecologische validiteit:
• Hawthorne effect / observer reactivity: maatregelen.
• Gestructureerde vs naturalistische observatie.
• Setting.
4
INTERACTIE
College-aantekeningen
1
,Inhoud
College-aantekeningen: Observeren van gedrag en interactie............................................. 3
College 1: Introductie ........................................................................................................... 3
College 2: Sensitiviteit .......................................................................................................... 9
College 3: Maaltijden .......................................................................................................... 13
College 4: Observeren in de klinische praktijk ................................................................. 19
College 5: Disciplineren ..................................................................................................... 23
College 6: Leergedrag in de klas ........................................................................................ 30
College 7: Hoogbegaafdheid en onderpresteren ............................................................. 36
2
,College-aantekeningen: Observeren van gedrag en interactie
College 1: Introductie
Indeling
1. Cursusinformatie
2. Introductie observatiemethodes in onderzoek
3. Ethische overwegingen
Deel 1: Cursusinformatie
• 7 colleges.
• 4 werkgroepen.
• Observatietoets in de laatste werkgroep.
• Toetsing: schriftelijk tentamen + observatietoets (V of O).
• Schriftelijk tentamen: informatie uit de colleges, literatuur vanuit de studiewijzer en
codeerinstrumenten vanuit de colleges en werkgroepen.
• Het schriftelijk tentamen bestaat uit meerkeuze- en open vragen.
Deel 2: Introductie observatiemethodes
Een observatie kan in verschillende settingen (achtergronden) plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld
aan thuis, op school, in het lab, in een praktijkinstelling of op een publieke locatie.
De situaties kunnen ook verschillend zijn. Voorbeelden van situaties zijn vrij spel, maaltijden,
badroutine, bedroutine, voorlezen, gestructureerd: (lastige) taak, diagnostisch onderzoek en
schoolobservatie.
Meten van gedrag: welke methode?
Wat wil je meten/bereiken? Vragenlijst/interview Gestandaardiseerde observatie
Inzicht gedachten/gevoelens etc. + -
Over een langere periode + +/-
Onbewust gedrag vangen - +
Uniforme interpretatie construct - +
Uitfilteren sociale wenselijkheid - +/-
Uitfilteren effect van stemming - -
Uitdagingen bij observaties
Uitdagingen (onder andere) Oplossingen
Techniek bij opnames - Training
- Duidelijke instructies
- Opnieuw opnemen indien mislukt
- Apparatuur vooraf testen
- Back-up apparatuur
- Standaardiseren van opname-
instellingen
Tijdsintensief, daarmee hoge kosten - Duur van de opname beperken
3
, - Inzetten meerdere getrainde
observatoren om tijd te verkorten
Belasting voor deelnemers, invasief - Compensatie en/of vergoeding
Duidelijk definiëren variabelen (en scores) - Helder afbakenen
soms lastig - Voorbeelden geven in
codeerhandleiding
- Training en intercodeur-
betrouwbaarheid verhogen
Moeilijk voor codeurs om betrouwbaar te - Intensieve training
worden (en te blijven!) - Intervisie
Momentopname - Meerdere opnames
- Opnieuw beginnen wanneer het niet is
als normaal gesproken
Hawthorne effect**/ observer reactivity - Ruimte verlaten
- Juiste instructie
- Langer observeren
Ethiek - Toestemming
- Informed consent
- Meldplicht
** Hawthorne effect: mensen passen hun gedrag aan wanneer zij weten dat zij geobserveerd
worden. Als observeerder heb je dus last van reactiviteit en mensen laten dan geen natuurlijk
gedrag zien.
Kwaliteitsmaten van observatiemethode
Om de kwaliteit van een observatiemethode na te gaan, kijk je naar de betrouwbaarheid en
validiteit.
• Betrouwbaarheid: herhaald meten levert dezelfde gegevens op.
• Validiteit: het meetinstrument meet daadwerkelijk hetgeen wat het moet meten.
Validiteit
Bij validiteit stel je jezelf de volgende vragen: meet ik hetgeen dat ik wil meten? Is het gedrag dat
ik observeer een goede afspiegeling van hoe de persoon zich over het algemeen gedraagt?
• Externe validiteit: in hoeverre kun je de resultaten van je onderzoek genereren naar andere
personen, situaties, tijden of contexten? → Generaliseerbaarheid
• Ecologische validiteit: in hoeverre lijkt de onderzoekssetting op de echte wereld? Is het
wel realistisch?
Invloeden op de externe/ecologische validiteit:
• Hawthorne effect / observer reactivity: maatregelen.
• Gestructureerde vs naturalistische observatie.
• Setting.
4