Hoofdstuk 9
Peeters/Gatzen-vordering (OD-jegens derde): de HR wijst de gedacht af dat een curator
alleen dan vordering uit hoofde van onrechtmatige daad jegens derden kan vervolgen
wanneer die vordering tot het vermogen van de schuldenaar behoort. Een dergelijke
vordering kan ook worden vervolgd in het (uitzonderlijke) geval dat die vordering niet aan de
schuldenaar toekomt omdat deze zelf bij de onrechtmatige daad was betrokken. In deze
situatie kan de curator de vordering vervolgen, niet als vermogensbestanddeel van de
schuldenaar, maar uit hoofde van zijn positie als degene die opkomt voor de belangen van
de gezamenlijke schuldeisers. Benadeling van een deel van de schuldeisers is niet voldoende
voor het instellen van een Peeters/Gatzen-vordering door de curator – gaat om benadeling
van de gezamenlijke schuldeisers.
Nu de vordering uit hoofde van onrechtmatige daad niet aan de schuldenaar toebehoort,
maar aan diens gezamenlijke schuldeiser, zijn de schuldeisers bevoegd de vordering ook zelf
te vervolgen, zij het dat zij de curator moeten laten voorgaan wanneer deze besluit de
vordering ‘namens hen’ te vervolgen.
De vordering tot schadevergoeding behoort toe aan de gezamenlijke schuldeisers. De
opbrengst van die vordering valt, wanneer de curator de vordering vervolgt echter in de
boedel.
Het voornaamste gevolg is dat de omslag van de algemene faillissementskosten conform 182
Fw zal moeten worden geduld door de benadeelde schuldeisers – gevolg vaak maar deel
krijgen van hun vordering.
Door HR is bevestigd dat de curator de vordering(en) uit onrechtmatige daad, wegens het
ontbreken van beschikkingsbevoegdheid, niet aan een derde kan cederen. De vordering
beheert immers toe aan de gezamenlijke schuldeisers, niet aan de failliet.
Bestuursaansprakelijkheid
Rechtspersonen hebben een (statutair)doel. Een door een rechtspersoon verrichte
rechtshandeling is door die rechtspersoon vernietigbaar indien daardoor het doel van die
rechtspersoon wordt overschreden en de wederpartij dit wist of zonder eigen onderzoek
moest weten (2:7 BW) – ultra vires. Wanneer de vennootschap failliet gaat, kan de curator
een beroep doen op ultra vires. Bij de beoordeling of een handeling vernietigbaar is wegens
doeloverschrijding dienen alle omstandigheden van het geval te worden meegewogen.
Wanneer de rechtspersoon failliet gaat, blijven bestuurders, commissarissen en
aandeelhouders in beginsel buiten schort. Dit is slechts onder uitzonderlijke
omstandigheden anders.
De bestuurders van een rechtspersoon zijn op grond van 2:9 lid 1 BW jegens de
rechtspersoon verplicht tot een behoorlijke taakvervulling. Wanneer zij die verplichting
verzaken, kan dat leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon –
curator kan ze dan aanspreken.
Voor aansprakelijkheid van een bestuurder jegens de rechtspersoon moet volgens vaste
rechtspraak van de HR sprake zijn van ‘ernstig verwijt’. Deze norm houdt rekening met de
beleidsvrijheid die de bestuurders van een rechtspersoon toekomt en voorkomt dat
bestuurders te voorzichtig worden.
Ook het handelen in strijd met de administratieverplichting van 2:10 BW zal over het
algemeen leiden tot de conclusie dat sprake is van ernstig verwijt.