Samenvatting klimaatvraagstukken:
1. Het klimaatsysteem
1.1 de atmosfeer: een omhulsel van gas
- weer en klimaat
De toestand van de dampkring op een bepaald moment en voor een klein gebeid, noem je het weer.
Het klimaat is de gemiddelde toestand van het weer over een periode van ongeveer 30-40 jaar en
voor een groot gebied.
De systeem aarde bestaat uit 4 sferen: de atmosfeer, de hydrosfeer, de lithosfeer en de biosfeer
- ontstaan van de atmosfeer
Meer dan 80% van de gassen die de dampkring vormen, tref je aan in de onderste 10 km. De
samenstelling van de atmosfeer: stikstof (78,01%), zuurstof (20,95%), en kleine hoeveelheden
waterdamp en koolstofdioxide.
- samenstelling en opbouw van de atmosfeer
De atmosfeer is opgebouwd uit vier lagen, gescheiden door pauzes.
De onderste laag is de troposfeer (9-12 kilometer dik). Hierin daalt de temperatuur met toenemende
hoogte.
De laag hierboven heet de stratosfeer. Hierin zit veel ozongas (O3) dat de schadelijke ultraviolette
straling uit het zonlicht filtert.
De twee buitenste lagen zijn de mesosfeer en de thermosfeer.
- energiebalans
Er is een evenwicht tussen de hoeveelheid straling die de aarde bereikt en de
hoeveelheid straling die de atmosfeer weer verlaat. Dit heet de energiebalans of
stralingsbalans.
Ongeveer 30% van de zonne-energie wordt teruggekaatst en ruim 20% wordt
geabsorbeerd in de troposfeer.
De kortgolvige zonnestraling die het aardoppervlak bereikt, wordt omgezet in
warmte en door de aarde als langgolvige straling teruggekaatst. Door het
broeikaseffect wordt de warmte die de aarde uitstraalt als langgolvige straling
teruggekaatst.
, - variaties is de energiebalans
De hoeveelheid straling die een bepaald gebied op aarde ontvangt, hangt af van: de breedteligging,
het albedo en de gesteldheid van het aardoppervlak.
Door de bolling van de aarde vallen op lage breedte de zonnestralen loodrecht in. Hierdoor is de
hoeveelheid straling per oppervlakte-eenheid groter dan op hoge breedte. Doordat deze
zonnestralen ook een kortere weg door de dampkring afleggen, wordt er minder energie door de
lucht opgenomen.
De weerkaatsing van het zonlicht
verschilt van gebied tot gebied.
Water wordt langzamer warm en koud
dan land. Dit heeft vier oorzaken:
- het zonlicht kan dieper in het water
doordringen dan in het land.
- doordat water in beweging is, wordt de
warmte beter verdeeld dan op het land.
- het kost meer energie om water een
graad in temperatuur te laten stijgen dan
land.
- bij verdamping van water gaat energie uit het water naar de dampkring.
1. Het klimaatsysteem
1.1 de atmosfeer: een omhulsel van gas
- weer en klimaat
De toestand van de dampkring op een bepaald moment en voor een klein gebeid, noem je het weer.
Het klimaat is de gemiddelde toestand van het weer over een periode van ongeveer 30-40 jaar en
voor een groot gebied.
De systeem aarde bestaat uit 4 sferen: de atmosfeer, de hydrosfeer, de lithosfeer en de biosfeer
- ontstaan van de atmosfeer
Meer dan 80% van de gassen die de dampkring vormen, tref je aan in de onderste 10 km. De
samenstelling van de atmosfeer: stikstof (78,01%), zuurstof (20,95%), en kleine hoeveelheden
waterdamp en koolstofdioxide.
- samenstelling en opbouw van de atmosfeer
De atmosfeer is opgebouwd uit vier lagen, gescheiden door pauzes.
De onderste laag is de troposfeer (9-12 kilometer dik). Hierin daalt de temperatuur met toenemende
hoogte.
De laag hierboven heet de stratosfeer. Hierin zit veel ozongas (O3) dat de schadelijke ultraviolette
straling uit het zonlicht filtert.
De twee buitenste lagen zijn de mesosfeer en de thermosfeer.
- energiebalans
Er is een evenwicht tussen de hoeveelheid straling die de aarde bereikt en de
hoeveelheid straling die de atmosfeer weer verlaat. Dit heet de energiebalans of
stralingsbalans.
Ongeveer 30% van de zonne-energie wordt teruggekaatst en ruim 20% wordt
geabsorbeerd in de troposfeer.
De kortgolvige zonnestraling die het aardoppervlak bereikt, wordt omgezet in
warmte en door de aarde als langgolvige straling teruggekaatst. Door het
broeikaseffect wordt de warmte die de aarde uitstraalt als langgolvige straling
teruggekaatst.
, - variaties is de energiebalans
De hoeveelheid straling die een bepaald gebied op aarde ontvangt, hangt af van: de breedteligging,
het albedo en de gesteldheid van het aardoppervlak.
Door de bolling van de aarde vallen op lage breedte de zonnestralen loodrecht in. Hierdoor is de
hoeveelheid straling per oppervlakte-eenheid groter dan op hoge breedte. Doordat deze
zonnestralen ook een kortere weg door de dampkring afleggen, wordt er minder energie door de
lucht opgenomen.
De weerkaatsing van het zonlicht
verschilt van gebied tot gebied.
Water wordt langzamer warm en koud
dan land. Dit heeft vier oorzaken:
- het zonlicht kan dieper in het water
doordringen dan in het land.
- doordat water in beweging is, wordt de
warmte beter verdeeld dan op het land.
- het kost meer energie om water een
graad in temperatuur te laten stijgen dan
land.
- bij verdamping van water gaat energie uit het water naar de dampkring.