BCO onderzoek
Inhoudsopgave
Deel 1............................................................................................................ 1
Week 1 Introductie.........................................................................................1
Hoorcollege 1.................................................................................................................. 1
Week 2.......................................................................................................... 5
Hoorcollege 2 Introductie kwalitatief onderzoek............................................................5
Hoorcollege 3 Kwalitatief onderzoek: onderzoek ontwerp en ethiek............................16
Week 3........................................................................................................ 27
Hoorcollege 4 Kwantitatieve methoden I......................................................................27
Hoorcollege 5 Kwantitatieve methoden II.....................................................................39
Week 4........................................................................................................ 46
Hoorcollege 6: Responsiecollege..................................................................................46
Deel 1
Week 1 Introductie
Hoorcollege 1
4 kwantitatief en 4 vragen kwalitatief -> 8 a/b vragen
Deeltentamen 2: Essayvragen (27-03-26)
,Beginfase van onderzoek
Onderwerp -> Aspect van het onderzoek (wat is onbekend? Waar zijn nog
vragen?) -> onderzoeksvraag -> onderzoeksdesign
(kwantitatief/kwalitatief)
Wetenschappelijke onderzoeksvraag
Wat maakt een wetenschappelijke onderzoeksvraag ‘goed’?
Helder geformuleerd
Specifiek
Meetbaar
Relevant
Gerelateerd aan eerdere theorie, onderzoek, literatuur
Realistisch
Toolbox van de sociale wetenschappen uitgebreid en divers
2 algemene benaderingen: kwantitatief en kwalitatief onderzoek
De onderzoeksvraag moet passend zijn voor de methode.
Verschillende verwachtingen over de formulering van de onderzoeksvraag
Uitleg kwalitatief onderzoek
Doel: begrijpen, interpreteren, theoretiseren
Wanneer: weinig bestaande kennis/theorie; dieper begrijpen
Focus: hoe mensen de wereld ervaren en begrijpen (zie constructionsim,
bryman, 2016), in een bepaalde context, op een bepaald tijdstip
Data: woorden, observaties
Rol theorie: data verzameling en analyse dragen bij aan theorievorming
Onderzoeksvragen: open, exploratief, zonder vooraf gespecifieerde
verwachtingen
Hoe (exploratief): Hoe gebruiken burger, hoe ervaren burgers?
Wat (definiërend): Welk belang hechten burgers, wat is de rol van?
Waarom (Verklarend): waarom gebruiken
Onderzoekspopulatie staan centraal, geen causale verbanden of
verwachtingen.
,Is deze onderzoeksvraag goed?
1. “Hoe beïnvloeden publieke organisaties het vertrouwen van
burgers?”
NEE: Beinvloeden suggereert causaliteit, Niet specifiek
2. “Welke rol speelt communicatie door publieke
gezondheidsorganisaties in het vertrouwen van burgers in de
aanpak van de coronapandemie”
Vraag heeft kwalitatief doel: definiëren
Meer afgebakende context: communicatie, publieke
gezondheidsorganisaties, covid
Mist: Wie is de onderzoekspopulatie
Dus goeie vraag: “welke rol speelt communicatie door het RIVM het
vertrouwen van Nederlandse burgers in de aanpak van de
coronapandemie?”
Uitleg Kwantitatief onderzoek:
Doel: verklaren, toetsen, generaliseren
Wanneer: bestaande theorieën of verwachtingen die kunnen worden
getoetst
Focus: toetsen van relaties in een waarneembare, objectieve
werkelijkheid (zie positivism in Bryman, 2016)
Data: getallen
Rol theorie: theorie informeert vooraf de onderzoeksvraag en
hypothesen
Onderzoeksvragen: gesloten, toetsend, met verwachtingen
Hoeveel/ in welke mate (beschrijvend): in welke mate; hoe vaak; hoe
sterk
Verschil (vergelijkend): is er een verschil tussen
Waarom/waardoor/wanneer (relatie): Wat is de samenhang tussen X
en Y, wat is het effect van X op Y
Deze vragen veronderstellen meetbare variabelen (X,Y,M,Z etc)
Verband (directe relatie)
Wat is de relatie tussen X en Y?
Wat is het effect van X op Y? (verondersteld causaal verband)
Conditie/wanneer (moderatie relatie)
‘Beïnvloedt M de relatie tussen X en Y?
, “Verschilt de relatie tussen X en Y afhankelijk van M?
Waardoor (mediatie relatie)
‘Wordt de relatie tussen X en Y verklaard door M?
Kwantitatieve onderzoeksvragen: goed?
“Hoe beïnvloeden publieke organisaties bet vertrouwen van burgers?”
Onderliggend model? Onduidelijke richting en onduidelijke variabelen
“Wat is de relatie tussen communicatie door publieke
gezondheidsorganisaties en het vertrouwen van burgers in de aanpak van
de coronapandemie?
Onderliggende model (X -> Y)
Concepten nog breed, onderzoekspopulatie?
“Wat is de relatie tussen communicatie transparantie door het RIVM en het
vertrouwen van Nederlandse burgers in de aanpak van de
coronapandemie?”
Communicatie nu gedefinieerd als mate van transparantie,
onderzoekspopulatie afgebakend.
Inhoudsopgave
Deel 1............................................................................................................ 1
Week 1 Introductie.........................................................................................1
Hoorcollege 1.................................................................................................................. 1
Week 2.......................................................................................................... 5
Hoorcollege 2 Introductie kwalitatief onderzoek............................................................5
Hoorcollege 3 Kwalitatief onderzoek: onderzoek ontwerp en ethiek............................16
Week 3........................................................................................................ 27
Hoorcollege 4 Kwantitatieve methoden I......................................................................27
Hoorcollege 5 Kwantitatieve methoden II.....................................................................39
Week 4........................................................................................................ 46
Hoorcollege 6: Responsiecollege..................................................................................46
Deel 1
Week 1 Introductie
Hoorcollege 1
4 kwantitatief en 4 vragen kwalitatief -> 8 a/b vragen
Deeltentamen 2: Essayvragen (27-03-26)
,Beginfase van onderzoek
Onderwerp -> Aspect van het onderzoek (wat is onbekend? Waar zijn nog
vragen?) -> onderzoeksvraag -> onderzoeksdesign
(kwantitatief/kwalitatief)
Wetenschappelijke onderzoeksvraag
Wat maakt een wetenschappelijke onderzoeksvraag ‘goed’?
Helder geformuleerd
Specifiek
Meetbaar
Relevant
Gerelateerd aan eerdere theorie, onderzoek, literatuur
Realistisch
Toolbox van de sociale wetenschappen uitgebreid en divers
2 algemene benaderingen: kwantitatief en kwalitatief onderzoek
De onderzoeksvraag moet passend zijn voor de methode.
Verschillende verwachtingen over de formulering van de onderzoeksvraag
Uitleg kwalitatief onderzoek
Doel: begrijpen, interpreteren, theoretiseren
Wanneer: weinig bestaande kennis/theorie; dieper begrijpen
Focus: hoe mensen de wereld ervaren en begrijpen (zie constructionsim,
bryman, 2016), in een bepaalde context, op een bepaald tijdstip
Data: woorden, observaties
Rol theorie: data verzameling en analyse dragen bij aan theorievorming
Onderzoeksvragen: open, exploratief, zonder vooraf gespecifieerde
verwachtingen
Hoe (exploratief): Hoe gebruiken burger, hoe ervaren burgers?
Wat (definiërend): Welk belang hechten burgers, wat is de rol van?
Waarom (Verklarend): waarom gebruiken
Onderzoekspopulatie staan centraal, geen causale verbanden of
verwachtingen.
,Is deze onderzoeksvraag goed?
1. “Hoe beïnvloeden publieke organisaties het vertrouwen van
burgers?”
NEE: Beinvloeden suggereert causaliteit, Niet specifiek
2. “Welke rol speelt communicatie door publieke
gezondheidsorganisaties in het vertrouwen van burgers in de
aanpak van de coronapandemie”
Vraag heeft kwalitatief doel: definiëren
Meer afgebakende context: communicatie, publieke
gezondheidsorganisaties, covid
Mist: Wie is de onderzoekspopulatie
Dus goeie vraag: “welke rol speelt communicatie door het RIVM het
vertrouwen van Nederlandse burgers in de aanpak van de
coronapandemie?”
Uitleg Kwantitatief onderzoek:
Doel: verklaren, toetsen, generaliseren
Wanneer: bestaande theorieën of verwachtingen die kunnen worden
getoetst
Focus: toetsen van relaties in een waarneembare, objectieve
werkelijkheid (zie positivism in Bryman, 2016)
Data: getallen
Rol theorie: theorie informeert vooraf de onderzoeksvraag en
hypothesen
Onderzoeksvragen: gesloten, toetsend, met verwachtingen
Hoeveel/ in welke mate (beschrijvend): in welke mate; hoe vaak; hoe
sterk
Verschil (vergelijkend): is er een verschil tussen
Waarom/waardoor/wanneer (relatie): Wat is de samenhang tussen X
en Y, wat is het effect van X op Y
Deze vragen veronderstellen meetbare variabelen (X,Y,M,Z etc)
Verband (directe relatie)
Wat is de relatie tussen X en Y?
Wat is het effect van X op Y? (verondersteld causaal verband)
Conditie/wanneer (moderatie relatie)
‘Beïnvloedt M de relatie tussen X en Y?
, “Verschilt de relatie tussen X en Y afhankelijk van M?
Waardoor (mediatie relatie)
‘Wordt de relatie tussen X en Y verklaard door M?
Kwantitatieve onderzoeksvragen: goed?
“Hoe beïnvloeden publieke organisaties bet vertrouwen van burgers?”
Onderliggend model? Onduidelijke richting en onduidelijke variabelen
“Wat is de relatie tussen communicatie door publieke
gezondheidsorganisaties en het vertrouwen van burgers in de aanpak van
de coronapandemie?
Onderliggende model (X -> Y)
Concepten nog breed, onderzoekspopulatie?
“Wat is de relatie tussen communicatie transparantie door het RIVM en het
vertrouwen van Nederlandse burgers in de aanpak van de
coronapandemie?”
Communicatie nu gedefinieerd als mate van transparantie,
onderzoekspopulatie afgebakend.