Literatuur AI & technologie
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
Hoorcollege 1.................................................................................................................. 2
Hoorcollege 2.................................................................................................................. 3
Hoofdstuk 1 Allen, 2009.............................................................................................. 3
Week 2.......................................................................................................... 6
Hoorcollege 3.................................................................................................................. 6
Video The switchboard operators-A History.................................................................7
Hoorcollege 4.................................................................................................................. 8
Artikel Powel & Snellman, 2004...................................................................................8
Video: 1960 Computer history...................................................................................10
Video: How a British teashop helped create the first office computer.......................11
Week 3........................................................................................................ 13
Hoorcollege 5................................................................................................................ 13
Artikel Mazmanian, Orlikowski & Yates, 2013 ...........................................................13
Artikel: Have smartphones destroyed a generation?.................................................14
Podcast: Our kids are the least flourishing generation we know of............................15
Hoorcollege 6................................................................................................................ 16
Artikel Bruns & Long lingo......................................................................................... 16
Video: how AI actually learns.....................................................................................17
Week 4........................................................................................................ 19
Hoorcollege 7................................................................................................................ 20
Artikel working paper Hurkman, Bruns & heusinkveld...............................................20
Wat verandert er door AI? Vroeger bestond creatief werk vooral uit het zelf maken
van iets: tekenen, schilderen, ontwerpen, schetsen, bouwen. Dat proces kostte tijd,
moeite en vakmanschap. Met AI kunnen makers nu in korte tijd honderden variaties
laten genereren. In plaats van alles zelf te maken, geven ze prompts (instructies)
aan de AI en kiezen ze daarna de beste resultaten uit..............................................20
Is AI een tool of een partner? Het artikel laat zien dat AI geen neutrale tool is. In
tegenstelling tot traditionele software (zoals Photoshop), genereert AI zelfstandig
output op basis van data. Daardoor voelt het soms als:............................................22
Hoorcollege 8................................................................................................................ 22
Artikel Kellog et al..................................................................................................... 22
Artikel: undercover als human feedback-trainer van ChatGPT..................................24
Week 5........................................................................................................ 25
Hoorcollege 9................................................................................................................ 25
Artikel Van den Broek et al., 2025.............................................................................25
Hoorcollege 10.......................................................................................................... 29
Artikel Becker et al., 2025......................................................................................... 29
Artikel Lebovitz et al., 2022.......................................................................................30
Week 6........................................................................................................ 33
Hoorcollege 11.............................................................................................................. 33
Artikel working paper Dell’Aqua et al........................................................................33
De opzet van het experiment. In het experiment kregen consultants verschillende
soorten opdrachten, bijvoorbeeld:.............................................................................34
, Hoorcollege12............................................................................................................... 37
Week 1
Hoorcollege 1
Artikel Cascio & Montealegre, 2016:
Dit artikel beschrijft hoe technologische ontwikkelingen, zoals AI, robots en
slimme digitale systemen, een grote invloed hebben op werk en
werkgelegenheid. Technologie verandert niet alleen wat voor werk mensen
doen, maar ook hoe werk wordt georganiseerd en welke vaardigheden
belangrijk zijn. Dit is geen nieuw fenomeen: in het verleden hebben
technologische innovaties vaker banen laten verdwijnen, maar tegelijkertijd ook
nieuwe banen gecreëerd. Dit proces noemen de auteurs creatieve destructie. Op
korte termijn kan dit zorgen voor onzekerheid en baanverlies, maar op de lange
termijn ontstaan er meestal nieuwe vormen van werk.
Toch betekent dit niet dat iedereen automatisch profiteert. Vooral banen met
veel routinetaken lopen risico om (deels) te worden overgenomen door
technologie. Denk aan administratief werk, boekhouding en standaardanalyses.
Tegelijkertijd blijven mensen nodig voor taken waarbij creativiteit, empathie,
overzicht en het omgaan met onzekerheid belangrijk zijn. Machines zijn goed in
het verwerken van grote hoeveelheden data, maar mensen zijn beter in het zien
van het grotere geheel, het nemen van complexe beslissingen en het motiveren
en aansturen van anderen.
Een belangrijk punt in het artikel is dat technologie op zichzelf niet goed of slecht
is. Het effect van technologie hangt af van hoe organisaties deze inzetten. Zo
kunnen monitoring- en controlesystemen helpen om werk efficiënter te maken,
maar ze kunnen ook leiden tot stress, een gevoel van controle en zelfs burn-out
bij werknemers. Hetzelfde geldt voor robots: ze kunnen werknemers
ondersteunen en productiever maken, maar zorgen ook voor angst om banen te
verliezen.
Daarnaast verandert technologie de manier waarop organisaties functioneren.
Door digitale middelen kunnen mensen altijd en overal werken, waardoor de
grens tussen werk en privé vervaagt. Dit heeft gevolgen voor stress,
samenwerking en werk-privébalans. Ook het personeelsbeleid (HRM) moet
hierdoor veranderen. Werving gebeurt steeds meer online en data-gedreven,
training verloopt via e-learning en virtual reality, en prestaties worden vaker
continu gevolgd in plaats van één keer per jaar beoordeeld. Werknemers krijgen
bovendien meer verantwoordelijkheid voor hun eigen loopbaan.
De kernboodschap van het artikel is dat technologie werk ingrijpend verandert,
maar dat mensen en organisaties uiteindelijk bepalen wat de uitkomst is.
Succesvolle organisaties gebruiken technologie op een manier die mensen
ondersteunt in plaats van beperkt, en laten mensen zich richten op datgene waar
zij beter in zijn dan machines.
Bulletpoints belangrijke punten:
, - Technologie (zoals AI, robots en digitale systemen) verandert hoe we
werken en welke banen er zijn.
- Sommige banen verdwijnen door technologie, maar er ontstaan ook
nieuwe banen (creatieve destructie).
- Vooral banen met veel herhalende en routinematige taken lopen risico om
geautomatiseerd te worden.
- Banen waarbij creativiteit, empathie, overzicht en menselijk contact
belangrijk zijn, blijven mensenwerk.
- Machines zijn goed in data en regels, mensen zijn beter in het grote plaatje
zien en omgaan met onzekerheid.
- Technologie is niet automatisch goed of slecht; het effect hangt af van hoe
organisaties het gebruiken.
- Monitoring en controlesystemen kunnen helpen bij prestaties, maar
kunnen ook stress en burn-out veroorzaken.
- Robots kunnen werknemers ondersteunen, maar zorgen ook voor angst
om banen te verliezen.
- Door technologie vervaagt de grens tussen werk en privé, omdat werk
altijd en overal kan doorgaan.
- Organisaties moeten hun HR-beleid aanpassen, bijvoorbeeld bij werving,
training en beoordeling.
- Werknemers krijgen meer verantwoordelijkheid voor hun eigen
ontwikkeling en loopbaan.
De kern: technologie verandert werk, maar mensen bepalen of dat positief of
negatief uitpakt.
Hoorcollege 2
Hoofdstuk 1 Allen, 2009
In dit hoofdstuk probeert Robert Allen te verklaren waarom de Industriële
Revolutie juist in Groot-Brittannië begon en niet in andere landen. Hij laat zien
dat dit geen toeval was en ook niet door één enkele oorzaak kwam, maar door
een combinatie van economische, sociale en institutionele factoren. Allen begint
met een beschrijving van de economie vóór de Industriële Revolutie. In deze pre-
industriële economie werkte het grootste deel van de bevolking in de landbouw.
Productiviteit was laag, technologie veranderde langzaam en de meeste mensen
leefden rond het bestaansminimum. Groei was mogelijk, maar ging traag. Toch
was Groot-Brittannië in deze periode al economisch anders dan veel andere
landen: de lonen lagen relatief hoog en energie (zoals steenkool) was goedkoop.
Volgens Allen is dit verschil cruciaal. Omdat arbeid in Groot-Brittannië duur was
en energie goedkoop, hadden ondernemers een sterke prikkel om machines te
ontwikkelen die arbeid konden vervangen. Innovaties zoals de stoommachine en
nieuwe productietechnieken waren rendabel in Groot-Brittannië, maar niet in
landen waar arbeid goedkoop was. Technologie werd dus niet alleen uitgevonden
omdat het kon, maar omdat het economisch loonde. Daarnaast bespreekt Allen
het belang van instituties, zoals eigendomsrechten, markten en het
rechtssysteem. In Engeland konden ondernemers relatief veilig investeren, winst
maken en nieuwe technieken toepassen. De overheid beschermde privébezit en
stimuleerde handel. Dit zorgde voor een omgeving waarin experimenteren en
innovatie mogelijk was.
, Ook cultuur en wetenschap speelden een rol, maar volgens Allen zijn die niet
voldoende als verklaring op zichzelf. De Wetenschappelijke Revolutie zorgde voor
kennis, maar pas toen die kennis economisch toepasbaar werd, leidde dit tot
echte verandering. Technologie had dus pas impact toen zij werd ingezet in
productieprocessen.
Verder laat Allen zien dat de Industriële Revolutie grote sociale gevolgen had. De
bevolking groeide, steden werden groter en de manier van werken veranderde
ingrijpend. Mensen gingen in fabrieken werken in plaats van op het land. Dit
leidde eerst tot ongelijkheid en zware arbeidsomstandigheden, maar op de lange
termijn ook tot economische groei en hogere welvaart.
Tot slot benadrukt Allen dat de Industriële Revolutie niet los gezien kan worden
van de internationale context. Groot-Brittannië profiteerde van handel, koloniale
markten en wereldwijde grondstoffenstromen. Toch blijft zijn kernpunt dat de
specifieke economische omstandigheden in Groot-Brittannië de doorslag gaven.
Belangrijkste punten in bulletpoints (makkelijk & duidelijk)
De Industriële Revolutie begon in Groot-Brittannië, niet toevallig maar door
specifieke omstandigheden.
Voor de Industriële Revolutie werkte bijna iedereen in de landbouw en was
productiviteit laag.
In Groot-Brittannië waren lonen hoog en energie (steenkool) goedkoop.
Daardoor werd het aantrekkelijk om machines te ontwikkelen die arbeid
vervingen.
Technologische innovaties waren economisch rendabel in Groot-Brittannië,
maar niet overal.
Innovatie gebeurt niet alleen door kennis, maar vooral als het financieel
loont.
Sterke instituties (zoals eigendomsrechten en markten) maakten
investeren en ondernemen mogelijk.
Wetenschap en cultuur hielpen, maar waren niet voldoende zonder
economische prikkels.
De Industriële Revolutie veranderde werk, steden en sociale verhoudingen
ingrijpend.
Op korte termijn zorgde dit voor ongelijkheid, op lange termijn voor
economische groei.
De internationale handel en koloniale positie van Groot-Brittannië speelden
ook een rol.
De kernboodschap: economische omstandigheden bepaalden waarom de
Industriële Revolutie juist daar begon.
Video: "The Industrial Revolution: Crash Course European
History
In deze video bespreekt John Green de Industriële Revolutie, een van de meest
ingrijpende veranderingen in de menselijke geschiedenis. Hij vergelijkt het leven
in Engeland rond 1820 met dat in 1920 om de enorme transformatie te
illustreren. In 1820 leefden de meeste mensen nog in agrarische
gemeenschappen zonder elektriciteit, stromend water of moderne technologieën.
Een eeuw later was de samenleving drastisch veranderd: mensen werkten in
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
Hoorcollege 1.................................................................................................................. 2
Hoorcollege 2.................................................................................................................. 3
Hoofdstuk 1 Allen, 2009.............................................................................................. 3
Week 2.......................................................................................................... 6
Hoorcollege 3.................................................................................................................. 6
Video The switchboard operators-A History.................................................................7
Hoorcollege 4.................................................................................................................. 8
Artikel Powel & Snellman, 2004...................................................................................8
Video: 1960 Computer history...................................................................................10
Video: How a British teashop helped create the first office computer.......................11
Week 3........................................................................................................ 13
Hoorcollege 5................................................................................................................ 13
Artikel Mazmanian, Orlikowski & Yates, 2013 ...........................................................13
Artikel: Have smartphones destroyed a generation?.................................................14
Podcast: Our kids are the least flourishing generation we know of............................15
Hoorcollege 6................................................................................................................ 16
Artikel Bruns & Long lingo......................................................................................... 16
Video: how AI actually learns.....................................................................................17
Week 4........................................................................................................ 19
Hoorcollege 7................................................................................................................ 20
Artikel working paper Hurkman, Bruns & heusinkveld...............................................20
Wat verandert er door AI? Vroeger bestond creatief werk vooral uit het zelf maken
van iets: tekenen, schilderen, ontwerpen, schetsen, bouwen. Dat proces kostte tijd,
moeite en vakmanschap. Met AI kunnen makers nu in korte tijd honderden variaties
laten genereren. In plaats van alles zelf te maken, geven ze prompts (instructies)
aan de AI en kiezen ze daarna de beste resultaten uit..............................................20
Is AI een tool of een partner? Het artikel laat zien dat AI geen neutrale tool is. In
tegenstelling tot traditionele software (zoals Photoshop), genereert AI zelfstandig
output op basis van data. Daardoor voelt het soms als:............................................22
Hoorcollege 8................................................................................................................ 22
Artikel Kellog et al..................................................................................................... 22
Artikel: undercover als human feedback-trainer van ChatGPT..................................24
Week 5........................................................................................................ 25
Hoorcollege 9................................................................................................................ 25
Artikel Van den Broek et al., 2025.............................................................................25
Hoorcollege 10.......................................................................................................... 29
Artikel Becker et al., 2025......................................................................................... 29
Artikel Lebovitz et al., 2022.......................................................................................30
Week 6........................................................................................................ 33
Hoorcollege 11.............................................................................................................. 33
Artikel working paper Dell’Aqua et al........................................................................33
De opzet van het experiment. In het experiment kregen consultants verschillende
soorten opdrachten, bijvoorbeeld:.............................................................................34
, Hoorcollege12............................................................................................................... 37
Week 1
Hoorcollege 1
Artikel Cascio & Montealegre, 2016:
Dit artikel beschrijft hoe technologische ontwikkelingen, zoals AI, robots en
slimme digitale systemen, een grote invloed hebben op werk en
werkgelegenheid. Technologie verandert niet alleen wat voor werk mensen
doen, maar ook hoe werk wordt georganiseerd en welke vaardigheden
belangrijk zijn. Dit is geen nieuw fenomeen: in het verleden hebben
technologische innovaties vaker banen laten verdwijnen, maar tegelijkertijd ook
nieuwe banen gecreëerd. Dit proces noemen de auteurs creatieve destructie. Op
korte termijn kan dit zorgen voor onzekerheid en baanverlies, maar op de lange
termijn ontstaan er meestal nieuwe vormen van werk.
Toch betekent dit niet dat iedereen automatisch profiteert. Vooral banen met
veel routinetaken lopen risico om (deels) te worden overgenomen door
technologie. Denk aan administratief werk, boekhouding en standaardanalyses.
Tegelijkertijd blijven mensen nodig voor taken waarbij creativiteit, empathie,
overzicht en het omgaan met onzekerheid belangrijk zijn. Machines zijn goed in
het verwerken van grote hoeveelheden data, maar mensen zijn beter in het zien
van het grotere geheel, het nemen van complexe beslissingen en het motiveren
en aansturen van anderen.
Een belangrijk punt in het artikel is dat technologie op zichzelf niet goed of slecht
is. Het effect van technologie hangt af van hoe organisaties deze inzetten. Zo
kunnen monitoring- en controlesystemen helpen om werk efficiënter te maken,
maar ze kunnen ook leiden tot stress, een gevoel van controle en zelfs burn-out
bij werknemers. Hetzelfde geldt voor robots: ze kunnen werknemers
ondersteunen en productiever maken, maar zorgen ook voor angst om banen te
verliezen.
Daarnaast verandert technologie de manier waarop organisaties functioneren.
Door digitale middelen kunnen mensen altijd en overal werken, waardoor de
grens tussen werk en privé vervaagt. Dit heeft gevolgen voor stress,
samenwerking en werk-privébalans. Ook het personeelsbeleid (HRM) moet
hierdoor veranderen. Werving gebeurt steeds meer online en data-gedreven,
training verloopt via e-learning en virtual reality, en prestaties worden vaker
continu gevolgd in plaats van één keer per jaar beoordeeld. Werknemers krijgen
bovendien meer verantwoordelijkheid voor hun eigen loopbaan.
De kernboodschap van het artikel is dat technologie werk ingrijpend verandert,
maar dat mensen en organisaties uiteindelijk bepalen wat de uitkomst is.
Succesvolle organisaties gebruiken technologie op een manier die mensen
ondersteunt in plaats van beperkt, en laten mensen zich richten op datgene waar
zij beter in zijn dan machines.
Bulletpoints belangrijke punten:
, - Technologie (zoals AI, robots en digitale systemen) verandert hoe we
werken en welke banen er zijn.
- Sommige banen verdwijnen door technologie, maar er ontstaan ook
nieuwe banen (creatieve destructie).
- Vooral banen met veel herhalende en routinematige taken lopen risico om
geautomatiseerd te worden.
- Banen waarbij creativiteit, empathie, overzicht en menselijk contact
belangrijk zijn, blijven mensenwerk.
- Machines zijn goed in data en regels, mensen zijn beter in het grote plaatje
zien en omgaan met onzekerheid.
- Technologie is niet automatisch goed of slecht; het effect hangt af van hoe
organisaties het gebruiken.
- Monitoring en controlesystemen kunnen helpen bij prestaties, maar
kunnen ook stress en burn-out veroorzaken.
- Robots kunnen werknemers ondersteunen, maar zorgen ook voor angst
om banen te verliezen.
- Door technologie vervaagt de grens tussen werk en privé, omdat werk
altijd en overal kan doorgaan.
- Organisaties moeten hun HR-beleid aanpassen, bijvoorbeeld bij werving,
training en beoordeling.
- Werknemers krijgen meer verantwoordelijkheid voor hun eigen
ontwikkeling en loopbaan.
De kern: technologie verandert werk, maar mensen bepalen of dat positief of
negatief uitpakt.
Hoorcollege 2
Hoofdstuk 1 Allen, 2009
In dit hoofdstuk probeert Robert Allen te verklaren waarom de Industriële
Revolutie juist in Groot-Brittannië begon en niet in andere landen. Hij laat zien
dat dit geen toeval was en ook niet door één enkele oorzaak kwam, maar door
een combinatie van economische, sociale en institutionele factoren. Allen begint
met een beschrijving van de economie vóór de Industriële Revolutie. In deze pre-
industriële economie werkte het grootste deel van de bevolking in de landbouw.
Productiviteit was laag, technologie veranderde langzaam en de meeste mensen
leefden rond het bestaansminimum. Groei was mogelijk, maar ging traag. Toch
was Groot-Brittannië in deze periode al economisch anders dan veel andere
landen: de lonen lagen relatief hoog en energie (zoals steenkool) was goedkoop.
Volgens Allen is dit verschil cruciaal. Omdat arbeid in Groot-Brittannië duur was
en energie goedkoop, hadden ondernemers een sterke prikkel om machines te
ontwikkelen die arbeid konden vervangen. Innovaties zoals de stoommachine en
nieuwe productietechnieken waren rendabel in Groot-Brittannië, maar niet in
landen waar arbeid goedkoop was. Technologie werd dus niet alleen uitgevonden
omdat het kon, maar omdat het economisch loonde. Daarnaast bespreekt Allen
het belang van instituties, zoals eigendomsrechten, markten en het
rechtssysteem. In Engeland konden ondernemers relatief veilig investeren, winst
maken en nieuwe technieken toepassen. De overheid beschermde privébezit en
stimuleerde handel. Dit zorgde voor een omgeving waarin experimenteren en
innovatie mogelijk was.
, Ook cultuur en wetenschap speelden een rol, maar volgens Allen zijn die niet
voldoende als verklaring op zichzelf. De Wetenschappelijke Revolutie zorgde voor
kennis, maar pas toen die kennis economisch toepasbaar werd, leidde dit tot
echte verandering. Technologie had dus pas impact toen zij werd ingezet in
productieprocessen.
Verder laat Allen zien dat de Industriële Revolutie grote sociale gevolgen had. De
bevolking groeide, steden werden groter en de manier van werken veranderde
ingrijpend. Mensen gingen in fabrieken werken in plaats van op het land. Dit
leidde eerst tot ongelijkheid en zware arbeidsomstandigheden, maar op de lange
termijn ook tot economische groei en hogere welvaart.
Tot slot benadrukt Allen dat de Industriële Revolutie niet los gezien kan worden
van de internationale context. Groot-Brittannië profiteerde van handel, koloniale
markten en wereldwijde grondstoffenstromen. Toch blijft zijn kernpunt dat de
specifieke economische omstandigheden in Groot-Brittannië de doorslag gaven.
Belangrijkste punten in bulletpoints (makkelijk & duidelijk)
De Industriële Revolutie begon in Groot-Brittannië, niet toevallig maar door
specifieke omstandigheden.
Voor de Industriële Revolutie werkte bijna iedereen in de landbouw en was
productiviteit laag.
In Groot-Brittannië waren lonen hoog en energie (steenkool) goedkoop.
Daardoor werd het aantrekkelijk om machines te ontwikkelen die arbeid
vervingen.
Technologische innovaties waren economisch rendabel in Groot-Brittannië,
maar niet overal.
Innovatie gebeurt niet alleen door kennis, maar vooral als het financieel
loont.
Sterke instituties (zoals eigendomsrechten en markten) maakten
investeren en ondernemen mogelijk.
Wetenschap en cultuur hielpen, maar waren niet voldoende zonder
economische prikkels.
De Industriële Revolutie veranderde werk, steden en sociale verhoudingen
ingrijpend.
Op korte termijn zorgde dit voor ongelijkheid, op lange termijn voor
economische groei.
De internationale handel en koloniale positie van Groot-Brittannië speelden
ook een rol.
De kernboodschap: economische omstandigheden bepaalden waarom de
Industriële Revolutie juist daar begon.
Video: "The Industrial Revolution: Crash Course European
History
In deze video bespreekt John Green de Industriële Revolutie, een van de meest
ingrijpende veranderingen in de menselijke geschiedenis. Hij vergelijkt het leven
in Engeland rond 1820 met dat in 1920 om de enorme transformatie te
illustreren. In 1820 leefden de meeste mensen nog in agrarische
gemeenschappen zonder elektriciteit, stromend water of moderne technologieën.
Een eeuw later was de samenleving drastisch veranderd: mensen werkten in