erfrecht
Hoofdstuk 2, 3 & 4 (Monografieën Privaatrecht: Erfrecht, Wolters Kluwer,
8e druk)
Deel 1: Personen- en familierecht (Boek 1 BW)
Het personen- en familierecht regelt de juridische status van natuurlijke
personen en hun onderlinge relaties.
- Personenrecht: richt zich op de rechtspositie van de natuurlijke
persoon als zodanig, zoals het recht op een naam en de burgerlijke
stand.
- Familierecht: behandelt de verhoudingen tussen personen,
waaronder huwelijk, geregistreerd partnerschap, afstamming en
adoptie. Ook beschermingsmaatregelen voor meerderjarigen
(curatele, bewind en mentorschap) vallen hieronder.
- Family Life (art. 8 EVRM): het recht op respect voor het familie- en
gezinsleven. Dit is ruimer dan alleen biologische verwantschap; het
draait om een "nauwe persoonlijke betrekking", zoals tussen
pleegouders en een pleegkind.
o Oorsprong family life: Marckx-arrest: Vóór dit arrest hadden
ongehuwde moeders en hun kinderen niet automatisch
dezelfde juridische band als gehuwde moeders. Het Hof
oordeelde dat "family life" ook geldt voor de "natuurlijke"
familie.
o Wanneer is er sprake van family life?
Moeder en kind: Deze band is er altijd automatisch door
de geboorte.
Vader en kind: Alleen automatisch als de vader gehuwd
is of een geregistreerd partnerschap (GP) heeft met de
moeder. Is dat niet zo, dan moet hij bijkomende
omstandigheden aantonen, zoals samenwoning of een
nauwe persoonlijke betrekking.
Overige familie (grootouders/tantes): Er is geen
automatische band. Er moet bewezen worden dat er een
"nauwe persoonlijke betrekking" is die verder gaat dan
alleen de biologische link.
Niet-bloedverwanten (pleegouders): Juist omdat het om
de feitelijke band gaat ("nauwe persoonlijke
betrekking"), kan een pleeggezin na verloop van tijd ook
aanspraak maken op de bescherming van "family life".
, o Verbreking: "Family life" eindigt niet zomaar. Zelfs na een
echtscheiding of het beëindigen van de samenwoning blijft het
bestaan tussen ouders en kinderen. Alleen in zeer extreme
gevallen kan deze band juridisch worden doorgesneden.
Deel 2: Onderscheid tussen wettelijk en testamentair erfrecht
Het erfrecht (boek 4) bepaalt wat er gebeurt met het vermogen van een
overledene (de erflater). Er zijn twee grondslagen voor erfopvolging (art.
4:1 BW):
- Wettelijk erfrecht (erfopvolging bij versterf): dit treedt in werking
wanneer de erflater geen statement heeft gemaakt. De wet bepaalt
dan wie de erfgenamen zijn op basis van bloedverwantschap.
o Biologische bloedverwantschap: relatie tussen personen op
basis van geboorte.
o Juridische bloedverwantschap: juridische relatie,
familierechtelijke betrekkingen (bijv. adoptie van een niet-
biologisch kind, art. 1:227 e.v. BW).
o Aanverwantschap: berust op huwelijk of geregistreerd
partnerschap.
- Testamentair erfrecht (op grond van uiterste wilsbeschikking): hierbij
heeft de erflater zelf bepaald wie de erfgenamen zijn via een bij de
notaris vastgelegde akte (testament). Via erfstelling wordt iemand
benoemd tot opvolger, terwijl een legaat een specifiek
vorderingsrecht geeft op een bepaald goed of geldbedrag.
In het wettelijk erfrecht vindt plaatsvervulling automatisch plaats (art. 4:12
BW). In het testamentair erfrecht is dit niet vanzelfsprekend.
Stel: iemand benoemt in zijn testament twee vrienden, Jan en Piet, tot
erfgenaam. Piet overlijdt vóór de erflater. Dan erft Jan alles. De kinderen
van Piet erven niet automatisch via plaatsvervulling, tenzij dit expliciet in
het testament is bepaald.
Verkrijging onder algemene titel (art. 3:80 lid 2) en de Saisine-
regel
De erfgenamen zijn de opvolgers van de erflater en verkrijgen het
vermogen onder algemene titel. Dit houdt in dat zij van rechtswege de
gehele juridische positie van de overledene voortzetten. Er vindt een
directe overgang plaats van alle rechten (lusten) en schulden (lasten); dit
noemen we de saisine-regel.
Uitzondering op de saisine-regel: de wettelijke verdeling (art. 4:13 BW). Bij
een wettelijke verdeling (wanneer er een echtgenoot en kinderen zijn)
wijkt de feitelijke verdeling af van de hoofdregel:
, - De echtgenoot verkrijgt van rechtswege alle goederen van de
nalatenschap.
- De voldoening van alle schulden van de nalatenschap komt volledig
voor rekening van deze echtgenoot (art. 4:13 lid 3 BW).
- Belangrijk: De kinderen blijven wel erfgenaam, net als de
echtgenoot. Zij krijgen hun erfdeel echter in de vorm van een
geldvordering op de langstlevende echtgenoot die in beginsel pas
opeisbaar is bij diens overlijden.
Deel 3: Beginselen van het wettelijk erfrecht en het parentele
stelstel
Wanneer er geen testament is, bepaalt het parentele stelsel (art. 4:10 BW)
de volgorde van erfgenamen. Dit stelsel werkt volgens de groep-voor-
groep regel: een volgende groep komt pas aan bod als de vorige groep
geen erfgenamen bevat. De wet verdeelt potentiële erfgenamen in vier
groepen (parentelen) die achtereenvolgens worden opgeroepen:
Groep 1: de echtgenoot (niet van tafel en bed gescheiden) en de
kinderen van de erflater.
Groep 2: de ouders, broers en zussen van de erflater.
Groep 3: de grootouders.
Groep 4: de overgrootouders.
Alleen personen die een familierechtelijke betrekking hebben tot de
erflater staan (art. 4:10 lid 3 jo. 1:197 BW) kunnen erven.
Binnen dit stelsel geldt allereerst de bestaaneis (art. 4:9 BW jo. art 1:2
BW): men moet bestaan op het moment dat de nalatenschap openvalt, dat
wil zeggen bij overlijden. Een ongeboren kind wordt hierbij als reeds
bestaand aangemerkt, mits het later levend wordt geboren.
Daarnaast speelt de commoriëntenregel (art. 4:2 lid 1 BW) een rol
wanneer niet kan worden vastgesteld wie van twee personen het eerst is
overleden. In dat geval worden zij geacht gelijktijdig te zijn overleden,
waardoor zij niet van elkaar erven.
Een belangrijke beperking vormt de onwaardigheid (art. 4:3 BW). Iemand
die zich ernstig heeft misdragen tegenover de erflater, bijvoorbeeld door
deze te doden, wordt van rechtswege uitgesloten van het verkrijgen van
enig voordeel uit de nalatenschap. Dit geldt niet alleen voor erfgenamen,
maar ook voor legatarissen. Uit een recente uitspraak blijkt dat zelfs
ontoerekeningsvatbaarheid hier niet aan afdoet.
Wijze van erven en erfdelen
De wijze waarop iemand erft, kan op twee manieren plaatsvinden: