- Objectiviteit: een informatiebron is objectief indien de verstrekte informatie gebaseerd
is op wetenschappelijke bevindingen en feiten. (En dus niet op subjectieve
meningen, gevoelens en/of (voor)oordelen.
Objectiviteit van een bron bepalen dmv vragen:
- Wat is het doel van het geschrevene?
- Wat is de bredere context van het geschrevene?
- Hoe zijn woorden en afbeeldingen gekozen?
- Waar, wanneer en door wie is de informatie tot stand gekomen?
___
De discussie of je als onderzoeker volledig objectief kunt zijn:
- Het toepassen van hoor en wederhoor.
- Duidelijke scheiding maken tussen feiten en meningen.
- wees je bewust van je eigen referentiekader, maar ook dat van anderen.
___
- Wetmatigheid: een beschrijving van hoe iets meestal gaat; zegt iets over het
gemiddelde en de kansen.
- Kans: de waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis zal optreden.
- Kwantitatief onderzoek: onderzoeken waarbij het gaat om kwantiteit, hoeveelheid en
daarbij horende cijfermatige resultaten.
→ Enquête.
- Kwalitatief onderzoek: onderzoek gefocust op de achterliggende beweegredenen van
actoren. Dit onderzoek is diepgaander omdat het meer wil weten over motivatie en
opvattingen van mensen.
→ Interview.
Meetinstrumenten:
- Enquête:
● Respondenten: personen die meedoen aan een enquête.
● Een grote groep mensen kan onderzocht worden.
● Analyse van grote hoeveelheid data.
● Een goede enquête moet rekening houden met woordkeuze en volgorde van
vragen, zodat deze geen invloed hebben op antwoorden respondent.
- Interview:
● Stellen van open vragen → risico; antwoorden kunnen op andere manier
worden geïnterpreteerd.
→ Subjectiviteit ligt op de loer.
● Niet verwachte resultaten kunnen zich voordoen.
- Observatie:
● Geschikt om gedrag te onderzoeken.
● Kost tijd, maar levert een grote hoeveelheid specifieke gegevens op.
● Om subjectiviteit te voorkomen moet van tevoren vastgelegd worden wat er in
bepaalde situaties wordt onderzocht.