Biologie Theorie Week 1 Tot 6
Inhoud
Week 1 (Les 1)........................................................................................................ 2
Campbell Hoofdstuk 43.2.................................................................................... 2
Week 1 (Les 2)........................................................................................................ 5
Campbell Hoofdstuk 43.1.................................................................................... 5
Campbell Hoofdstuk 43.3.................................................................................... 7
Campbell Hoofdstuk 43.4 (‘cardiovascular disease’).........................................10
Week 2 (Les 3)...................................................................................................... 12
Campbell Hoofdstuk 44.3.................................................................................. 12
Campbell Hoofdstuk 44.4.................................................................................. 14
Campbell Hoofdstuk 44.5.................................................................................. 17
Week 2 (Les 4)...................................................................................................... 20
Campbell Hoofdstuk 43.5.................................................................................. 20
Campbell Hoofdstuk 43.6.................................................................................. 24
Week 3 (Les 5)...................................................................................................... 28
Campbell Hoofdstuk 43.4.................................................................................. 28
Heron KCH voor analisten deel 2: blz. 75-80 (Document).................................31
Week 3 (Les 6)...................................................................................................... 34
Campbell Hoofdstuk 43.7.................................................................................. 34
Bijlage hemoglobine (Document)......................................................................36
Medical Physiology (Boron & Boulpaep) (Document)........................................38
Week 4 (Les 7)...................................................................................................... 42
Campbell Hoofdstuk 47.1.................................................................................. 42
Week 4 (Les 8)...................................................................................................... 44
Campbell Hoofdstuk 47.2.................................................................................. 44
Campbell Hoofdstuk 47.3.................................................................................. 46
Week 5 (Les 9)...................................................................................................... 49
Nester Hoofdstuk 17.4....................................................................................... 49
Nester Hoofdstuk 17.5....................................................................................... 51
Week 5 (Les 10).................................................................................................... 54
Heron KCH voor analisten deel 2: 206-213 (Document)....................................54
"Een Introductie van de Diagnostische Test" (Document).................................57
,Week 1 (Les 1)
Campbell Hoofdstuk 43.2
Het zoogdierlijke bloedsomloopstelsel
Het lichaam heeft continu zuurstof (O₂) nodig. Het hart en de bloedvaten zorgen ervoor dat zuurstof snel
bij alle organen komt, vooral bij de hersenen.
Dubbele bloedsomloop
Zoogdieren hebben een dubbele bloedsomloop:
Kleine bloedsomloop (longcirculatie)
De rechterkamer pompt zuurstofarm bloed via de longslagaders naar de longen. (slagader voert
bloed van het hart af)
In de haarvaten van de longen wordt CO₂ afgegeven en O₂ opgenomen.
Zuurstofrijk bloed stroomt via de longaders terug naar de linkerboezem. (ader voert bloed terug
naar het hart)
Grote bloedsomloop (lichaamscirculatie)
Vanuit de linkerkamer wordt zuurstofrijk bloed via de aorta naar het hele lichaam gepompt.
In de haarvaten van organen en spieren wordt O₂ afgegeven en CO₂ opgenomen.
Zuurstofarm bloed stroomt via de bovenste en onderste holle ader terug naar de rechterboezem.
Beide kamers pompen per slag evenveel bloed, maar de grote bloedsomloop bevat meer bloed dan de
kleine.
Bouw en werking van het hart
Het hart bestaat uit:
2 boezems (atria) → dunne wand, ontvangen bloed
2 kamers (ventrikels) → dikke wand, pompen bloed
De linkerkamer heeft de dikste wand omdat die bloed door het hele lichaam moet pompen.
Hartcyclus
Eén volledige hartslag heet de hartcyclus en bestaat uit:
Diastole → hart ontspant, kamers vullen zich met bloed
Systole → hart trekt samen en pompt bloed weg
Bij een hartslag van 72 slagen per minuut duurt één cyclus ongeveer 0,8 seconde.
Hartminuutvolume (cardiac output)
Dit is de hoeveelheid bloed die een kamer per minuut pompt.
,Formule:
Hartminuutvolume = hartslagfrequentie × slagvolume
Slagvolume ≈ 70 mL
In rust: 70 mL × 72 slagen = ongeveer 5 liter per minuut
Bij zware inspanning kan dit tot 5× zo hoog worden.
Hartkleppen
Er zijn 4 kleppen die terugstromen van bloed voorkomen:
Atrioventriculaire kleppen (AV-kleppen) (tussen boezems en kamers)
- Tricuspidalisklep: Tussen rechterboezem en rechterkamer. Heeft 3 klepbladen.
- Mitralisklep (bicuspidalisklep): Tussen linkerboezem en linkerkamer. Heeft 2
klepbladen.
Halvemaanvormige kleppen (bij aorta en longslagader) (Bij uitgang kamers)
- Pulmonalisklep: Tussen rechterkamer en longslagader.
- Aortaklep: Tussen linkerkamer en aorta.
Ze zorgen voor éénrichtingsverkeer van het bloed.
De harttonen:
“Lub” → sluiten AV-kleppen
“Dub” → sluiten halvemaanvormige kleppen
Een afwijkend geluid heet een hartruis.
Regeling van het hartritme
Het hartritme ontstaat in het hart zelf door speciale autoritmische spiercellen. De prikkel begint in de
sinusknoop (SA-knoop) in de rechterboezem. Deze knoop werkt als pacemaker en geeft spontaan een
elektrisch signaal af. Door dit signaal trekken eerst beide boezems samen, waardoor het bloed naar de
kamers stroomt.
Het signaal gaat vervolgens naar de AV-knoop. Hier wordt het ongeveer 0,1 seconde vertraagd. Deze
vertraging is belangrijk, omdat hierdoor de boezems eerst volledig leeg kunnen pompen voordat de kamers
samentrekken.
Daarna wordt het signaal via de AV-bundel (bundel van His) naar de kamers geleid. Dit is de enige
elektrische verbinding tussen boezems en kamers. Vanuit de AV-bundel verspreidt het signaal zich via de
linker- en rechterbundeltak naar de hartpunt. Vervolgens verspreiden de Purkinjevezels het signaal snel
door de wanden van de kamers.
Hierdoor trekken de kamers samen van onder (bij de hartpunt) naar boven, waardoor het bloed krachtig in
de longslagader en aorta wordt gepompt.
Door deze vaste volgorde trekken eerst de boezems samen en daarna de kamers. Dit zorgt voor een
efficiënte en goed gecoördineerde pompwerking van het hart.
, Beïnvloeding van de hartslag
De hartslag wordt aangepast door:
Sympathisch zenuwstelsel → versnelt hartslag (inspanning, stress)
Parasympathisch zenuwstelsel → vertraagt hartslag (rust)
Adrenaline → versnelt hartslag
Temperatuur → +1°C = ongeveer +10 slagen per minuut
ECG (hartfilmpje)
Een ECG meet de elektrische activiteit van het hart via elektroden op de huid.
Aan de afstand tussen twee pieken kun je de hartslag berekenen.
Inhoud
Week 1 (Les 1)........................................................................................................ 2
Campbell Hoofdstuk 43.2.................................................................................... 2
Week 1 (Les 2)........................................................................................................ 5
Campbell Hoofdstuk 43.1.................................................................................... 5
Campbell Hoofdstuk 43.3.................................................................................... 7
Campbell Hoofdstuk 43.4 (‘cardiovascular disease’).........................................10
Week 2 (Les 3)...................................................................................................... 12
Campbell Hoofdstuk 44.3.................................................................................. 12
Campbell Hoofdstuk 44.4.................................................................................. 14
Campbell Hoofdstuk 44.5.................................................................................. 17
Week 2 (Les 4)...................................................................................................... 20
Campbell Hoofdstuk 43.5.................................................................................. 20
Campbell Hoofdstuk 43.6.................................................................................. 24
Week 3 (Les 5)...................................................................................................... 28
Campbell Hoofdstuk 43.4.................................................................................. 28
Heron KCH voor analisten deel 2: blz. 75-80 (Document).................................31
Week 3 (Les 6)...................................................................................................... 34
Campbell Hoofdstuk 43.7.................................................................................. 34
Bijlage hemoglobine (Document)......................................................................36
Medical Physiology (Boron & Boulpaep) (Document)........................................38
Week 4 (Les 7)...................................................................................................... 42
Campbell Hoofdstuk 47.1.................................................................................. 42
Week 4 (Les 8)...................................................................................................... 44
Campbell Hoofdstuk 47.2.................................................................................. 44
Campbell Hoofdstuk 47.3.................................................................................. 46
Week 5 (Les 9)...................................................................................................... 49
Nester Hoofdstuk 17.4....................................................................................... 49
Nester Hoofdstuk 17.5....................................................................................... 51
Week 5 (Les 10).................................................................................................... 54
Heron KCH voor analisten deel 2: 206-213 (Document)....................................54
"Een Introductie van de Diagnostische Test" (Document).................................57
,Week 1 (Les 1)
Campbell Hoofdstuk 43.2
Het zoogdierlijke bloedsomloopstelsel
Het lichaam heeft continu zuurstof (O₂) nodig. Het hart en de bloedvaten zorgen ervoor dat zuurstof snel
bij alle organen komt, vooral bij de hersenen.
Dubbele bloedsomloop
Zoogdieren hebben een dubbele bloedsomloop:
Kleine bloedsomloop (longcirculatie)
De rechterkamer pompt zuurstofarm bloed via de longslagaders naar de longen. (slagader voert
bloed van het hart af)
In de haarvaten van de longen wordt CO₂ afgegeven en O₂ opgenomen.
Zuurstofrijk bloed stroomt via de longaders terug naar de linkerboezem. (ader voert bloed terug
naar het hart)
Grote bloedsomloop (lichaamscirculatie)
Vanuit de linkerkamer wordt zuurstofrijk bloed via de aorta naar het hele lichaam gepompt.
In de haarvaten van organen en spieren wordt O₂ afgegeven en CO₂ opgenomen.
Zuurstofarm bloed stroomt via de bovenste en onderste holle ader terug naar de rechterboezem.
Beide kamers pompen per slag evenveel bloed, maar de grote bloedsomloop bevat meer bloed dan de
kleine.
Bouw en werking van het hart
Het hart bestaat uit:
2 boezems (atria) → dunne wand, ontvangen bloed
2 kamers (ventrikels) → dikke wand, pompen bloed
De linkerkamer heeft de dikste wand omdat die bloed door het hele lichaam moet pompen.
Hartcyclus
Eén volledige hartslag heet de hartcyclus en bestaat uit:
Diastole → hart ontspant, kamers vullen zich met bloed
Systole → hart trekt samen en pompt bloed weg
Bij een hartslag van 72 slagen per minuut duurt één cyclus ongeveer 0,8 seconde.
Hartminuutvolume (cardiac output)
Dit is de hoeveelheid bloed die een kamer per minuut pompt.
,Formule:
Hartminuutvolume = hartslagfrequentie × slagvolume
Slagvolume ≈ 70 mL
In rust: 70 mL × 72 slagen = ongeveer 5 liter per minuut
Bij zware inspanning kan dit tot 5× zo hoog worden.
Hartkleppen
Er zijn 4 kleppen die terugstromen van bloed voorkomen:
Atrioventriculaire kleppen (AV-kleppen) (tussen boezems en kamers)
- Tricuspidalisklep: Tussen rechterboezem en rechterkamer. Heeft 3 klepbladen.
- Mitralisklep (bicuspidalisklep): Tussen linkerboezem en linkerkamer. Heeft 2
klepbladen.
Halvemaanvormige kleppen (bij aorta en longslagader) (Bij uitgang kamers)
- Pulmonalisklep: Tussen rechterkamer en longslagader.
- Aortaklep: Tussen linkerkamer en aorta.
Ze zorgen voor éénrichtingsverkeer van het bloed.
De harttonen:
“Lub” → sluiten AV-kleppen
“Dub” → sluiten halvemaanvormige kleppen
Een afwijkend geluid heet een hartruis.
Regeling van het hartritme
Het hartritme ontstaat in het hart zelf door speciale autoritmische spiercellen. De prikkel begint in de
sinusknoop (SA-knoop) in de rechterboezem. Deze knoop werkt als pacemaker en geeft spontaan een
elektrisch signaal af. Door dit signaal trekken eerst beide boezems samen, waardoor het bloed naar de
kamers stroomt.
Het signaal gaat vervolgens naar de AV-knoop. Hier wordt het ongeveer 0,1 seconde vertraagd. Deze
vertraging is belangrijk, omdat hierdoor de boezems eerst volledig leeg kunnen pompen voordat de kamers
samentrekken.
Daarna wordt het signaal via de AV-bundel (bundel van His) naar de kamers geleid. Dit is de enige
elektrische verbinding tussen boezems en kamers. Vanuit de AV-bundel verspreidt het signaal zich via de
linker- en rechterbundeltak naar de hartpunt. Vervolgens verspreiden de Purkinjevezels het signaal snel
door de wanden van de kamers.
Hierdoor trekken de kamers samen van onder (bij de hartpunt) naar boven, waardoor het bloed krachtig in
de longslagader en aorta wordt gepompt.
Door deze vaste volgorde trekken eerst de boezems samen en daarna de kamers. Dit zorgt voor een
efficiënte en goed gecoördineerde pompwerking van het hart.
, Beïnvloeding van de hartslag
De hartslag wordt aangepast door:
Sympathisch zenuwstelsel → versnelt hartslag (inspanning, stress)
Parasympathisch zenuwstelsel → vertraagt hartslag (rust)
Adrenaline → versnelt hartslag
Temperatuur → +1°C = ongeveer +10 slagen per minuut
ECG (hartfilmpje)
Een ECG meet de elektrische activiteit van het hart via elektroden op de huid.
Aan de afstand tussen twee pieken kun je de hartslag berekenen.