Samenvatting per tekst
Filosofie van grensoverschrijdend onderzoek
WEEK 1 – De basis van wetenschap (Popper, Kuhn, Sismondo)
Sismondo (2010) – Introduction to Science and Technology Studies
Sismondo beschrijft hoe het vakgebied Science and Technology Studies (STS) is ontstaan. Waar
vroeger wetenschap vooral werd gezien als een rationele zoektocht naar waarheid, laat STS zien
dat wetenschap ook een menselijke en sociale activiteit is.
Hij bespreekt denkers zoals Popper, Kuhn en Merton.
• Popper legde nadruk op kritiek en falsificatie: kennis groeit door fouten te verbeteren.
• Kuhn liet zien dat wetenschap in paradigma’s werkt: gedeelde overtuigingen die soms
worden vervangen in revoluties.
• Merton onderzocht wetenschap als sociaal systeem met normen (zoals eerlijkheid,
samenwerking).
Sismondo benadrukt dat wetenschap niet in een vacuüm ontstaat, maar afhankelijk is
van machtsstructuren, instituties, technologie en cultuur.
Kennis is dus niet puur “ontdekt”, maar gemaakt in praktijken waarin mensen, instrumenten en
overtuigingen samenwerken.
Belangrijke begrippen: STS, sociaal constructivisme, paradigma, objectiviteit als sociale stabiliteit.
Popper (1963/2002) – Conjectures and Refutations
Popper stelt dat wetenschap niet groeit door bevestiging, maar door kritische weerlegging.
Wetenschappers bedenken hypothesen (conjectures) en proberen die vervolgens te falsifiëren
(refutations).
Een theorie is wetenschappelijk als ze weerlegbaar is — dat onderscheidt wetenschap van
pseudowetenschap.
Popper ziet wetenschap als een rationeel proces: we weten nooit zeker wat waar is, maar we
kunnen wel weten wat onwaar is. Zo naderen we langzaam de waarheid.
Hij keert zich tegen relativisme (dat alles maar een mening is) én tegen dogmatisme (dat waarheid
vaststaat).
Voor Popper is wetenschap een open, kritisch gesprek: vooruitgang komt door fouten te
erkennen en te verbeteren.
Belangrijke begrippen: falsificatie, conjecture & refutation, rationaliteit, objectieve waarheid.
Kuhn (1977) – Objectivity, Value Judgment, and Theory Choice
Kuhn onderzoekt hoe wetenschappers beslissen tussen concurrerende theorieën.
Volgens hem is er geen neutrale methode om dat te doen — keuzes worden geleid
door wetenschappelijke waarden zoals nauwkeurigheid, eenvoud, consistentie en vruchtbaarheid.
Toch verschillen wetenschappers in hoe ze die waarden wegen, waardoor discussies blijven
bestaan.
Objectiviteit is volgens Kuhn geen absolute eigenschap, maar iets dat voortkomt uit gedeelde
waarden binnen een gemeenschap.
Hij benadrukt ook dat wetenschap zich ontwikkelt via paradigmawissels: wanneer de aannames
van een oud paradigma niet meer werken, ontstaat er een crisis en komt er een nieuw paradigma.
Belangrijke begrippen: paradigma, wetenschappelijke waarden, normal science, revolutie,
objectiviteit als intersubjectieve consensus.
Pagina 1 van 6
, WEEK 2 – Constructivisme en materiële werkelijkheid
Hacking (2006) – Making Up People
Hacking onderzoekt hoe wetenschappelijke classificaties mensen beïnvloeden. Zodra de
wetenschap categorieën bedenkt (zoals “autistisch”, “homoseksueel” of
“depressief”), veranderen mensen hun gedrag in reactie op die labels.
Dit noemt hij looping effects: wetenschap beïnvloedt mensen, en mensen beïnvloeden
vervolgens weer de wetenschap.
Hij maakt onderscheid tussen:
• Indifferent kinds: objecten die niet veranderen als we ze beschrijven (zoals stenen of
moleculen).
• Interactive kinds: mensen, die zich aanpassen aan hoe ze worden geclassificeerd.
Zo ontstaan er “nieuwe soorten mensen” (making up people).
Wetenschap is dus niet neutraal: ze vormt de werkelijkheid die ze beschrijft, vooral bij menselijke
onderwerpen.
Belangrijke begrippen: looping effects, making up people, interactive kinds, indifferent kinds,
sociale constructie van identiteit.
Latour (1988) – Wetenschap in Actie
Latour wil laten zien hoe wetenschap in de praktijk werkt.
Hij kijkt niet naar eindproducten (boeken, feiten), maar naar de processen waarmee
wetenschappers tot conclusies komen.
Wetenschap is volgens hem geen rationele, lineaire zoektocht naar waarheid, maar een netwerk
van mensen, machines, teksten en instituties die samen feiten produceren.
In het laboratorium wordt de werkelijkheid vertaald in meetbare data, grafieken en formules.
Machines spelen daarin een actieve rol: ze maken de wereld “leesbaar”.
Wanneer meerdere mensen en apparaten hetzelfde resultaat ondersteunen, wordt een feit
gestabiliseerd — iedereen aanvaardt het als “waar”.
Latour noemt dit een actor-netwerk: zowel mensen als niet-mensen (apparaten, rapporten,
grafieken) dragen bij aan kennisproductie.
Feiten zijn dus niet “ontdekt”, maar gemaakt en gestabiliseerd in netwerken.
Belangrijke begrippen: Actor-Network Theory (ANT), vertaling, stabilisatie, netwerk, hybride
realiteit.
Moser (2008) – Making Alzheimer’s Disease Matter
Moser past Latour’s ideeën toe op de ziekte Alzheimer.
Ze laat zien dat Alzheimer niet één vast biologisch feit is, maar iets dat verschillend wordt
“gemaakt” in verschillende contexten.
In ziekenhuizen is het een medische diagnose; bij families een zorgsituatie; in beleid een
maatschappelijk probleem.
Ze noemt dit proces enactment: iets bestaat doordat het telkens opnieuw in praktijk wordt
gebracht.
Moser benadrukt dat we Alzheimer niet kunnen begrijpen zonder te kijken naar het hele
netwerk van artsen, patiënten, technologie, medicijnen, instellingen en families.
Daarnaast spreekt ze over “doing politics of nature” — het bepalen van wat telt als “natuur” of
“feit” is altijd een politieke en sociale keuze.
Zorgpraktijken zijn dus ook politieke handelingen die de wereld mede vormgeven.
Pagina 2 van 6
Filosofie van grensoverschrijdend onderzoek
WEEK 1 – De basis van wetenschap (Popper, Kuhn, Sismondo)
Sismondo (2010) – Introduction to Science and Technology Studies
Sismondo beschrijft hoe het vakgebied Science and Technology Studies (STS) is ontstaan. Waar
vroeger wetenschap vooral werd gezien als een rationele zoektocht naar waarheid, laat STS zien
dat wetenschap ook een menselijke en sociale activiteit is.
Hij bespreekt denkers zoals Popper, Kuhn en Merton.
• Popper legde nadruk op kritiek en falsificatie: kennis groeit door fouten te verbeteren.
• Kuhn liet zien dat wetenschap in paradigma’s werkt: gedeelde overtuigingen die soms
worden vervangen in revoluties.
• Merton onderzocht wetenschap als sociaal systeem met normen (zoals eerlijkheid,
samenwerking).
Sismondo benadrukt dat wetenschap niet in een vacuüm ontstaat, maar afhankelijk is
van machtsstructuren, instituties, technologie en cultuur.
Kennis is dus niet puur “ontdekt”, maar gemaakt in praktijken waarin mensen, instrumenten en
overtuigingen samenwerken.
Belangrijke begrippen: STS, sociaal constructivisme, paradigma, objectiviteit als sociale stabiliteit.
Popper (1963/2002) – Conjectures and Refutations
Popper stelt dat wetenschap niet groeit door bevestiging, maar door kritische weerlegging.
Wetenschappers bedenken hypothesen (conjectures) en proberen die vervolgens te falsifiëren
(refutations).
Een theorie is wetenschappelijk als ze weerlegbaar is — dat onderscheidt wetenschap van
pseudowetenschap.
Popper ziet wetenschap als een rationeel proces: we weten nooit zeker wat waar is, maar we
kunnen wel weten wat onwaar is. Zo naderen we langzaam de waarheid.
Hij keert zich tegen relativisme (dat alles maar een mening is) én tegen dogmatisme (dat waarheid
vaststaat).
Voor Popper is wetenschap een open, kritisch gesprek: vooruitgang komt door fouten te
erkennen en te verbeteren.
Belangrijke begrippen: falsificatie, conjecture & refutation, rationaliteit, objectieve waarheid.
Kuhn (1977) – Objectivity, Value Judgment, and Theory Choice
Kuhn onderzoekt hoe wetenschappers beslissen tussen concurrerende theorieën.
Volgens hem is er geen neutrale methode om dat te doen — keuzes worden geleid
door wetenschappelijke waarden zoals nauwkeurigheid, eenvoud, consistentie en vruchtbaarheid.
Toch verschillen wetenschappers in hoe ze die waarden wegen, waardoor discussies blijven
bestaan.
Objectiviteit is volgens Kuhn geen absolute eigenschap, maar iets dat voortkomt uit gedeelde
waarden binnen een gemeenschap.
Hij benadrukt ook dat wetenschap zich ontwikkelt via paradigmawissels: wanneer de aannames
van een oud paradigma niet meer werken, ontstaat er een crisis en komt er een nieuw paradigma.
Belangrijke begrippen: paradigma, wetenschappelijke waarden, normal science, revolutie,
objectiviteit als intersubjectieve consensus.
Pagina 1 van 6
, WEEK 2 – Constructivisme en materiële werkelijkheid
Hacking (2006) – Making Up People
Hacking onderzoekt hoe wetenschappelijke classificaties mensen beïnvloeden. Zodra de
wetenschap categorieën bedenkt (zoals “autistisch”, “homoseksueel” of
“depressief”), veranderen mensen hun gedrag in reactie op die labels.
Dit noemt hij looping effects: wetenschap beïnvloedt mensen, en mensen beïnvloeden
vervolgens weer de wetenschap.
Hij maakt onderscheid tussen:
• Indifferent kinds: objecten die niet veranderen als we ze beschrijven (zoals stenen of
moleculen).
• Interactive kinds: mensen, die zich aanpassen aan hoe ze worden geclassificeerd.
Zo ontstaan er “nieuwe soorten mensen” (making up people).
Wetenschap is dus niet neutraal: ze vormt de werkelijkheid die ze beschrijft, vooral bij menselijke
onderwerpen.
Belangrijke begrippen: looping effects, making up people, interactive kinds, indifferent kinds,
sociale constructie van identiteit.
Latour (1988) – Wetenschap in Actie
Latour wil laten zien hoe wetenschap in de praktijk werkt.
Hij kijkt niet naar eindproducten (boeken, feiten), maar naar de processen waarmee
wetenschappers tot conclusies komen.
Wetenschap is volgens hem geen rationele, lineaire zoektocht naar waarheid, maar een netwerk
van mensen, machines, teksten en instituties die samen feiten produceren.
In het laboratorium wordt de werkelijkheid vertaald in meetbare data, grafieken en formules.
Machines spelen daarin een actieve rol: ze maken de wereld “leesbaar”.
Wanneer meerdere mensen en apparaten hetzelfde resultaat ondersteunen, wordt een feit
gestabiliseerd — iedereen aanvaardt het als “waar”.
Latour noemt dit een actor-netwerk: zowel mensen als niet-mensen (apparaten, rapporten,
grafieken) dragen bij aan kennisproductie.
Feiten zijn dus niet “ontdekt”, maar gemaakt en gestabiliseerd in netwerken.
Belangrijke begrippen: Actor-Network Theory (ANT), vertaling, stabilisatie, netwerk, hybride
realiteit.
Moser (2008) – Making Alzheimer’s Disease Matter
Moser past Latour’s ideeën toe op de ziekte Alzheimer.
Ze laat zien dat Alzheimer niet één vast biologisch feit is, maar iets dat verschillend wordt
“gemaakt” in verschillende contexten.
In ziekenhuizen is het een medische diagnose; bij families een zorgsituatie; in beleid een
maatschappelijk probleem.
Ze noemt dit proces enactment: iets bestaat doordat het telkens opnieuw in praktijk wordt
gebracht.
Moser benadrukt dat we Alzheimer niet kunnen begrijpen zonder te kijken naar het hele
netwerk van artsen, patiënten, technologie, medicijnen, instellingen en families.
Daarnaast spreekt ze over “doing politics of nature” — het bepalen van wat telt als “natuur” of
“feit” is altijd een politieke en sociale keuze.
Zorgpraktijken zijn dus ook politieke handelingen die de wereld mede vormgeven.
Pagina 2 van 6