Strafbare feit= Menselijke gedraging die valt binnen een delictsomschrijving en
die wederrechtelijk aan schuld te wijten is.
-> Zonder strafbaar feit geen veroordeling
-> Zonder strafbaar feit geen verdachte
Het is een strafbaar feit als:
1. Het een menselijke gedraging is
2. De gedraging valt binnen een delictsomschrijving
3. De gedraging wederrechtelijk is
4. De gedraging aan schuld te wijten is
1.Menselijke gedraging
- De persoon heeft een gedraging verricht
- De persoon heeft een gewilde spierbeweging uitgeoefend
- Gedraging kan bestaan uit een doen of nalaten
Voorbeeld: De badmeester grijpt niet in terwijl hij ziet dat een persoon neigt te
verdrinken, de persoon overlijdt. De badmeester heeft een strafbaar feit
gepleegd, hij had namelijk een spierbeweging kunnen uitoefenen. = Nalaten
Functioneel daderschap: Ook rechtspersonen zoals bv’s of nv’s kunnen strafbare
feiten verrichten.
Ook rechtspersonen kunnen een strafbaar feit verrichten.
Voorbeeld: 100 aangiftes tegen Tata Steel i.v.m. uitstoten schadelijke stoffen.
2. De gedraging valt binnen een delictsomschrijving
- In een delictsomschrijving staat welke gedragingen strafbaar zijn.
- De wetgever schrijft in delictsomschrijving welke gedragingen volgens de wet
verboden zijn.
Voorbeeld: Art. 287 Sr: Het is voor een ieder verboden om een ander opzettelijk
van het leven te beroven. (Wetgever heeft dus genoemd dat het verboden is om
iemand anders van het leven te beroven)
Legaliteitsbeginsel: Een feit is pas strafbaar wanneer er voorafgaand aan de
gedraging een wettelijke strafbepaling is geformuleerd. (Voordat de gedraging
plaatsvindt, moet in de wet een omschrijving staan van het gedrag dat strafbaar
wordt gesteld.)
Voorbeeld 1: Piet rijdt op zijn blauwe fiets over de Fonteinlaan in Amesfoort. Het
is donker en rijdt daarom netjes met zijn licht aan op het fietspad. = Geen sprake
van een strafbaar feit. Valt niet onder een delictsomschrijving.
Voorbeeld 2: Piet is verliefd op het zusje van Kees. In een lollige bui verteld hij dit
aan Kees. Kees is hier niet van gediend en geeft Piet een paar harde klappen in
zijn gezicht. = Wel sprake van een strafbaar feit. Valt wel onder een
delictsomschrijving. (Sprake van uitoefenen gewilde spierkracht)
Als de menselijke gedraging niet onder een delictsomschrijving is te
brengen, dan kan er nooit sprake zijn van een strafbaar feit.
, 3. Een wederrechtelijke gedraging
- In strijd met het recht
- Over het algemeen: Wanneer de verdachte met zijn menselijke gedraging een
delictsomschrijving vervult, automatisch in strijd met het recht.
Voorbeeld 1: Fiona loopt op straat en komt Karin tegen. Ze haat Karin en geeft
haar daarom een harde schop tegen haar benen. = Strafbaar feit, valt onder
delictsomschrijving
Voorbeeld 2: Hendrik is agent en wil 2 jongens aanhouden na een vechtpartij.
Wanneer hij de handboeien om wil doen, slaat 1 van de jongens Hendrik. Hendrik
geeft de jongen een harde duw waardoor hij valt en zich bezeert. = Geen
strafbaar feit, als agent mag hij in deze situatie geweld gebruiken.
Voorbeeld 3: Sophia wordt in de stad opeens vastgepakt door een man. De man
zegt dat ze mee moet komen, anders zwaait er wat. Sophia bedenkt zich geen
moment en geeft de man een knietje tussen zijn benen. De man valt van de pijn
op de grond. = Geen strafbaar feit, ze kan zich beroepen op de
rechtvaardigingsgrond noodweer. (ze beschermt zichzelf).
- Ook rechtspersonen kunnen een strafbaar feit verrichten.
- Bv. 100 aangiftes tegen Tata Steel i.v.m. uitstoten schadelijke stoffen.
- Een succesvol beroep op rechtvaardigingsgrond betekent dat de verdachte
niet wederrechtelijk heeft gehandelde.
4. Aan schuld te wijten
De verdachte moet een verwijt kunnen worden gemaakt. Het moet hem kunnen
worden toegerekend.
- Verwijtbaar als hij anders had kunnen handelen maar dit niet heeft gedaan.
Beroep op schulduitsluitingsgrond: Beroep op omstandigheden die ertoe moet
leiden dat er geen verwijt wordt gemaakt.
Elementen: Twee voorwaarden om iemand te straffen
- Wederrechtelijkheid
- Schuld
Bestanddelen: Onderdelen waaruit een delictsomschrijving bestaat
- Staat in tenlastelegging opgenomen en moet door de rechter bewezen
worden verklaard.
Voorbeeld:
Art. 287 sr: Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als
schuldige aan doodslag, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogte vijftien
jaren of geldboete van de vijfde categorie.
- Bestanddelen: Een ander, opzettelijk, van het leven beroven.
- De rest van de zin: Geen voorwaarden voor een strafbaar feit.