Marketing
Examenstof samenvatting
Symbolen = fysiek
- Vlag, klederdracht, achtergrond, cultuur, logo
Helden = mensen
- Mensen die je hoog hebt zitten, mensen die model staan, rolmodel
Ritueel = activiteit/ reeks van activiteiten
- Culturele feesten, boks sinterklaas
Waarde = iets waar je voor staat
- Verschilt per familie of cultuur, wel of niet goed vindt
- Softdrugs wel in Nederland niet in andere landen
Markbekendheid
- Het is herkenbaar bij de mensen
- Hoeft niet de voorkeur te zijn
Merk voorkeur
- In eerste instantie gaan ze naar het merk
- Kijken ook elders
- Aankoop kan bij beiden
Merktrouw
- In een tunnel
- Staat niet open voor andere merken
- Apple liefhebber en blijft bij Apple, kijk niet naar Samsung
Kwantitatief onderzoek
- Verzamelen gegevens
- Gesloten vragen
- In kaart brengen
- Niet echt diep inzicht, wel weten wat de uitkomst is
- Desktop, enquêtes
Kwalitatief
- Veel meer te weten komen
- Openvragen
- Trechteren
- Doorvragen
- Vraag gesprek of groepsgesprek
, Marktonderzoek stappen
1. Markonderzoek probleem formuleren
- Wat is feitelijk het probleem?
2. Onderzoeksopzet en informatiebronnen bepalen
- Bepalen welk type onderzoek uitvoeren, desktop research of anders?
- Primaire gegevens of secundaire gegevens?
3. Gegevens verzamelen
- Enquête uitvoeren
- Overal liggen nog antwoorden
4. Gegevens analyseren en interpreteren
- Gegevens bij elkaar zetten in een mooi overzicht
5. Bevindingen, conclusies en aanbevelingen rapporteren
- Rapportage maken
- Wat heb je gevonden en wat is je advies
Primaire gegevens
- Speciaal voor dat onderzoek verzameld
- Nieuwe gegevens
- enquête met gerichte vragen
Secundaire gegevens
- Niet speciaal voor het onderzoek
- Bestaande gegevens
- Filteren alleen de bruikbare antwoorden gebruiken
- Deskresearch naar artikelen
Interen ruis
- Zelf actie ondernemen
- Slecht te verslaan
- Dialect en of tal verwarring
Externe ruis
- Alleen aangeven
- Kan je weinig tot niks aan doen
- Boormachine van de buren
- Lawaai en storing
a) Onduidelijke handleiding – Externe ruis
b) Beeld is onscherp – Interne ruis
c) Begrippen zijn niet duidelijk – Interne ruis
Examenstof samenvatting
Symbolen = fysiek
- Vlag, klederdracht, achtergrond, cultuur, logo
Helden = mensen
- Mensen die je hoog hebt zitten, mensen die model staan, rolmodel
Ritueel = activiteit/ reeks van activiteiten
- Culturele feesten, boks sinterklaas
Waarde = iets waar je voor staat
- Verschilt per familie of cultuur, wel of niet goed vindt
- Softdrugs wel in Nederland niet in andere landen
Markbekendheid
- Het is herkenbaar bij de mensen
- Hoeft niet de voorkeur te zijn
Merk voorkeur
- In eerste instantie gaan ze naar het merk
- Kijken ook elders
- Aankoop kan bij beiden
Merktrouw
- In een tunnel
- Staat niet open voor andere merken
- Apple liefhebber en blijft bij Apple, kijk niet naar Samsung
Kwantitatief onderzoek
- Verzamelen gegevens
- Gesloten vragen
- In kaart brengen
- Niet echt diep inzicht, wel weten wat de uitkomst is
- Desktop, enquêtes
Kwalitatief
- Veel meer te weten komen
- Openvragen
- Trechteren
- Doorvragen
- Vraag gesprek of groepsgesprek
, Marktonderzoek stappen
1. Markonderzoek probleem formuleren
- Wat is feitelijk het probleem?
2. Onderzoeksopzet en informatiebronnen bepalen
- Bepalen welk type onderzoek uitvoeren, desktop research of anders?
- Primaire gegevens of secundaire gegevens?
3. Gegevens verzamelen
- Enquête uitvoeren
- Overal liggen nog antwoorden
4. Gegevens analyseren en interpreteren
- Gegevens bij elkaar zetten in een mooi overzicht
5. Bevindingen, conclusies en aanbevelingen rapporteren
- Rapportage maken
- Wat heb je gevonden en wat is je advies
Primaire gegevens
- Speciaal voor dat onderzoek verzameld
- Nieuwe gegevens
- enquête met gerichte vragen
Secundaire gegevens
- Niet speciaal voor het onderzoek
- Bestaande gegevens
- Filteren alleen de bruikbare antwoorden gebruiken
- Deskresearch naar artikelen
Interen ruis
- Zelf actie ondernemen
- Slecht te verslaan
- Dialect en of tal verwarring
Externe ruis
- Alleen aangeven
- Kan je weinig tot niks aan doen
- Boormachine van de buren
- Lawaai en storing
a) Onduidelijke handleiding – Externe ruis
b) Beeld is onscherp – Interne ruis
c) Begrippen zijn niet duidelijk – Interne ruis