OEFENTOETS
New Media Challenges • VU Amsterdam • 2026
Aantal vragen 25 vragen: 20 meerkeuze (1 punt elk) + 5 open vragen (4
punten elk) = 40 punten totaal
Formaat Identiek aan het echte tentamen. Antwoorden + toelichting
staan na elke vraag.
Vraag 1 — Meerkeuze — (1 punt)
Introduction to Online Privacy & Self-Disclosure | Martin Tanis
Walther (2011) beschrijft een centraal spanningsveld bij online zelfopenbaring. Welke uitspraak
beschrijft dit spanningsveld het meest nauwkeurig?
A Gebruikers twijfelen of ze technologie wel voldoende begrijpen om het veilig te gebruiken.
B Hoe meer gebruikers delen, hoe meer voordeel ze behalen, maar tegelijkertijd neemt het
risico op privacyverlies toe.
C Gebruikers moeten kiezen tussen psychologische privacy en fysieke privacy.
D Online gedrag is veiliger dan offline gedrag omdat interacties schriftelijk zijn.
✅ ANTWOORD & TOELICHTING
Antwoord: B — De kern van Walthers argument is de dialectiek van self-disclosure: meer
delen levert voordeel op (sociale verbinding, dienstverlening), maar vergroot tegelijk het
privacyrisico. Dit is de trade-off die het hele vak doorkruist. A beschrijft technologische
geletterdheid, C is een niet-bestaand onderscheid bij Walther, en D is incorrect — Walther
betoogt juist het omgekeerde.
Vraag 2 — Meerkeuze — (1 punt)
Introduction to Online Privacy & Self-Disclosure | Martin Tanis
Walther (2011) omschrijft het internet als een 'store-and-forward' technologie. Wat houdt dit in
voor privacy?
A Het internet slaat informatie tijdelijk op, maar verwijdert dit automatisch na een bepaalde
periode.
B Informatie wordt doorgegeven aan specifieke, door de gebruiker gekozen ontvangers, net
als een brief.
C Het internet vangt informatie op en verspreidt het, ook als de gebruiker dat niet beoogde —
wat onverenigbaar is met privacy.
D Platforms slaan informatie op uitsluitend voor commerciële doeleinden, tenzij de gebruiker
toestemming weigert.
Alle vragen zijn gebaseerd op de samenvatting en tentamenanalyse.
,Oefentoets — New Media Challenges | VU Amsterdam | 2026
✅ ANTWOORD & TOELICHTING
Antwoord: C — Store-and-forward betekent dat het internet infrastructureel informatie
vastlegt en doorgeeft, ongeacht de bedoeling van de gebruiker. Dit is mechanisch
onverenigbaar met privacy, omdat de gebruiker niet controleert wie de informatie ontvangt of
hoe lang het bewaard blijft.
Vraag 3 — Open vraag — (4 punten)
Personalization, Privacy & Paradoxes | Martin Tanis
In de lecture over personalisatie en privacy werd het privacyparadox besproken (Dienlin &
Trepte, 2015). Beschrijf wat het privacyparadox inhoudt (2 punten) en leg uit welke twee soorten
metingen Dienlin & Trepte onderscheiden om het paradox te verklaren (2 punten).
✅ ANTWOORD & TOELICHTING
Antwoord (2 pnt — definitie): Het privacyparadox is de discrepantie tussen uitgesproken
privacyzorgen en feitelijk privacygedrag: mensen zeggen zich grote zorgen te maken over
privacy, maar delen online desondanks ruimhartig persoonlijke informatie. Het is een
specifieke vorm van het attitude-gedragsgat.
Antwoord (2 pnt — meting): Dienlin & Trepte onderscheiden (1) privacyzorgen: unipolair
(alleen negatief affect) en breed van scope — hierdoor is de statistische variantie laag,
waardoor het moeilijk is een samenhang met gedrag te vinden; en (2) privacy-attitudes:
bipolair (positief én negatief) en specifiek — dit levert meer variantie en statistische kracht op.
Het paradox verdwijnt wanneer men attitudes meet in plaats van zorgen, en de Theory of
Planned Behavior (intentie als mediator) toepast.
Alle vragen zijn gebaseerd op de samenvatting en tentamenanalyse.
,Oefentoets — New Media Challenges | VU Amsterdam | 2026
Vraag 4 — Meerkeuze — (1 punt)
Personalization, Privacy & Paradoxes | Martin Tanis
Choi, Park & Jung beschrijven privacy fatigue. Uit welke twee elementen bestaat dit concept?
A Emotionele vermoeidheid en apathie.
B Cognitieve dissonantie en apathie.
C Emotionele uitputting en cynisme.
D Cognitieve overbelasting en cynisme.
✅ ANTWOORD & TOELICHTING
Antwoord: C — Privacy fatigue bestaat uit (1) emotional exhaustion: het gevoel van uitputting
door de constante inspanning om privacy te beheren, en (2) cynicism: de overtuiging dat
pogingen om privacy te beschermen zinloos zijn. Let op: dit is een veelgesteld
verwisselingspunt met 'apathie' — apathie is het gevolg van fatigue, niet de component ervan.
Vraag 5 — Meerkeuze — (1 punt)
Correcting Misinformation | Martin Tanis / Dian van Huijstee
Lewandowsky et al. (2012) bespreken het illusory truth effect in relatie tot het debunken van
mythes. Welke uitspraak beschrijft dit effect correct?
A Een mythe is moeilijk te weerleggen omdat mensen hem eerder gehoord hebben — louter
bekendheid maakt informatie geloofwaardiger.
B Een mythe is moeilijk te weerleggen omdat mensen deze associëren met geloofwaardige
bronnen.
C Herhaling van de mythe in een weerlegging maakt de weerlegging effectiever.
D Een mythe verdwijnt vanzelf als mensen geen nieuwe informatie over het onderwerp
ontvangen.
✅ ANTWOORD & TOELICHTING
Antwoord: A — Dit is het illusory truth effect (ook: familiarity backfire effect bij
Lewandowsky): herhaalde blootstelling aan informatie maakt haar subjectief geloofwaardiger,
ongeacht of ze juist is. Dit is waarom debunken lastig is: de correctie herhaalt de mythe, wat
de bekendheid — en daarmee de geloofwaardigheid — van de mythe juist vergroot.
Alle vragen zijn gebaseerd op de samenvatting en tentamenanalyse.
, Oefentoets — New Media Challenges | VU Amsterdam | 2026
Vraag 6 — Meerkeuze — (1 punt)
Correcting Misinformation | Martin Tanis / Dian van Huijstee
Adams et al. (2023) betogen dat de impact van misinformatie op de samenleving systematisch
wordt overschat. Welke van de volgende uitspraken sluit het beste aan bij hun argumentatie?
A Misinformatie is slechts een klein deel van alle nieuwsconsumptie, en er is onvoldoende
bewijs dat het overtuigingen causaal verandert.
B Misinformatie is gevaarlijk, maar kan volledig worden tegengegaan door
mediageletterdheid te bevorderen.
C Sociale media verspreidt misinformatie sneller dan traditionele media, maar het effect op
gedrag is nul.
D Alleen politiek gemotiveerde misinformatie heeft aantoonbaar effect op publieke opinie.
✅ ANTWOORD & TOELICHTING
Antwoord: A — Adams et al. betogen dat de causale keten niet is aangetoond: we weten niet
zeker of misinformatie overtuigingen verandert, noch of veranderde overtuigingen tot ander
gedrag leiden. Bovendien is misinformatie een klein percentage van totale mediaconsumptie.
Hiermee zeggen ze niet dat misinformatie onschadelijk is, maar dat het bewijs voor
existentiële dreiging ontbreekt.
Vraag 7 — Open vraag — (4 punten)
Always On: Multitasking & Performance | Martin Tanis
In de lecture over multitasking werd het begrip task switching besproken als de voorkeursterm
voor hoe multitasking doorgaans werkt. Leg uit wat task switching inhoudt (2 punten) en geef aan
wat in laboratoriumonderzoek de twee voornaamste vormen van interferentie zijn bij gelijktijdige
taakuitvoering (2 punten).
✅ ANTWOORD & TOELICHTING
Antwoord (2 pnt — task switching): Task switching verwijst naar het feit dat mensen bij
'multitasken' in werkelijkheid niet echt twee taken tegelijk uitvoeren, maar snel heen en weer
Alle vragen zijn gebaseerd op de samenvatting en tentamenanalyse.