Theorie tentamen marketingcommunicatie en onderzoek
Wat moet ik leren?
Literatuur:boek Principes van Marketing en Communicatie Handboek
Communicatie Handboek: Hoofdstuk: 4 en 15
Principes van Marketing: Hoofdstuk: 1,2,4,6.3,7,8,9,10.4,11.1,12.1,12,2 en 14
Hoorcolleges
, Communicatie Handboek
Hoofdstuk 4:
Tijdens het uitvoeren van een onderzoek de 5 w’s gebruiken.
De 5 w’s
1. Wat
2. Waarom
3. Wie
4. Waar
5. Wanneer
Een aanvullende vraag kan hoe zijn.
3 fases van het onderzoekstraject:
1. Oriënterende fase (voorbereiding)
2. Uitvoering
3. Rapportage
Oriënterende fase: verdiep je je in de context van de organisatie en de vraag.
Deskresearch: het achterhalen van bestaande informatie.
Fieldresearch: verzamel en verwerk je nieuwe data. Deze data is nog niet eerder
vastgelegd.
Onderzoekspopulatie: de hele doelgroep van een onderzoek is de
onderzoekspopulatie. Wordt ook wel aangegeven met een N (number)
Aselecte steekproef: kies je de onderzoekspopulatie random, dus willekeurig en
iedereen een gelijke kans.
Selecte steekproef: bepaald door een bepaalde criteria zoals vrouwen onder de 40,
mannen die minstens 3 jaar ene rijbewijs hebben. Ze selecteren specifieke
respondenten uit.
Om te weten of je onderzoek correct is opgezet moet je langs of jouw aanpak aan
aantal criteria voldoet. Belangrijke onderzoek criteria zijn representativiteit en
validiteit.
Representatief: is als een steekproef een goede afspiegeling is van de doelgroep.
Jouw steekproef lijkt sterk op de doelgroep. De verdeling van leeftijd, geslacht en
andere kenmerken komt overeen.
Validiteit: betekent dat je meet wat je daadwerkelijk wilt meten.
Betrouwbaarheid gaat over herhaalbaarheid. Jij meet meerdere keren hetzelfde en
krijgt steeds vergelijkbare uitkomsten.
,Onderzoeksmethode: belangrijkste is of je desk- of fieldresearch, kwantitatief of
kwalitatief onderzoek gaat doen.
Triangulatie betekent, jij onderzoekt hetzelfde onderwerp op meerdere manieren. Jij
vergelijkt de uitkomsten om een beter beeld te krijgen.
Kwantitatief onderzoek: gericht op feiten en cijfers.
Met een schriftelijke enquête verkrijg je voornamelijk kwantitatieve gegevens.
Kwalitatief onderzoek: gaat het om motivaties en meningen.
Hierbij gebruik je vaak mondelinge enquêtes.
Met een interview onderzoek je: attitudes, motivaties en meningen.
Delphi onderzoek: Een Delphi onderzoek betekent, jij vraagt meerdere experts hun
mening. Jij herhaalt dit een paar keer tot de meningen dichter bij elkaar liggen.
Voorbeeld. Jij wilt weten wat een goede schoolregel is. Jij vraagt vijf leraren hun
mening. Jij laat zien wat de anderen zeggen. Jij vraagt opnieuw om hun mening. Na
een paar keer denken ze bijna hetzelfde.
Paneldiscussie: Een paneldiscussie is een gesprek met een kleine groep
deskundigen. Zij delen hun mening over één onderwerp.
Crowdsourcing betekent, jij vraagt veel mensen om ideeën of meningen over één
onderwerp. Jij verzamelt alle reacties.
Actieonderzoek: betekent, jij onderzoekt een probleem terwijl jij het tegelijk aanpakt.
Jij kijkt wat werkt en past jouw aanpak aan. Het is een proces dat stappen doorloopt
in een vaste volgorde.
Design thinking is een manier van werken. Jij begint bij het probleem van de
gebruiker. Jij bedenkt ideeën, test ze en past ze aan. Jij herhaalt dit tot de oplossing
goed werkt.
, Boek principes van marketing- hoofdstuk 15
Marketing: Marketing betekent dat een bedrijf iets aanbiedt wat jij wilt, een goede
band met jou opbouwt en daar iets voor terugkrijgt.
Het marketingproces bestaat uit vier stappen.: Het marketingproces is een
vaste volgorde van stappen waarmee jij inspeelt op behoeften van klanten en
doelen van een organisatie. ASTI
Analyse
Je bepaalt de missie en visie van jouw bedrijf. Je kiest in welke markt jouw
bedrijf actief is. Je kijkt naar de omgeving van jouw bedrijf en maakt analyses
zoals de SWOT analyse.
Strategie
Je beslist op welke klanten jij je richt. Je bepaalt hoe jij waarde biedt aan deze
klanten. Je kiest jouw positie in de markt en stelt doelen.
Tactiek
Je vertaalt de strategie naar acties. Je bepaalt product, prijs, plaats en
promotie.
Implementatie en evaluatie
Je voert het marketingplan uit. Je meet de resultaten en controleert of jij jouw
doelen haalt. Je past aan waar nodig.
Een strategische business unit, SBU: is een apart onderdeel binnen een groot
bedrijf. Jij richt je op één markt met eigen klanten en concurrenten. Zo’n onderdeel
heeft eigen doelen en een eigen plan.
Een product marktcombinatie, PMC: betekent één product of merk voor één
specifieke markt. Jij kijkt welk product jij aanbiedt en aan wie jij het verkoopt.
Strategisch plan: een strategisch plan beschrijft de richting van het bedrijf. Jij legt
vast welke doelen het bedrijf heeft en hoe jij deze wilt bereiken.
Missie: een missie beschrijft waarom een bedrijf bestaat. Jij ziet wat een bedrijf doet
en voor wie. De missie laat zien wat belangrijk is voor jouw bedrijf.
Visie: een visie beschrijft waar een bedrijf naartoe wil. Jij ziet hoe jouw bedrijf eruit
wil zien in de toekomst. De visie geeft richting aan keuzes en plannen.
Een missie moet aan vier waarden voldoen: RSGM
1. Realistisch
De missie past bij wat jouw bedrijf werkelijk doet en aankan.
2. Specifiek
De missie zegt duidelijk wat jouw bedrijf doet en voor wie.
3. Gebaseerd op onderscheidende competenties
De missie laat zien waar jouw bedrijf goed in is en waarin jouw bedrijf verschilt
van anderen.
Wat moet ik leren?
Literatuur:boek Principes van Marketing en Communicatie Handboek
Communicatie Handboek: Hoofdstuk: 4 en 15
Principes van Marketing: Hoofdstuk: 1,2,4,6.3,7,8,9,10.4,11.1,12.1,12,2 en 14
Hoorcolleges
, Communicatie Handboek
Hoofdstuk 4:
Tijdens het uitvoeren van een onderzoek de 5 w’s gebruiken.
De 5 w’s
1. Wat
2. Waarom
3. Wie
4. Waar
5. Wanneer
Een aanvullende vraag kan hoe zijn.
3 fases van het onderzoekstraject:
1. Oriënterende fase (voorbereiding)
2. Uitvoering
3. Rapportage
Oriënterende fase: verdiep je je in de context van de organisatie en de vraag.
Deskresearch: het achterhalen van bestaande informatie.
Fieldresearch: verzamel en verwerk je nieuwe data. Deze data is nog niet eerder
vastgelegd.
Onderzoekspopulatie: de hele doelgroep van een onderzoek is de
onderzoekspopulatie. Wordt ook wel aangegeven met een N (number)
Aselecte steekproef: kies je de onderzoekspopulatie random, dus willekeurig en
iedereen een gelijke kans.
Selecte steekproef: bepaald door een bepaalde criteria zoals vrouwen onder de 40,
mannen die minstens 3 jaar ene rijbewijs hebben. Ze selecteren specifieke
respondenten uit.
Om te weten of je onderzoek correct is opgezet moet je langs of jouw aanpak aan
aantal criteria voldoet. Belangrijke onderzoek criteria zijn representativiteit en
validiteit.
Representatief: is als een steekproef een goede afspiegeling is van de doelgroep.
Jouw steekproef lijkt sterk op de doelgroep. De verdeling van leeftijd, geslacht en
andere kenmerken komt overeen.
Validiteit: betekent dat je meet wat je daadwerkelijk wilt meten.
Betrouwbaarheid gaat over herhaalbaarheid. Jij meet meerdere keren hetzelfde en
krijgt steeds vergelijkbare uitkomsten.
,Onderzoeksmethode: belangrijkste is of je desk- of fieldresearch, kwantitatief of
kwalitatief onderzoek gaat doen.
Triangulatie betekent, jij onderzoekt hetzelfde onderwerp op meerdere manieren. Jij
vergelijkt de uitkomsten om een beter beeld te krijgen.
Kwantitatief onderzoek: gericht op feiten en cijfers.
Met een schriftelijke enquête verkrijg je voornamelijk kwantitatieve gegevens.
Kwalitatief onderzoek: gaat het om motivaties en meningen.
Hierbij gebruik je vaak mondelinge enquêtes.
Met een interview onderzoek je: attitudes, motivaties en meningen.
Delphi onderzoek: Een Delphi onderzoek betekent, jij vraagt meerdere experts hun
mening. Jij herhaalt dit een paar keer tot de meningen dichter bij elkaar liggen.
Voorbeeld. Jij wilt weten wat een goede schoolregel is. Jij vraagt vijf leraren hun
mening. Jij laat zien wat de anderen zeggen. Jij vraagt opnieuw om hun mening. Na
een paar keer denken ze bijna hetzelfde.
Paneldiscussie: Een paneldiscussie is een gesprek met een kleine groep
deskundigen. Zij delen hun mening over één onderwerp.
Crowdsourcing betekent, jij vraagt veel mensen om ideeën of meningen over één
onderwerp. Jij verzamelt alle reacties.
Actieonderzoek: betekent, jij onderzoekt een probleem terwijl jij het tegelijk aanpakt.
Jij kijkt wat werkt en past jouw aanpak aan. Het is een proces dat stappen doorloopt
in een vaste volgorde.
Design thinking is een manier van werken. Jij begint bij het probleem van de
gebruiker. Jij bedenkt ideeën, test ze en past ze aan. Jij herhaalt dit tot de oplossing
goed werkt.
, Boek principes van marketing- hoofdstuk 15
Marketing: Marketing betekent dat een bedrijf iets aanbiedt wat jij wilt, een goede
band met jou opbouwt en daar iets voor terugkrijgt.
Het marketingproces bestaat uit vier stappen.: Het marketingproces is een
vaste volgorde van stappen waarmee jij inspeelt op behoeften van klanten en
doelen van een organisatie. ASTI
Analyse
Je bepaalt de missie en visie van jouw bedrijf. Je kiest in welke markt jouw
bedrijf actief is. Je kijkt naar de omgeving van jouw bedrijf en maakt analyses
zoals de SWOT analyse.
Strategie
Je beslist op welke klanten jij je richt. Je bepaalt hoe jij waarde biedt aan deze
klanten. Je kiest jouw positie in de markt en stelt doelen.
Tactiek
Je vertaalt de strategie naar acties. Je bepaalt product, prijs, plaats en
promotie.
Implementatie en evaluatie
Je voert het marketingplan uit. Je meet de resultaten en controleert of jij jouw
doelen haalt. Je past aan waar nodig.
Een strategische business unit, SBU: is een apart onderdeel binnen een groot
bedrijf. Jij richt je op één markt met eigen klanten en concurrenten. Zo’n onderdeel
heeft eigen doelen en een eigen plan.
Een product marktcombinatie, PMC: betekent één product of merk voor één
specifieke markt. Jij kijkt welk product jij aanbiedt en aan wie jij het verkoopt.
Strategisch plan: een strategisch plan beschrijft de richting van het bedrijf. Jij legt
vast welke doelen het bedrijf heeft en hoe jij deze wilt bereiken.
Missie: een missie beschrijft waarom een bedrijf bestaat. Jij ziet wat een bedrijf doet
en voor wie. De missie laat zien wat belangrijk is voor jouw bedrijf.
Visie: een visie beschrijft waar een bedrijf naartoe wil. Jij ziet hoe jouw bedrijf eruit
wil zien in de toekomst. De visie geeft richting aan keuzes en plannen.
Een missie moet aan vier waarden voldoen: RSGM
1. Realistisch
De missie past bij wat jouw bedrijf werkelijk doet en aankan.
2. Specifiek
De missie zegt duidelijk wat jouw bedrijf doet en voor wie.
3. Gebaseerd op onderscheidende competenties
De missie laat zien waar jouw bedrijf goed in is en waarin jouw bedrijf verschilt
van anderen.