Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - geschiedenis van de publieke instiuties

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
36
Geüpload op
25-03-2026
Geschreven in
2025/2026

Volledig samenvatting van zowel opdrachten hoorcolloges en literatuur

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting geschiedenis publieke
instituties
Verleden: alles wat er gebeurd is -> proberen een begrip van te krijgen
Geschiedenis: alles wat er al opgeschreven is (interpretatie) uit te leggen waarom iets gebeurd is

Wat is het verschil de Nederlanden rond 1100
- Er ontbreken gebieden
- Het was groter
- Provincies zijn anders (staatjes, hertogdommen, graafschappen)




Publieke instituties: Instellingen of organisaties bijv. parlement, gemeenteraad etc.
Maar ook: Regels, gevestigde voorkeuren en vooroordelen, tradities: (formele en informele), het recht, de Staat, maar ook de
Grondwet

Kortom publieke instituties: Alles wat op duurzame wijze het samenleven ordent doel en betekenis geeft aan het leven binnen
en groep.

Openbaar bestuur voor de natiestaat (-1795)
 Geen koning of parlement: Vorst en zijn Raad= adviseurs, later Statenvergadering
 Geen provincies- Staten- Standen, vertegenwoordiging verschilt per gewist (bijv. Holland steden + ridderschap)
 Geen gemeenten: (1) steden> privileges, en dorpen= ambachten, heerlijkheden, karspelen, grietenijen etc.
 Politie en justitie= administratie/ bestuur en rechtspraak door:
 -Stad: Schout & Schepenen, burgemeesters en vroedschap
 - Platteland: baljuw, schout & schepenen, ambachtsbewaardes, vroedschap of burenvergadering

Water kan een rol spelen zoals een institutie
 Water bepaalt hoe mensen zich organiseren, hoe handel plaats vindt en welke activiteiten worden in een
samenleving. Daardoor kan indirect invloed hebben op regels, organisaties en economische structuren.
Invloed op cultuur en economie
 Als een stad aan water ligt (zee, rivier, kanaal), wordt transport en handel makkelijker. Hierdoor ontstaan
handelsactiviteiten en een cultuur die sterk gericht is op handel en internationale contacten.
Voorbeeld. Brugge
 Burgers had veel kanalen en verbinding met de zee. Daardoor konden schepen gemakkelijk goederen vervoeren
werd de stad een belangrijke handelsstad waar kooplieden uit verschillende landen samenkwamen.
Geografische invloed op stadsontwikkeling
 Water en rivieren (geografie) beïnvloeden hoe de stad zich ontwikkelt: ze kunnen bepalen waar handel ontstaat, ,
hoe transport verloopt en welke economische activiteiten dominant worden.

De Waterschappen

Nederland en de ‘poldercultuur’ of het poldermodel
 Debat: samenwerking en consensus, of juist (on) gelijkheid?
 Ontwikkeling polycentrisch naar functioneel decentraal bestuur, maar altijd los van algemene (plaatselijke) bestuur.
 Opkomst steden valt deels samen met oprichting > belangen strijdt!

Geschiedenis van het waterbeheer
Landaanwinning (land uit water halen) – droogmaken rivieren (waterwegen aanpassen of graven om water beter
af te voeren en transport mogelijk te maken) – gebruiken voor landbouwgrond (het nieuwe land wordt gebruikt
voor landbouw) (oorzaak dalen van de grond) – door droogleggen en gebruiken van de grond daalt de bodem.


Conflict: wijk bij Duurstede, 1122

, - Er werd een dijk gebouwd
- Grote handelsgemeenschap zich had gevestigd


Opdrachten Week 1
Wat voor soort bronnen zou je kunnen gebruiken om de geschiedenis van het openbaar bestuur de bestuderen?
 Materiele resten zoals gebouwen, gebruiksvoorwerpen van kunstwerken, maar ook mondelinge
overlevingsinstinct, herinneringen en schriftelijke stukken als oorkonden, kronieken, boeken, brieven,
rekeningen, vonnissen en dagboeken

Leg uit wat het verschil is tussen primaire en secundaire bronnen
 Primaire bronnen komen oorspronkelijk uit het verleden zelf. Ze zijn gemaakt in de tijd waarover ze gaan.
Ze brengen de historicus zo dicht mogelijk bij het verleden. Bijv, brieven en dagboeken
 Secundaire bronnen zijn latere werken over het verleden, geschreven na gebeurtenissen. Ze zijn gebaseerd
op primaire bronnen. Bijv, geschiedenisboeken en documentaires.

In hoeverre kunnen we daarmee zekere kennis over de geschiedenis verwerven?
 Noch primaire bronnen, noch secundaire bronnen kunnen een geheel juist, volledig en voor altijd
vaststaand beeld geven. Daarvoor zijn de bronnen zowel kwalitatief als kwantitatief niet toereikend
genoeg. De beschikbare bronnen zijn ook niet compleet, niet helemaal betrouwbaar, iets wat eenzijdig
en gekleurd. De historicus past dan ook een kritische houding ten opzichte van de beschikbare bronnen
en hoort niet zomaar op 1 bron af te gaan. Ook speelt interpretatie van de historicus een rol, hij
beschrijft immers iets wat hij ziet, maar (her) scherpt een verhaal over het verleden op basis van de
delen van het verleden, die over zijn gebleven.

Leg uit wat het concept ‘instituties’ bekent in context van dit vak
 Organisaties en structuren waarmee de samenleving wordt geordend en gestuurd. Bestuur instellingen,
sociale structuren, regels, hiërarchie en padafhankelijkheid.

Wat wordt bedoeld met de stelling dat ‘geschiedenis doen’ een vorm van reconstrueren is?
 Geschiedenis is niet meer empirisch waarneembaar. Daarom moet een historicus het verleden (re)
construeren. Met gebruik van sporen, wetenschappelijke verhalen, interpretatie en onvolledigheid.



Deel 2 van week 1

Wat waren de bronnen van drinkwater in de Nederlandse steden voor 1800? Waarom veranderde dit op sommige
plekken na verloop van tijd?
 Oppervlaktewater en grondwater. Oppervlaktewater, wat prima drinkwater was kwam uit
snelstromende wateren uit rivieren. In sommige steden vulden ze de grachten. Sommige huishoudens
hadden eigen putten en de overheid had ook publieke putten, dat was vooral in de steden die minder
grachten hadden. Na verloop van tijd veranderde dit doordat bevolkingsgroei, industrie en afval het
water in grachten steeds vuiler maakten. In sommige steden werd het water ook verzilt (het water werd
zouter doordat er zeewater bij kwam). Daarom gingen steden soms water van buiten de stad halen of
regenwater verzamelen.

Hoe zorgden overheden ervoor dat schoonwater voldoende beschikbaar was?
 Vanaf het ontstaan van steden namen stadbesturen maatregelen om oppervlaktewater te beschermen. Ze
maakte regels (keuren) tegen het vervuilen van water, zoals verbod op het werpen van afval en mest in
het water en op het lozen van afvalwater. Ook bouwden ze een bestuurlijk apparaat voor toezicht en
handhaving. Het toezicht op het verwijderen van vuil lag bij de stedelijke functionarissen, zoals
poortwachters, marktmeesters en andere stadsambtenaren. Daarnaast moesten burgers hun directe
omgeving schoonhouden, waar ook controle op werd gehouden. Verder probeerde de stadsbesturen met
wetgeving te voorkomen dat bedrijven zoals blekerijen, leerlooijeren en ververijen hun vervuilde water
in de stadsgrachten loosden. Zo probeerden overheden de kwaliteit van water te beschermen en
schoondrinkwater beschikbaar te houden.

,Welke conflicterende belangen zorgden na 1600 volgens de auteur voor problemen. \welke hedendaagse
kwesties over waterkwaliteit doen hieraan denken?
 Na 1600 ontstonden problemen doordat de bevolkingsgroei en economische activiteiten botsten met
waterkwaliteit. Door de groei van steden loosden steeds meer water fecaliën direct in de grachten.
Daarnaast loosde industrie afvalwater, wat de waterkwaliteit en drinkwater aantasten. Ook ontstonden
er conflicten tussen steden en waterschappen: steden wilden het water sneller verversen om stank en
vervuiling te verminderen, terwijl waterschappen daar soms tegen waren omdat dit gevolgen had voor
het waterbeheer op het platteland. Dit doet denken aan de hedendaagse milieuproblemen, zoals
stikstofcrisis waarbij economische belangen (zoals landbouw) botsen met natuur en milieubelangen,
zoals water en luchtkwaliteit.

Welke alternatieven voor ons hedendaagse riool en waterzuiveringssyteem werd in de 19e eeuw overwogen.
Waarom werd deze uiteindelijk niet succesvol?
 In de 19e eeuw werden vooral het tonnenstelsel en het lienurstelsel overwogen als alternatief voor het
moderne rioolsysteem. Bij het tonnenstelsel werd poeptonnen uit huizen regelmatig opgehaald en
gebruikt als mest. Het liernurstelsel werkte met vacuümpompen die menselijke uitwerpselen naar een
centraal reservoir afzogen. Beide systemen werden bedoeld om mest te hergebruiken in de landbouw,
maar ze bleken uiteindelijk niet succesvol. Dit kwam door hoge kosten, technische problemen en de
verwatering van de mest doordat mensen ook afwas- en ander water in het systeem gooiden. Daarnaast
veranderde het denken over hygiëne: na de ontdekking van bacteriën wilde men vuil water zo snel
mogelijk via de riolering afvoeren, wat leidde tot de keuze voor het moderne riool- en spoelsysteem.


Leg uit of en waarom je het eens bent met de stelling: 'Maatschappelijke initiatieven waren belangrijker dan
overheidshandelen voor de algemene waterkwaliteit in de 19e en 20e eeuw'.

 Ik ben het grotendeels eens met de stelling. De verbetering van de waterkwaliteit begon vooral door
maatschappelijke initiatieven, zoals de hygiënisten (artsen en wetenschappers) die aandacht vroegen
voor de relatie tussen vuil water en gezondheid. De overheid reageerde traag: wetgeving werd vaak
uitgesteld en pas in 1970 kwam er landelijke regelgeving (Wvo). In de tussentijd namen waterschappen
en organisaties zoals het RIZA al maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. Wel was de overheid
uiteindelijk nodig om geld en wetgeving te regelen voor grote projecten zoals riolering en
waterzuivering.




Week 2 De ‘Bourgondische’
middeleeuwen
De middeleeuwse samenleving in Europa
Vorst (of landsheer): gezag in theorie ontleend aan god

 Persoonlijk (privaat) karakter van heerlijke rechten
Heerlijke rechten werden gezien als privébezit van de heer. Daarom waren ze onerfbaar (gaan over op
erfgenamen) en overdraagbaar (ze konden verkocht of tijdelijk aan iemand anders gegeven worden)
 Feodaliteit was een persoonlijke overeenkomst tussen leenheer en leenman (vazal): de leenheer gaf
grond in gebruik, en de vazal gaf in ruil ‘raad en daad’ (advies en bijvoorbeeld militaire dienst)
3 standen: geestelijkheid, adel en boeren (later ook stedelijke burgers)

Verdrag van verdun (843)
 Karel de grootte had een groot keizerrijk (koning van de franken)
 Kern van wat Duitsland en Frankrijk zou worden
 En daartussen vond er versnippering plaats – Caroliens vorsten kwamen onderdruk te staan

, Van crisis naar machtsconcentratie
 Aanvallen van vikingen, steppevolken, moslims
 Versnippering van de vorstelijke bannus:
 Banale revolutie (10e eeuw)
 Malae consuetudines (claimen dat ze recht hadden op bepaalde belastingen)
 Kastelen
 Oplossing feodalisme
 Vazallen en lenen (oplossing van de versnippering)
 Onderwerpen zich aan de centrale vorst
 Centralisering en territorialisering van de vorstelijke macht in bijv. Frankrijk = baljuwschappen

In de vroege middeleeuwen was er veel onrust door aanvallen van vikingen, steppevolken en moslims. Daardoor kon de koning zijn rijk
moeilijk controleren. De vorstelijke bannus (de macht van de vorst om bevelen te geven, recht te spreken en belastingen te heffen) raakte
steeds meer versnipperd. In de 10e eeuw vond de banale revolutie plaats. Lokale heren namen taken van de koning over, zoals rechtspreken
en belastingen heffen. Ze beweerden vaak dat ze recht hadden op bepaalde belastingen of diensten; deze werden malae consuetudines
genoemd. Lokale heren bouwden ook kastelen om hun macht en gebied te beschermen. Hierdoor werd de macht steeds meer lokaal
georganiseerd. Als oplossing ontstond het feodalisme. In dit systeem gaf een heer land (een leen) aan een vazal. In ruil daarvoor beloofde de
vazal trouw en militaire hulp. Later probeerden koningen hun macht weer te centraliseren. Lokale heren moesten zich opnieuw onderwerpen
aan de centrale vorst. In landen zoals Frankrijk gebeurde dit door baljuwschappen, waar baljuws namens de koning bestuurden en recht
spraken. Een baljuw was een ambtenaar van de vorst.

Uitleg versnippering
Met versnippering bedoelen ze dat de macht van de koning niet meer op één plek lag, maar verdeeld raakte over veel lokale heren. In plaats
van dat de koning overal recht sprak en belastingen hief, deden lokale heren dat in hun eigen gebied. Daardoor werd de centrale macht
zwakker en kreeg elk gebied zijn eigen machthebber.



Landsvorming in Europa in de middeleeuwen
 Vanaf 1100 weer verzameling
 Huwelijken, aankoop, oorlogsvoering, waardoor geleidelijk grote vorstendommen ontstaan
 Vanaf (+/-) 1100 ook de opkomst van steden, stedelijk recht, stedelijke besturen
 Hoe ontstond lokaal bestuur?
 Waarom hadden steden belang bij een sterke vorst?
 Waarom had de vorst belang bij erkenning door de steden

Vanaf ongeveer 1100 begon in Europa de landsvorming. Vorsten verzamelden steeds meer gebieden door huwelijken, aankoop van land en
oorlogsvoering. Zo ontstonden geleidelijk grotere vorstendommen. In dezelfde periode kwamen ook steden op. Deze kregen vaak stedelijk
recht en eigen stedelijke besturen, waardoor lokaal bestuur ontstond. Steden en adel hadden belang bij een sterke vorst omdat hij moest
zorgen voor rechtvaardigheid, orde en stabiliteit van de munt. Zonder een sterke vorst zouden sterke groepen de zwakkere overheersen. De
vorst werd daarom gezien als beschermer van het algemeen belang, zolang hij rechtvaardig regeerde. Als hij alleen zijn eigen belang
nastreefde, werd hij gezien als een tiran. De vorst had op zijn beurt ook belang bij erkenning door de steden en andere representatieve
instellingen, zoals de staten. De relatie tussen de vorst en de staten was gebaseerd op wederzijdse afhankelijkheid. De vorst had vooral
financiële steun nodig van de steden. Tegelijk kon de vorst stedelijke bestuurders benoemen en zo invloed uitoefenen op de
machtsverhoudingen binnen de steden.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
25 maart 2026
Aantal pagina's
36
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$9.75
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
anasuga

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
anasuga Tilburg University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
7 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
7
Laatst verkocht
5 maanden geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen