ORTHOPEDAGOGISCH HANDELEN
College-aantekeningen
1
,Inhoud
College-aantekeningen Modellen en strategieën voor orthopedagogisch handelen ......... 3
College 1: Algemene inleiding hypothese-toetsend denken ............................................ 3
College 2: Modellen van diagnostiek .................................................................................. 8
College 3: Diagnostische cyclus in de jeugdzorg/JGGZ ................................................... 14
College 4: HGD in de jeugdzorg/gehandicaptenzorg deel 1 ............................................ 19
College 5: HGD in de jeugdzorg/gehandicaptenzorg deel 2 ............................................ 24
College 6: HGD in het onderwijs deel 1 ............................................................................ 27
College 7: HGD in het onderwijs deel 2 ............................................................................ 37
2
,College-aantekeningen Modellen en strategieën voor orthopedagogisch handelen
College 1: Algemene inleiding hypothese-toetsend denken
Welke theorieën ken je al?
• Psychodynamische theorieën: Freud, Rogers.
• Behaviorisme/ Leertheorieën: Pavlov, Watson (klassiek conditioneren), Skinner (Operant
conditioneren), Bandura (sociaal leren).
• Neuropsychologische kaders: Luria, Lezak, Pennington, Kraepelin.
• Ontwikkelingstheorieën: Erikson, Vygotsky, Piaget.
• Cognitieve theorieën: Beck, Ellis, Meichenbaum.
• Hechtingstheorieën: Bowbly, Ainsworth.
• Systeemtheorieën: Böszörmeny-Nagy, Minuchin, Watzlawick.
• Opvoedingstheorieën: Langeveld, Baumrind, van der Pas.
Modellen
• Bronfenbrenner: ecologisch model: beschrijft de ontwikkeling van een individu als een
dynamisch proces, beïnvloed door vijf concentrische omgevingslagen.
• Diathese-stress model: psychische stoornissen ontstaan door een interactie van
aangeboren kwetsbaarheid en omgevingsstress.
• Transactioneel model van Knorth: ontwikkeling van een kind is een dynamische
wisselwerking tussen het kind, de opvoeders en de omgeving.
• Pennington: bidirectionele causaliteit: variabelen beïnvloeden elkaar over en weer.
Model van Bronfenbrenner Diathese-Stressmodel
3
, Transactioneel model.
Equifinaliteit en multifinaliteit
• Equifinaliteit: Verschillende ontwikkelingspaden kunnen tot dezelfde uitkomst leiden.
• Multifinaliteit: Een bepaalde risicofactor kan tot verschillende ontwikkelingsuitkomsten
leiden.
Theorie versus model
Een theorie is een verklaring en beschrijft waarom en hoe bepaalde psychologische processen of
gedragingen plaatsvinden. Theorieën zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en proberen
onderliggende mechanismen te verklaren. Een theorie kun je onderzoeken.
Een model is een hulpmiddel of representatie. Het vereenvoudigt complexe processen om beter
te begrijpen wat er gebeurt en hoe de onderdelen met elkaar samenhangen. Modellen zijn vaak
visueel (zoals diagrammen of schema’s) en helpen bij het structureren van informatie.
➢ Een theorie verklaart waarom iets gebeurt.
➢ Een model laat zien hoe iets werkt of in elkaar zit.
➢ Theorieën en modellen vullen elkaar vaak aan: een model kan gebaseerd zijn op een
theorie en een theorie kan verduidelijkt worden door een model.
4