KERN VAN HET BESTUURSRECHT –
ZEVENDE DRUK
1. Introductie en overzicht
2. Besturen en bestuursrecht
Art 2:64 BW
Art 1:129 BW
Algemene vergadering van aandeelhouders (art 2,107 lid 1 BW) = hoogste
orgaan van de vennootschap
Nederland wordt bestuurd = openbaar bestuur
Overheid
= gemeentelijke overheid + rijksoverheid
MAAR begrip’ overheid’ is ruimer dan het begrip ‘openbaar bestuur’.
Vb: De rechter behoort tot de overheid, maar niet tot het bestuur.
Openbaar bestuur
= Is een specifiek deel van de overheid dat zich bezighoudt met besturen.
Besturen
= Is het in het algemeen belang ordenen, reguleren en beïnvloeden van
activiteiten, gedragingen en nalaten van allen die zich in ons land
bevinden, alsmede het behartigen van de gezamenlijke belangen van de
bevolking.
Het bestuur beschikt over talrijke instrumenten:
- Feitelijke instrumenten
- Juridische instrumenten
Het bestuur heeft ook diverse bevoegdheden om regels van bestuursrecht
te handhaven.
3 staatsmachten (= TRIAS POLITICA):
1) Wetgever
2) Bestuur
3) Rechters
Het belangrijkste bestuur op nationaal niveau: de regering
(de ministers die met de Koning, de regering vormen (art 42 lid 1 GW) worden
door het parlement gecontroleerd.
Het openbaar bestuur op decentraal niveau: gemeenten en provincies
Het college van burgemeester en wethouders is een belangrijk orgaan van het
gemeentebestuur
, 2
Ook op decentraal niveau: bestuur van een waterschap
(Waterschapswet art 10 en art 78)
Taken van Waterschap: zorg voor watersystemen en zorg voor het zuiveren
van afvalwater.
Het ‘openbaar bestuur’ van Nederland behartigt het ‘ALGEMEEN BELANG’ (=
publiek belang) (belang van ons allemaal). Omdat het in principe alle inwoners
aangaat op basis van een democratisch proces.
Het bestuur van Nederland mag geen eigen belangen behartigen!
Het openbaar bestuur heeft een dienende functie:
Het is in het leven geroepen door en voor ons allemaal. Het moet zorgvuldig en
zonder partijdigheid zijn besluiten nemen en handelingen verrichten.
In een democratische rechtsstaat bepaalt de wetgever de hoofdlijnen.
1.1.1 Wat doet het bestuur?
Nederland wordt bestuurd op volgend niveau:
- Gemeentelijk
- Provinciaal
- Rijksniveau
Het ‘openbaar bestuur’ reguleert en stuurt onder meer activiteiten van burgers.
Besluit =
Het nemen van een besluit betekent dat het bestuur een rechtshandeling
verricht. Een handeling met rechtsgevolg.
Het bestuur verricht daarnaast ook veel feitelijke handelingen of geeft daartoe
opdracht. Het gaat meestal om taken die men niet alleen aan burgers kan
overlaten.
Vaak wordt een besluit echter uitgevoerd door een fysieke handeling. Vb:
plaatsen van een verkeersbord of verlenen van vergunningen, subsidies,
aanvraag voor bijstand.
Op provinciaal niveau is de bestuursactiviteit meestal minder zichtbaar voor
burgers. Dit komt doordat de provinciale overheid vooral coördinerende en ook
toezichthoudende functies vervult.
Op landelijk niveau (rijksniveau) worden door verschillende organen van het
openbaar bestuur ook bevoegdheden uitgeoefend. Hoofdtaak: AMvB ‘Algemene
maatregel van bestuur’.
1.1.2 De ontwikkeling van het openbaar bestuur in vogelvlucht
Interventiestaat of verzorgingsstaat =
Overheid die zich met vrijwel alle aspecten van het maatschappelijk leven
bemoeit.
Sociale rechtsstaat =
, 3
Dat de overheid de rechten van de burgers garandeert door het
respecteren van de grondrechten, het stellen van algemene regels
(wetten) en door rechtspraak.
Via het stelsel van klassieke grondrechten wordt de vrijheid van burgers
gegarandeerd. Wetten geven uitdrukking aan het belangrijke beginsel van
wetmatigheid van bestuur.
De sociale rechtsstaat werd vooral na de Tweede Wereldoorlog
gerealiseerd.
De privatisering, deregulering en marktwerking kregen steeds meer aandacht.
Het belang van de publieke gemeenschap staat centraal. Bestuursrecht beweegt
mee met maatschappelijke ontwikkelingen.
Belastingrecht = oudste vorm van bestuursrecht.
Nederland heeft een parlementair stelsel en een vertrouwensregel
tussen regering en parlement.
De zelfstandige bevoegdheid van de Koning werd aan banden gelegd en de
ministers en regering moeten steeds het vertrouwen hebben en de steun van de
volksvertegenwoordigers.
De Koning is onschendbaar en zijn ministers zijn verantwoordelijk.
Faalt he bestuurd, dan moeten de ministers opstappen.
Meerenberg-arrest:
Arrest bevestigde dat aan de koning binnen het stelsel van de Grondwet geen
zelfstandige regelgevende bevoegdheid toekwam.
1.1.3 Bevoegdheden en wetmatigheid van bestuur
Algemeen verbindende voorschriften
Wetten in formele zin
= Wetten gemaakt door de regering en Staten-Generaal
Algemene maatregelen van bestuur
= Regels gemaakt door de regering en vastgesteld bij Koninklijk
Besluit
Vergunningsbevoegdheid = beschikkingsbevoegdheid
Door een vergunning kan het gedrag van burgers namelijk gericht worden
beïnvloed.
Eerst verbied de wetgever het verrichten van een bepaalde activiteit. De
wetgever bepaalt daarbij ook dat het oprichten van een fabriek zonder
vergunning strafbaar is. De overheid wil fabrieken reguleren met het oog
op de belangen van de fysieke leefomgeving. Een ondernemer kan daarom
aan het stuur toestemming vragen om de betreffende activiteit te mogen
verrichten. Door het verlenen van een vergunning vervalt het strafbare
karakter van de activiteit.
Voorschriften verbinden aan de vergunning.
Geen algemene regels, maar ‘maatwerk’.
Last van bestuursdwang
, 4
Dit is een belangrijk type handhavingsbevoegdheid.
Deze bevoegdheid maakt het mogelijk om een illegale activiteit feitelijk te
beëindigen, en zo nodig door het toepassen van ‘dwang’.
Vrijstelling of ontheffing
Verder kunnen bestuursorganen in bepaalde gevallen vrijstelling of
ontheffing van verplichtingen of verboden, die zijn neer gelegd in
algemeen verbindende voorschriften, verlenen.
Beginsel van wetmatigheid van bestuur
Fundamentele regels in de democratische rechtsstaat is dat het bestuur in
beginsel niet mag handelen, tenzij de wetgever dit heeft toegestaan.
Beginsel van wetmatigheid van bestuur OF legaliteitsbeginsel:
Beginsel waarborgt de vrijheid van burgers en dient de rechtszekerheid.
Vb subsidiebevoegdheid
Burgers moeten weten wanneer en onder welke voorwaarden ze aanspraak
kunnen maken op subsidie.
Specialiteitsbeginsel
Normering
= Dat de wet de inhoudelijke en procedurele voorwaarden formuleert
waaronder het bestuur zijn bevoegdheden mag uitoefenen.
Specialiteitsbeginsel
= Als de wetgever bevoegdheden aan het bestuur toekent, worden
deze ook naar doel afgebakend.
Vrij maatschappij
Een samenleving waarin geen duidelijk onderscheid bestaat tussen de
publiekrechtelijke sfeer van de staat enerzijds en een vrije maatschappij
van de burgers anderzijds, een samenleving waarin het bestuur naar eigen
inzicht op basis van een algemene bevoegdheid regulerend zou kunnen
optreden. Dit is onwenselijk!
Waarborgdimensie en instrumentele dimensie
Instrumentele dimensie
= Beschouwt het bestuursrecht vooral als een verzameling van
instrumenten voor het bestuur om te kunnen besturen.
Waarborgdimensie
= Ziet op de juridische inkadering en beperking van
bestuursbevoegdheid.
1.1.4 Publiekrechtelijke bevoegdheid en bestuursbevoegdheid
Bestuursbevoegdheid
= Is gebaseerd op de wet.
Bevoegdheid op basis waarvan het bestuur publieke belangen behartigt ter
regulering van het maatschappelijk leven. Een bepaald type
publiekrechtelijke bevoegdheid.