- H6 Contractie van skeletspieren
Opbouw van spieren
Ongeveer 40% van het lichaam is skeletspier en 10% gladde
en hartspier. Skeletspieren zijn samengesteld uit talrijke
vezels die zich meestal uitstrekken over de gehele spier.
Elke spiervezel bevat honderden tot duizenden myofibrillen.
Myofibrillen bestaan uit myosinefilamenten (dik) en
actinefilamenten (dun), die verantwoordelijk zijn voor de
spiercontractie. Er ontstaan banden: een I-band/lichte band
bevat alleen actinefilamenten en een donkere band/A-band
myosine en actine. De Z-schijf bevestigd de myofibrillen aan
elkaar en bestaat uit filamenteuze eiwitten die verschillen
van actine- en myosinefilamenten. Het deel tussen twee
opeenvolgende Z-schijven wordt een sarcomeer genoemd.
De ruimtes tussen de myofibrillen zijn opgevuld met
sarcoplasma: waar veel kalium, magnesium, fosfaat en
mitochondriën in zitten. Het sarcoplasmatisch reticulum is
belangrijk bij het reguleren van de calciumopslag, afgifte,
heropname en dus spiercontractie.
Titinemoleculen zijn erg zwaar en veerkrachtig en houden
actine- en myosinefilamenten op hun plek.
In een ontspannen toestand overlappen de uiteinden van de
actinefilamenten elkaar nauwelijks. In samengetrokken
toestand zijn deze actinefilamenten naar binnen getrokken
door myosinefilamenten, waardoor er maximale overlapping
is.
Spiercontractie
Een actiepotentiaal reist langs een motorische zenuw naar zijn uiteinden op spiervezels.
1. Bij elk uiteinde scheidt de zenuw acetylcholine af
2. Acetylcholine opent acetylcholine geregende kationkanalen via eiwitmoleculen die in
het membraan zweven
3. Door het openen van de kanalen gaan diffunderen grote hoeveelheden natriumionen
in het spiervezelmembraan. Dit veroorzaakt lokale depolarisatie,
spanningsafhankelijke natriumkanalen gaan open en deze initiëren een
actiepotentiaal op het membraan.
4. De actiepotentiaal reist langs het spiervezelmembraan.
5. De actiepotentiaal depolariseert het spiervezelmembraan en de actiepotentiaal
stroomt door het midden van de spiervezel. Het sarcoplasmatisch reticulum geeft
veel calciumionen af
6. Calciumionen initiëren aantrekkingskracht tussen actine- en myosinefilamenten : de
contractie vindt plaats.