Paragraaf 53 – Historische achtergrond 1914-1945
• ‘belle époque’ > Eerste Wereldoorlog (1914-1918)
• na WOI: nieuwe tijd
o jaren ’20 – ‘roaring twenties’
o jaren ‘30 – massale werkeloosheid
o Tweede Wereldoorlog (1940-1945)
• veel Europese landen onder dictatoriaal bewind
o Europa: bijna één grote totalitaire staat
• Nederland: relatief rustig
o sociale wetgeving versterkt
• 1919: achturige werkdag
o meer democratisering
• 1917: algemeen kiesrecht voor mannen
• 1922: kiesrecht voor vrouwen
Paragraaf 54 – Het Modernisme
• rond WO I
• radicaal andere kunst > ‘moderne kunst’ (geen realistisch beeld van werkelijkheid, maar gewoon ideeën uitdrukken m.b.v.
kleuren en vormen, verboden door dictatoriale overheden: te moeilijk, te ongrijpbaar, te ongebonden)
• (historische -> onderscheiden van deze rond de Eerste Wereldoorlog) avant-garde (mensen die vooroplopen op een
bepaald gebied, die zich gedragen en kleden zoals (nog) niemand dit doet)
o expressionisme
o dadaïsme
o surrealisme
o kubisme
o futurisme
o constructivisme
o jaren ‘30: traditioneler > nieuwe zakelijkheid
Paragraaf 55 – Het expressionisme
Expressionisme
• Fin de siècle: impressionisme
• meer accent op gevoel, ten koste van waarneming > expressionisme (Frankrijk: fauvisme)
• realiteit is gedeformeerd ten behoeve wat de kunstenaar wilt uitdrukken (bijv. blauwe paarden)
Schilderkunst
• deformatie t.o.v werkelijkheid
• harde, contrasterende kleuren
• scherpere contouren
• abstracte / non-figuratieve kunst
o schilderij als ‘ding’, verwijst naar zichzelf
Literatuur
• directe uitdrukken van gevoel d.m.v. beelden
• vooral poëzie
• deformatie: vrije verzen
o aantasten van het klassieke vers
• rijm, metrum, regelmatige strofebouw ontbreken
• onvolledige, ongrammaticale zinnen
• hoofdletters en interpunctie verdwijnen
• verkeerde woordcombinaties (‘groen duister’), om emotie/gedachte zo direct mogelijk te uiten
• minder bijvoeglijk naamwoorden, werkwoorden en zelfstandig naamwoorden geven de essentie
• onderwerp: ontleend aan het stadsleven (en niet aan natuur)
• Poésie pure
o gaat niet om inhoud, maar puur om gevoel
, • Proza
o groteske (verhalen waarin ongelijksoortige elementen door elkaar lopen, bijv. komische en tragische)
o soms leidt dit tot absurdisme (het consequent volhouden van een gedachtegang tot in het waanzinnige,
2x2=5)
Paragraaf 56 – Kubisme, futurisme en constructivisme
Kubisme (1910)
‘Alle vormen in de natuur zijn in feite gebaseerd op drie oervormen: bol, kegel en piramide.’ (Paul Cézanne)
• realiteit herordenen in meetkundige figuren
• ‘simultanéité’ (geen traditioneel perspectief)
o object wordt als het ware gelijktijdig van verschillende punten gezien: verschuivende standpunten
• tijdelijke werkelijkheid > eeuwige schoonheid van geometrische abstracties (hierdoor werd het net zoals het
existentialisme soms non-figuratief)
Futurisme
• dynamische versie van het statische kubisme
o object beweegt voor de kunstenaar
o opeenvolgende posities naast elkaar
• Futuristisch Manifest – Tommaso Marinetti (1909)
o oproep aan kunstenaars om zich aan te sluiten bij de moderne ontwikkelingen
o kernwoorden:
• dynamiek, snelheid, energie, oorlogsverheerlijking en vooruitgang
• Ideologie, net zoals het dadaïsme, staan lijnrecht op elkaar
• Na WOI: ‘einde’ van het futurisme
o keerzijde van oorlog en vooruitgang
Constructivisme
• voortzetting uit kubisme en futurisme in non-figuratieve richting
• werkelijkheid omzetten in constructies
• herkenbaarheid opgeofferd aan de geometrie
• abstract/non-figuratief
• begonnen in Rusland
• maandblad De Stijl (1917-1928)
• Piet Mondriaan en Theo van Doesburg
• ‘een nieuwe kunstuitdrukking […] propageeren en [...] verdedigen’
Constructivisme: literatuur
• I.K. Bonset ((‘ik ben sot’??) Theo van Doesburg in De Stijl), uiterst abstracte gedichten met alleen nog maar losse woorden
• Bordewijk – Blokken, 1931
o beschrijving van een toekomstdictatuur
Paragraaf 57 – H. Marsman
• Hendrik Marsman (1899-1940)
• dichter en advocaat
• bewonderde filosoof Nietsche
o Übermensch
• ‘superieure, zelfbewuste mens die niets moest hebben van halfzachtheid, nederigheid en
democratische gelijkheid’
• aangetrokken tot fascisme -> later felle tegenstander
• vroeg werk: expressionisme, futuristisme
• vitalisme (eigen term Marsman) > kosmisch expressionisme
o ‘antwoord’ op ontreddering en dood na WOI
o streven naar o.a. realiteitsaanvaarding, weerbaarheid, snelheid
o levensdrift, wilskrachtige persoonlijkheid, op gevaarlijke af
• Verzen (1923), Paradise regained (1927)
• jaren ‘30: realistischer en traditioneler werk
• ‘Herinnering aan Holland’ (hij vond Holland eigenlijk ellende)
• meesterwerk: Tempel en kruis (1940)
• overleden tijdens oversteek naar Engeland