HC1 Cultural diversity – Bodine Romijn bepaalt doelen en praktijken
NL is een superdivers land door globalisatie en Zelfde setting kan andere uitkomsten
migratie. Diversiteit gaat verder dan herkomst geven door andere
→ superdiversiteit: combinatie van factoren overtuigingen/praktijken
(SES, taal, religie, gender, gezin, etc.) die elkaar Artikel 3: Velez-Agosto (2017)
beïnvloeden (intersectioneel). Cultuur zit verweven in alle lagen van de
Belangrijke vragen: wat is universeel vs. ontwikkeling → kritiek op
Bronfenbrenner: cultuur te veel als
cultuurspecifiek?
externe factor
Cultuur: geen statische externe factor, maar Daarom stellen de auteurs een
een dynamisch en wederzijds proces (mens ↔ “Culturally-Inclusive Bioecological
cultuur). Model” voor, waarin cultuur door alle
Theoretische kaders: systemen heen loopt.
Bronfenbrenner: cultuur in Ontwikkeling is wederkerig en
macrosysteem → externe invloed dynamisch: mensen vormen hun
(kritiek: te ver weg, abstract) omgeving én worden erdoor gevormd via
sociale praktijken en participatie.
Vélez-Agosto: kritiek → cultuur niet
Implicaties/interventies:
extern maar verweven in dagelijks leven Cultuur = geïntegreerd in ontwikkeling
Rogoff: ontwikkeling = participatie (kind (niet extern)
↔ cultuur) Ontwikkeling = participatie in context
Vygotsky/Weisner: leren via interactie Verschillen verklaren via
en taal developmental niche
Weisner: dagelijkse routines (eten, Kritisch zijn op onderzoek (WEIRD,
slapen, spelen) = cultureel bepaald generalisatie, gebaseerd op praktijk)
Artikel 1: Rogoff et al. (2018)
Kern: cultuur en ontwikkeling zijn niet te Week 2 – Diversity in society
scheiden → kinderen ontwikkelen via deelname HC2 Diversity in society – Pauline Slot
aan culturele praktijken. Acculturatie = tweezijdig proces: niet alleen
Kritiek op onderzoek: minderheden passen zich aan, maar ook de
samenleving (Crul).
Te veel labstudies → missen realiteit
Acculturatiemodellen (Berry!):
Overgeneralisatie van kleine (WEIRD) Integratie: eigen cultuur behouden +
groepen -> beperkte aanpassing → beste uitkomsten (melting
generaliseerbaarheid plot)
Belangrijk inzicht: → Gedrag is Assimilatie: volledige overname
contextafhankelijk (thuis vs school). Kinderen dominante cultuur, verlies eigen cultuur
ontwikkelen adaptieve flexibiliteit (gedrag Separatie: eigen cultuur behouden,
geen aanpassing/weinig contact met
aanpassen aan context).
nieuwe samenleving
Participatie theorie: Marginalisatie: verlies van eigen
Leren door observatie, samenwerking, cultuur, geen opname in de nieuwe
meedoen samenleving
Kinderen zijn actieve deelnemers → Belangrijk: integratie ≠ assimilatie (vaak
Artikel 2: Super & Harkness (1986) – verwarring).
Developmental Niche Gevoel van acceptatie bepaalt succes
van integratie
Kern: ontwikkeling is cultureel georganiseerd
Impact op kinderen:
via de developmental niche. Heritage language → hogere
3 componenten: schoolmotivatie
1. Fysieke & sociale setting (omgeving, Religie → meer inzet (niet motivatie)
mensen, materialen) Familieoriëntatie → positief voor
2. Customs/praktijken (routines zoals motivatie
slapen, spelen, discipline) Mainstream oriëntatie → meer
3. Caretaker psychology (overtuigingen schoolbetrokkenheid
Acculturatie op meerdere niveaus:
ouders over ontwikkeling)
Micro: gezin, wijk → kansen/barrières
→ Deze vormen samen een systeem Macro: beleid, onderwijs → toegang &
(homeostase) en beïnvloeden elkaar. kansen
Belangrijk:
1
, Globaal: migratie (push/pull), social Week 3 – Cultural identity
media
HC3 Cultural identity – Sözeri
Onderwijs & diversiteit:
Identiteit = dynamisch en levenslang proces
Selectieprocessen versterken soms
(Erikson). Ontstaat in interactie met sociale en
segregatie
culturele context.
Leerkrachten verschillen in waarden:
Erikson (via Sokol):
o NL → individualistisch
Kindertijd (6–11): identificatie met
o Mediterraan → groepsgericht
ouders/rolmodellen → basis voor
→ Kan complementair werken zelfbeeld
Artikel 1: Bornstein (2019) Adolescentie (12–24):
Kern: parenting knowledge = onderdeel van identiteitsvorming (wie ben ik?) → risico
developmental niche (caretaker psychology). op rolverwarring
Parenting knowledge: Volwassenheid: identiteit blijft
→ kennis over ontwikkeling (cognitief, sociaal, veranderen door levensgebeurtenissen
fysiek) → beïnvloedt opvoedgedrag en (migratie, relaties)
kindontwikkeling Belangrijk:
→ Identiteit is niet vast, maar ontwikkelt continu
Belangrijk: Spoiled identity (Goffman):
Meer kennis → betere ouder-kind → stigma → negatieve sociale positie →
interactie + betere ontwikkeling internalisatie (bijv. “probleemjongeren”)
Minder kennis → meer stress + Pedagogische driehoek (El Hadioui):
verkeerde verwachtingen Thuiscultuur
Culturele variatie: Schoolcultuur
Verschilt per samenleving Straatcultuur
Factoren: opleiding, leeftijd, SES (maar → Mismatch → spanningen,
niet universeel) loyaliteitsconflicten, probleemgedrag
→ Geen “one best way” van opvoeden Intersectionaliteit (Crenshaw):
Artikel 2: Sidler et al. (2022) → Identiteit = combinatie van factoren
Kern: acculturatie is wederzijds (minority + (etniciteit, gender, religie, SES)
majority + instituties). → Kan leiden tot kansen of juist discriminatie
3 acculturatieprofielen: Reactieve identiteitsvorming:
Mutual integration: beide groepen → Discriminatie/uitsluiting → sterkere
passen zich aan identificatie met eigen groep
Mild integration: minder sterke Belangrijk:
wederkerigheid → Identiteit is contextafhankelijk (school vs
Low majority responsibility: vooral thuis vs straat)
minderheden moeten aanpassen Artikel 1: Brubaker & Cooper (2000)
Belangrijk resultaat: Kern: “identiteit” is te vaag → gebruik
→ meeste jongeren steunen wederzijdse specifiekere concepten
integratie Probleem:
Psychologische uitkomsten: Te breed gebruikt → analytisch
Mutual integration → hogere onduidelijk
zelfwaardering + zelfdeterminatie Twee benaderingen:
Lage verantwoordelijkheid meerderheid Essentialistisch: identiteit = vast,
→ slechtere uitkomsten gedeelde kenmerken
Rol van scholen: Constructivistisch: identiteit = flexibel,
→ belangrijke plek voor intercultureel contact en contextafhankelijk
inclusie Alternatieven:
Implicaties/interventies: Identificatie: hoe je jezelf positioneert
Acculturatie = wederzijds proces (Slot (proces)
+ Sidler) o Relationeel (relaties)
Ontwikkeling en opvoeding = cultureel o Categorisch (groepen)
bepaald (Bornstein ↔ developmental Zelfbegrip: hoe je jezelf ziet
niche week 1) Emotionele groepsgebondenheid:
Integratie werkt het best als beide gevoel van belonging
groepen + instituties betrokken zijn Belangrijk:
Context (school, beleid, wijk) bepaalt hoe → Focus op processen i.p.v. “vaste identiteit”
acculturatie verloopt Artikel 2: Sokol (2009)
Kern: identiteitsontwikkeling = levenslang
proces (uitwerking Erikson).
Belangrijk:
Identiteit ontwikkelt in fasen, maar stopt
niet na adolescentie
2