Deeltoets 2 ROMP
Juncturae = Gewrichten
- Bewegingsmogelijkheden benoemen in de anatomentaal (TA)
- Functie van gewrichtsstructuur benoemen. Dit is met betrekking tot de ligamenten meestal in
termen van bewegingsbeperkingen
artt. Zygapophysialis
Functie: In de lumbale regio voor bescherming tegen
anteriore schuiving, excessieve rotatie en flexie. Weinig
invloed op de laterale flexie. In de thoracale regio beperken
ze flexie en anteriore translatie, maar faciliteren ze juist
rotatie.
art. Sacroiliaca
Bewegelijkheid is zeer beperkt. Dit gewricht staat onder enorme
druk (het lichaamsgewicht drukt naar beneden en de benen en
pelvis naar boven tegen het gewricht).
Functie: de draai, duw en trek bewegingen van het lichaam
opvangen.
Ligament supraspinale
Functie: Zorgt voor handhaving van de rechtopstaande houding
ze beperken flexie
art. acromioclavicularis
Kogelgewricht, een van de drie gewrichten in de
schoudergordel. Het heeft een matige bewegelijkheid
Functie: laterorotatie en mediorotatie
Ligament acromioclaviculare
- Functie: horizontale stabiliteit voor het art. acromioclavicularis. Er is geen bewegingsuitslag
die wordt geremd. Ze beperken de bewegingsmogelijkheden.
art. temperomandibularis
Functie: Kaakbeweging
- Depressie: treedt op bij het openen van de mond.
- Protrusie: het naar voren bewegen van de mandibula bij gesloten
mond.
- Retractie: het naar achteren bewegen van de mandibula
- Laterotrusie: het zijdelings bewegen van de mandibula bij gesloten
mond.
Ligament nuchae
- Functie: helpt bij de ondersteuning van het gewicht van het hoofd
art. sternoclavicularis
Zadelgewricht met een discus functioneel kogelgewricht
Functie:
- Elevatie/depressie as (sagittale as)
- Protractie/retractie as (longitudinale as)
- Laterorotatie/mediorotatie as (longitudinale as)
Juncturae = Gewrichten
- Bewegingsmogelijkheden benoemen in de anatomentaal (TA)
- Functie van gewrichtsstructuur benoemen. Dit is met betrekking tot de ligamenten meestal in
termen van bewegingsbeperkingen
artt. Zygapophysialis
Functie: In de lumbale regio voor bescherming tegen
anteriore schuiving, excessieve rotatie en flexie. Weinig
invloed op de laterale flexie. In de thoracale regio beperken
ze flexie en anteriore translatie, maar faciliteren ze juist
rotatie.
art. Sacroiliaca
Bewegelijkheid is zeer beperkt. Dit gewricht staat onder enorme
druk (het lichaamsgewicht drukt naar beneden en de benen en
pelvis naar boven tegen het gewricht).
Functie: de draai, duw en trek bewegingen van het lichaam
opvangen.
Ligament supraspinale
Functie: Zorgt voor handhaving van de rechtopstaande houding
ze beperken flexie
art. acromioclavicularis
Kogelgewricht, een van de drie gewrichten in de
schoudergordel. Het heeft een matige bewegelijkheid
Functie: laterorotatie en mediorotatie
Ligament acromioclaviculare
- Functie: horizontale stabiliteit voor het art. acromioclavicularis. Er is geen bewegingsuitslag
die wordt geremd. Ze beperken de bewegingsmogelijkheden.
art. temperomandibularis
Functie: Kaakbeweging
- Depressie: treedt op bij het openen van de mond.
- Protrusie: het naar voren bewegen van de mandibula bij gesloten
mond.
- Retractie: het naar achteren bewegen van de mandibula
- Laterotrusie: het zijdelings bewegen van de mandibula bij gesloten
mond.
Ligament nuchae
- Functie: helpt bij de ondersteuning van het gewicht van het hoofd
art. sternoclavicularis
Zadelgewricht met een discus functioneel kogelgewricht
Functie:
- Elevatie/depressie as (sagittale as)
- Protractie/retractie as (longitudinale as)
- Laterorotatie/mediorotatie as (longitudinale as)