STRESS EN GEZONDHEID
(422095-B-6)
2026
Table of Contents
Hoorcollege 1 – Introductie Stress & gezondheid................................................................1
Hoorcollege 2 – Stress asessment (deel 1).........................................................................5
Hoorcollege 3 – Stress asessment (deel 2).........................................................................9
Hoorcollege 4 – Psychologische en sociale bronnen van stress........................................15
Hoorcollege 5 – Stress en leefstijl.....................................................................................21
Hoorcollege 6 – Stress en gezondheid..............................................................................28
Hoorcollege 7 – Stress en gezondheid (gastcollege Zlatan Mujagic).................................32
Hoorcollege 8 – Stress en mentale gezondheid.................................................................39
Hoorcollege 9 – Stress, gezondheid en positieve psychologie...........................................43
Hoorcollege 10 – Stressmanagement................................................................................49
Hoorcollege 11 – Opkomende stressthema’s....................................................................56
HOORCOLLEGE 1 – INTRODUCTIE STRESS & GEZONDHEID
Stress is een begrip waarvan iedereen denkt te weten wat het betekent, maar dat in
werkelijkheid lastig eenduidig te definiëren is.
Stress kan worden omschreven als een toestand of gevoel dat ontstaat wanneer
iemand ervaart dat de eisen die aan hem of haar worden gesteld groter zijn dan de
persoonlijke en sociale middelen die beschikbaar zijn om daarmee om te gaan.
Een andere definitie beschrijft stress als een constellatie van gebeurtenissen: een
stimulus (de stressor) roept een reactie in de hersenen op (stressperceptie), wat
vervolgens fysiologische vecht-of-vluchtsystemen in het lichaam activeert (de
stressrespons).
De ervaring van stress is subjectief. Het gaat om de perceptie van het individu: iemand
ervaart stress wanneer hij of zij inschat dat de eisen groter zijn dan wat hij of zij aankan.
Die subjectieve beoordeling is dus doorslaggevend.
Door de tijd heen zijn stressvolle gebeurtenissen veranderd. Vroeger ging het vooral om
acute fysieke crisissen, zoals vechten met een dier, of chronische fysieke dreigingen
zoals oorlog. Tegenwoordig zijn stressoren vaker psychologisch, sociaal van aard en
langdurig, waardoor herstel trager verloopt.
Stress heeft duidelijke gevolgen voor de gezondheid.
Het kan acute aandoeningen uitlokken, zoals het triggeren van een hartinfarct, en kan
leiden tot psychologische problemen.
Deze psychologische problemen kunnen via gedrag – bijvoorbeeld overmatig
alcoholgebruik of roken – indirect de lichamelijke gezondheid schaden. In de klinische
, praktijk blijkt dat veel mensen klachten hebben waarvoor geen duidelijke fysieke
oorzaak wordt gevonden; stress kan hier een belangrijke rol in spelen. Dit leidt tot
onnodig gebruik van zorg.
Daarnaast heeft stress een negatief effect op herstel na ziekte of blessure, op de
effectiviteit van medische interventies en op de communicatie tussen arts en patiënt,
omdat stress de aandacht en informatieverwerking vermindert.
Stress verstoort de homeostase: het interne evenwicht van het lichaam, waaronder
lichaamstemperatuur, zuurstofniveau en hartslag. Alles
wat deze homeostase verstoort, noemen we een
stressor. De stressrespons is een lichamelijke actie die
erop gericht is de homeostase te herstellen.
Stress is niet uitsluitend negatief. Zonder stress zou het
lichaam niet adequaat reageren op gevaar.
Acute stress is adaptief: het bereidt het lichaam
voor op actie, is kortdurend en wordt gevolgd door
snel herstel.
Kortdurige stress kan het immuunsysteem versterken
(immunoprotection) en zowel mentale als fysieke
prestaties verbeteren.
Disruptieve/chronische stress daarentegen is niet
adaptief: de stressrespons blijft langdurig actief en
het herstel verloopt traag. Het lichaam hoort niet
langdurig in een staat van paraatheid te blijven voor
een mogelijk gevaar. Een korte herstelperiode is
essentieel; de stressrespons moet weer uitdoven. Bij
chronische stress worden soms symptomen van auto-immuunziekten onderdrukt door
de werking van cortisol.
Er zijn ook negatieve consequenties.
Op korte termijn leidt stress tot een negatieve emotionele toestand, slechter cognitief
functioneren (zoals verminderde concentratie en geheugen), ongezond gedrag zoals
roken, en aantasting van het immuunsysteem.
Op lange termijn heeft stress een negatief effect op de prognose en het herstel van
bepaalde (chronische) ziekten. Stress kan bijvoorbeeld via roken bijdragen aan
kanker, maar er is geen direct causaal verband tussen stress en kanker.
Historisch gezien hebben verschillende wetenschappers bijgedragen aan ons begrip van
stress.
Darwin benadrukte dat individuen die zich goed kunnen aanpassen aan
veranderende omstandigheden meer kans hebben op overleving; mentale flexibiliteit
beschermt tegen psychische aandoeningen.
Bernard introduceerde het concept ‘milieu
intérieur’: de interne omgeving van het
organisme moet in balans blijven om
aanpassing mogelijk te maken.
Cannon beschreef de fight-or-flightrespons,
waarbij het sympathische zenuwstelsel
wordt geactiveerd (verhoogde bloeddruk,
verhoogde hartslag).
, Het parasympathische systeem is actief in rust en herstel en stimuleert onder
andere honger om verbruikte energie aan te vullen.
Het centrale zenuwstelsel (CNS) en het
endocriene systeem sturen de fight-or-
flightrespons aan via neurotransmitters (korte
afstand) en hormonen (lange afstand).
Het Sympathisch-Adreno-Medullaire
(SAM) systeem werkt snel via adrenaline
(epinefrine) en noradrenaline.
De HPA-as (hypothalamus–hypofyse–bijnier-as) werkt iets trager en produceert
onder andere glucocorticoïden zoals cortisol, evenals oestrogeen en
testosteron. Cortisol blijft langer in het lichaam aanwezig dan adrenaline.
Tijdens stress worden ook glucagon (energievoorziening), vasopressine (verhoging
bloeddruk) en endorfinen en enkefalinen (vermindering pijnperceptie) aangemaakt.
Tegelijkertijd worden voortplantingshormonen (zoals oestrogeen en testosteron) en
groeihormonen (zoals insuline) geremd.
Selye stelde dat elke stresservaring een blijvend spoor nalaat en dat het organisme een
prijs betaalt in de vorm van veroudering. Volgens Selye is stress in essentie een
fysiologische respons. Hij ontwikkelde het General Adaptation Syndrome (GAS),
bestaande uit drie fasen:
De alarmfase. Het lichaam bereid zich voor op actie en er ontstaat een toename in
adrenaline.
Adrenaline fight-or-flight energiek
De resistancefase/weerstandfase.
Toename van cortisol oplopende lichamelijke schade irritatie, frustratie, slechte
concentratie
Exhaustionfase/uitputtingsfase
Uitputting; vergelijkbaar met een burn-out vermoeid, angstig/depressief
De reactiviteitshypothese stelt dat de fysiologische stressrespons rond een stressor
stijgt en daarna terugkeert naar het basisniveau. Dit model kan echter chronische stress
onvoldoende verklaren, wat suggereert dat stress niet puur fysiologisch is. Psychologen
zoals Mason benadrukten dat stressreacties verschillen tussen en binnen individuen.
Burchfield stelde dat het onvermogen om zich aan te passen aan chronische stress wijst
op psychologische in plaats van fysiologische uitputting.
Het prolonged activatiemodel beschrijft hoe een stressor langdurige activatie
veroorzaakt zonder adequaat herstel, wat het risico op aandoeningen vergroot.
Psychologische variabelen bepalen of stress
een negatief effect heeft op onze gezondheid.
Het Michigan stressmodel benadrukt dat
factoren zoals persoonlijkheid en sociale
steun invloed hebben op de stressrespons.
, Sociale steun fungeert als belangrijke buffer. Stress is dus niet louter fysiologisch
bepaald; persoonlijkheid bepaalt mee.
De stressrespons verschilt tussen en binnen personen in intensiteit en duur. De
stresscyclus (Reznick) beschrijft vier fasen: rustfase, spanningsfase, responsfase
en opluchtingsfase. Zowel psychologische als fysiologische componenten worden
gemeten in termen van frequentie, duur en intensiteit.
De stressrespons wordt geactiveerd door alles wat de homeostase verstoort, inclusief
aanpassing, anticipatie (nodig of onnodig), acute en chronische prikkels.
Individuele verschillen in stressrespons worden beïnvloed door stressperceptie,
genetische aanleg (zoals prenatale factoren), eerdere ervaringen (bijvoorbeeld
jeugdtrauma), appraisal (beoordeling van de situatie) en coping. Ook situationele
factoren spelen een rol: elke stressor heeft een eigen hormonale ‘handtekening’.
Er bestaan genderverschillen in stressrespons. Mannen vertonen vaker een fight-or-
flightreactie met meer agressie. Vrouwen vertonen vaker een tend-and-
befriendreactie, waarbij sociale steun wordt gezocht; oxytocine speelt hierbij een
belangrijke rol.
Aandoeningen kunnen direct verbonden zijn aan het stresssysteem: het niet kunnen
activeren van de stressrespons, het niet kunnen deactiveren ervan (chronische stress), of
het ongecontroleerd aan- en uitzetten ervan.
De Generalized Unsafety Theory of Stress (GUTS) stelt dat de stressrespons
standaard ‘aan’ staat en alleen wordt onderdrukt wanneer veiligheid wordt ervaren. De
perceptie van veiligheid verschilt per persoon. Hoe langer iemand zich onveilig voelt, hoe
langer de stressrespons actief blijft.
Het dichotome model van Lazarus
benadrukt dat stress afhankelijk is van
evaluatie: een situatie kan worden
geïnterpreteerd als bedreiging
(threat) of als uitdaging (challenge).
Uitdagingen zijn beter hanteerbaar
dan bedreigingen, en veiligheid
speelt hierin een centrale rol.
Het transactionele model van Lazarus &
Folkman beschrijft twee
beoordelingsmomenten: eerst wordt
beoordeeld of een situatie een bedreiging of
uitdaging vormt, daarna of men over
voldoende middelen beschikt om ermee om
te gaan. Stress is daarmee het resultaat van
een voortdurende interactie tussen persoon
en omgeving.
(422095-B-6)
2026
Table of Contents
Hoorcollege 1 – Introductie Stress & gezondheid................................................................1
Hoorcollege 2 – Stress asessment (deel 1).........................................................................5
Hoorcollege 3 – Stress asessment (deel 2).........................................................................9
Hoorcollege 4 – Psychologische en sociale bronnen van stress........................................15
Hoorcollege 5 – Stress en leefstijl.....................................................................................21
Hoorcollege 6 – Stress en gezondheid..............................................................................28
Hoorcollege 7 – Stress en gezondheid (gastcollege Zlatan Mujagic).................................32
Hoorcollege 8 – Stress en mentale gezondheid.................................................................39
Hoorcollege 9 – Stress, gezondheid en positieve psychologie...........................................43
Hoorcollege 10 – Stressmanagement................................................................................49
Hoorcollege 11 – Opkomende stressthema’s....................................................................56
HOORCOLLEGE 1 – INTRODUCTIE STRESS & GEZONDHEID
Stress is een begrip waarvan iedereen denkt te weten wat het betekent, maar dat in
werkelijkheid lastig eenduidig te definiëren is.
Stress kan worden omschreven als een toestand of gevoel dat ontstaat wanneer
iemand ervaart dat de eisen die aan hem of haar worden gesteld groter zijn dan de
persoonlijke en sociale middelen die beschikbaar zijn om daarmee om te gaan.
Een andere definitie beschrijft stress als een constellatie van gebeurtenissen: een
stimulus (de stressor) roept een reactie in de hersenen op (stressperceptie), wat
vervolgens fysiologische vecht-of-vluchtsystemen in het lichaam activeert (de
stressrespons).
De ervaring van stress is subjectief. Het gaat om de perceptie van het individu: iemand
ervaart stress wanneer hij of zij inschat dat de eisen groter zijn dan wat hij of zij aankan.
Die subjectieve beoordeling is dus doorslaggevend.
Door de tijd heen zijn stressvolle gebeurtenissen veranderd. Vroeger ging het vooral om
acute fysieke crisissen, zoals vechten met een dier, of chronische fysieke dreigingen
zoals oorlog. Tegenwoordig zijn stressoren vaker psychologisch, sociaal van aard en
langdurig, waardoor herstel trager verloopt.
Stress heeft duidelijke gevolgen voor de gezondheid.
Het kan acute aandoeningen uitlokken, zoals het triggeren van een hartinfarct, en kan
leiden tot psychologische problemen.
Deze psychologische problemen kunnen via gedrag – bijvoorbeeld overmatig
alcoholgebruik of roken – indirect de lichamelijke gezondheid schaden. In de klinische
, praktijk blijkt dat veel mensen klachten hebben waarvoor geen duidelijke fysieke
oorzaak wordt gevonden; stress kan hier een belangrijke rol in spelen. Dit leidt tot
onnodig gebruik van zorg.
Daarnaast heeft stress een negatief effect op herstel na ziekte of blessure, op de
effectiviteit van medische interventies en op de communicatie tussen arts en patiënt,
omdat stress de aandacht en informatieverwerking vermindert.
Stress verstoort de homeostase: het interne evenwicht van het lichaam, waaronder
lichaamstemperatuur, zuurstofniveau en hartslag. Alles
wat deze homeostase verstoort, noemen we een
stressor. De stressrespons is een lichamelijke actie die
erop gericht is de homeostase te herstellen.
Stress is niet uitsluitend negatief. Zonder stress zou het
lichaam niet adequaat reageren op gevaar.
Acute stress is adaptief: het bereidt het lichaam
voor op actie, is kortdurend en wordt gevolgd door
snel herstel.
Kortdurige stress kan het immuunsysteem versterken
(immunoprotection) en zowel mentale als fysieke
prestaties verbeteren.
Disruptieve/chronische stress daarentegen is niet
adaptief: de stressrespons blijft langdurig actief en
het herstel verloopt traag. Het lichaam hoort niet
langdurig in een staat van paraatheid te blijven voor
een mogelijk gevaar. Een korte herstelperiode is
essentieel; de stressrespons moet weer uitdoven. Bij
chronische stress worden soms symptomen van auto-immuunziekten onderdrukt door
de werking van cortisol.
Er zijn ook negatieve consequenties.
Op korte termijn leidt stress tot een negatieve emotionele toestand, slechter cognitief
functioneren (zoals verminderde concentratie en geheugen), ongezond gedrag zoals
roken, en aantasting van het immuunsysteem.
Op lange termijn heeft stress een negatief effect op de prognose en het herstel van
bepaalde (chronische) ziekten. Stress kan bijvoorbeeld via roken bijdragen aan
kanker, maar er is geen direct causaal verband tussen stress en kanker.
Historisch gezien hebben verschillende wetenschappers bijgedragen aan ons begrip van
stress.
Darwin benadrukte dat individuen die zich goed kunnen aanpassen aan
veranderende omstandigheden meer kans hebben op overleving; mentale flexibiliteit
beschermt tegen psychische aandoeningen.
Bernard introduceerde het concept ‘milieu
intérieur’: de interne omgeving van het
organisme moet in balans blijven om
aanpassing mogelijk te maken.
Cannon beschreef de fight-or-flightrespons,
waarbij het sympathische zenuwstelsel
wordt geactiveerd (verhoogde bloeddruk,
verhoogde hartslag).
, Het parasympathische systeem is actief in rust en herstel en stimuleert onder
andere honger om verbruikte energie aan te vullen.
Het centrale zenuwstelsel (CNS) en het
endocriene systeem sturen de fight-or-
flightrespons aan via neurotransmitters (korte
afstand) en hormonen (lange afstand).
Het Sympathisch-Adreno-Medullaire
(SAM) systeem werkt snel via adrenaline
(epinefrine) en noradrenaline.
De HPA-as (hypothalamus–hypofyse–bijnier-as) werkt iets trager en produceert
onder andere glucocorticoïden zoals cortisol, evenals oestrogeen en
testosteron. Cortisol blijft langer in het lichaam aanwezig dan adrenaline.
Tijdens stress worden ook glucagon (energievoorziening), vasopressine (verhoging
bloeddruk) en endorfinen en enkefalinen (vermindering pijnperceptie) aangemaakt.
Tegelijkertijd worden voortplantingshormonen (zoals oestrogeen en testosteron) en
groeihormonen (zoals insuline) geremd.
Selye stelde dat elke stresservaring een blijvend spoor nalaat en dat het organisme een
prijs betaalt in de vorm van veroudering. Volgens Selye is stress in essentie een
fysiologische respons. Hij ontwikkelde het General Adaptation Syndrome (GAS),
bestaande uit drie fasen:
De alarmfase. Het lichaam bereid zich voor op actie en er ontstaat een toename in
adrenaline.
Adrenaline fight-or-flight energiek
De resistancefase/weerstandfase.
Toename van cortisol oplopende lichamelijke schade irritatie, frustratie, slechte
concentratie
Exhaustionfase/uitputtingsfase
Uitputting; vergelijkbaar met een burn-out vermoeid, angstig/depressief
De reactiviteitshypothese stelt dat de fysiologische stressrespons rond een stressor
stijgt en daarna terugkeert naar het basisniveau. Dit model kan echter chronische stress
onvoldoende verklaren, wat suggereert dat stress niet puur fysiologisch is. Psychologen
zoals Mason benadrukten dat stressreacties verschillen tussen en binnen individuen.
Burchfield stelde dat het onvermogen om zich aan te passen aan chronische stress wijst
op psychologische in plaats van fysiologische uitputting.
Het prolonged activatiemodel beschrijft hoe een stressor langdurige activatie
veroorzaakt zonder adequaat herstel, wat het risico op aandoeningen vergroot.
Psychologische variabelen bepalen of stress
een negatief effect heeft op onze gezondheid.
Het Michigan stressmodel benadrukt dat
factoren zoals persoonlijkheid en sociale
steun invloed hebben op de stressrespons.
, Sociale steun fungeert als belangrijke buffer. Stress is dus niet louter fysiologisch
bepaald; persoonlijkheid bepaalt mee.
De stressrespons verschilt tussen en binnen personen in intensiteit en duur. De
stresscyclus (Reznick) beschrijft vier fasen: rustfase, spanningsfase, responsfase
en opluchtingsfase. Zowel psychologische als fysiologische componenten worden
gemeten in termen van frequentie, duur en intensiteit.
De stressrespons wordt geactiveerd door alles wat de homeostase verstoort, inclusief
aanpassing, anticipatie (nodig of onnodig), acute en chronische prikkels.
Individuele verschillen in stressrespons worden beïnvloed door stressperceptie,
genetische aanleg (zoals prenatale factoren), eerdere ervaringen (bijvoorbeeld
jeugdtrauma), appraisal (beoordeling van de situatie) en coping. Ook situationele
factoren spelen een rol: elke stressor heeft een eigen hormonale ‘handtekening’.
Er bestaan genderverschillen in stressrespons. Mannen vertonen vaker een fight-or-
flightreactie met meer agressie. Vrouwen vertonen vaker een tend-and-
befriendreactie, waarbij sociale steun wordt gezocht; oxytocine speelt hierbij een
belangrijke rol.
Aandoeningen kunnen direct verbonden zijn aan het stresssysteem: het niet kunnen
activeren van de stressrespons, het niet kunnen deactiveren ervan (chronische stress), of
het ongecontroleerd aan- en uitzetten ervan.
De Generalized Unsafety Theory of Stress (GUTS) stelt dat de stressrespons
standaard ‘aan’ staat en alleen wordt onderdrukt wanneer veiligheid wordt ervaren. De
perceptie van veiligheid verschilt per persoon. Hoe langer iemand zich onveilig voelt, hoe
langer de stressrespons actief blijft.
Het dichotome model van Lazarus
benadrukt dat stress afhankelijk is van
evaluatie: een situatie kan worden
geïnterpreteerd als bedreiging
(threat) of als uitdaging (challenge).
Uitdagingen zijn beter hanteerbaar
dan bedreigingen, en veiligheid
speelt hierin een centrale rol.
Het transactionele model van Lazarus &
Folkman beschrijft twee
beoordelingsmomenten: eerst wordt
beoordeeld of een situatie een bedreiging of
uitdaging vormt, daarna of men over
voldoende middelen beschikt om ermee om
te gaan. Stress is daarmee het resultaat van
een voortdurende interactie tussen persoon
en omgeving.