Werkgroepopdrachten Gezondheidsrecht
Stof colleges 1-4
Casus 1
Opa Jan, een weduwnaar van 72 jaar, is slachtoffer geworden van datingfraude en is verliefd op een
vrouw die hij op internet heeft leren kennen, maar nog nooit in levenden lijve heeft ontmoet. Op
verzoek van deze vrouw heeft hij diverse keren forse bedragen overgemaakt naar een buitenlandse
bankrekening. Familie en hulpverleners maken zich grote zorgen en hebben opa Jan geconfronteerd
met bewijzen van de fraude maar dat heeft hem niet overtuigd. Hij blijft vasthouden aan de
(waan)idee dat er een vrouw is die van hem houdt.
De laatste maanden is zijn wantrouwen en achterdocht naar hulpverleners en zijn familie sterk
gegroeid; hij verdenkt zijn familieleden ervan dat ze achter zijn geld aan zitten. Een uitzondering is
kleindochter Marit (20 jaar) die hij vertrouwt en met wie hij goed contact heeft.
Marit benadert u met drie vragen:
1. Als opa Jan binnenkort naar het ziekenhuis moet in verband met een ingreep aan zijn lies, kan zij
dan haar opa vertegenwoordigen op momenten dat hij de situatie niet meer overziet? En zou ze,
om als vertegenwoordiger te kunnen optreden eerst naar de notaris of naar de rechtbank
moeten?
- Indien een meerderjarige patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke
waardering van zijn belangen ter zake en hij niet onder curatele staat of ten behoeve van
hem geen mentorschap is ingesteld, komen de uit deze afdeling voortvloeiende
verplichtingen voor de hulpverlener jegens de patiënt toe aan de persoon die door de
patiënt schriftelijk is gemachtigd om namens hem op te treden (art. 7:465 lid 3 BW).
- Het eerste niveau van vertegenwoordiging is iemand (mentor of curator) die door de
rechtbank is benoemd. Het tweede niveau van vertegenwoordiging is de echtgenoot,
geregistreerde partner of andere levensgezel. Het derde niveau van vertegenwoordiging is
de partner (getrouwd of feitelijke partner) en het vierde niveau van vertegenwoordiging
zijn de naaste familie zoals kleinkinderen (schoonfamilie dus niet).
- Ontbreekt een dergelijke gemachtigde of treedt deze niet op, dan worden deze
verplichtingen nagekomen jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere
levensgezel van de patiënt, tenzij deze persoon dat niet wenst. Ontbreekt ook een
dergelijke persoon, dan worden de verplichtingen nagekomen jegens een ouder, kind,
broer, zus, grootouder of kleinkind van de patiënt, eveneens tenzij deze persoon dat niet
wenst (art. 7:465 lid 3, laatste volzin BW). Deze voornoemde mensen zijn bevoegd,
ongeacht of sprake is van een volmacht.
- Conclusie: Marit is bevoegd om opa Jan te vertegenwoordigen als opa Jan wilsonbekwaam
ter zake is.
2. Vanuit zijn achterdocht zal opa willen dat er geen dossier wordt aangemaakt over deze ingreep
en als dat wel gebeurt, zal hij willen dat de medische gegevens door het ziekenhuis worden
vernietigd. Zal het ziekenhuis verplicht zijn hieraan te voldoen?
- Op grond van art. 7:454 BW is er een plicht om een dossier aan te leggen en dit is
dwingend rechtelijk (art. 7:468 BW).
- Op verzoek van patiënt die wilsbekwaam is moet hij uitleggen waarom hij het niet wil (art.
7:465 BW). Bij wilsonbekwaamheid in WGBO is 1) jouw wens aan de zijspoor en 2) is
dwangopname mogelijk.
1
, - De hulpverlener vernietigt de gegevens uit het dossier naar aanleiding van een schriftelijk
of elektronisch verzoek van de patiënt (art. 7:455 lid 1 BW).
- Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het verzoek betrekking heeft op gegevens
waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat bewaring van aanmerkelijk belang is voor een
ander dan de patiënt, of voor zover vernietiging op grond van een wettelijk voorschrift niet
is toegestaan (art. 7:455 lid 2 BW).
- De patiënt kan niet verhinderen dat een medisch dossier wordt aangelegd. Wel kan hij de
hulpverlener verzoeken om (delen van) het dossier te vernietigen.
- Vernietiging kan worden geweigerd indien sprake is van een aanmerkelijk belang van een
ander, zoals bij familieleden in verband met een erfelijke aandoening (genetische ziekte),
of indien het dossier relevant is in het kader van een lopende of dreigende tuchtprocedure
tegen de arts (dit is opgenomen in de literatuur en hoort bij art. 7:455 lid 2 BW).
- Conclusie: het recht om vernietiging van het dossier te verzoeken kan, indien de patiënt
wilsonbekwaam is, ook worden uitgeoefend door diens vertegenwoordiger, aangezien
patiëntrechten in dat geval door de vertegenwoordiger worden uitgeoefend.
3. Is het mogelijk om bij ernstige financiële schade of dreiging daarvan een machtiging van de
rechter te verkrijgen waardoor opa of hij wil of niet, wordt behandeld voor zijn waanidee en als
het moet wordt opgenomen?
- Op grond van art. 1:1 lid 2, onder a, Wvggz jo. art. 3:3 en art. 3:1 onder a Wvggz, wordt onder
ernstig nadeel verstaan:
a. het bestaan van, of het aanzienlijke risico op, onder meer levensgevaar, ernstig lichamelijk
letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige
verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang of een ernstig verstoorde ontwikkeling van
betrokkene of een ander.
- Op grond van art. 3:3 Wvggz is dwangopname mogelijk als sprake is van 1) een psychische
stoornis en 2) ernstig nadeel voor zichzelf en anderen.
- Indien sprake is van waanideeën die leiden tot (het risico op) ernstige financiële schade, kan
dit worden aangemerkt als ernstig nadeel in de zin van de Wvggz. Ook heeft opa Jan
wantrouwen en achterdocht, waardoor dit gekwalificeerd kan worden als een psychische
stoornis.
- Conclusie: ja, dit is mogelijk. Wanneer sprake is van ernstig nadeel en een psychische stoornis,
waaronder ernstige financiële schade, kan de rechter op grond van art. 3:1 onder a jo. art. 3:3
Wvggz een machtiging tot verplichte zorg verlenen en opnemen in een accommodatie (art.
3:2 lid 2 onder a en j Wvggz).
Extra opmerking: de definitie van dwangzorg in de Wzd zit de opname niet in. Die vind je echter wel
in de Wvggz bij art. 3:2 lid 2 onder j. In de Wzd kan de rechter alleen beslissen over opname en niet
over andere vormen van dwangzorg. De twee criteria van dwang in de Wzd zijn: 1) vastgestelde
dementie of verstandelijke beperking die aanspraak maakt op zorg en 2) ernstig nadeel. Als er geen
verzet is, komt de rechter niet aan te pas. Als er wel verzet is, kijk je naar art. 24 e.v. Wzd.
Casus 2
Bij mw. De Groot (geboren 1938) is enkele jaren geleden Alzheimer vastgesteld. Ondanks
intensivering van thuishulp is het thuis te onveilig geworden en werd het noodzakelijk haar op te
nemen in een verpleeghuis. Een bij de rechtbank ingediend verzoek om een machtiging werd vorige
week door de rechter behandeld. Ter zitting bleek dat mw. De Groot niet in staat was toestemming
te geven voor opname en verblijf in het verpleeghuis, maar zich daartegen ook niet verzette. Wel
benadrukten de aanwezige hulpverleners dat gedwongen toediening van medicatie bij mw. De Groot
noodzakelijk was.
2
Stof colleges 1-4
Casus 1
Opa Jan, een weduwnaar van 72 jaar, is slachtoffer geworden van datingfraude en is verliefd op een
vrouw die hij op internet heeft leren kennen, maar nog nooit in levenden lijve heeft ontmoet. Op
verzoek van deze vrouw heeft hij diverse keren forse bedragen overgemaakt naar een buitenlandse
bankrekening. Familie en hulpverleners maken zich grote zorgen en hebben opa Jan geconfronteerd
met bewijzen van de fraude maar dat heeft hem niet overtuigd. Hij blijft vasthouden aan de
(waan)idee dat er een vrouw is die van hem houdt.
De laatste maanden is zijn wantrouwen en achterdocht naar hulpverleners en zijn familie sterk
gegroeid; hij verdenkt zijn familieleden ervan dat ze achter zijn geld aan zitten. Een uitzondering is
kleindochter Marit (20 jaar) die hij vertrouwt en met wie hij goed contact heeft.
Marit benadert u met drie vragen:
1. Als opa Jan binnenkort naar het ziekenhuis moet in verband met een ingreep aan zijn lies, kan zij
dan haar opa vertegenwoordigen op momenten dat hij de situatie niet meer overziet? En zou ze,
om als vertegenwoordiger te kunnen optreden eerst naar de notaris of naar de rechtbank
moeten?
- Indien een meerderjarige patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke
waardering van zijn belangen ter zake en hij niet onder curatele staat of ten behoeve van
hem geen mentorschap is ingesteld, komen de uit deze afdeling voortvloeiende
verplichtingen voor de hulpverlener jegens de patiënt toe aan de persoon die door de
patiënt schriftelijk is gemachtigd om namens hem op te treden (art. 7:465 lid 3 BW).
- Het eerste niveau van vertegenwoordiging is iemand (mentor of curator) die door de
rechtbank is benoemd. Het tweede niveau van vertegenwoordiging is de echtgenoot,
geregistreerde partner of andere levensgezel. Het derde niveau van vertegenwoordiging is
de partner (getrouwd of feitelijke partner) en het vierde niveau van vertegenwoordiging
zijn de naaste familie zoals kleinkinderen (schoonfamilie dus niet).
- Ontbreekt een dergelijke gemachtigde of treedt deze niet op, dan worden deze
verplichtingen nagekomen jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere
levensgezel van de patiënt, tenzij deze persoon dat niet wenst. Ontbreekt ook een
dergelijke persoon, dan worden de verplichtingen nagekomen jegens een ouder, kind,
broer, zus, grootouder of kleinkind van de patiënt, eveneens tenzij deze persoon dat niet
wenst (art. 7:465 lid 3, laatste volzin BW). Deze voornoemde mensen zijn bevoegd,
ongeacht of sprake is van een volmacht.
- Conclusie: Marit is bevoegd om opa Jan te vertegenwoordigen als opa Jan wilsonbekwaam
ter zake is.
2. Vanuit zijn achterdocht zal opa willen dat er geen dossier wordt aangemaakt over deze ingreep
en als dat wel gebeurt, zal hij willen dat de medische gegevens door het ziekenhuis worden
vernietigd. Zal het ziekenhuis verplicht zijn hieraan te voldoen?
- Op grond van art. 7:454 BW is er een plicht om een dossier aan te leggen en dit is
dwingend rechtelijk (art. 7:468 BW).
- Op verzoek van patiënt die wilsbekwaam is moet hij uitleggen waarom hij het niet wil (art.
7:465 BW). Bij wilsonbekwaamheid in WGBO is 1) jouw wens aan de zijspoor en 2) is
dwangopname mogelijk.
1
, - De hulpverlener vernietigt de gegevens uit het dossier naar aanleiding van een schriftelijk
of elektronisch verzoek van de patiënt (art. 7:455 lid 1 BW).
- Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het verzoek betrekking heeft op gegevens
waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat bewaring van aanmerkelijk belang is voor een
ander dan de patiënt, of voor zover vernietiging op grond van een wettelijk voorschrift niet
is toegestaan (art. 7:455 lid 2 BW).
- De patiënt kan niet verhinderen dat een medisch dossier wordt aangelegd. Wel kan hij de
hulpverlener verzoeken om (delen van) het dossier te vernietigen.
- Vernietiging kan worden geweigerd indien sprake is van een aanmerkelijk belang van een
ander, zoals bij familieleden in verband met een erfelijke aandoening (genetische ziekte),
of indien het dossier relevant is in het kader van een lopende of dreigende tuchtprocedure
tegen de arts (dit is opgenomen in de literatuur en hoort bij art. 7:455 lid 2 BW).
- Conclusie: het recht om vernietiging van het dossier te verzoeken kan, indien de patiënt
wilsonbekwaam is, ook worden uitgeoefend door diens vertegenwoordiger, aangezien
patiëntrechten in dat geval door de vertegenwoordiger worden uitgeoefend.
3. Is het mogelijk om bij ernstige financiële schade of dreiging daarvan een machtiging van de
rechter te verkrijgen waardoor opa of hij wil of niet, wordt behandeld voor zijn waanidee en als
het moet wordt opgenomen?
- Op grond van art. 1:1 lid 2, onder a, Wvggz jo. art. 3:3 en art. 3:1 onder a Wvggz, wordt onder
ernstig nadeel verstaan:
a. het bestaan van, of het aanzienlijke risico op, onder meer levensgevaar, ernstig lichamelijk
letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige
verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang of een ernstig verstoorde ontwikkeling van
betrokkene of een ander.
- Op grond van art. 3:3 Wvggz is dwangopname mogelijk als sprake is van 1) een psychische
stoornis en 2) ernstig nadeel voor zichzelf en anderen.
- Indien sprake is van waanideeën die leiden tot (het risico op) ernstige financiële schade, kan
dit worden aangemerkt als ernstig nadeel in de zin van de Wvggz. Ook heeft opa Jan
wantrouwen en achterdocht, waardoor dit gekwalificeerd kan worden als een psychische
stoornis.
- Conclusie: ja, dit is mogelijk. Wanneer sprake is van ernstig nadeel en een psychische stoornis,
waaronder ernstige financiële schade, kan de rechter op grond van art. 3:1 onder a jo. art. 3:3
Wvggz een machtiging tot verplichte zorg verlenen en opnemen in een accommodatie (art.
3:2 lid 2 onder a en j Wvggz).
Extra opmerking: de definitie van dwangzorg in de Wzd zit de opname niet in. Die vind je echter wel
in de Wvggz bij art. 3:2 lid 2 onder j. In de Wzd kan de rechter alleen beslissen over opname en niet
over andere vormen van dwangzorg. De twee criteria van dwang in de Wzd zijn: 1) vastgestelde
dementie of verstandelijke beperking die aanspraak maakt op zorg en 2) ernstig nadeel. Als er geen
verzet is, komt de rechter niet aan te pas. Als er wel verzet is, kijk je naar art. 24 e.v. Wzd.
Casus 2
Bij mw. De Groot (geboren 1938) is enkele jaren geleden Alzheimer vastgesteld. Ondanks
intensivering van thuishulp is het thuis te onveilig geworden en werd het noodzakelijk haar op te
nemen in een verpleeghuis. Een bij de rechtbank ingediend verzoek om een machtiging werd vorige
week door de rechter behandeld. Ter zitting bleek dat mw. De Groot niet in staat was toestemming
te geven voor opname en verblijf in het verpleeghuis, maar zich daartegen ook niet verzette. Wel
benadrukten de aanwezige hulpverleners dat gedwongen toediening van medicatie bij mw. De Groot
noodzakelijk was.
2