01 The Invisible Hand (Adam Smith 1776)
‘’A dreary, desolate and, indeed, quite abject and distressing [subjecct]; what we might call, by way
of eminence, the dismal science’’ – Thomas Carblyle 1849
The invisible hand: de wet van vraag en aanbod > de automatische marktswerking in een vrije markt
Equilibrium = de evenwichtsprijs
Het najagen van eigenbelang en individuele voorkeuren (self-interest) is volgens de vrije markts-
theorie juist een voordeel en verrijking voor de algehele samenleving, dankzij de wet van vraag en
aanbod. > een plan van een individu (waarbij hij/zij in eerste instantie alleen zijn/haar eigenbelang
nastreeft) brengt onbewust ook voordeel voor de rest: er worden banen gecreëerd etc.)
Voorbeeld:
1. Een individu brengt een nieuw soort lamp op de markt in de hoop er rijk mee te worden.
2. De productie van de lampen creëert banen in de samenleving.
3. Als er vraag is naar de lampen (invisible hand), zal het individu er geld mee verdienen.
4. Anderen zullen ook brood zien op de markt van het nieuwe soort lamp.
5. De concurrentie neemt toe > de prijs zal dalen > wat weer voordelig is voor de consumenten.
Adam Smith maakt wel een onderscheid tussen het najagen van persoonlijke voorkeuren en
belangen en pure egoïsme. Bij het laatste zal de wet kunnen worden overschreden en daar was
Adam Smith géén voorstander van.
02. Supply and demand
-De grootste kracht achter economische beslissingen is altijd de wisselwerking tussen vraag en
aanbod.
Wall Street; a virtual market in New York for Stock Exchange
Prijselastisch: een ‘grote’ verandering de in de vraag als een gevolg van een prijsverandering.
Prijsinelastisch: een ‘kleine’ verandering in de vraag als een gevolg van een prijsverandering.
08. Capitalism
-Kapitalisme gaat meestal hand in hand met de vrije markt, omdat bij beide het individu centraal
staat i.p.v. de overheid.
Toch kunnen kapitalistische economieën van nu beter beschreven worden als ‘gemixte economieën’,
een combinatie van de vrije markt met de interventie van de overheid.
-De eerste vorm van kapitalisme was het feodale systeem in de middeleeuwen > waarbij boeren
moesten werken op het land van hun heer.
-In de 16e eeuw kreeg je het mercantilisme: de welvaart in een land is afhankelijk van het aanbod van
kapitaal in dat land.
Google: Het mercantilisme is een economische stroming die is ontstaan in de 17e eeuw. De
Mercantilisten zagen de internationale handel als de grootste bron van welvaart, waarbij rijkdom
werd gemeten in hoeveelheden goud en zilver.
-Hierna kwam het kapitalisme tot stand, waarbij individuen niet meer afhankelijk waren van ‘de hoge
stand’ om geld te verdienen.
, -In de 19e eeuw was er (UK en VS) minder interventie van de overheid dan nu. Maar om een
herhaling van ‘’the Great Depression’’ (1930) gevolgd door de WOII, was de overheid genoodzaakt
om in te grijpen.
Google: Wall Street Crash 1929: De beurskrach (of -crash) van 1929 was de plotselinge ineenstorting
van de aandelenkoersen op de beurs van Wall Street (New York) die plaatsvond in oktober 1929. De
beurskrach had wereldwijd catastrofale gevolgen en gold als directe oorzaak van de crisis van de
jaren 30.
Multiplier-effect = sneeuwbaleffect
Fiscaal beleid = het gebruik van de overheidsinkomsten (belastingen) en overheidsuitgaven als
middelen om de economie te beïnvloeden.
-Kapitalisme gaat hand in hand met democratie > het individu staat centraal
-Uit de geschiedenis blijkt dat kapitalisme wel de beste manier is voor een rijke en gezondere
economie.
09 Keynesianism
-De kern van dit systeem: fiscaal beleid (overheidsbelastingen en uitgaven) moeten gebruikt worden
om de economie in controle te houden.
-De Britse econoom John Maynard Keynes geloofde niet dat de ‘invisible hand’ zou werken wanneer
de economie zou krimpen.
Wanneer dit het geval is, zal de daling van de vraag naar goederen, een crisis kunnen veroorzaken,
waardoor de werkeloosheid zal toenemen, volgens Keynes > de overheid zou daarom geld moeten
investeren in projecten dat de werkeloosheid vermindert.
Een voorbeeld uit de geschiedenis: Franklin D. Roosevelt’s New Deal (1933)
Zie de zes belangrijke waarden van het model van Keynes op blz. 41
-De economie wordt beïnvloedt door individuen en de staat
-Korte termijn telt
-Prijzen en lonen reageren langzaam op vraag en aanbod, daardoor lijkt de werkeloosheid
kleiner/hoger dan het daadwerkelijk is.
-Andere prijs vragen dan het eigenlijk waard is
-Overheid moet voor minder fluctuaties zorgen (in de conjunctuur)
-Het model houdt meer rekening met de werkeloosheid dan met de inflatie
10 Monetarism
-John Maynard Keynes vs Milton Friedman: an Etoneducated Englishman vs the Brooklyn-born son
of Hungarian Jewish immigrants > government interference vs central banks
-Google: Onder monetair beleid of monetaire politiek verstaat men het geheel van maatregelen die
een Centrale Bank kan nemen om de waarde van de eigen valuta stabiel te houden. Men kan twee
soorten waarde ten aanzien van een valuta onderscheiden: de interne waarde ofwel de koopkracht
en de externe waarde oftewel de wisselkoers. > Financiële beleid CB
-Volgens Friedman leidt extra geld in de economie tot inflatie, wat zeer schadelijk kan zijn voor de
economie. Volgens hem is het beste als de Centrale Bank probeert de prijzen onder controle te