Begrippen
Afhankelijke rechten: goederenrechtelijke rechten die onlosmakelijk zijn verbonden met het
hoofdrecht (vaak vordering of eigendom). Wanneer het hoofdrecht eindigt, eindigt ook
automatisch het afhankelijke recht. Belangrijkste zijn: pand, hypotheek, erfdienstbaarheid.
o Accessoir: kenmerk van afhankelijke rechten, ze volgen het lot van het hoofdrecht (art. 3:82
BW).
o Zaaksgevolg: kenmerk van afhankelijke rechten, ze kunnen worden uitgeoefend op het goed
ook al wisselt deze van eigenaar.
Cessie: overdracht van een vordering op naam van een schuldeiser aan een derde partij. Cessie
kan openbaar (art. 3:94 lid 1 BW) of stil (art. 3:94 lid 3 BW).
Gesecureerde vordering: een schuld die gedekt is door een zekerheidsrecht, bijv. pand of
hypotheek.
Kredietovereenkomst: overeenkomst op grond waarvan de kredietgever zich verbindt om een
geldsom of krediet ter beschikking te stellen aan de kredietnemer, de kredietnemer moet dit
terugbetalen. Bijv. persoonlijke lening, hypotheek of doorlopend krediet.
Vestiging bij voorbaat pandrecht: zekerheid verkrijgen op zaken of vorderingen die nog niet
bestaan of nog geen eigendom zijn.
,Verhaal en voorrang algemeen
Goederenrechtelijke rechten zijn tegenwerpbaar tegenover iedereen. Ze hebben absolute werking
en hebben zaaksgevolg. Bijv. eigendomsrecht, erfdienstbaarheid, pand en hypotheek en
vruchtgebruik.
Genotsrechten zijn ook goederenrechten (bijv. vruchtgebruik en erfdienstbaarheid). Zij hebben
eveneens absolute werking en kunnen concurreren met zekerheidsrechten. Rangorde en prioriteit
worden beslissend.
Verhaal
Verhaal is de basis als er geen sprake is van voorrangsrecht.
Verhaalsrecht is het recht van een schuldeiser om zich te verhalen op het vermogen van de
schuldenaar als die zijn verplichting niet nakomt = algemene verhaalsrecht (art. 3:276 BW).
Zekerheidsrechten zijn bijzondere verhaalsrechten, ze geven de schuldeiser voorrang boven andere
schuldeisers, recht van parate executie en zaaksgevolg. Bijv. pand en hypotheek.
Alle zekerheidsrechten zijn verhaalsrechten, maar niet alle verhaalsrechten zijn zekerheidsrechten.
Verhaal op gehele vermogen art. 3:276 BW
Art. 3:276 BW geeft iedere schuldeiser het algemene verhaalsrecht op het gehele vermogen van de
schuldenaar.
o “Schuldeiser” wordt zonder nadere kwalificatie gebruikt om tot uitdrukking te brengen dat in
beginsel alle schuldeisers gelijk zijn.
o De feitelijke uitoefening van dit recht vereist echter een executoriale titel en kan door wet of
overeenkomst worden beperkt.
Met een vorderingsrecht heb je automatisch een verhaalsrecht op het gehele vermogen van je
schuldenaar. Dit ziet op alle goederen van de schuldenaar.
o Het ziet ook op toekomstig vermogen.
o Je kan het niet verhalen op de persoon zelf, alleen op de goederen en dus ook niet bijvoorbeeld
op de goederen van een echtgenoot (tenzij gemeenschap van goederen).
Uitzonderingen wanneer/waarop je niet kan verhalen (‘tenzij de wet of overeenkomst anders
bepaald’):
o In geval van verjaring kan je vordering niet meer verhalen.
Er resteert alleen een natuurlijke verbintenis, dit is wel een echte vordering, maar geeft je
niet de mogelijk om betaling af te dwingen en te kunne verhalen.
o Art. 447 Rv: op sommige goederen kun je je niet verhalen, want je moet je nog wel in het
levensonderhoud kunnen blijven voorzien.
o Soms kan je je verhalen op goederen van derden (bijvoorbeeld door een retentierecht of fiscus
via bodemvoorrecht). Iemand kan uit zichzelf ook vermogen beschikbaar stellen, bijvoorbeeld
derde pand- of zekerheidsrecht, waar je je dan op kan verhalen.
Functie wetsartikel: is geen goederenrecht, want als goed je vermogen verlaat kan de schuldeiser
zich hier niet meer op verhalen. Je geeft je gehele vermogen als wettelijk onderpand. Zolang je je
erop kan verhalen kan je dit ook tegenwerpen aan andere schuldeisers.
Het nemen van verhaal
Als je een vorderingsrecht hebt, heb je recht op nakoming.
Vorderingsrecht is alleen de vordering zelf, hierin ligt wel besloten dat je de mogelijkheid hebt om
de vordering geldend te maken. Via het wetboek van Rechtsvordering kan je dit doen. Je
rechtsvordering is het recht om je vordering geldend te maken. Zonder rechtsvordering kan je je
vorderingsrecht niet afdwingen.
Verhaalsrecht is de bevoegdheid om je vermogen te verhalen op het vermogen van de schuldenaar,
om het verhaalsrecht te effectueren moet je de volgende stappen volgen:
1. Executoriale titel (art. 430 Rv) rechter moet dit geven (heel soms hoeft dit niet).
2. Executoriaal beslag (bijv. art. 439 Rv) deurwaarder moet beslag leggen.
3. Openbare verkoop (bijv. art. 463 Rv) de spullen worden openbaar verkocht.
,4. Verdeling opbrengst (bijv. art. 480 Rv) de opbrengst wordt verdeeld, als er maar één
schuldeiser is wordt deze voldaan uit de netto-opbrengst en wat resteert krijg je terug.
De andere schuldeisers komen pas in beeld als deze ook actie ondernemen beslag leggen op
hetzelfde goed. Dan is er sprake van paritas creditorum.
Paritas creditorum art. 3:277 BW
Is het principe van gelijkheid van schuldeisers: zij hebben in beginsel een gelijk recht om uit de
executie-opbrengst te worden voldaan naar evenredigheid van hun vordering.
Ze krijgen de netto-opbrengst: de deurwaarder wordt ook betaald (executiekosten) en wat er dan
nog overblijft wordt verdeeld naar evenredigheid van ieders vordering.
o Naar rato verdeeld.
o Indien de opbrengst niet genoeg is kan je beslag leggen op een ander goed uit het vermogen.
Indien het vermogen niet voldoende reikt om uit te verhalen is er sprake van faillissement.
Uitzonderingen:
o Bijv. pand/hypotheek, voorrechten, fiscus of retentierecht (art. 3:278 e.v. BW).
o Je kan in een overeenkomst niet iemand voorrang geven, wel kan je zorgen dat iemand later
aan de beurt komt (achtergestelde vordering).
Doorbreking paritas creditorum? (Voorbeelden rechtspraak):
o Unitco: Geen doorbreking paritas creditorum bij betalingen steunvorderingen door derden.
Het staat derden in beginsel vrij om aanhangende een procedure tot faillietverklaring
steunvorderingen te voldoen. Ook niet indien de vordering van de aanvrager van het
faillissement onbetaald blijft.
o Holding was schuldeiser, met nog drie andere schuldeisers. In zich van faillissement betaalde
bestuurder de holding af, maar niet de andere schuldeisers. Hier was faillissement al om de
hoek en bevordering één schuldeiser levert onrechtmatige daad op van de bestuurders
tegenover de andere schuldeisers. Hier werkt de paritas creditorum normatief: het beginsel van
pariatas creditorum beïnvloedt het gedrag al voor het faillissement. Het is dus niet alleen een
verdelingsregel.
Vorderingsrecht Recht op nakoming prestatie
Rechtsvordering Middel om je vordering bij de rechter af te dwingen
Verhaalsrecht Recht om je vordering te verhalen op vermogen van schuldenaar.
Ontstaat bij opeisbare vordering en niet-nakoming.
Executie/effectief verhaal:
Executoriale titel Via rechter.
Beslag leggen Via deurwaarder.
Openbare verkoop
Verdeling opbrengst Bij een schuldeiser wordt deze voldaan uit netto-opbrengst.
Bij meerdere schuldeisers:
1. Zekerheidsrechten op hun goed.
2. Wettelijke voorrechten.
3. Overige schuldeisers paritas creditorum.
Faillissement
Is de toestand van te hebben opgehouden te betalen (natuurlijke- en rechtspersonen) art. 1 Fw.
o Één schuld is hiervoor onvoldoende, schuldenaar moet meer dan één schuld hebben.
Het gehele vermogen van de schuldenaar wordt uitgewonnen art. 20 Fw = algemeen beslag.
Doel is het te gelden maken van het vermogen van de schuldenaar en schulden van de schuldeisers
voldoen (= vereffening).
Curator doet zijn werk ten opzichte van alle schuldeisers. Schuldeisers kunnen dit zelf niet meer
doen.
Schuldenaar verlies beheer en beschikking over zijn vermogen (fixatie vermogen), art. 23 en 24
Fw.
Individuele beslagen vervallen art. 33 Fw.
, Er kunnen geen nieuwe beslagen meer worden geleged.
Alle schuldeisers concurreren met elkaar ten opzichte van gehele vermogen schuldenaar.
In geval van paritas creditorum heb je kans op 1,6% van je vordering in geval van faillissement,
maar vaak is de uitkering zelfs 0. Daarom willen schuldeisers voorrang i.p.v. paritas creditorum.
Voorrang
Voorrang vloeit voort uit pand, hypotheek en voorrecht en andere in de wet aangegeven gronden
(bijvoorbeeld retentierecht) art. 3:278 lid 1 BW.
Gesloten stelsel: je kan dit niet zelf afspreken. Het moet uit de wet volgen.
Pand- en hypotheek
Pand op roerende zaken, hypotheek op onroerende zaken.
Kunnen worden gevestigd op alle goederen die voor overdracht vatbaar zijn art. 3:228 BW.
Hebben hogere voorrang, dan voorrechten (art. 3:279 BW).
Recht van parate executie: geen executoriale titel vereist art. 3:248 jo. 3:258 BW.
Pand- en hypotheekhouders oefenen recht uit in faillissement alsof er geen faillissement was
art. 57 lid 1 Fw.
Kenmerken:
o Zijn goederenrechtelijke rechten, niet absoluut in de zin van eigendomsrecht, maar beperkt
omdat het je de bevoegdheid van voorrang geeft.
o Pand- en hypotheek heeft zaaksgevolg (tenzij redenen van derdenbescherming).
o Pand- en hypotheek zijn de enige twee zekerheidsrechten.
o Afhankelijke rechten, als de vorderingen die gezekerd is voldaan wordt, gaat het pand- of
hypotheekrecht teniet. Dit gebeurt van rechtswege.
o Pand- en hypotheekrecht is niet zelfstandig overdraagbaar.
Pandrecht
Pandrecht is een afhankelijk recht, als hetgeen waar het pandrecht op is gevestigd tenietgaat, gaat
het pandrecht ook teniet art. 3:81 lid 2 BW.
o Indien het eigendomsrecht tenietgaat, gaat hierdoor ook het pandrecht teniet.
Pandrecht is een afhankelijk recht, als hetgeen waarop het pandrecht is gevestigd wordt
overgedragen, gaat het pandrecht mee art. 3:7 en 3:82 BW.
o Nemo plus regel: je kan niet meer overdragen dan je hebt.
o Cessie = overdracht van een vordering op naam. Overdracht van cessie kan stil maar ook via
een mededeling (art. 3:94 BW).
Het pandrecht rust op een zaak en heeft zaakgevolg, indien een fiets bijv. wordt gestolen gaat het
pandrecht niet verloren, want de eigenaar heeft nog steeds het eigendomsrecht.
Als het verpande goed tenietgaat of wordt vervangen, gaat het pandrecht van rechtswege over op
het vervangende goed art. 3:229 BW.
o Als bijv. een auto verpand is en tenietgaat door brand, krijgt de eigenaar een vordering op de
verzekeraar, door zaaksvervanging komt het pandrecht automatisch te rustten op de
verzekeringsvordering.
o Als de vordering tenietgaat (door betaling), gaat ook het pandrecht teniet.
Bij een openbaar pandrecht (mededeling) kan de schuldenaar niet meer bevrijdend betalen
aan de pandgever art. 3:246 BW.
Als je een pandrecht hebt ben je nog wel beschikkingsbevoegd om het goed over te dragen, alleen
dan inclusief het pandrecht.
Op grond van art. 3:231 BW kan een recht van pand/hypotheek wel voor een bestaande of
toekomstige vordering worden gevestigd. Dit is een kredietpand of krediethypotheek.
o De vordering moet dan wel voldoende bepaald zijn (lid 2).
Voorrecht
Voorrechten rusten op bepaalde goederen of op alle tot een vermogen behorende goederen, ze
ontstaan alleen uit de wet art. 3:278 lid 2 BW.