Psychologie: Deel 1: contact maken: Hoofdstuk 1 tm 5)
Inhouds- en betrekkingsniveau
- Het inhoudsniveau is het onderwerp van het gesprek.
- Het betrekkingsniveau zegt iets over de relatie die wordt voorgesteld
“Wie heeft tegen deze cliënt gezegd dat er geen wachtlijst meer is?”
“Waarom heb jij die ondersteuning aangevraagd bij de Gemeente?”
- Dit kunnen gewone verzoeken zijn om informatie. Maar in de praktijk proberen wij er door
de manier waarop iemand zoiets zegt te achterhalen hoe het bedoeld is..
“Nou dat heb je mooi geregeld” kan door de intonatie ook een negatieve lading hebben.
Wij kijken altijd of de verbale en non-verbale signalen met elkaar kloppen, congruent
zijn.
- Ook binnen de non-verbale signalen kan de boodschap incongruent zijn:
- Bv ontspannen praten en glimlachen en onderhand een bierviltje verpulveren
Universele signalen
- 7 basisemoties die wereldwijd worden herkend en op elkaar lijken, volgens ouder
onderzoek
- Verklaring was dat dit een rol speelde bij de overleving: communiceren van gevaar of
groepsprocessen.
- Verdriet, angst, woede, afkeer, verrassing, geluk en minachting.
- Toch is het bij het oorspronkelijke onderzoek de westerse mens (man) meer als
gouden standaard genomen dan destijds werd aangenomen. Zijn ook culturen waarbij
verdriet of woede niet echt geaccepteerd zijn. Dit heb je vaak bij psychologie --> vaak niet
genoeg onderzoek voor niet-westerse culturen.
- Intieme zone <45 cm, alleen mensen die wij vertrouwen
- Sociale zone > 45 cm en <360 cm,
- Publieke zone >360 cm
Overwinnaars, houding en status
Leider van een groep primaten heeft hoger testosteron gehalte en minder stress
(cortisol)
- Onderzoek: stressvol sollicitatiegesprek met ‘still face’. De groep die eerst een
overwinnaarshouding had aangenomen, lieten drie effecten zien:
• 1) zij voelden zich zelfverzekerder.
, • 2) zij hadden een hoger testosteronlevel en lager cortisol en
• 3) werden vaker aangenomen.
- Interessant onderzoek, al hebben vervolgonderzoeken effect 2) en 3) niet kunnen
repliceren.
- Bewustzijn van je eigen lichaamshouding, in bv situaties waarin je zelfvertrouwen nodig
hebt, moet de-escaleren of iemand zich veilig wil laten
voelen.
- Bewustzijn van de mogelijkheid dat jij of de ander op betrekkingsniveau de relatieboodschap
verkeerd interpreteert.
Stereotypen
- Algemene ideeën die wij hebben over een groep als geheel
- Bepaalt onze verwachtingen over individuele leven van deze groep
• Bv vrouwen zijn zorgzamer dan mannen
- Verwachtingen die wij hebben kleuren onze waarneming
- Bij een stereotypering kenmerken we de persoon alleen op basis van ons beeld van de
groep.
- Een stereotype kan ook positief zijn.
Vooroordelen
Vooroordelen komen vanuit een stereotype --> wanneer de stereotypering een negatief karakter
heeft spreken we van vooroordelen
- Bijvoorbeeld het interpreteren van de statistieken over criminaliteit onder een
bepaalde bevolkingsgroep zorgt er dan voor dat we een individu uit die groep
onmiddellijk als crimineel zien.
Discriminatie
- Vooroordelen kunnen weer zorgen voor discriminatie --> wanneer vooroordelen leiden tot
een andere behandeling van een individu, bijvoorbeeld
dat je als lid van een groep die iedereen associeert met criminaliteit of luiheid of gebrek
aan zakelijkheid minder kansen hebt op werk en scholing en meer kansen op
aanhoudingen door de politie, dan spreek je van discriminatie.
- Het wordt dan lastiger om ‘mee te doen’ en te laten zien wie je werkelijk bent.
Selffulfilling prophecies
- Het kan dan ook een selffulfilling prophecy worden: iemand gaat zichzelf ook zo zien.
De zelfwaardering, zelfrespect reflecteert de waardering en verwachtingen van de
buitenwereld.
• vb vrouwen werden gezien als onvolwaardig om zelfstandig beslissingen te nemen
, en waren dit ook juridisch. Zij hebben zich daar erg lang naar gevoegd onder
externe druk en interne aanpassing aan het vooroordeel
Dehumanisering
- Wanneer vooroordelen en discriminatie ervoor zorgen dat een bepaalde groep wordt gezien
als de vijand, dan kan er dehumanisering optreden.
- Mensen uit die groep worden gezien als ongedierte (bv 2e WO/Palestijnen) of als
vervangbare productiemiddelen (bv gastarbeiders in Qatar/Dubai) waardoor het
beschadigen van deze mensen niet meer voelt als iets verkeerds.
- Dit kan al zijn het aanmerken van een groep mensen als een Tsunami (bv in de pers:
dementerenden, of in de politiek: vluchtelingen). Dit heeft eens sterk dehumaniserende
werking, de groep wordt dan een onmenselijk iets om te vrezen.
Wat kun je hiermee?
- Het bestrijden van voordelen en discriminatie en het bevorderen van participatie en
inclusie is een taak van de sociaal werker.
- Effectieve methoden om dit voor elkaar te krijgen hebben altijd een element van
exposure: blootstelling aan elkaar,
- Nog een stap verder is zijn methoden die ervoor zorgen dan de verschillende groepen
elkaar nodig hebben om samen te werken, om samen een doel te bereiken, ook wel Jig
Saw genoemd. Je hebt allemaal een stukje van de puzzel en je hebt elkaar nodig om die te
leggen.
Emoties
- Experiment met ‘vitamine-injectie’ met òf epinefrine of een placebo
- Binnen epinefrine conditie werd 1 deel wèl, 1 deel niet en 1 deel foutief
geïnformeerd over de bijwerkingen (hartkloppingen, trillen)
- De drie groepen werden verdeeld over twee condities: een wachtruimte met vrolijke
spelende deelnemers (allemaal ‘handlangers’) een ruimte met geïrriteerde
deelnemers waarin steeds persoonlijkere vragenlijsten ingevuld moesten worden.
- Deelnemers die niet wisten waar hun opwinding door veroorzaakt was keken naar de
situatie en de anderen om hun opwinding te labelen als òf irritatie òf vrolijkheid
→Fysieke processen in het lichaam sturen daarmee voor een deel de emoties
→Wordt gebruikt bij ontspanningsoefeningen. Verhoogde spierspanning veroorzaakt
een onrustig gevoel en daarmee onrustige gedachten. Het ingrijpen op het niveau van
spieren kan een invloed hebben op emoties en gedachten.
Fysiologische arousal
James Langetheorie:
Gebeurtenissen / prikkels geven lichamelijke reacties --> Emoties zijn het gevolg van deze reacties
→Wij zijn verdrietig omdat wij huilen
, Cognitieve interpretatie
• Cannon-Bard: Tussen prikkel en de fysieke reactie vindt een cognitieve interpretatie
plaats.
• De interpretatie is het startpunt van de emotie:
Loslopende tijger → “die is gevaarlijk” → fysieke reactie → angst
• Onderlegger voor CGT, je kunt ingrijpen op het niveau van de interpretatie.
Valideren van gevoel
• Door bevestiging van anderen leren wij onze emoties te labelen en te benoemen.
• Wanneer ouders het zelf lastig vinden om emoties te benoemen en te bespreken
krijgen kinderen dit minder gemakkelijk mee.
Expressie van basisemoties
• Onze gezichtsuitdrukkingen maken vaak duidelijk hoe wij ons voelen.
• Botox en fillers blijken deze functie te kunnen verstoren.
• Primaire emoties: blijdschap, verdriet, walging, boosheid, angst en verbazing
• Secundaire emoties: bv jaloezie, spijt, verwarring, compassie. Vaak een mix van
emoties.
Emotieregulatie
• ACT (acceptatie & commitment therapie).
• EFT (emotie focused therapie).
• VERS (vaardigheidstraining emotieregulatiestoornis).
• Herkennen, ervaren en constructief hanteren van aanwezige emoties.
• Problemen met emotieregulatie komen (steeds vaker) voor.
• Uitingsvormen: agressie, minachting, verslaving, automutilatie, etc.
• Vermogen om emoties te reguleren is voor een groot deel aan te leren
1. Herkennen
Inzicht krijgen in triggers en eigen patronen / schema's.
Bv (te) snel interpreteren dat iemand bedoelt dat je lui bent of
dom, door eerdere ervaringen. Het kan lastig zijn om uit deze
patronen te breken.
2. Toestaan
Het observeren van de eigen emotie, tegen de angst van
controleverlies in.
Leren om emoties te valideren.
Hierbij Holding / Containment toepassen: de client in het hier
en nu houden en overweldiging voorkomen.
Zelfdeterminatie theorie (Deci & Ryan)
3 basisbehoeften
Behoefte aan verbondenheid (relaties aangaan).