Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Modellen en strategieën voor orthopedagogisch handelen

Rating
5.0
(2)
Sold
7
Pages
60
Uploaded on
27-03-2026
Written in
2025/2026

Bevat de volgende boeken volledig: Pameijer, N. & Van Beukering, T. (2015). Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs. Uitgeverij ACCO De Bruyn, E.E.J., Ruijssenaars, E.J.J.M., Pameijer, N.K., & Van Aarle, E.J.M. (2003). De diagnostische cyclus. Een praktijkleer. Uitgeverij ACCO Een aantal belangrijke dingen uit de hoorcolleges (helemaal achterin)

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Modellen en strategieën voor
orthopedagogisch handelen theorie
Inhoudsopgave

College 1 – Algemene inleiding hypothese-toetsend denken .......................................................................... 2
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 1: Inleiding ............................................................................................... 2
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 2: Uitgangspunten diagnostiek ............................................................... 3
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 3: De diagnostische cyclus ....................................................................... 4
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 4: De aanmelding .................................................................................... 9

College 2 – Modellen van diagnostiek........................................................................................................... 12
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 5: Klachtenanalyse ................................................................................ 12
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 6: Het uitwerken van het diagnostisch scenario .................................... 13

College 3 – Diagnostische cyclus in de jeugdzorg/JGGZ ................................................................................. 16
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 7: Probleemanalyse ............................................................................... 16
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 8: Verklaringsanalyse ............................................................................ 19

College 4: Handelingsgerichte diagnostiek in de jeugdzorg/gehandicaptenzorg I .......................................... 27
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 9: Indicatieanalyse................................................................................. 27
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 10: Advisering ........................................................................................ 31
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 11: Het diagnostisch verslag ................................................................. 34
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 12: Epiloog ............................................................................................. 36

College 6: Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs I ........................................................................ 37
Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs – Hoofdstuk 1: Een introductie ........................................... 37
Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs – Hoofdstuk 3: Uitgangspunten van HGD .......................... 40
Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs – Hoofdstuk 4: Intakefase................................................... 42
Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs – Hoofdstuk 5: Strategiefase .............................................. 44

College 7: Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs II ....................................................................... 47
Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs – Hoofdstuk 6: Onderzoeksfase .......................................... 47
Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs – Hoofdstuk 7: Integratie- en aanbevelingsfase ................. 49

College 5: Handelingsgerichte diagnostiek in jeugdzorg/gehandicaptenzorg II .............................................. 52
Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs – Hoofdstuk 8: Adviesfase .................................................. 52

Theorie uit de colleges ................................................................................................................................. 56
Handelingsgerichte diagnostiek in het onderwijs ............................................................................................ 59




1

,College 1 – Algemene inleiding hypothese-toetsend denken
De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 1: Inleiding
Wat is klinische psychodiagnostiek?
Klinische psychodiagnostiek = informatie verzamelen om iemand zo goed mogelijk te helpen.
Je verzamelt informatie over: de cliënt (kind, jongere, ouder, …) en de omgeving (gezin, school,
context). Het doel is een aanpak bedenken die echt past bij het probleem.

Wat diagnostiek is (en niet is)
• Diagnostiek is een zoek- en beslissingsproces
• Je doet het samen met cliënt en omgeving
• Vraag is niet: “Wat is er mis?” maar: “Wat is hier aan de hand en wat werkt?”
• Diagnostiek ≠ testen
o Tests zijn middelen, geen doel
o Altijd combineren met gesprekken, observaties en contextinformatie

Wat is de traditionele (oude) kijk op diagnostiek?
• Focus op meten en indelen in categorieën
• Veel tests, weinig context
• Mensen in “hokjes”
• Problemen:
o Te weinig aandacht voor omgeving
o Weinig samenwerking met cliënt
o Te statisch (alsof mensen niet veranderen)

Waarom is er nu méér opleiding in diagnostiek nodig? (3 redenen)
1. Intuïtie alleen is niet betrouwbaar ➜ onderbuikgevoel = veel denkfouten. 1 indruk is niet
genoeg. Je moet systematisch werken en meerdere informatiebronnen hebben. Niet gokken.
2. Beslissingen zijn complex ➜ er is veel onderzoek gedaan naar hoe mensen beslissingen
nemen. Diagnostici moeten leren hoe ze keuzes onderbouwen en hoe ze vertekeningen
(bias) vermijden. Je leert dus niet alleen wat je beslist, maar ook hoe je beslist.
3. Professioneel kader is nodig ➜ wat mag/kan verantwoord? Modellen geven structuur. De
diagnostische cyclus is zo’n model: Het helpt je stap voor stap werken, het voorkomt
willekeur, het geeft houvast in de praktijk.

Wat zijn de beperkingen van diagnostiek? (en van dit boek)
Diagnostiek is niet perfect. Dat komt door:
1. Afhankelijkheid van hulpmiddelen ➜ De kwaliteit van diagnostiek hangt af van de kwaliteit
van de hulpmiddelen die je nodig hebt:
• theorieën over probleemgedrag
• kennis over normale vs. afwijkende ontwikkeling
• meetinstrumenten en technieken om gedrag in kaar te brengen (tests, observaties)
• statistische technieken om gegevens te verwerken
Slechte tools = minder betrouwbare conclusies
2. Gedragswetenschap is nog in ontwikkeling ➜ Er is nog geen grote voorraad vaste, zekere
kennis. De voorraad ‘harde’ cumulatieve kennis is beperkt. Veel dingen weten we nog niet
zeker. Diagnostiek blijft dus voorlopig deels onzeker.
3. Verschillende manieren van kijken ➜ Problemen/verschijnselen worden op veel
verschillende manieren onderzocht. Er is geen een één juiste invalshoek. Dat maakt
diagnostiek complex, maar ook menselijk.




2

,De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 2: Uitgangspunten diagnostiek
Wat maakt diagnostiek wetenschappelijk?
Diagnostiek is wetenschappelijk als je bij het omgaan met problemen gebruikmaakt van
wetenschappelijke kennis en niet alleen van ervaring of gevoel.
Die kennis bestaat uit:
• wetmatige verbanden
• theorieën
• verklaringsmodellen/schema’s
• onderzoek
• methoden en instrumenten (tests, observaties, vragenlijsten)
Dus niet “ik denk dat…”, maar “volgens deze theorie en dit onderzoek…”

Maar diagnostiek is geen puur wetenschappelijk experiment. Diagnostiek is deels wetenschap en
deels hulpverlening. Dat betekent: je werkt met echte mensen, in echte situaties, onder tijdsdruk,
met onvolledige informatie. Daarom kan diagnostiek niet altijd aan alle strenge wetenschappelijke
eisen voldoen, is het een denk-doe-combinatie, het is geen labonderzoek, maar praktijkwerk.

Wanneer werkt een diagnosticus wetenschappelijker?
Niet zwart-wit, maar: hoe meer van deze dingen je doet, hoe wetenschappelijker je werkt.
Een diagnosticus is wetenschappelijker naarmate hij/zij:
a. Theorie expliciet gebruikt en verschillende niveaus met elkaar in verband brengt ➜ Niet
vaag denken, maar duidelijk zeggen: “Ik kijk hier vanuit theorie X en Y”. En verschillende
niveaus koppelen (bijv. kind – gezin – school).
b. Bewust wel/niet kiest voor een theorie ➜ Weten waarom je een theorie gebruikt en ook
weten wanneer die niet past. Niet elke theorie is overal geschikt.
c. Denkstappen vastlegt die geleid hebben tot advies ➜ Hoe ben je van informatie > conclusie
> advies gekomen? Zodat anderen je kunnen volgen en je jezelf kunt controleren.
d. Onderzoekt of het werkt ➜ Kloppen de theorieën bij dit soort problemen? Helpt de gekozen
aanpak echt? Dus: reflectie op je eigen handelen.
e. Resultaten deelt met collega’s ➜ Overleggen, feedback vragen, samen leren. Diagnostiek
doe je niet in isolatie.

Welke 3 verschillende foutenbronnen zijn er in de diagnostiek?
Diagnostiek wordt gedaan door mensen, en mensen maken denkfouten.
1. Slecht omgaan met schatten, afwegen en herzien van kansen ➜ Mensen zijn niet goed in
kansen inschatten, kansen herzien, logisch-statistisch redeneren. Zelfs als alle informatie
beschikbaar is. Gevolg: verkeerde conclusies, overschatten/onderschatten van problemen.
2. Vuistregels en heuristieken (denk-snelkoppelingen) ➜ Heuristieken = mentale shortcuts om
snel beslissingen te nemen. Dit is handig in het dagelijks leven, maar gevaarlijk in diagnostiek.
o Beschikbaarheidsheuristiek ➜ Wat makkelijk in je hoofd komt (je kan er veel
voorbeelden van bedenken), lijkt vaker voor te komen. Je schat de kans/frequentie
verkeerd in. Bv: Je hebt net drie agressieve jongeren gezien ➜ je schat agressie bij de
volgende cliënt sneller hoog in.
o Confirmation bias ➜ Je zoekt vooral informatie die je eerste idee bevestigt. Je
negeert tegenstrijdige informatie. Je selecteert informatie eenzijdig. Je wil je eerste
hypothese bevestigen. Bv: Je denkt: “Dit kind heeft ADHD” ➜ je let vooral op druk
gedrag, rustige momenten krijgen minder aandacht.
3. Professioneel oordeel is niet foutloos ➜ Fouten en vertekeningen kunnen in elke fase
voorkomen, van intake tot advies. Daarom zijn structuur en modellen nodig.




3

, Besliskundige ondersteuning
Omdat mensen fouten maken, hebben ze hulp nodig bij beslissingen = besliskundige ondersteuning.
Om tot een juiste klinische beslissing te komen, maakt de diagnosticus gebruik van de normatieve
beslissingstheorie ➜ deze theorie zegt hoe je moet beslissen om goede hulp te bieden. Dit gebeurt
via: stappenplannen, vaste volgordes, expliciete afwegingen. Het doel is systematisch, onderbouwd
en minder willekeurig beslissen. Deze theorie ontwikkelt dus modellen en procedures die aangeven
hoe je het beste kunt beslissen om je doel te bereiken (goede hulp).

Normatieve en prescriptieve diagnostiek
Normatieve diagnostiek ➜ Normatief = hoe het zou moeten als alles ideaal en logisch is. Er is één
juiste manier, je volgt vaste regels/algoritmes, als A → dan B → dan C. Dit werkt goed bij simpele,
voorspelbare problemen. Denk aan een recept of wiskundesom. Als je alle stappen goed volgt, komt
altijd hetzelfde antwoord eruit.
Dit werkt niet goed in diagnostiek, omdat echte mensen geen wiskundesommen zijn. Problemen zijn
complex, informatie is onvolledig, context verschilt, mensen veranderen, je moet soms keuzes
maken met onzekerheid. Er is dus niet altijd 1 juiste uitkomst.

Prescriptieve diagnostiek ➜ Prescriptief = een goede, verantwoorde manier om te werken, geen
keiharde regels. Geeft richtlijnen, geen vaste uitkomsten. Zegt: “Zo kun je het aanpakken” en niet:
“Zo móét het exact”. Het houdt rekening met complexiteit, onzekerheid en professionele afweging.
o Heuristieken ➜ In prescriptieve diagnostiek werk je met heuristieken = verstandige
vuistregels/richtlijnen. Dit zijn geen harde wetten, maar hulpmiddelen om goede en
verantwoorde beslissingen te nemen.

Waarom prescriptief beter past dan normatief:
1. Het is geen algoritme, maar een richtlijn
2. Normatief past bij exact oplosbare problemen, diagnostiek is dat niet
3. Prescriptief past beter bij rommelige praktijk met echte mensen

In Nederland heeft de empirische cyclus van De Groot de grondtoon gezet voor ontwikkelingen in de
prescriptieve diagnostiek:
• Observeren
• Inductie (formuleren van voorlopige theorie of hypothese op basis van de specifieke
waarnemingen)
• Deductie (het afleiden van specifieke toetsbare hypothesen uit de theorie)
• Toetsing (het testen van de hypothesen d.m.v. experimenteren/enquêtes/observaties)
• Evaluatie (beoordelen van de resultaten, theorie wordt bevestigd of verworpen)
Deze cyclus geldt voor wetenschappelijk onderzoek én diagnostiek, maar diagnostiek is creatiever,
meer zoeken en afwegen en minder gesloten. Daarom is diagnostiek een open systeem (iteratief
proces).

De diagnostische cyclus – Hoofdstuk 3: De diagnostische cyclus
Hoe begint het proces als een cliënt zich aanmeldt met een vraag?
1. Cliënt meldt zich met een hulpvraag ➜ Dat is wat de cliënt zelf ervaart of waar hij/zij mee zit.
2. Type diagnostische hulpvraag ➜ Niet elke hulpvraag is meteen een diagnostische hulpvraag.
De diagnosticus bepaalt of (en welk type) diagnostiek nodig is.
3. Type vraagstelling ➜ Samen wordt de hulpvraag aangescherpt tot een vraagstelling. Dit
gebeurt in overleg tussen cliënt en diagnosticus.
4. Type onderzoek ➜ Daarna kiest de diagnosticus het type onderzoek. Afhankelijk van het
soort vraag.



4

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
March 27, 2026
Number of pages
60
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$10.75
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
1 month ago

1 month ago

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
LindaBleeker Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
15
Member since
6 year
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
2 weeks ago

Ik ben Linda en doe momenteel de pre-master Pedagogische Wetenschappen op de Universiteit in Leiden.

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions