a) Mevrouw Janssen heeft een laptop gekocht voor 999 euro. Na een aantal maanden
vertoont de laptop al gebreken en functioneert hij niet naar behoren. Ze brengt de
laptop terug naar de winkel, waar ze reparatie voorstellen. Mevrouw Janssen zegt
echter dat zij recht heeft op een nieuwe laptop, zoals voorgeschreven in Richtlijn
1999/44/EG (nog niet omgezet) van 1 jaar geleden over bepaalde aspecten van de
verkoop van en de garanties van consumptiegoederen. Het gaat haar vooral om
artikel 3: ‘De consument heeft het recht om te kiezen tussen reparatie, vervanging of
terugbetaling in geval van non-conformiteit van het product binnen twee jaar na
aankoop.’
Mevrouw Janssen gaat naar de rechtbank en betoogt dat de elektronicawinkel zich
moet houden aan de richtlijn. Ze wil zich beroepen op de richtlijn, de rechter wijst dit
verzoek echter af.
Leg uit waarom de rechter het verzoek afwijst en of mevrouw Janssen zich kan
beroepen op de richtlijn.
b) Wat nou als het geen richtlijn was, maar een verordening?
Vraag 2
a) Wat is de voornaamste taak van de Europese commissie en hoe wordt de voorzitter
van het college benoemd?
b) Wat als een commissaris wordt afgekeurd door het college?
c) Wat is het hoofddoel van de Europese Raad en hoe verschilt het van de Raad van
de Europese Unie?
d) Welke bevoegdheden heeft de EU in beginsel?
Vraag 3
Een lidstaat van de Europese Unie heeft nagelaten om een Europese richtlijn correct om te
zetten naar nationaal recht binnen de gestelde termijn. Wel heeft de lidstaat informatie
gegeven over de omzetting van de richtlijn. Toch wordt er aan de Europese Commissie
verzocht om een inbreukprocedure te starten.
a) Wat zijn de verschillende fases van een inbreukprocedure?
b) Wat als de lidstaat na uitspraak van het Hof niet voldoende veranderingen
aanbrengt?
c) Kan in dit geval in de ‘eerste inbreukprocedure’ ook al een maatregel worden
opgelegd?
Vraag 4
Mevrouw de Vries, een inwoner van Nederland, heeft een geschil met een telecombedrijf
over de tarieven die haar in rekening zijn gebracht voor mobiele telefoniediensten. Zij is van
mening dat de tarieven in strijd zijn met de EU-regelgeving inzake
consumentenbescherming en marktpraktijken. Mevrouw de Vries heeft haar zaak
voorgelegd aan de rechtbank Limburg. De nationale rechter heeft echter nagelaten