Deeltentamen 2
Samenvatting inclusief:
• Aantekeningen hoorcollege 7 t/m 14
• Boek hoofdstukken: 4,5,6,10 (totaal),13,14,15,16,17,20
• Artikel: Kooij et al.
1
,Aantekeningen HC 7: ADHD
Neurobiologie
ADHD = neurobiologische stoornis
- Erfelijkheid belangrijkste oorzaak (80% verklaard door erfelijkheid)
- Stoornis connectiviteit van frontale, striatale en cerebellaire netwerken
- Op groepsniveau slechtere prestaties op neuropsychologische tests
- Veel genen geassocieerd met ADHD in GWAS onderzoek
- Onderactiviteit in bepaalde hersengebieden
Prevalentie: komt best vaak voor, maar niet zoveel als het lijkt.
• Stabiele prevalentie
o Kinderen 5-7%
o Volwassenen 3-5%
o Ouderen (61+) 2.8-4.2%
• 90% houdt disfunctioneren in de volwassenheid ondanks afname in aantal
symptomen.
• Je ontgroeit ADHD waarschijnlijk niet, maar je kan er beter mee omgaan, vooral
bij weinig comorbiditeit en veel steun.
ADHD en gender
• Vroeger was ADHD een jongensding, maar eigenlijk is de verhouding gewoon 1:1.
• Jongens en mannen zijn beter onderzocht vanwege cyclus bij meisjes en
vrouwen.
• Jongens met ADHD; meer gedragsproblemen, lastiger: eerder hulp!
• Meisjes minder druk, vaker onoplettende subtype: dromerig, veel praten en
ongeorganiseerd: minder herkend. Meisjes keren zich meer in zichzelf.
2
, • Duidt op onderdiagnostiek van meisjes, want ADHD begint per definitie in
kindertijd.
Diagnostiek
Bij de huisarts komen met klachten, vervolgens doorverwezen naar
psycholoog/psychiater, maar zeer lange wachttijden.
• Algemene anamnese: is er sprake van ernstige lijdensdruk.
o Begonnen kindertijd
o Chronisch ziektelast
OF
o Coping/compensatie met ziektelast tot gevolg: bijv. juist strakke agenda
bijhouden.
• DIVA-5: diagnostisch interview voor ADHD 5
o Ook versies voor kinderen, licht verstandelijke beperking.
o DSM: 18 criteria: 9 aandachtsproblemen & 9 hyperactief/impulsieve
kenmerken.
o 5/9 kenmerken in adolescentie/volwassenheid (vrij weinig, kan je iets van
vinden)
o Levenslang aanwezig (voor 12e jaar)
o Disfunctioneren op 2 of meer terreinen, levenslang (school/werk en thuis)
▪ Geen ADHD als het alleen op school is bijvoorbeeld.
• 3 presentatiewijzen:
o Onoplettende (ADD)
o Hyperactief/impulsief
o Gecombineerd (komt het meest voor)
• Disfunctioneren
• Geen andere (betere) verklaring: als jij bijv. 2 masters volgt en je wil er een derde
bij doen, is dit geen disfunctioneren.
Comorbiditeit
• 95% comorbiditeit → ADHD komt nooit alleen.
• Als je een willekeurige psychiatrische patiënt tegenkomt, is de kans 20% dat
diegene ADHD heeft.
• Gemiddeld 3 comorbide stoornissen/problemen bij ADHD
Comorbiditeiten die veel voorkomen:
• Slaap
• Angst
• Stemming
• Hormoongebonden klachten
3
, • Somatische klachten
• ASS
Slaap-ADHD verband is zo groot, dat je je kunt afvragen of ADHD geen slaapstoornis is.
- Verlate slaapfase 78% (je gaat van nature later slapen)
- Slaapapneu 30%
- Rusteloze benen 30%
- Insomnie 43%
- Vaker: bedplassen, bruxisme, nachtmerries
- Behandeling van slaap helpt bij vermindering van ADHD-klachten
Verlate slaapfasestoornis
- Langere biologische klok
- Verlate melatonineproductie +1,5 uur
- Late bedtijden
- Korte slaapduur
- ’s avonds alerter
- ’s morgens slaperig
Lichamelijke aandoeningen bij ADHD: bij ADHD verhoogd risico op ongeveer alle
ziekten!
- Metabool: obesitas, DM2, cardiovasculair
- Immunologisch (allergieën): DM1, IBS, dermatologisch, atopisch
- Bindweefsel: hypermobiliteit, dysautonomie (POTS/orthostase: bloedvaten
kunnen niet snel reageren op drukveranderingen, opstaan zorgt voor snelle
compensatie van het hart omdat er lagere bloeddruk is, wat kan zorgen voor licht
in het hoofd worden, vallen, angst).
- Neurologisch: migraine, epilepsie, Parkinson, dementie
- Hormonale klachten: PMDD, PME, vroegere (peri)menopauze, vaker postnatale
depressie.
- Etc.
- Oorzaken hiervoor zijn nog onduidelijk, maar kan te maken hebben met
bindweefselproblemen.
4