Markten
Een markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en
producten verhandelen. Zo zijn er veel bakkers, terwijl er maar één fabrikant Ferrari’s maakt.
Daarom heeft Ferrari meer invloed op de prijs van zijn auto’s dan een bakker.
● Een concrete markt is een plaats waar vragers en aanbieders elkaar ontmoeten. Op
een concrete markt hebben vragers en aanbieders contact met elkaar. Bijvoorbeeld:
Marktplaats.nl of een veiling
● Een abstracte markt omvat alle factoren die te maken hebben met de verkoop van
het product. Bijvoorbeeld de huizenmarkt en de arbeidsmarkt. In deze gevallen
worden met de markt alle elementen bedoeld die te maken hebben met het
verhandelen van de producten huis en arbeid.
Marktstructuur
De kenmerken van de markt bepalen in
hoeverre aanbieders invloed hebben op
de prijs van hun product. De kenmerken
vormen de marktstructuur. De
belangrijkste kenmerken van een markt
zie je rechts.
Aantal aanbieders en hun marktaandelen
● Aantal aanbieders: Als er maar één aanbieder is, hoeft hij zich geen zorgen te maken
dat klanten weglopen naar de concurrent als hij zijn prijs verhoogt. Want die
concurrenten zijn er niet. Het enige waar zij rekening mee hoeven te houden is de
wet van de vraag: hoe hoger de prijs, hoe minder vraag. Als er concurrenten zijn,
kunnen klanten wel ergens anders naartoe gaan
● Marktaandeel: Naast het aantal aanbieders is het belangrijk of aanbieders hetzelfde
marktaandeel hebben. Het marktaandeel is de afzet van een individuele aanbieder
als percentage van de totale afzet. Je kan ook een dominante aanbieder hebben.
Dan volgen de andere aanbieders de prijs van de dominante aanbieder. Algemeen:
De aanbieder heeft meer invloed als zijn marktaandeel groter is.
Toetredingsdrempels
● Toetredingsdrempels: De meeste markten zijn omringd door toetredingsdrempels:
abstracte drempels waar een aanbieder ‘overheen moet stappen’ om te kunnen
produceren. Bijvoorbeeld: de bouw van een fabriek, een vergunning en
gespecialiseerde kennis. Hoe hoger de toetredingsdrempel, hoe minder aanbieders
over die drempel heen kunnen stappen. Oftewel: een producent heeft minder invloed
op zijn verkoopprijs als de toetredingsdrempels tot zijn markt laag zijn.
Productdifferentiatie
Als in de ogen van de consument de verschillende versies van hetzelfde product niet
verschillen, zijn het homogene producten. Als verschillende versies van hetzelfde product
wel van elkaar verschillen, zijn het heterogene producten: fietsen, telefoons en chips.
Heterogene producten verschillen van elkaar, maar bevredigen dezelfde behoefte.
Producten zijn elkaars substituten. Als producten vervangbaar zijn, maar wel verschillen,
dan zijn het gedifferentieerde producten. Zo is frisdrank bedoeld om de dorst te
verminderen, maar een blikje cola smaakt anders dan sprite; frisdrank is dus een
gedifferentieerd product. Je hebt ook producten die niet vervangbaar zijn, dat zijn
onafhankelijke producten.
, Ook dit bepaalt of een aanbieder zijn prijs kan verhogen. Als een aanbieder zijn prijs zou
verhogen bij een nauwelijks gedifferentieerd item, dan kopen klanten een ander
vergelijkbaar product.
1.2 Marktvormen
Volkomen concurrentie
Veel aanbieders hebben hetzelfde, homogene product. Niemand kan de prijs beïnvloeden,
het is exogeen. Het enige wat de aanbieder kan beïnvloeden is de hoeveelheid die hij
produceert. Aanbieders worden ook wel hoeveelheid aanpassers genoemd.
Bij andere marktvormen hebben aanbieders wel invloed op de prijs van hun product. Bij
andere marktvormen is er sprake van onvolkomen concurrentie
Monopolie
Als er maar één producent is, is er sprake van een monopolie. Een monopolist is prijszetter:
Hij kiest de prijs waarbij winst maximaal is (MO = MK) en de prijs geldt voor iedereen. De
prijs is endogeen. Daarbij houdt een monopolist wel rekening met de wet van de vraag: bij
een hogere prijs daalt de vraag.
Oligopolie
Op veel markten zijn er vijf tot tien aanbieders die gezamenlijk grotendeels de markt hebben.
Dat zijn oligopolies. Wanneer er maar twee aanbieders zijn, heet het een duopolie. Als alle
aanbieders hetzelfde product maken, ontstaat een homogeen oligopolie. Bijvoorbeeld
elektriciteit.
Een oligopolist heeft meer invloed op de prijs naarmate zijn product meer afwijkt van de
andere aanbieders. Dan is er sprake van een heterogeen oligopolie. Overstappen gaat
minder snel, want sommige mensen hebben een voorkeur voor een bepaalde versie.
Monopolistische concurrentie
Een marktvorm waar veel kleine aanbieders zijn die een heterogeen product aanbieden is
een monopolistische concurrentie. Het verschilt maar op een manier met volkomen
concurrentie: de producten zijn niet homogeen maar heterogeen. De invloed op hun
verkoopprijs is dus veel, maar op de markt wordt het beperkt. Dat komt door veel
aanbieders.
Deze vorm komt vaak voor, zoals bij schoenen en restaurants. Een restaurant vervult
dezelfde behoefte, een diner, maar ze verschillen wel van elkaar. ‘Uit eten gaan’ is een
gedifferentieerd product.
2.1 Evenwichtsvoorwaarden
Een markt is in evenwicht als geen klant of producten iets anders zou willen doen dat wat zij
doen. De producent maximaliseert zijn winst en de vrager koopt de productcombinaties die
hem het meeste voordeel opleveren. Aan deze voorwaarden worden dan voldaan in een
marktevenwicht:
● De gevraagde hoeveelheid is gelijk aan de aangeboden hoeveelheid (Qv = Qa)
● Alle aanbieders maximaliseren hun winst
Veranderingen in het loon zorgen ervoor dat de vraag en aanbod van arbeid gelijk zijn. De
vraag naar arbeid kan verminderd zijn. Dan is er sprake van conjuncturele werkloosheid:
werkloosheid ontstaat doordat de economie zich in een periode van laagconjunctuur bevindt.
Dat gaat meestal vanzelf weg. De vraag naar arbeid kan ook permanent verminderd zijn,
waardoor structurele werkloosheid ontstaat. Dat is werkloosheid door bijvoorbeeld
robotisering.