Lesweek 1 – Introductie op crisis en crisisbeheersing
De student begrijpt de complexiteit en het belang van crisisbeheersing
voor overheid en bedrijfsleven.
Crisisbeheersing is moeilijk en belangrijk omdat er veel verschillende
partijen bij betrokken zijn. Er is altijd:
Bedreiging van het systeem Van een sociaal systeem
(organisatie of samenleving)
Weinig tijd Voor besluitvorming beschikbare tijd gelimiteerd en
dus staat het onder druk.
Onzekerheid Welke problemen komen we tegen en
consequenties zijn onbekend.
Belangrijke beslissingen Om escalatie te voorkomen zijn
maatregelen nodig.
Het is complex omdat:
-Niemand precies weet wat er gebeurt (informatie klopt niet altijd.
-Organisaties werken anders dan normaal.
-Beslissingen moeten snel genomen worden met risico’s.
Het is belangrijk omdat:
De overheid moet veiligheid van mensen garanderen.
De bedrijven moeten blijven bestaan en schade beperken.
Crisisbeheersing is complex omdat veel dingen tegelijk gebeuren en het is
belangrijk omdat het gaat om levens, veiligheid en continuïteit.
De student kan het belang van samenwerken bij een crisis, zowel bij
overheid als bedrijfsleven uitleggen.
Er moeten worden samengewerkt omdat geen enkele organisatie een
crisis alleen kan oplossen. Hulpdiensten moeten samenwerken en
bedrijven werken mee.
Er werken verschillende hulpdiensten samen, zo de brandweer, politie,
GHOR en de gemeente. Als zij niet zouden samenwerken dan zal er veel
chaos zijn, worden er verkeerde beslissingen gemaakt en is er slechte
communicatie.
Hoe groter de crisis hoe meer samenwerking nodig.
Samenwerking = afstemming + communicatie + coördinatie.
, De student kan de algemene structuren, taken, bevoegdheden en
verantwoordelijkheden van rampen- en crisisbeheersing, relevante
begrippen en de basisprocessen toelichten.
Structuur
Veiligheidsregio Nederland heeft 25 veiligheidsregio’s. Dit is de
samenwerking tussen brandweer, politie, GHOR en gemeenten. De
burgemeester is de leider bij rampen. Wanneer een situatie erger wordt,
kan er opgeschaald worden via GRIP:
CoPi = Commando Plaats Incident Aanwezig op de plek van het
incident. Ze sturen hulpdiensten direct aan, zorgen dat brandweer, politie
en ambulance samenwerken en nemen snelle beslissingen.
ROT = Regionaal Operationeel Team Niet aanwezig op de plek zelf,
maar ergens centraal in de regio. Ze coördineren alles in de regio, kijken
vooruit, zorgen dat alles goed gepland wordt en ondersteunen CoPi. Ze
regelen het achter de schermen.
RBT = Regionaal BeleidsTeam De burgemeester en andere bestuurders
zitten hierin. Zij nemen grote beslissingen, bepalen beleid en denken na
over gevolgen voor samenleving. Dit is de baas die beslist.
De burgemeester mag beslissingen nemen en in een crisis gelden soms
speciale regels die dus kunnen afwijken van de normale regels. Ook zijn er
vijf basisprocessen:
1. Melding en alarmering Wat is er gebeurd? Hulpdiensten
inschakelen.
2. Op- en afschalen Meer of minder hulp inzetten.
3. Leiding en coördinatie Wie stuurt aan?
4. Informatiemanagement De juiste informatie verzamelen en delen.
5. Crisiscommunicatie Informatie naar publiek en de schade
beperken.
De student kan de indeling van de veiligheidsketen in risico- en
crisisbeheersing toelichten.
Risicobeheersing (vooraf)
1. Proactie = voorkomen van risico’s
2. Preventie = risico kleiner maken
Crisisbeheersing (tijdens/ na)
3. Preparatie = voorbereiden (plannen en oefenen)
4. Respons = Optreden tijdens crisis
5. Nazorg = Herstellen en evalueren